De Volkskrant, 05-02-2010, boekrecensie door Aleid Truijens .2010

Zwarte zwanen in troebel water

Tien jaar liep Anja Vink rond op zwarte scholen. Hoe kan het dat de apartheid in ons onderwijs die in de VS overtreft?

Ouders die kilometers omfietsen om hun lievelingen naar een ‘witte’ school te brengen. Pubers die een half uur in de bus zitten naar een school in de provincie, omdat hun ouders de VMBO’s in de grote steden mijden, waar gevochten, gestolen en gedeald schijnt te worden. De verschijnselen zijn bekend en waarneembaar. Maar wat zien we precies? Klitten de bevolkingsgroepen bij elkaar? Mijden goede scholen kinderen met achterstanden? Zijn zwak en zwart synoniemen? Is segregatie de doodsteek voor het Nederlandse onderwijs?

Anja Vink, een journaliste die de afgelopen tien jaar veel research deed over segregatie op Nederlandse scholen en daarover schreef voor NRC Handelsblad en Vrij Nederland, kent de barre werkelijkheid achter de beleidsnota’s, inspectierapporten, speerpunten en taskforces. In 2001 deed ze onderzoek voor het tv-programma Andere Tijden op een VMBO-school in de Amsterdamse Bijlmer. Ze geloofde haar ogen niet.

Dat de derdeklassers nog nooit van NRC Handelsblad hadden gehoord, was het minste. Leerkrachten hielden de aandacht niet langer dan een kwartier gevangen. In de kantine dreigde voortdurend geweld tussen Surinaamse, Ghanese en Antilliaanse leerlingen. ‘Is dit een school?’, vroeg Vink zich verbaasd af.

Dertig jaar na de toevloed van kinderen van ‘gastarbeiders’ zijn taalachterstand en segregatie nog steeds dé problemen in de onderste regionen van ons onderwijs. Nederlands is kampioen onderwijsongelijkheid in de westerse wereld. School lijkt de kloof alleen maar te vergroten, door kinderen bij wie de sociale en cognitieve problemen zich opstapelen bijeen te proppen. ‘Hoe kan het’, schrijft Vink verbijsterd, ‘dat in Nederland, het land waar tolerantie zo hoog in het vaandel staat en waar iedereen gelijke kansen krijgt door het onderwijs, anno 2010 de apartheid in het onderwijs die van de verenigde Staten overtreft?’

In Witte zwanen, zwarte zwanen, het boek dat Vink schreef na tien jaar lang te hebben rondgelopen en gepraat op ‘zwarte’ basisscholen en VMBO’s, krijgen we niet echt antwoord op die vraag. Het onderwerp is complex. Onderzoeken spreken elkaar tegen, vele miljoenen ‘achterstandsgelden’ hielpen niet en onderwijsvernieuwingen als het Nieuwe Leren pakten slecht uit voor kinderen die structuur nodig hebben. Vinks verdienste is dat ze mensen aan het woord laat die omgaan met kinderen met wie je weinig eer inlegt. Juffen, meesters, directeuren, buurtcoaches en ouders. Wie dit boek uitheeft, is in buurten geweest waar boekenkopers doorgaans geen stap zetten.

In 2001 besloot ze als onbevoegde lerares Nederlands te gaan werken op een school in de Bijlmer. Het viel niet mee. Veel 15-jarigen waren functioneel analfabeet, maar geld voor extra taalles was er niet. Ze las een kinderboek voor, bedoeld voor tienjarigen. Een tekst over de bokser Mohammed Ali – zwart en moslim – eindigde in een inferno. Een Surinaamse lerares moest de woedende klas tot bedaren brengen. ‘Jullie lijken wel een stel apen’, foetert ze – iets wat de witte juf nooit had durven zeggen. Ze stelt vast: ‘Van mij moesten ze het ook niet hebben.’

In passages als deze is Vink op haar best. Minder overtuigend zijn hoofdstukken waarin ze het verschijnsel segregatie probeert te ontwarren. Segregatie is geen rassenprobleem. Niet de etnische herkomst van de kinderen voorspelt slechte schoolprestaties, maar het lage opleidingsniveau en lage inkomen van de ouders. Ook autochtone kinderen met zulke ouders presteren slecht. Vandaar dat de ondertitel: de mythe van de zwarte school. Toch overheerst het hele boek lang de indruk dat het wel gaat om de witte en zwarte zwanen uit het kinderliedje (‘Wie achter is moet voorgaan!’). Want arm en laagopgeleid heeft bij ons nu eenmaal een olijfkleurig tintje.

Vinks pleidooi voor het verplicht mengen van ‘arm en rijk’, in een 70/30-procentsverhouding, zodat kansarm zich optrekt aan kansrijk, overtuigt niet. Ze voert te weinig redenen aan waarom dit zou werken. Ze verhaalt enthousiast over zulke mengpogingen in de Verenigde Staten, maar vertelt er niet bij dat de VS in internationale onderzoeken matig scoren met leerprestaties.

Die onderzoeken zou Vink eens moeten bekijken. Onderwijssocioloog Jaap Dronkers constateerde vorig jaar op basis van de data van PISA, een onderzoek in 63 landen naar leerprestaties van 15-jarigen, dat onderwijsprestaties inderdaad samenhangen met het opleidingsniveau van de ouders. Maar hij vond ook dit: kinderen gedijen het best in homogene klassen, of die klas nu islamitisch, katholiek of antroposofisch is, of van ongeveer dezelfde intelligentie. Kennelijk geeft het makkelijker les aan zo’n gelijkvormige groep. De leerkracht hoeft minder uit te leggen en heeft van iedereen dezelfde verwachtingen.

Hoge verwachtingen hebben van elk kind, en de lat niet te laag leggen, dat zijn kenmerken van effectieve scholen. Dat blijkt uit het jarenlange PRIMA-cohortonderzoek dat onderwijssocioloog Paul Jungbluth heeft gedaan. Hij vond enorme verschillen in effectiviteit tussen basisscholen. Vink vindt dat je scholen niet moet vergelijken met andere scholen met dezelfde schoolpopulatie – dat zou zwakke scholen een ‘bonus’ geven.

Maar deze vergelijking toont juist genadeloos wat goed onderwijs toevoegt en slecht onderwijs verpest. Een school met een populatie die een Citoscore van 535 zou moeten halen, maar daar vijf punten boven zit, is een geweldige school. Alle kinderen, wit of zwart, arm of rijk, doen het daar beter dan verwacht. Zwak zijn scholen die onder hun veronderstelde score zitten. Daar zijn veel ‘zwarte’ scholen bij, maar ook elitescholen, die weinig uitvoeren omdat hun leerlingen het toch wel goed doen.

Goede leerkrachten en zinvol bestede lestijd maken het verschil. Het mengen van ‘arme’ en middenklassenscholen heeft dus alleen zin als het om effectieve scholen gaat. Gaan zwak rijk en zwak arm samen, dan krijg je een beroerde school.

De valkuil van de heterogene klas die Dronkers noemt, is ook iets om rekening mee te houden. Natuurlijk heeft de wetenschap niet het laatste woord. Samen leren, samen sporten, samen uitgaan – om allerlei redenen is dat wenselijk. Maar wellicht gaan schoolprestaties er niet door omhoog. Het paradijs van de gelijke kansen is moeilijk te realiseren. Dankzij Vink weten we hoe ongelijkheid eruit ziet.

 

IRP: Antwoord op de vraag: omdat wij de meest achterlijke soort immigranten binnen hebben gekregen

 

Naar Cultuur, integratie, toekomst , Allochtonen overzicht  , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]