De Volkskrant, 23-08-2014, column door Peter Middendorp .20xx

Isis

Tussentitel: 'Sinds twee maanden moeten we elke ochtend de ramen wassen'

In de Folkingestraat van Groningen bevindt zich een antiquariaat dat al vanaf de oprichting in 1984 'Isis' heet. Sinds de gelijknamige terreurorganisatie - intussen IS genoemd - bloederig opgang maakt in SyriŽ en Irak wordt de boekwinkel dagelijks bespuugd en besmeurd. Ook worden er voldoende bedreigingen geuit.

Nu kun je er eerlijke koffie en houten speelgoed krijgen, vroeger was de Folkingestraat het centrum van de Jodenwijk - sinds ik Joodse Stadjers van Stefan van der Poel heb gelezen, moet ik er in de straat altijd aan denken. In een tabakszaak werden dames verborgen. Wie een sigaar bliefde, werd gevraagd: 'Voor boven of onderen?' De synagoge is hersteld, nadat ze sinds de oorlog lange tijd als wasserette was gebruikt.

De Groningers stonden er overigens bij te kijken toen de Joden werden weggevoerd, langs de straten en de spoorbaan, rijen dik. Uit verzet of voor een verzetje - ik hecht eraan te denken dat het tenminste iets van beide was.

'Je had altijd wel dat ze hun vieze mayonaisevingers aan de ramen afveegden', zei Lyseth, de vrouwelijke helft van het eigenaarsechtpaar. Ze stond achter de toonbank van de smalle, diepe winkel, gespecialiseerd in oude boeken en filosofie. 'Maar sinds twee maanden moeten we elke ochtend de ramen wassen. Spugen, rochelen, viezigheid.' Ze wees. 'Het concentreert zich nu ook precies op die plek.'

In de linkerbovenhoek van de etalage was het symbool van Isis aangeplakt - een tweedimensionale vrouwenfiguur in kleermakerszit, die op schouderhoogte vlakke handen ophoudt. Daaronder de naam van het bedrijf.

'Isis!', riep Theo, de armen wagenwijd. 'De Egyptische moedergodin, de god van het leven.' 'Ja, en van de schoonheid, toch?', zei ik, want ik herinnerde mij ineens dat mijn zus haar eerste schoonheidssalon ook Isis had genoemd. 'Je kunt het zo opzoeken', zei hij. 'Maar dat doen ze niet. Ze weten niks, ze lezen niks, het kan ze niet schelen.'

Hij beschreef hoe ze dagelijks langsgelopen komen, mannen van alle leeftijden. Ze zien de naam van de winkel staan, schrikken zich een hoedje, worden dan plotseling heel erg boos en beginnen te roepen. Soms steekt iemand van een afstandje een gebalde vuist naar de winkel op.

'Ze roepen dat ze de boel in de fik zullen steken, dat ze alles kort en klein komen slaan of de ramen in zullen gooien. Maak je maar geen zorgen, roepen ze. Wij komen vanavond echt nog wel even terug!'

Hij boog voorover om een aansteker te pakken. 'De oeverloze domheid van mensen', zei hij. Zijn onderlip maakte zich los van het ondergebit, zoals wel vaker gebeurt als we over miserabele zaken spreken. 'Daar moet je bang voor zijn.'

Buiten probeerde ik met de ogen van passanten naar de boekwinkel te kijken. Ik deed wat ik kon, maar het was toch echt een boekwinkel. Geen twijfel mogelijk. Je moest echt je best doen om je te vergissen. Een goeie boekwinkel ook. Geen stapels in de etalage, elk boek kreeg er zijn eigen ruimte. Im Westen nichts neues van Remarque bijvoorbeeld, en een essay van John Locke, 'concerning human understanding'.


 

Naar Cultuur, gelijkheid , Albanese cultuur , Sociologie lijst , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]