De Volkskrant, 29-04-2015, van correspondent Arie Elshout .2011

Reportage | Vermeende madrassa van Brooklyn

Verhouding tussen moslims en niet-moslims is goed in Brooklyn

Geert Wilders bezoekt vandaag het Congres. Wie nodigde hem uit? Zit Amerika wel op zijn boodschap te wachten? Van spanning tussen moslims en niet-moslims merken ze weinig op een school met veel islamitische leerlingen.

Toen de eerste bijna volledig bedekte meisjes op school verschenen, was Gina Shedid behoorlijk nerveus. Hoe zouden de reacties zijn? Zij was er niet gerust op. Maar zie: 'Ik was verbaasd. Er gebeurde niets', zegt de 31-jarige studieadviseuse.


Shedid werkt op de Khalil Gibran International Academy (KGIA) in Brooklyn, New York. Dat zij hem kneep voor de komst van de leerlingen van wie alleen het gezicht onbedekt was, is niet vreemd. Wantrouwen achtervolgt de middelbare school sinds de oprichting in 2007. Zij wilde tweetalig onderwijs bieden aan de plaatselijke Amerikaans-Arabische gemeenschap. Met lessen in het Engels en Arabisch. Dat leidde prompt tot verzet. De tegenstanders vreesden dat er in de stad van '11 september' een madrassa (koranschool) zou komen waar de leerlingen zouden worden onderwezen in islamitisch fundamentalisme.

Er kwam een actiegroep 'Stop de Madrassa'. De New York Post, een rechtse tabloid, voerde actie tegen de beoogde eerste directrice, Debbie Almontaser, een Jemenitische Amerikaanse met hoofddoek. Haar werd verweten dat ze een verkapte extremist was, die onder meer de schuld voor 9/11 bij de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten legde. De stad verving Almontaser nog voor de school haar deuren opende.

Er kwam een andere directeur, KGIA hield stand, maar had het moeilijk. Zij begon met zestig leerlingen, maar dat aantal liep door de controverse gestaag terug, net als de prestaties. Het stadsbestuur greep in en met de aanstelling in 2011 van Winston Hamann als de vijfde nieuwe directeur werd het rustig.

Alleen heeft de school niet meer het etiket tweetalig: het Arabisch is nu slechts één van de buitenlandse talen die kan worden geleerd. Ze telt 180 leerlingen, evenveel meisjes als jongens. Ruim de helft zijn Afrikaans-Amerikaanse kinderen. Een kleine 40 procent is van Arabische komaf. Verder zitten er Spaanstalige en Aziatische jongeren.

Hamann is trots op zijn school. 'We groeien en groeien. 'We breken hier door barrières heen met al die haat in de wereld. Op Valentijnsdag werd er gedanst op salsa en Arabische muziek.' Als een wervelwind van in de vijftig leidt hij zijn bezoekers door de school, een voormalig hospitaal. De sfeer is intiem in het sluip-door-kruip-door-gebouw, een Escherachtig labyrint aan gangen, trappen en verdiepingen. Hamann kent al zijn leerlingen bij naam en zou het liefst een cocon om hen heen willen spinnen om ze af te schermen van de boze buitenwereld.

De scholieren kunnen op de computers van de school niet vrij het internet op gaan. Filters moeten voorkomen dat zij op gevaarlijke sites belanden. 'Radicalisering? Niet hier!', zegt Hamann gedecideerd. Volgens Shedid behandelt ze als begeleidster vooral huis-tuin-en-keukenproblemen: klassiek puberleed, gedoe van de kinderen met de ouders, beroepskeuzevragen.

Toch is de buitenschoolse realiteit nooit ver weg. De islamitische wereld staat in brand, moslimextremisten plegen aanslagen, overal in het Westen stuiten moslims op argwaan en animositeit. Twee van Hamanns leerlingen, Yamama Hassan en Entesar Yahya, woonden een jaar geleden nog in Jemen, nu zitten ze hier op school midden in Brooklyn. Vijftien jaar oud. In hun land van herkomst is het oorlog, er vallen slachtoffers onder de burgerbevolking. Gebeurt er iets ergs - terreuracties of bloedbaden - dan kunnen leraren daar op ingaan in de klas, zegt de directeur.

Verder is hij niet bezig met politiek. Hij heeft de school in rustiger vaarwater gebracht. Het woord 'madrassa' valt niet meer. 'We moedigen de leerlingen aan Engels te spreken. We zijn nu eenmaal in de VS', zegt Hamann. Maar bij de ingang zit nog wel steeds een beveiliger. Want ook in het Amerika van president Obama blijft de islam een teer punt. De opmars van de extremisten van de Islamitische Staat (IS), het onthoofden van Amerikaanse gijzelaars en de angst voor terreuracties van geradicaliseerde moslims van eigen bodem leiden ertoe dat ook veertien jaar na de aanslagen van 9/11 de verhoudingen tussen moslims en niet-moslims in de VS een open zenuw blijven.

Obama doet zijn best duidelijk te maken dat wat de regering betreft de terreurdaden van moslimradicalen niets te maken hebben met de islam of met gewone moslims. Hij spreekt van extremistisch geweld, nooit van islamitisch geweld. Het levert hem het verwijt op van rechts dat hij het probleem van het islamitisch gevaar niet wil zien.

Aan de andere kant is er kritiek van moslimorganisaties, hoe voorzichtig Obama ook is in zijn uitlatingen. Zij keren zich tegen een regeringsprogramma, genaamd Countering Violent Extremism (CVE). Volgens hen is het niet zozeer bedoeld om gewelddadig extremisme in het algemeen te bestrijden, maar is het er in de praktijk vooral op gericht radicalisering onder moslims te voorkomen. De critici klagen dat zo de hele moslimgemeenschap verdacht wordt gemaakt. Al deze emoties illustreren hoe groot aan alle kanten de gevoeligheden zijn.

Lena Alhusseini is het hoofd van een Arabisch-Amerikaans buurthuis in downtown Brooklyn dat moslimimmigranten helpt. Zij is in de vijftig en was betrokken bij de oprichting van de school van Hamann. Ze vertelt dat pas een 15-jarige jongen door een chauffeur ruw uit de bus werd gegooid omdat hij Arabisch sprak. De jongen moest naar de dokter worden gebracht. De chauffeur werd niet in staat van beschuldiging gesteld. Volgens een medewerkster van Alhusseini stijgt het aantal haatmisdrijven.

Spanningen houden dus aan. Toch meent Alhusseini dat de VS het beter doen dan de Europeanen. 'In Europa worden uitkeringen verstrekt, maar is er geen integratie. Hier is de gemeenschap veel actiever.' Ze doelt met dat laatste onder meer op haar eigen centrum, dat immigranten de instrumenten aanreikt om actief deel te nemen aan het leven in hun buurten. Alhusseini: 'Amerika is geboren uit immigratie. Dat is misschien het verschil.'

Een van haar bestuursleden, Tony Kutayli (35), die als Arabische jongen opgroeide in Zuid-Dakota, sluit zich bij Alhusseini aan. Hij wijst erop dat de meeste Amerikanen een immigrantenverleden hebben. Verschillen worden gemakkelijker geaccepteerd.

Ook in Amerika zijn er jonge moslims die zich aansluiten bij IS of andere extremistische groepen, maar dat zijn er minder dan in Europese landen. Zo'n 150 tegenover naar schatting drieduizend uit Europa.

Maar de verhoudingen tussen moslims en niet-moslims blijven ook in Amerika schuren. Zie de beveiliging op de KGIA-school aan Schermerhorn Street, een naam die eraan herinnert dat vrijwel iedereen in Amerika ergens anders vandaan komt. Niet alleen de moslims.

Web:
Verhouding tussen moslims en niet-moslims is goed in Brooklyn
TT:
Op Valentijnsdag werd er gedanst op salsa en Arabische muziek
— Winston Hamann, directeur van de KGIA 
We moedigen de leerlingen aan Engels te spreken. We zijn nu eenmaal in de VS
— Winston Hamann, directeur van de KGIA 
In Europa worden uitkeringen verstrekt, maar is er geen integratie
— Hoofd van een Arabisch-Amerikaans buurthuis



Naar Menswetenschappen, regels , Menswetenschappen, huidig , Wetenschap, lijst  , Wetenschap overzicht , of site home

[an error occurred while processing this directive]