De Volkskrant, 27-10-2007, door Oscar van den Boogaard. .2008

Wij moeten leren te lachen om elkaar

In ieder van ons schuilt een angsthaas. Maar toegeven aan de vrees leidt tot onverdraagzaamheid en negativiteit. Investeer liever in saamhorigheid en tracht positieve geschiedenis met elkaar te maken, zegt Oscar van den Boogaard.

Tussentitel: Ik heb broeders en zusters nodig, mensen die willen communiceren

Net waren de foeilelijke ouderwetse televisieantennes van de daken verdwenen of daar verschenen de schotelantennes. De eerste zag er nog wel interessant uit, haast conceptuele kunst, maar al snel werden het er meer. De schotelantennes plantten zich sneller voort dan konijnen. Het leek wel een plaag.
    Toen ik in de jaren negentig in Brussel woonde, moest ik vaak aan The Birds van Hitchcock denken. Een meeuw voor je raam is geweldig, maar drieduizend wordt beangstigend. Ik had niet alleen esthetische bezwaren, maar ook morele. Ik meende dat de schotels allemaal op Mekka stonden gericht. Een vorm van versluiering. Hoe konden we ooit integreren als we allemaal naar onze eigen zenders zouden blijven kijken?
    Ik probeerde mijn onverdraagzaamheid te bestrijden met nadenken en liefde: iedereen heeft recht op zijn eigen wereld en mogen alle wezens gelukkig zijn.
    Toen een paar jaar later in mijn nieuwe appartement in Antwerpen de eerste schotel in mijn blikveld verscheen, maakte ik er meteen werk van. Ik belde bij de overburen aan en de schotel verdween weldra uit zicht. Ik voelde me daar wel schuldig over, want het was een heel aardige Pakistaanse familie. Ik was bang dat ik ze had afgesneden van hun thuisland.
    Zoals zo vaak, verbaas ik me over mijn eigen inconsequente gedrag. Want na mijn verhuizing deze winter naar Sint Martens Latem, het Bloemendaal van Vlaanderen, heb ik mijn eerste schotelantenne gekocht. De installateur heeft me verteld dat haast iedereen er in dit dorp een heeft. Je kunt ze niet zien, want ze liggen allemaal keurig verscholen in het groen of weggewerkt achter de imposante daken. We hebben de meest vreemde zenders, ik kijk tegenwoordig naar Al Jazeera.

Vijandelijke overname
Volgens de Duitse schrijver Henryk Broder laat Europa zich willoos islamiseren. Met zijn vorig jaar verschenen boek Hurra, wir kapitulieren! verleidde hij massa’s angsthazen. Een vijandelijke overname is volgens de 60-jarige schrijver niet meer te voorkomen. In een interview met de Volkskrant zei hij: ‘Wie de vrijheid lief heeft, verlaat Europa’ (Buitenland,12 oktober 2006). Europa heeft volgens hem eigenlijk maar drie opties, ‘en die zijn alle even onaantrekkelijk. De meest waarschijnlijke is dat Europa zich willoos laat islamiseren. De tweede is dat het zijn vrijheid opoffert aan een vals gevoel van veiligheid. De derde optie is dat Europa een economisch wingewest wordt van India en China. Deze landen moeten de Arabieren dan wel voor zijn’.
    Hij noemt talrijke voorbeelden hoe mensen uit angst voor boze reacties uit de islamitische hoek hun gedrag aanpassen. Zo riep de voorzitter van de Düsseldorfer carnavalsvereniging de leden dit jaar op om de praalwagens zo te versieren dat moslims er geen aanstoot meer aan zouden kunnen nemen. De ARD zag af van de uitzending van een documentaire over de vervolging van christenen in de Arabische wereld. Bekend is het verhaal van de intendante van de Deutsche Oper die een moderne uitvoering van Mozarts Idomeneo annuleerde, omdat daarin het hoofd van Mohammed werd getoond (ook dat van Poseidon, Jezus en Boeddha, maar dat leverde geen problemen op). Een paar banken in Engeland haalden de versieringen met spaarvarkens weg uit hun filialen uit respect voor de islam. Het woord respect kan hier beter vervangen worden door angst. Onze maatschappij gaat aan angst ten onder. Angst voor terreur, angst voor ziekte, angst voor ouderdom, angst voor de dood, angst voor smeltende ijsbergen, angst voor gevaarlijke stralingen.

President Roosevelt
‘Het enige waarvoor we bevreesd moeten zijn, is de vrees zelf.’ Dit waren de eerste woorden die Franklin Roosevelt als president tot het op de proef gestelde Amerikaanse volk sprak. Hij wilde de Amerikanen eraan herinneren dat het grootste gevaar niet in de uiterlijke omstandigheden van de depressie school, maar in de krachten die werkzaam waren in hun eigen geest. Angst kan alles verslindend zijn. En verblindend. Angst kan een buurman in een vijand doen veranderen. De huidige Amerikaanse president is het voorbeeld van een man die het Westen met zijn angst stelselmatig meesleurt in het verderf. Maar zijn Iraanse ambtgenoot doet precies hetzelfde. Er schuilt een angsthaas in ieder van ons.
    Het omgaan met de islamisering in Europa was voor mij een rouwproces. Eerst de ontkennende fase: er is niets aan de hand. Dan de boze fase: hoe durven ze. Vervolgens de aanvaarding: laat ze maar komen. Daarna tristesse: de wereld verliest haar glans. Daarna een opleving van optimisme: nieuwe denkbeelden zijn leerzaam, het is een gouden kans voor Europa. En vervolgens opeens de gedachte: If you can’t beat them, join them.
    Ik heb lang geleden Arabisch geleerd om met mijn buren te kunnen praten, maar zij wilden niet met mij praten. Ze gooiden vuilniszakken over de muur in onze tuin omdat wij twee mannen zijn die van elkaar houden. Misschien was mijn verwachtingspatroon te hoog. Ik verhuisde naar een andere buurt en zag mezelf als een humanist. Ik ontkende intussen dat dit het begin was van capitulatie. Mijn afkeer van Bush en onbezonnen kapitalisme maakte alles wat ik voor islamitisch aanzag sympathiek.
    Ik ben geen krijger. Wie is dat wel? Ik heb niet geleerd te vechten voor mijn vrijheid. Ik ben alleen goed in het uitleven ervan. Mijn mantra: mogen alle mensen gelukkig zijn. Maar wat als die mensen niet bezig zijn met mijn geluk? Wat leren mij die religieuze massa’s wier gezichten ik niet mag zien en die mij niet opmerken? Iets wat ik als hardcore individualist nooit voor mogelijk heb gehouden: ik heb broeders en zusters nodig. Mensen die hun ogen open hebben en willen communiceren. Ik ben op zoek naar mensen die zich niet verschuilen achter een masker van god.
    Wat heb je aan anderen als je daarmee alleen negativiteit en vooroordelen kunt delen? We moeten positieve geschiedenis met elkaar maken. Elkaar leren vertrouwen. Humor is van levensbelang. De islam moet eindelijk om zichzelf leren lachen. En wij allen om elkaar. Een nieuwe cultuur moet worden gevormd in het nieuwe Europa. Wat gespannen is, moet ontspannen. Dat is een kwestie van generaties, maar soms ontstaat het gewoon in het hier en nu. Bij een bushalte of in de rij voor de kassa. Doemdenkers kunnen ons daarbij niet helpen.
    Hun noodkreten boren zich al te gemakkelijk een weg in onze angst, zoals porno in ons verlangen. Ik zie geen verschil tussen een gesluierde vrouw of een met een zonnebril op in een terreinwagen. We moeten elkaar allemaal in de ogen leren kijken.
    Als de diversiteit stijgt in een wijk, stad of samenleving, vallen sociale netwerken uit elkaar en gaan mensen elkaar wantrouwen. Dat blijkt uit de controversiële studie van Harvard-socioloog Robert D. Putnam. Moet multiculturaliteit verbannen worden naar utopia?
    Robert Putnam is een van de meest gezaghebbende sociologen van zijn generatie. Hij was adviseur van de regeringen Bush en Clinton en is de goeroe van de multiculturele samenleving. In het midden van de jaren negentig werd hij tot ver buiten zijn vakgebied bekend met het boek Bowling Alone, over de toenemende sociale isolatie van zijn landgenoten. Meer Amerikanen bowlen dan ooit tevoren, maar steeds minder doen dat in clubverband. Al die verenigingen met hun vergaderingen en sociale verplichtingen passen simpelweg niet meer in het leven van de drukke tweeverdieners.
    Putnams stokpaardje is sociaal kapitaal, het amalgaam van vriendschapsnetwerken, verenigingen, kerken en sociale bewegingen die een samenleving gezond houden. Hoe groter het sociale kapitaal, hoe hoger het welbevinden van de burgers. Wie in een wijk, gemeente of samenleving met bloeiende sociale netwerken leeft, is gemiddeld gelukkiger, gezonder en meer geëngageerd.
    Zijn geruchtmakende nieuwe studie E Pluribus Unum: Diversity and Community in The Twenty First Century is een inconvenient truth voor de supporters van de multiculturele samenleving. Zo schrijft hij dat mensen die in heterogene gemeenschappen wonen hun buren meer wantrouwen, wat ook hun huidskleur is, dat ze zich zelfs van hun beste vrienden afkeren en dat ze minder stemmen, minder aan goede doelen geven en minder vrijwilligerswerk doen. Ze verwachten minder van de overheid dan bewoners van homogene wijken en wantrouwen hun leiders. Hunkering down, noemt Putnam dat fenomeen. Op je hurken gaan zitten, je handen op de oren, je afsluiten voor alles en iedereen. De schildpad trekt zijn kop in zijn schild.
    Putnam was zelf het meest verbaasd over de uitkomst van het onderzoek, waarbij 30 duizend mensen over heel Amerika werden ondervraagd. Hoewel het onderzoek al in 2001 is verricht, heeft hij de resultaten nu pas gepubliceerd omdat hij zich er eerst van wilde vergewissen of de voor hem onverwachte uitkomst kon zijn veroorzaakt door fouten in het onderzoek.
    Als ideoloog van de multiculturele samenleving heeft hij zelf verdere studie verricht naar onderzoeken met een hoopgevender uitkomst, maar heeft die niet gevonden. Integendeel, kleinschaliger onderzoek wijst allemaal in dezelfde richting, schrijft hij. ‘Diversiteit creëert huismussen die steeds minder te bewegen zijn tot participatie en de rug keren naar anderen en de samenleving.’
    Deze bevindingen verdienen nader onderzoek. Gangbare verklaringen als xenofobie, lijken niet meer gewettigd. Misschien overschrijdt een te grote diversiteit gewoon de gemiddelde menselijke draagkracht. Wat kan een mens aan? Misschien de ene mens wel minder dan de ander.
    Er is namelijk één verwarrende uitkomst die de naam van de ‘diversiteitsparadox' heeft gekregen. Op universiteiten en in geglobaliseerde ondernemingen blijkt diversiteit juist te werken als een stimulans voor de creativiteit. Deze paradox verklaart met terugwerkende kracht de succesvolle bijdrage aan de Gouden Eeuw door Joodse handelaren die Zuid-Europa waren ontvlucht.
    Een andere conclusie die door de diversiteitsparadox gewettigd lijkt, is dat vooral hoger opgeleiden positief staan tegenover multiculturaliteit. Het drama dat zij veroorzaken, ligt in het feit dat de projectie van hun eigen ervaringen op de samenleving niet blijkt te kloppen.
    Hoe zit het met het vertrouwen en gemeenschapsgevoel in mijn homogene dorp waar de enige gesluierde vrouw ’s morgens met de bus aankomt en aan het eind van de middag moe van het poetsen weer weggaat?
    Meestal zijn mensen hier alleen, hebben ze met elkaar niets te maken. Ze verplaatsen zich in terreinwagens en proberen elkaar op smalle bosweggetjes in de berm te drukken. Buren zijn onzichtbaar achter dikke bomen en ondoordringbaar struikgewas. Af en toe hoor je hun grasmaaimachines of het geruststellende gesis van de sprinklers.
    Ik reed in de lente de oprijlaan af, de straat op en keek recht in de ogen van een poes die overreden was. Ze lag met haar kopje tegen het paaltje ‘doodlopende weg’. Het was nogal akelig te kijken in de ogen die niet terugkeken. Verderop was er ’s nachts een huwelijk gevierd en honderden feestvierders hadden door dit anders zo vredige straatje gesjeesd.
    Ik greep mijn kans om de buren aan te spreken, was eigenlijk héél blij dat ik ze nu eindelijk kon leren kennen. Ik liep hun oprijlaan op, de buurman was net met een motorzaag een paar bomen in stukken aan het zagen. Ik stelde me voor en begon over de poes, maar hij zei dat hij niet van poezen hield, de motorzaag ging weer aan. Door de haag zag ik mijn andere buurvrouw en sprak haar aan. Ze keek me een beetje angstig aan en sloeg haar armen beschermend om de kinderen die om haar heen stonden.
    Ik wist niet wat er moest gebeuren om dicht bij elkaar te komen. Moest er een meteoriet in een van onze tuinen landen, een bosbrand uitbreken, een kind verdwijnen, een moord?
    Toen we hier net kwamen wonen was er door twee rattenvangers op steenworp afstand aan de Leie het bovenlichaam van een vrouw gevonden. Het lichaam miste twee benen en enkele vingers. Niemand vertelde me dat, want niemand spreekt met elkaar.
    Ik las het in de krant.

Koffie en kus
In de zomer kwamen de buurtgenoten eindelijk te voorschijn. Het begon met een voorzichtig praatje, maar al snel werd het koffie en een kus. En hier heb je wat spinazie uit de tuin en onze marmelade moet je ook proberen. Zij zijn de autochtonen en wij zijn de allochtonen. Niks geen homogene samenleving. Een Hollandse homoseksuele schrijver in een sjofele trainingsbroek in je straat is misschien niet minder exotisch dan een vrouw in een boerka.
    Na de autochtonen meldden zich onze collega-allochtonen. Een buurman nodigde ons uit voor een borrel aan de rand van zijn zwembad. Ik zag voor het eerst van mijn leven huisvrouwen van mijn leeftijd. En ik merkte ook dat je over golfen abstracte gesprekken kunt voeren. Het werd uiteindelijk een feestelijk diner en zoveel hartelijk nabuurschap heb ik nog nooit meegemaakt. Ik merkte dat niet zozeer dit dorp vijandig was geweest, maar ikzelf. Omdat ik op zoek was naar aandacht en erkenning en bang was dat ik die niet zou krijgen. Het was de angst om buitengesloten te worden die mijn waarnemingsvermogen heeft aangetast. Uiteindelijk wil iedereen liefde. Thuiskomen kost tijd.

Oscar van den Boogaard is schrijver. Zijn meest recente roman is Magic Man (De Bezige Bij)

Rectificatie / Gerectificeerd In het artikel ‘Wij moeten leren te lachen om elkaar’ (het Betoog, 27 oktober, pagina 5) heeft auteur Oscar van den Boogaard zich in zijn alinea’s over het boek van Robert Putnam mede gebaseerd op een op 11 augustus gepubliceerd volkskrantblog van Peter Louter.


IRP:  Lachen kunnen vooral de moslims niet. En investeren in saamhorigheid komt ook van één kant.



Naar Multiculturalisme, anti-autochtoon , Multiculturalisme , Allochtonen overzicht  , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]