Elsevier.nl, 10-10-2015, door Syp Wynia  2014

Meebuigen met de moslims: hoe de islam Nederland verandert

Nederland telt al veel moslims, en door de komst van asielzoekers uit Syrië worden dat er alleen maar meer. Dat de islam Nederland – van zichzelf geneigd tot aanpassen – verandert, is ­zeker.

De islamisering van Nederland is een beladen begrip, niet in de laatste plaats omdat Geert Wilders het tegengaan van die islamisering tot politiek speerpunt heeft gemaakt. Maar dit wil niet zeggen dat die islamisering niet bestaat.

In elk geval demografisch is dat het geval. Een gestaag toenemend deel van de ­bevolking vindt zichzelf moslim. Dat aandeel groeit door immigratie en tegenwoordig vooral door de toestroom van immigranten die als asielzoeker binnenkomen.

Deze immigranten nemen hun gewoonten, tradities, folklore, denkbeelden en hun religie mee. En de religie – de islam, in de meeste gevallen – vormt vaak de basis van de gewoonten, waarden en normen.

De geïmporteerde opvattingen en reflexen verschillen vaak nogal van wat in Nederland gangbaar is. Dat wil zeggen: heden ten dage. Veel opvattingen die moslims nu meenemen, wijken niet zo af van wat in Nederland vijftig jaar geleden gangbare opvattingen waren.

De Nederlanders van toen stonden gemiddeld ook afwijzend jegens homoseksualiteit. De ­gelijke berechtiging van de vrouw was allerminst vanzelfsprekend, scheiden was een met schande beladen uitzondering, seks voor het huwelijk was in brede kring een ­taboe, het maagdelijke huwelijk werd geacht de standaard te zijn, en verlichte gedachten over abortus en euthanasie moesten nog ingang vinden.

Naast een demografische is er dus ook een culturele islamisering en die confronteert Nederland met de terugkeer van denkbeelden die doorgaans met liefde zijn verlaten. Dat leidt uiteraard tot ergernis, zoals het ook niet helpt dat nogal wat moslims, leunend op de islam of anderszins, een afkeurende houding jegens hun land van aankomst etaleren en nauwe banden blijven onderhouden met het land van herkomst.

De nog steeds jonge islamitische bevolkingsgroep is bovendien assertief. Moslims eisen hun plaats op, klagen – zeker in de beeldvorming – nogal gauw over discriminatie, eisen het toestaan van islamitisch geïnspireerde kleren, bouwen dominante moskeeën en stellen eisen op het gebied van eten en bidden, ook in publieke gebouwen.

Dat overheden van herkomstlanden (Marokko, en vooral Turkije) dat soort eisen ondersteunen en hun emigranten blijvend in hun invloedssfeer willen houden, maakt het er niet beter op. De islamisering wordt op begrijpelijke gronden niet al te vaak als een verrijking gezien, maar eerder als een Paard van Troje.

Getal

De islamisering voltrekt zich via de macht van het getal, via de stembus bijvoorbeeld. Dat weegt vooral in steden met veel moslims zwaar. De islamisering voltrekt zich ook vanuit de hoofdsteden van herkomstlanden. Turkije runt de meeste Turkse moskeeën in Nederland en de Marokkaanse overheid houdt onder meer grip via de grootste Marokkaanse moskeekoepel.

De islamisering verloopt ook vanuit rijke Arabische Golfstaten en Saudi-Arabië, van waaruit openlijk dan wel in het geniep moskeeën worden gefinancierd, zoals de Blauwe Moskee in Amsterdam en de Essalammoskee in Rotterdam, die beide banden onderhouden met de radicale Moslimbroederschap.

Ook de dreiging van terreur uit islamitische kring verandert Nederland. Die vergroot de invloed van zich als gematigd presenterende moslims, die als remedie bijvoorbeeld islamitisch onderwijs op open­- bare scholen eisen, om de ‘goede’ islam te onderwijzen. De dreiging van (islamitische) terreur leidt niet alleen tot angst. Veiligheidsmaatregelen leiden ook tot verlies van privacy en maatschappelijk vertrouwen.

Dan is er nog de zelfislamisering, weinig opgemerkt maar hoogst aanwezig. Volgens de socioloog Ruud Koopmans, die ook veel in Duitsland werkt en op Europese schaal onderzoek doet, is er geen land in Europa waar moslims zo veel rechten hebben als Nederland. Waarbij die rechten zowel door moslims kunnen zijn verworven als hun in de schoot geworpen.

De lijst van voorbeelden van meegaand gedrag jegens moslims en de islam vanuit overheden, instellingen, bedrijven, scholen en kerken groeit met de dag. Gemeenten subsidiëren moskeeën, verlenen bouwvergunningen voor culturele centra die nadien moskeeën blijken (zie ‘Hoe de islam Nederland verandert’ op pagina 35).

De Amsterdamse burgemeester Job Cohen (PvdA, 2001-2010) was van mening dat de integratie van moslims prima via de ­moskee kon verlopen. Integratie-minister Ella Vogelaar (PvdA, 2007-2008) riep dat de islamitische vastenmaand ramadan een jaarlijks evenement voor heel Nederland was.

Bedrijven dringen er bij de overheid op aan om vooral vriendjes te blijven met islamitische regimes uit angst om orders te verliezen. Minister Lodewijk Asscher (PvdA, Integratie) kondigde een jaar geleden aan de Turkse moskee-organisaties in Nederland te zullen controleren (‘monitoren’). Die clubs bleken dit jaar plotseling samenwerkingspartners bij de integratie te zijn geworden. Haatimams worden zelden het land uitgezet. Bezoekende haatpredikers krijgen in de regel probleemloos een visum.

Waarom juist Nederland meegaand is, is nooit onderzocht, maar laat zich wel duiden. Zo is er de macht van het getal. Van alle Nederlanders is zo’n 6 procent moslim, in 2050 is dat naar verwachting bijna 10 procent, met hoge concentraties in sommige stadsdelen. Het is te verwachten dat in delen van steden waar moslims in de meerderheid zijn, zij zich steeds meer als de meerderheidscultuur zullen gedragen.

Bondgenoot

Er is ook de religieus, politiek of door kosmopolitische wereldbeelden aangestuurde Nederlandse naïviteit. Waarbij het niet helpt dat de rest van Nederland snel ontkerkelijkt en weinig kaas heeft gegeten van de betekenis van religie voor wie religieus is en al helemaal voor wie orthodox religieus is. Orthodoxe, laat staan fundamentalistische (christelijke) gelovigen zijn een kleine minderheid, maar in islamitische kring ligt dat heel anders. Uitgerekend progressieve christelijke voorlieden zien in de islam een bondgenoot.

Verder zijn er de postkoloniale en post-Holocaust-trauma’s die ertoe bijdragen dat iedere immigrant – de arme voorop – als een hulpbehoevend wezen wordt gezien. Vandaar het lang populaire adagium van ‘de integratie die van twee kanten moet komen’, dat culturele verschillen ontkent. Niet alleen de immigrant, ook Nederland als zodanig en de autochtoon in het bijzonder dienden zich aan te passen volgens het nog niet verdwenen ideaal van de multiculturele samenleving.

Het tot schuldgevoel neigende calvinisme biedt een andere verklaring. De ‘feminiene’ Nederlandse karaktertrekken zijn in beginsel een zacht eitje voor een collectivistische, masculiene, op eer en schaamte gerichte cultuur die bovendien de eeuwigheid als horizon heeft. De Nederlandse morele superioriteit is niet opgewassen tegen de islam.

Hoe dan ook: de islam is er, zal blijven en groeien. De islam komt van buiten, maar wordt, anders dan integratie-optimisten denken, niet per se zwakker omdat hij zou worden aangelengd met alles wat Nederlands is. Handige woordvoerders uit islamitische kring bespelen de Nederlandse volksaard door hun versie van de islam als probaat middel tegen zowel misdaad, terrorisme als ander ongerief aan te bieden.

Overheidsfunctionarissen trappen graag in de belofte uit islamitische kring dat hun activiteiten zijn gericht op integratie, werk of de ontmoeting met andere bevolkingsgroepen, terwijl ze dienen als platform om de Koran uit het hoofd te leren of de taal van het herkomstland bij te spijkeren.

De islamitische gemeenschappen zijn internationaal en blijven dat ook, geholpen door goedkope vliegverbindingen, satelliet- tv en vooral ook internet, tevens hét instrument voor snelle radicalisering van jonge moslims. Naarmate gemeenschappen groter zijn, kunnen ze meer op zichzelf en minder op de buitenwereld gericht zijn. Dat na een halve eeuw immigratie van Turken en Marokkanen nog steeds slechts één op de tien huwelijken buiten de eigen kring wordt gesloten, is een helder signaal.

Nederland islamiseert, ook al is het geleidelijk. Er is de druk van buiten, door immigratie, door de invloed van islamitische landen, door de angst voor geweld. Maar er is evenzeer de zelfislamisering: door naïviteit, onkunde, kortzichtigheid en wegkijkende ontkenning.


Tussenstuk:
Gesubsidieerd op koranles

Tien jaar geleden besloot het Amsterdamse stadsdeel Oost-Watergraafsmeer een ‘multifunctionele voorziening’ te bouwen die plaats bood aan ‘activiteiten gericht op toeleiding naar werk’. Ook zouden er twee ‘migranten­organisaties’ onderdak krijgen. Door dat ‘toeleiding naar werk’ konden de stichtingskosten voor de gemeente (zo’n 4 miljoen euro) voor een deel (zo’n 1,4 miljoen euro) met Europese subsidies worden gecompenseerd.

Nadat het gebouw (De Verbinding) openging, bleek de ‘multifunctionele voorziening’ uit twee moskeeën te bestaan, een Turkse en een Marokkaanse. In de bovenzaaltjes werd onder het gesubsidieerde mom van ‘cursussen normen en waarden’ koranles gegeven. In het Turks. De moskeeën betaalden een veel te lage huur, en kregen die in het geniep ook nog gesubsidieerd.

Na vragen uit het Europees Parlement deed de Europese Commissie drie jaar over onderzoek naar de op misleiding gebaseerde Europese subsidie, maar verklaarde deze zomer plotseling dat er niets aan de hand is. Op raadsvragen deelde burgemeester Eberhard van der Laan op 2 oktober mee dat ook de gemeente geen nader onderzoek instelt.

De gemeente verkocht dit voorjaar De Verbinding met groot verlies aan de twee moskeeën. Het Turkse deel is nu eigendom van Diyanet, het Turkse ministerie van Godsdienstzaken.


Naar Allochtonen, vijfde colonne , Allochtonen lijst , Allochtonen overzicht , of site home .

[an error occurred while processing this directive]