De Volkskrant, 10-01-2015, door Arabiste Annabell van den Berghe (28), werkt sinds 2009 als journalist in het Midden-Oosten voor Vlaamse, Nederlandse en Engelstalige media 2010

Bestrijd IS, ronsel zelf

Het Westen staart zich blind op de uitkomst van radicalisering: terreur. Beter is het, betoogt Annabell Van den Berghe, om met (potentiŽle) SyriŽstrijders in gesprek te blijven.


'Rot op', zei een woedende Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo. Als je er niet tegen kunt dat humoristen een krantje maken, als je je keert tegen de vrije samenleving, dan heb je volgens hem hier niets te zoeken. 'Er is misschien een plek in de wereld waar je tot je recht kunt komen. Verdwijn, als je in Nederland je plek niet kunt vinden.'

Aboutaleb kreeg er van velen de handen voor op elkaar. Begrijpelijk, want wie is er niet woedend en wanhopig over deze barbaarse aanslag? En toch geeft Aboutaleb hiermee de verkeerde boodschap. Die jongens moeten niet worden weggestuurd, we moeten juist veel meer met ze gaan praten.

Want wat zijn dat voor jongens die zich afzetten tegen de westerse samenleving, die radicaliseren en van wie er inmiddels duizenden uit Europa naar SyriŽ en Irak zijn vertrokken?

Vaak zijn het jonge twintigers, die op een kruispunt in hun leven zijn aanbeland, die de weg naar SyriŽ en radicalisering vinden. Ze komen niet alleen uit de marge van de maatschappij; ook hoogopgeleide moslims, onder wie bekeerlingen, zijn op die leeftijd op zoek naar een houvast. Dat diploma blijkt maar al te vaak de deuren niet te openen die jonge twintigers in gedachten hadden. Daarin zijn deze jongeren niet uniek. Maar zij leven tussen twee culturen. Daardoor zijn ze vaker in verwarring. Ze worden minder gehoord. En er wordt hun een radicaal alternatief aangeboden.


Ongeleide projectielen

Waar in onze westerse samenleving alles mogelijk is, maar tegelijk zoveel verwachtingen worden gesteld, vatten jongeren vaak als ongeleide projectielen een razend moeilijke zoektocht aan. Met de duidelijke richtlijnen over wat goed en kwaad is en een stel regels die de mogelijkheden en verwachtingen inbindt, biedt het zelfuitgeroepen kalifaat een uitweg. Bovendien belooft IS aan al wie gehoorzaamt wťl een plek in zijn maatschappij.

Ronselaars spelen in op gevoelens als onthechting, verontwaardiging en isolement. Uit gesprekken met jongens die op het punt stonden te vertrekken leid ik af dat religie in het begin vaak slechts zijdelings een rol speelt. Ze nemen de wapens niet op uit naam van Allah, maar omdat ze dromen van een betere wereld. Ze zijn oprecht verontwaardigd over de gebeurtenissen in het Midden-Oosten. Voor velen van onze jongens begon de strijd in SyriŽ als een vorm van zingeving, omdat niemand anders het opnam voor de talloze onschuldige slachtoffers van de oorlog.

Pas wanneer ze zich een tijdlang ondergedompeld weten in de wereld van terreur, moord en wraak vinden zij in de religie een rechtvaardiging. Religie werkt als bindmiddel voor de jongens, het is hun gezamenlijke houvast en tevens de verantwoording voor hun daden.


In de kiem

Vanzelfsprekend is er geen excuus voor de misdaden die deze jongens begaan. Iedereen moet verantwoordelijk worden gehouden voor zijn daden. Aanslagen zoals eerder deze week in Parijs moeten we blijven veroordelen en mogen nooit verworden tot de norm, zoals in SyriŽ en Irak helaas al te vaak het geval is. Maar de focus van het Westen ligt nu bijna uitsluitend op die terreurdaden, die het resultaat zijn van de radicalisering. We hebben het telkens over meer veiligheidsmaatregelen en een steeds hardere en strengere aanpak voor terugkerende SyriŽstrijders, maar om radicalisering tegen te gaan, om extremisme in de kiem te smoren, moeten we in gesprek blijven.

Ja, dat klinkt naÔef, maar niets is minder waar: het is naÔef om te denken dat je het probleem oplost door die jongeren op te roepen op te rotten. We kunnen het probleem niet wegsturen en geloven dat het daarmee is verdwenen. De jongens wegsturen is niet eens het probleem verplaatsen, want elders is ook nog steeds hier: grenzen stellen weinig meer voor en de netwerken hier zijn te sterk geworteld en vervlochten met daar. Zelfs zonder terugkeerjongens staan de extremisten in contact met voldoende gegadigden om aanslagen uit te voeren in het Westen. Want zij zijn het die een klankbord bieden ťn de uitweg naar het paradijs. Uiteindelijk zullen we toch moeten inzien dat SyriŽ ook ons probleem is, en radicalisering een probleem op wereldschaal.


Verwarden

Het is dus ons probleem. Om het op te lossen moeten we erkennen dat radicalisering ůůk met onze samenleving te maken heeft. Al is het lang niet de enige reden, een deel van de verklaring ligt bij gevoelens die dieper vervlochten zitten in de maatschappij dan vaak gedacht.

Moeten we nu toenadering zoeken tot terroristen? Met terroristen kun je toch helemaal niet praten? En toch - ik ben ervan overtuigd dat voor velen van de SyriŽstrijders het vertrek een noodkreet was om gehoord te worden. Ja, ze gedragen zich als monsters. Maar dat zijn ze niet altijd geweest, het zijn verwarden die monsters zijn geworden.

Natuurlijk is het niet gemakkelijk om radicalisering te voorkomen - of terug te draaien. Het wordt onmiskenbaar steeds moeilijker met de strijders in contact te komen. Niemand durft nog op de mannen van IS of Jabhat al-Nusra af te stappen. Waar ik twee jaar geleden nog met hen kon praten, riskeer je nu je leven. Toch hebben journalisten menigmaal bewezen dat contact maken met SyriŽstrijders niet onmogelijk is. En ook hier zijn er, helaas, nog genoeg jongeren die plannen hebben om te vertrekken.

Beleidsmakers en politici moeten liever nu dan later de dialoog aangaan met de jongens die vertrokken zijn, de jongens die terugkomen en de jongens die willen vertrekken. De oren blijven sluiten voor degenen die gehoord willen worden, zal alleen tot meer radicalisering leiden. Als we bereid zijn te luisteren, weet ik dat velen zullen spreken. Kennelijk heeft ook het Westen haar imperfecties. Als alles zo perfect was, waarom trekken zo veel jongeren dan naar SyriŽ?

In plaats van de terreuracties als onbegrijpelijk te omschrijven en nog meer politie de straat op te sturen, moeten we blijven proberen het onbegrijpelijke te begrijpen. Pas als we weten wat er omgaat in de hoofden van de extremisten kan op hen worden ingepraat. Het is een kunst die de ronselaars van IS en aanverwanten allang begrepen hebben. En het is een kunst die wij ook moeten willen verstaan. Wat willen we zeggen tegen die verwarde jongeren op het kruispunt? Ga maar, naar die mensen die wel naar je luisteren? Of willen we dat ze ons alternatief blijven horen? Ook wij moeten leren ronselen. En wij moeten daar beter in worden dan IS.




Red:  

 

[an error occurred while processing this directive]