De Volkskrant, 06-08-2010, door Janny Groen 7 aug.2010

Nu eens even geen slecht nieuws over Somalië, graag

Jonge biculturele Somaliërs doen het goed en organiseren een feest. Maar de rapporten over de Somalische gemeenschap in Nederland zijn somber. De ‘tweede stroom’ vindt geen aansluiting.

Tussentitel: Veel Somaliërs blijven afhankelijk van een uitkering
                  'In Nederland mondt hulp snel uit in betutteling'

‘Soms is het moeilijk je goede humeur te bewaren’, zegt de Somalische Nederlander Mo Isse Farah (22). ‘Ik heb google alert met de zoekterm Somalië. Elke dag is er slecht nieuws.’ Piraterij, burgeroorlog, terroristische activiteiten van de islamitische beweging Al Shabaab, een Somalische asielzoeker die tijdens een inburgeringscursus een Irakees doodsteekt, een Somaliër die met een bijl het huis binnenvalt van de Deense ‘Mohammed-cartoonist’, krantenberichten over criminele Somaliërs die de nieuwe Marokkaantjes van Nederland zouden worden. Enzovoort.

Zo af en toe, vindt hij, moet er – ‘naast het serieuze debat’ – ook ruimte zijn voor iets leuks. Een feest bijvoorbeeld, dat de verdeelde Somalische gemeenschap in Nederland verenigt. Isse Farah, die de opleiding Media en Entertainment volgt, diende een plan in bij de Rotterdamse Jongerenraad (RJR) en mocht als eerste – op kosten van de jongerenbijdrageregeling – zijn idee gaan uitvoeren. Op 1 juli (precies vijftig jaar na de onafhankelijkheid van Somalië) kwamen in Your Space aan de Rotterdamse Kruiskade zo’n 250 vrolijke Somalische jongeren bijeen om te dansen, te eten, te genieten van cabaret en een modeshow.

De meeste jongeren in Your Space passen niet in het negatieve profiel dat van de gemeenschap bestaat. Ze hebben allemaal hun eigen vluchtelingenverhaal en zien om zich heen de ellende van Somaliërs (jong en oud) die er niet slagen zich aan de westerse cultuur aan te passen. Maar zelf zijn ze redelijk succesvol ‘vernederlandst’, zoals een van hen zegt. Loela Elmi (17), Muna Ali (22) en haar vriendin Ikraam Haji-ali (22) zijn van de ‘ik-generatie’ die weinig op heeft met het diep verankerde stamgevoel.

‘Overal waar je komt, wordt gevraagd: ben je van Somalië of Somaliland?’, zegt Muna Ali die op 12-jarige leeftijd naar Nederland kwam. (Somaliland scheidde zich in 1991 af, zie kader) ‘De jongeren die hier zijn opgegroeid, hebben geen zin meer in die bittere verdeeldheid. We zijn één: Nederlandse jongeren met een Somalische achtergrond.’

Ook Loela Elmi verafschuwt de stammenstrijd, die zich eveneens in de diaspora manifesteert. Zij wil eenheid uitstralen met een T-shirt waarop de vlag staat van Somalië (blauw-wit met ster) én van Somaliland (groen-wit-rood). Ikraam Haji-ali, die 3 jaar was toen ze naar Nederland kwam en in ‘het volstrekt blanke Drenthe’ opgroeide, voelt zich een wereldburger.

Ze studeert internationale business en management en reist de hele wereld over. Ze heeft overal wel familie wonen bij wie ze kan logeren. ‘Ik ben een geïndividualiseerde nomade. En al heb ik dezelfde leeftijd als veel jongeren uit de nieuwe stroom vluchtelingen die naar Nederland komt, ik merk dat ik heel anders ben. Zij hebben alleen maar oorlog meegemaakt, zijn psychisch beschadigd, spreken geen Nederlands, zijn geïsoleerd.’

Die nieuwe jongeren zitten in dezelfde klem als onze ouders die begin jaren negentig naar Nederland vluchtten, denkt Ali, die een opleiding verpleegkunde volgt. ‘Ze zijn alleen maar bezig met wat er in Somalië gebeurt. Ze hebben daar veel familie bij wie ze emotioneel betrokken zijn. En dag in dag uit is er slecht nieuws: aanslagen, bloedbaden, stammenstrijd. Ik vind het zielig voor de ouders en de nieuwkomers. Die zijn niet in staat zich aan te passen aan het hier en nu.’

Vier recente rapporten waarin hun gemeenschap (in Nederland leven tussen de 22 en 27 duizend Somaliërs) wordt doorgelicht, zijn alle uiterst somber van toon. Het jaarrapport 2009 integratie van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) noemt de positie van de Somalische gemeenschap ‘het meest zorgelijk’ van alle migrantengroepen.

Somalische Nederlanders hebben veruit de hoogste uitkeringsafhankelijkheid, meer dan eenderde van hen tussen de 15 en 65 jaar heeft een bijstandsuitkering. Somalische jongeren doen het het slechtst op school en hebben de meeste kans op schooluitval. Van alle migrantenkinderen leven de Somalische het vaakst in éénouderhuishoudens. En veel Somalische jongeren zitten in de criminaliteit. Ze worden veelvuldig – in 2008 vaker dan jongeren van Marokkaanse of Antilliaanse komaf – doorverwezen naar HALT-bureaus.

Rapporten over qatgebruik (Trimbos Instituut), radicalisering (IVA) en een algemene maatschappelijke verkenning (Regioplan) schetsen eenzelfde mistroostig beeld. ‘Van een georganiseerde vorm van radicalisering is nog geen sprake’, zegt Hans Moors, een van de IVA-onderzoekers. ‘Veel verontrustender is de GGZ-problematiek. Er lopen hier veel gestoorde Somaliërs rond.’

Hij doelt met name op de ‘tweede stroom’ Somalische vluchtelingen, die sinds 2007 naar Nederland komt (zo’n 10 duizend). Daaronder zijn veel twintigers, die een lager opleidingsniveau en een beperktere mate van geletterdheid hebben dan de ‘eerste stroom’ uit begin jaren negentig. Sociale cohesie in deze groep ontbreekt, in Somalië was chaos en anarchie in vrijwel hun hele leven de norm. Bijna zonder uitzondering betreft het oorlogsslachtoffers die zijn opgegroeid in gebroken gezinnen, concluderen de onderzoeksinstituten eensgezind.

Abdimalik Yusuf (37) van de stichting Dalmar, die radiouitzendingen voor de gemeenschap verzorgt, vergelijkt de nieuwkomers met ‘een sluimerende vulkaan die elk moment kan uitbarsten’. ‘Voor de psychische problematiek van die groep is geen aandacht’, zegt Yusuf, die zelf als alleenstaande jongere in 1994 via Kenia naar Nederland vluchtte. ‘Die jongeren zijn getraumatiseerd door de burgeroorlog. De meesten hebben ook nog eens een moeizame vluchtroute afgelegd. Velen hebben onderweg vrienden verloren, die zijn verdronken, neergestoken, aan ziektes overleden. Ze komen hier, spreken de taal niet, hebben geen werk en gaan niet naar school.’

Enkele individuen zijn al ontspoord, zegt hij, zoals de 23-jarige asielzoeker die in april in Goor tijdens een inburgeringscursus zonder enige aanleiding een Irakees doodstak. Yusuf kent meer incidenten: ‘In Gouda vermoordde een Somalische jongere plotseling zijn beste vriend, er zijn er die zelfmoord hebben gepleegd.’

De nieuwkomers zijn een gevaar voor zichzelf en voor hun omgeving, zegt hij. Criminaliteit, radicalisering, ontspoord gedrag, liggen op de loer. Yusuf vindt dat die jongeren professionele hulp moeten krijgen zodra ze voet op Nederlandse bodem zetten. ‘Totdat ze op eigen benen kunnen staan. Zonder begeleiding gaan ze niet naar school. Ze worden lethargisch, kauwen de hele dag qat en worden afhankelijk van een uitkering.’

Psychische hulp moet standaard worden aangeboden, vindt Yusuf. ‘Somaliërs gaan niet uit zichzelf naar de psychiater. We zijn een trots volk.’ Het stoort Yusuf dat de Somalische gemeenschap vaak wordt vergeleken met andere migrantengroepen. ‘Onze jongeren worden de nieuwe Marokkaantjes, lees ik dan. Maar wij zijn geen economische migranten, we zijn vluchtelingen. Die brengen andere problemen met zich mee.’ Dat politiek Den Haag niet gealarmeerd reageert op berichten over ontspoorde Somaliërs, komt volgens Yusuf omdat het een kleine gemeenschap betreft. De overlast is niet zo massaal als die van bijvoorbeeld de Marokkanen.

Ook Guled Yusef Ahmed (40), medeoprichter van de Nederlands-Somalische stichting Nedsom, herkent de psychische nood bij veel Somaliërs. Overigens ook bij ouderen uit de ‘eerste stroom’. Toch is hij geen voorstander van een standaard GGZ-hulppakket. ‘In Nederland mondt hulp snel uit in betutteling. Zo’n softe aanpak past niet in onze cultuur’, zegt Ahmed, die eind 1993 naar Nederland vluchtte. Hij is voor psychische hulp op maat, voor degenen die het echt nodig hebben.

De Nederlandse betutteling ligt volgens hem ook ten grondslag aan het vertrek van zo’n 10 duizend Somaliërs naar Engeland. In 2001 woonden nog 30 duizend Somaliërs in Nederland. Velen hielden het hier voor gezien. Ze vestigden zich in steden met grote Somalische gemeenschappen, in Londen, Birmingham en Leicester. ‘Onderwijs, gezondheidszorg en huisvesting zijn in Nederland beter geregeld. Dat beamen de vertrekkers ook’, zegt Ahmed, die in 2004 de ‘Hollandse Somaliërs’ in Leicester bezocht. ‘Ze keerden Nederland de rug toe omdat ze genoeg hadden van de bemoeizucht. Ze werden zielig gevonden en dom, hadden hier geen perspectief.’

Veelzeggend vindt hij de onderzoeken waaruit blijkt dat veel Somaliërs in Nederland uitkeringsafhankelijk zijn en blijven. ‘In Engeland wordt hun ondernemingszin beter gewaardeerd en kunnen ze, zonder al te veel problemen, winkeltjes beginnen.’

Last van de Nederlandse betutteling heeft Muna Ali hoegenaamd niet, zegt ze op het Somadag-feest in Rotterdam. ‘Onze ouders misschien wel. Die spreken geen of slecht Nederlands. Hun kwaliteiten worden niet zo snel gezien.’ Ze kent landgenoten die naar Engeland zijn gegaan en daar een kapperszaakje of restaurantje zijn begonnen. ‘In Engeland is het wellicht gezelliger, daar wonen meer Somaliërs bij elkaar. Maar de sociale druk is daar ook veel groter.’

Ook de vader van Isse Farah is naar Groot-Brittannië vertrokken. ‘Zijn vluchtelingendroom achterna’, zegt zijn zoon. ‘In een land waar ze Engels spreken een eigen winkel beginnen. Maar gelukt is het hem nog niet.’

Isse Farah is in zijn eentje in Nederland achtergebleven. Engeland trekt hem niet. ‘Als je je schouders eronder zet, kun je overal slagen’, zegt hij. Zelf is hij daar het levende bewijs van. Tot zijn tiende woonde hij in Somalië. Hij was een herdersjongen, zonder opleiding. In 1998 kwam hij in het kader van de gezinshereniging via Ethiopië naar Nederland, waar zijn vader zich al had gevestigd. Hij kon niet aarden in het gezin van zijn vader en piepjonge stiefmoeder. Zes jaar woonde hij bij pleegouders. ‘Een tof gezin, dat me stimuleerde de havo te doen.’

Door die moeilijke start in Nederland, keerde hij zich aanvankelijk af van de Somalische gemeenschap. ‘Ik was boos en teleurgesteld. Toch kon ik Somalië niet achter me laten. Mijn moeder woont er nog, al heb ik met haar geen contact meer.’ Hij wil zich nu, als biculturele Nederlander, ook inzetten voor zijn vaderland. Opbrengsten van het feest, heeft hij besloten, gaan naar een stichting die wederopbouwprojecten steunt in (veilige delen van) Somalië.

Jongeren als Isse Farah kunnen een rolmodel zijn voor de geteisterde gemeenschap, denken Yusuf en Ahmed. En andere succesvolle landgenoten, artsen, zakenlieden, academici.

Ook in andere landen hebben jonge Somaliërs last van de continue stroom negatief nieuws, zegt Yusuf. Hij is betrokken bij uitwisselingsprogramma’s met jonge Somaliërs in Zweden, Denemarken, Noorwegen, Groot-Brittannië en Nederland. ‘Leidraad is de jongeren in de diaspora te motiveren een bijdrage te leveren aan de westerse maatschappij. We werken aan internationaal actief burgerschap.’

Isse Farah, Muna Ali, Loela Elmi en Ikraam Haji-ali hebben geen behoefte rolmodel te zijn. Ze houden zich gewoon met hun eigen zaken bezig. Zelf zeggen ze zich ook aan niemand te spiegelen. Hoewel, er is een persoon die de hele diaspora inspireert: K’naan. Haji-ali: ‘Je weet toch, die Somalische Canadees die de WK-song Waving Flag heeft geschreven. Die bestormde overal de Top-tien.’


Tussenstuk:
Onafhankelijke democratie in Somaliland

‘Somalië uitzichtloos? Het ligt eraan wie je spreekt’, zegt Guled Yusuf Ahmed van de Nederlands-Somalische stichting Nedsom. Somalië wordt als een negatief, chaotisch blok gezien. Weinig Nederlanders beseffen volgens hem dat het in 1991 afgescheiden Somaliland ‘een democratie is’. Begin juli wint daar de oppositiekandidaat de presidentsverkiezingen, die volgens Amerikaanse waarnemers vreedzaam waren verlopen. Maar de onafhankelijkheid van Somaliland wordt internationaal niet erkend.

Somalië, een fusie van de voormalige Britse en Italiaanse koloniën, werd in 1960 onafhankelijk. In oktober 1969 pleegden officieren van het leger onder leiding van generaal Siad Barre een coup. Na de val van Barre in 1990 kwam een ‘eerste stroom’ vluchtelingen naar Europa.

In 1998 maakte Puntland (in het noordoosten) zich ‘tijdelijk’ los, met de intentie aan elke Somalische verzoening deel te nemen om een nieuwe centrale overheid te vormen. Vier jaar later volgde, met hetzelfde oogmerk, de tijdelijke afscheiding van Zuidwest-Somalië. De centrale regering van president Abdullah Yusuf Ahmed in de hoofdstad Mogadishu is sinds 2007 gewikkeld in een strijd om de macht met de ultraorthodoxe Unie van Islamitische Rechtbanken. Die strijd leidde tot een nieuwe ‘tweede stroom’ vluchtelingen.

 

IRP  Feel good verhaal van Janny naar aanleiding van negatieve berichten,zie Cultuur, gelijkheid, Somalie.

Naar Multiculturalisme, cultuurverraad , Multiculturalisme , Allochtonen overzicht  , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]