De Volkskrant, 04-01-2013, door Thomas von der Dunk, cultuurhistoricus 2009

Kerk van Rome beleeft diepste crisis sinds de Reformatie

De pauselijke uitspraken over homoseksualiteit accentueren het feit dat de rooms-katholieke kerk haar gezag in dit deel van de wereld heeft verloren.


Tussentitel: Behoud van kerk als instituut is belangrijker dan geluk gelovigen

Inhoudelijk veel nieuws heeft de paus in zijn jongste 'kerstgedachte' inderdaad niet gezegd: daarin heeft Jan Dirk Snel (O&D, 28 december) gelijk. Dat valt van een instituut dat zich op eeuwige goddelijke waarheden beroept, ook nauwelijks te verwachten. Maar de schrille toon waarmee de eigen afkeer van homoseksualiteit onder woorden is gebracht, is wel opmerkelijk. Een bedreiging voor de wereldvrede en het voortbestaan van de mensheid - voor minder doet men het inmiddels niet. Het zou lachwekkend zijn, ware het niet dat het Vaticaan daarmee mensenlevens in gevaar brengt doordat christen-fundamentalisten in Afrika hierin een aanmoediging kunnen zien om hun dodelijke jacht op homo's voort te zetten.

De opmerkingen van de paus vallen niet los te zien van de enorme crisis waarin de rooms-katholieke kerk zelf verkeert: haar totale verlies aan geloofwaardigheid in Europa en Amerika op het terrein dat zij als haar natuurlijke monopolie beschouwt - dat van de seksuele moraal. Door het kindermisbruikschandaal is zij op haar moedercontinent elk gezag kwijt.

Sinds de dagen van de Reformatie is dat niet meer in die mate het geval geweest en de parallellen zijn opvallend. Ook in het Rome van Alexander Borgia - de paus die meer kinderen dan kardinalen heeft gecreŽerd - bleek het werkelijke leven haaks te staan op de kerkelijke leer. Vol walging over de roomse hypocrisie keerde de Duitse humanist Ulrich von Hutten toen uit Rome in zijn vaderland terug. 'Laat ons van het pausdom genieten, omdat God het ons gegeven heeft', zo schijnt Leo X uit het huis Medici, Heilige Vader in het Schicksalsjahr 1517, zich eens te hebben laten ontvallen - en precies dat wilde Luther hem niet meer toestaan.

Vijfhonderd jaar later is de afgrond tussen goddelijke waarheid en aardse werkelijkheid in Rome niet minder diep. Niet het feit dat het misbruik als zodanig voorkwam - daarop bestaat bij alle gesloten inrichtingen, van kostschool tot kazerne per definitie een verhoogd risico - verklaart de schok, maar dat het bij de kerkelijke autoriteiten, vermoedelijk tot Joseph Ratzinger zelf aan toe, bekend was en vervolgens stelselmatig onder tafel is geveegd: het behoud van de kerk als instituut is belangrijker dan het levensgeluk van haar gelovigen.

Toen dat uitkwam, stond de kerk met de mond vol tanden. De deernis-wekkende morele en pastorale middelmatigheid van het Nederlandse episcopaat kon niet sprekender verbeeld worden dan door de inmiddels beruchte uitspraken van ex-aartsbisschop Simonis en zijn opvolger Eijk: 'Wir haben es nicht gewusst', respectievelijk 'Als slachtoffers vinden dat we meer empathie moeten tonen, dan moeten we ons dat aantrekken' - empathie niet als een innerlijke aandrang, maar als een uiterlijke vertoning op bestelling. Het herinnert aan de hulpeloze reactie van communistische partij-apparatsjiks die zich na de val van de Muur geen raad meer wisten.

Wat het marxistisch-leninisme was voor de Partij van Rusland, is de scholastiek voor de kerk van Rome: de onfeilbare heilsleer die de institutie boven de mens plaatst, want net als de partij heeft de kerk, ondanks feitelijk falen, altijd gelijk.

Het probleem waarmee zij kampt, is namelijk veel breder dan homoseksualiteit alleen; het gaat om haar verkrampte omgang met de menselijke driften in het algemeen. Sinds Augustinus geldt seks als iets uitgesproken zondigs - vandaar de onaantastbaarheid van het celibaat. Alleen voortplanting is een excuus. Alles wat daaraan niet dienstbaar is en slechts het genot zou dienen, is taboe, zoals homoseksueel geslachtsverkeer. Dit verklaart ook de pauselijke pogingen anticonceptie te verbieden.

De fundamentele moraaltheologische paradigmawisseling bij de overgang van de Oudheid naar de Middeleeuwen ligt hier. De steile christelijke God met het 'Gij zult niet echtbreken' als zevende gebod overwon de wellustige en permanent zelf overspelige oppergod van de oude Romeinen.

Het essentiŽle daarvan moet ook Galilei intuÔtief hebben aangevoeld toen hij in 1610 aan de nieuw ontdekte vier grootste manen van de planeet Jupiter de namen van vier van diens buitenechtelijke scharreltjes gaf, te weten Europa, Io, Callisto en Ganymedes - de laatste een schone jongeling. En Galilei had, indien hij toen reeds op nog meer manen was gestoten, in die geest nog wel even voortgekund. Indien de grootste planeet van ons zonnestelsel daarentegen niet aan de opperversierder van de Olympus, maar aan de Almachtige zou zijn gewijd, had Galilei voor die satellieten vast niets anders dan vier geslachtloze aartsengelen weten te verzinnen.

Wat de kerkelijke omgang met homoseksualiteit betreft, komt daar nog iets cruciaals bij. Het celibaat en het daaraan gekoppelde homosociale karakter van de priesterkaste heeft vanouds een grote aantrekkingskracht uitgeoefend op mannen voor wie het huwelijk op grond van hun eigen geaardheid weinig perspectieven bood.

Erotische gevoelens kunnen in de rooms-katholieke kerk, die in aankleding en ritueel niet het verstand, maar de zinnen beroert, makkelijk door esthetische vervorming worden gesublimeerd. Een sprekend voorbeeld vormt de Nederlandse medialieveling Antoine Bodar, inclusief diens aanbod voor de zonden van zijn collega's boete te doen.

Ten minste sinds de dagen van kunstschilder RafaŽl spat juist in het Europese land met de meest dubbele katholieke moraal, ItaliŽ, in kerkgebouwen de zinnelijkheid van alle schilderingen met geloofsmartelaren af. Niet toevallig voelde Gerard Reve zich er zo sterk toe aangetrokken.

Het is een publiek geheim dat een substantieel deel van de katholieke clerus bestaat uit homoseksuelen die niet uit de kast zijn gekomen. Indien zij, zoals in steeds meer westerse landen, op legale wijze onderling liefdesrelaties kunnen aangaan, verdwijnt voor velen de reden tot vlucht in het priesterschap, waarop de celibataire kerk voor een belangrijk deel is gebouwd. Dat verklaart mogelijk haar homofobe felheid op dit moment.

Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus.



Naar Allochtonen, vijfde colonne , Allochtonen lijst , Allochtonen overzicht , of site home .

[an error occurred while processing this directive]