De Volkskrant, 22-02-2011, door Adri Duivesteijn 23 feb.2011

Discriminatie of bot taalgebruik?

De taal die de PVV bezigt, is nieuw in de politiek en jaagt schrik aan door een ongekende absoluutheid.

Adri Duivesteijn | De auteur is lid van de PvdA en wethouder duurzame ruimtelijke ontwikkeling in Almere.

Tussentitel: Vocabulaire van de PVV tekent een beperkt wereldbeeld

Vorige week werd het proces tegen PVV-fractievoorzitter Geert Wilders - waarin hij terecht staat voor groepsbelediging en het aanzetten tot haat en discriminatie - hervat. Maar is de werkelijke vraag niet of er binnen het parlementair stelsel sprake is van een nieuwe, ons onbekende manier van communiceren? Laten we zeggen van een nieuwe taal die zich kenmerkt door het ontbreken van enige nuance of relativering, die geen spoor van twijfel kent, en die zich voornamelijk uit in absolute termen?
    Laat ik deze vraag beantwoorden aan de hand van mijn ervaringen in Almere, waar de PVV na de raadsverkiezingen in 2010 de grootste fractie werd. Hier is een grote breuk in de manier van communiceren ontstaan. Een ontwikkeling die al voor de verkiezingen bewust door de PVV is ingezet.
    Met de komst van deze partij veranderde Almere van de ene op de andere dag in een 'orgie van geweld', aldus PVV-Kamerlid en fractievoorzitter in Almere Raymond de Roon. Terwijl in werkelijkheid sprake was en is van een aantoonbaar veilige stad.
    Vervolgens had de PVV voor elk incident een passende kwalificatie. Raddraaiers werden 'opgewaardeerd' tot 'straatterroristen', vechtende jongeren werden neergezet als 'tuig' of 'geteisem', regelmatig vooraf gegaan door 'Marokkaans'.
    Consistentie bestaat niet in het vocabulaire van de PVV. Waar het gaat om de groei van Almere, wordt op lokaal niveau gepleit voor een 'pas op de plaats', omdat de PVV wel achttien vraagtekens bij 'hun' regeerakkoord plaatst. Niet veel later stelt de PVV dat 'wij de Schaalsprong niet willen'.
    In het daarna verschenen provinciale verkiezingsprogramma spreekt de PVV zich daarentegen positief uit over de Schaalsprong, maar 'de volwaardige ontsluiting van heel Flevoland is een absolute voorwaarde'. Om op nationaal niveau niet thuis te geven, op het moment dat de Tweede Kamerfractie van de PVV de doorslaggevende stem kan leveren als het gaat om de verdubbeling van de Flevolijn. Drie bestuurslagen, drie gezichten. Welke partij doet het de PVV na?
    Voor het oplossen van de 'grote problemen van deze tijd' gebruikt de PVV oorlogstaal. Een hostel voor onder andere drugverslaafden met psychiatrische problemen wordt een 'spuithotel', het 'instellen van een avondklok' is volgens de PVV een passend antwoord op een jongerenrel en er moet een 'levenslang busverbod komen voor lieden die geweld tegen buschauffeurs gebruiken'.
    Het kan niet op; het wachten is op lijfstraffen en verbanning. In Binnenlands Bestuur geeft raadslid Jenny Zerfowski, naar eigen zeggen een echte 'Ingrid', al een voorschot: 'Over drie jaar zijn wij zo groot dat we wel in de coalitie moeten komen, en dan gaan we rammen.'
    Een jaar PVV in het Almeerse gemeentebestuur maakt duidelijk dat er definitief twee verschillende manieren van politiek bedrijven zijn ontstaan. Aan de ene kant een manier, waarin de schoonheid van de rede tot uitdrukking komt en waarin een onopgelegde plicht tot argumentatie leidt tot het overbruggen van (ideologische) tegenstellingen. Terwijl aan de andere kant zonder enige schroom wordt gekozen voor keiharde polarisatie. De PVV heeft het debat gereduceerd tot het enkelvoudig zenden van boodschappen.
    Even leek er hoop op een open dialoog. Toen De Roon tijdens de installatie van de nieuwe raad aangaf dat landelijke en ook Almeerse politici de 'PVV graag wegzetten als domme, onnozele, achterlijke racisten, als rancuneuze types, als mensen die gewoonweg niet willen luisteren', impliceerde hij open te staan voor een discussie en debat.
    Maar is er door hem en zijn fractiegenoten werkelijk voor een dialoog gekozen wanneer zij de rest van het Almeerse gemeentebestuur aanspreken met 'gifgroen' (GroenLinks raadslid), met 'liegende bestuurders' en met 'nepdemocraten'?
    Het tegendeel is het geval. De PVV kiest onverkort voor het generaliseren, het stigmatiseren en het diskwalificeren van iedereen die het niet met de partij eens is. De vrijheid van de PVV is weinig anders dan de onvrijheid van iedereen die anders denkt.
    Het vocabulaire van de PVV geeft meer en meer inzicht in het wezen van de partij. Het laat een zeer beperkt wereldbeeld zien. Het is hier niet de wereldburger die spreekt, maar iemand die bang is voor de wereld. Het is niet de taal van iemand die grenzen opzoekt, maar van de burger die grenzen afbakent en bewaakt, en die daarbij alle fatsoensgrenzen overschrijdt.
    Maar is dit taalgebruik, deze manier van politiek bedrijven nu gelijk aan haatzaaien? Aan discriminatie? Ik heb eerder de neiging het als een ethisch vraagstuk te beschouwen. Is dit hoe onze ideeŽn over beschaving, over normen en waarden, over waardigheid hun vorm krijgen? Het proces tegen Wilders vertegenwoordigt voor mij niet zozeer een juridisch conflict, maar hoofdzakelijk een morele strijd.
    Wellicht mag de taal van de PVV binnen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting vallen, maar, en ik zeg het de vader van Theo van Gogh - woorden die tijdens de begrafenis van zijn vermoorde zoon werden aangehaald - na: 'je mag het wel zeggen, maar je hoeft het niet zo te zeggen.'




Naar Menswetenschappen, regels , Menswetenschappen, huidig , Wetenschap, lijst  , Wetenschap overzicht , of site home

[an error occurred while processing this directive]