De Volkskrant, 30-07-2011, door Jo Nesbo .2010

Noorwegen is niet maagdelijk meer

Jo Nesbo | De auteur is een Noorse thrillerauteur. Hij beschrijft de stemming in zijn land na de schokkende gebeurtenissen van 22 juli. 'Ik kwam uit een land waar de angst voor elkaar geen vaste grond onder de voeten had gekregen.'

Tussentitels: Met de realiteit van de overige wereld kwam ook het ideologische debat
                   Mijn dochter zei: als je niet bang bent, kun je ook niet dapper zijn

Een paar dagen geleden, vr Utya en de bomaanslag op het regeringsgebouw, sprak ik met een vriend over hoe de blijdschap om te leven en het verdriet om hoe dingen veranderen altijd hand in hand lijken te gaan. En dat zelfs de zonnigste toekomst nooit kan compenseren dat er geen weg terug is naar wat was. Naar de onschuld uit de kindertijd. De eerste verliefdheid. De geur van juli, kriebelende grassprietjes op je bezwete rug als je van een klif afsprong, het volgende moment omsloten door het ijskoude smeltwater van een Noorse fjord en je neus en mond gevuld met de smaak van zout en gletsjerwater.

Geen weg terug naar toen je zeventien was en met tien francs in je zak in de haven van Cannes stond en een vrouw met haar poedel en creditcard vanaf haar jacht naar de wal geroeid zag worden door twee volwassen mannen in witte apenpakjes en je je realiseerde dat de egalitaire maatschappij waar je zelf vandaan kwam een uitzondering was, en niet de regel. Of wanneer je met grote ogen voor een parlementsgebouw in het buitenland stond dat werd omgeven door bewakers met automatische wapens. Een beeld dat je met je hoofd deed schudden in een mengeling van berusting en zelfgenoegzaamheid. Dat is niet nodig, waar ik vandaan kom.

Want ik kwam uit een land waar de angst voor elkaar geen vaste grond onder de voeten had gekregen. Het land dat je drie maanden kon verlaten, en waar je na door twee staatsgrepen, een hongersnood, een schoolbloedbad, twee aanslagen en een tsunami gereisd te hebben weer kon thuiskomen, de kranten openslaan en erachter komen dat alleen het kruiswoordraadsel nieuw was. Het land dat economisch gebeiteld zat nadat men in de jaren zeventig olie vond en dat sinds ergens vlak na de Tweede Wereldoorlog dezelfde politieke weg volgde. De consensus was overweldigend, de debatten gaan over het algemeen over de beste methode om de doelen te bereiken waar ze het van rechts tot links mee eens zijn.

Het was het land dat op zichzelf wilde blijven en dat er dus voor koos om buiten de Europese Unie te blijven, waar de meeste kleine landen dolgraag toe zouden willen worden toegelaten. De ideologische debatten ontstonden ook pas toen de realiteit van de rest van de wereld zich ging opdringen. Toen het volk dat tot de jaren zeventig bijna uitsluitend bestond uit mensen met dezelfde etnische en culturele achtergrond moest gaan beslissen of hun nieuwe landgenoten een hijab mogen dragen en moskeen mogen bouwen, en of er troepen naar Afghanistan en Libi gezonden moeten worden. Maar het Noorse zelfbeeld van vr 22 juli 2011 was dat van een maagd; de natuur onberoerd door mensenhanden, de maatschappij onaangetast door de beschavingsziekten.

Overdreven natuurlijk, je hoeft de misdaadcijfers er maar op na te slaan, maar toch; in juni reden de Noorse premier Jens Stoltenberg, een wederzijdse vriend en ondergetekende door de straten van Oslo op weg naar het bos om een rotswand te beklimmen, allemaal binnen de stadsgrenzen van deze grote kleine stad. Een paar meter achter ons volgden twee lijfwachten, ook op de fiets. Terwijl we op een kruispunt voor rood licht stoppen, komt er een auto naast de minister-president staan met het raam naar beneden en een man roept zijn naam. 'Jens.' Het feit dat de Noren over het algemeen de 'hoogste leider' van het land bij zijn voornaam aanspreken, is een traditie in de geest van het egalitarisme waar ik me al lang niet meer over verbaas.

'Hier is een klein kereltje dat het leuk zou vinden om je even te begroeten.'

Jens Stoltenberg glimlacht en schudt de hand van het jongetje in de passagiersstoel. 'Hallo, ik ben Jens.'

De minister-president met zijn fietshelm op. Het jongetje met de gordel om. Beiden gestopt voor rood licht. De bodyguards die op gepaste afstand achter ons staan en glimlachen. Dat is het beeld van een gevoel van veiligheid en wederzijds vertrouwen. Van een altijd aanwezige, vanzelfsprekende, Noorse idylle waarvan we dachten dat ze normaal was. Hoe heeft het mis kunnen gaan? We hadden een helm op, veiligheidsgordels om en volgden de verkeersregels.

Natuurlijk kan het misgaan. Dat kan altijd.

In februari waren er de Nordic World Ski Championships in Oslo. De Noorse atleten leverden geweldige prestaties, en elke avond trok de medaille-uitreiking meer dan 100 duizend enthousiaste Noren die feestvierden. Op 25 juli kwamen 150 duizend van de 600 duizend inwoners van Oslo bijeen in rouw. Het contrast was enorm. Maar ook de overeenkomst. Beide gevallen toonden de bijna onverwachte kracht van de gevoelens van een volk, waarbij zelfbeheersing een nationale deugd is, en 'het hoofd koel houden' een gevleugelde uitdrukking is, maar 'het hart warm houden' dat niet is.

Zelfs op mensen die een natuurlijke afkeer hebben van nationale zelfverheerlijking, vlaggen, grote woorden en massale rouw of vreugdeuiting, maakt het een onuitwisbare indruk wanneer de mensen laten zien dat het daadwerkelijk iets betekent; het gedachtegoed en de idealistische waarden van de maatschappij die we gerfd hadden en naderhand als vanzelfsprekend zagen. Ja, het is alleen maar iets symbolisch dat niemand veel moeite kost, maar deze acties spreken luider dan woorden. Ze vertellen dat we niet zullen toestaan dat iemand ons gevoel van veiligheid en het vertrouwen van ons afneemt. Dat we deze strijd tegen de angst niet verliezen.

De wil is er.

En toch is er geen weg terug naar wat was.

Gisteren hoorde ik een woedende man in de trein schreeuwen. Vr 22 juli zou mijn automatische reactie zijn om me om te draaien, misschien wat dichterbij te komen. Misschien was het een interessant meningsverschil waar ik - na een nuchtere afweging van de argumenten - een standpunt over kon innemen. Of, nog beter, een vrouw die ik en ongetwijfeld nog wat medepassagiers zouden kunnen verdedigen. Maar mijn automatische reactie was nu om naar mijn dochter te kijken, om te zien of ze veilig was en welke uitwijkmogelijkheden ze had.

Deze nieuwe reflex zal mettertijd hopelijk ook weer afzwakken. Maar ik weet nu al dat hij nooit volledig zal verdwijnen. De datum komt elk jaar terug, 22 juli. En de Noren die dit hebben meegemaakt, zal die datum de rest van hun leven eraan herinneren dat niets vanzelfsprekend is, ondanks helm en gordel.

Nadat de bom was afgegaan - een knal die in de buurt in Oslo waar ik woon duidelijk te voelen was - en het nieuws van de schietpartij op Utya begon los te komen, vroeg ik mijn dochter of ze bang was. Ze antwoordde met iets wat ik ooit tegen haar had gezegd: 'Ja, maar als je niet bang bent, kun je ook niet dapper zijn.'

Dus als er geen weg terug is naar wat was, naar de totale, onbewuste en naeve onbevreesdheid van het ongerepte, is er een weg vooruit. Dapper zijn. Op dezelfde manier doorgaan en de andere wang toekeren terwijl we vragen: 'Was dat alles wat je had?' Weigeren de angst te laten bepalen hoe we verder gaan met het opbouwen van onze samenleving.

Vertaling: Anglique de Kroon.



 

IRP:    Maagdelijkheid is doorpikt door een minaret - zie foto andere artikel



Naar Multiculturalisme, cultuurverraad , Multiculturalisme , Allochtonen overzicht  , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]