De Volkskrant, 23-06-2010, door Janny Groen. 25 jun.2009

Interview| Peter en Ramon, voorheen aanhangers van extreem-rechts

'Zonde van die verloren tijd bij Stormfront'

Binnen anderhalve maand kun je volledig radicaliseren, is de ervaring van Peter. Uit de beweging stappen is een stuk moeilijker en kan wel twee jaar in beslag nemen.

Tussentitels: 'We verbranden een Israëlische vlag en pisten tegen een synagoge'
                   'Wilders? Die werd uitgekotst. Hij heulde met Israël en was niet arisch'

Peter (21) en Ramon (25) kennen elkaar van de extreem-rechtse site Stormfront. ‘Er was een demonstratie in Arnhem gepland’, vertelt Peter. ‘Het was in de zomer van 2004. Ramon en ik kwamen uit dezelfde regio, we zijn samen naar de betoging gegaan. Het was onze eerste.’ Peter had ‘doodnormale kleding’ aan. Ramon was ‘als een skinhead’ uitgedost. ‘Met het symbool van de Vlaamse leeuw, nationaal-socialistisch.’

Beiden waren onder de indruk van de gebeurtenis. Peter: ‘Het gaf een kick, we liepen tussen betogers die er gevaarlijk uitzagen, enorme tattoos hadden en een grote mond.’ Ramon: ‘Met de elite van Blood & Honour.’

Sinds die bijeenkomst zijn Peter en Ramon bevriend gebleven. Samen trokken ze naar ‘extreem-rechtse borrels’, ze folderden voor de beweging. Peter: ‘Overal plakten we stickers op met boodschappen als ‘Baas in eigen land’ en ‘Geen moskee in de wijk’. Ramon: ‘We wilden onze politieke boodschap verspreiden, zieltjes winnen.’

Op een zonnig terras in Utrecht, de stad waar ze vroeger hun borrels hielden, vertellen Peter en Ramon openlijk over hun radicalisering. Ze willen hun verhaal kwijt, voornamelijk uit schuldgevoel over hun foute verleden. Fijne bijkomstigheid zou zijn als extreem-rechtse jongeren op andere gedachten worden gebracht. Maar die kans is klein. ‘Als je er midden in zit ben je heilig overtuigd van je eigen gelijk’, zegt Peter. Om privacy-redenen (hun nieuwe omgeving hoeft niet te weten wat ze hebben uitgespookt) zijn hun namen gefingeerd.

Ze zijn niet op dezelfde manier geradicaliseerd. Ramon belandde in het circuit via de muzikale en Peter via de politieke weg.

Ramon: ‘Ik was een figuur die extremen zocht, was fan van black metal. Naarmate ik extremer werd in mijn muzieksmaak, hield ik steeds minder vrienden over.’ Hij kickte op National-Socialist Black Metal (NSBM), een ‘satanische’ stijl. ‘Die kwam vooral uit Duitsland en het Oostblok. In Nederland waren NSBM-bandjes niet zo bekend. Ze speelden – vaak onder een valse naam – in zaaltjes in het oosten van het land.’

Tijdens die concerten werd extreem-rechtse propaganda verspreid, zegt Ramon: ‘Kleding en cd’s over de Kristallnacht (in 1938 door de nazi’s georganiseerd geweld tegen de Joden – red.) en van de Griekse band Der Stürmer (vernoemd naar het lijfblad van Julius Streicher, Hitlers antisemitische propagandist – red.) In het begin ging het mij alleen om de muziek, maar naarmate ik ouder werd, kreeg ik meer sympathie voor de teksten.’

Ramon, wiens ouders VVD of CDA stemden, had niet zoveel met politiek. ‘Al was ik als puber wel fan van Fortuyn. Die was lekker extreem vond ik toen. Maar hij is een peuleschil vergeleken bij waar ik later in belandde.’ Een einzelgänger was hij in die tijd, zegt hij. ‘Ik had behoefte aan gelijkgestemden. Daar ben ik naar op zoek gegaan. Op internet. Zo kwam ik bij Stormfront terecht.’

Peter was op zijn 13de al geïnteresseerd in politiek. ‘Ik was heel chauvinistisch, voor Nederland. Ik las alles, De Telegraaf, Trouw, keek televisie, zocht op internet. Ik was fan van Fortuyn, die waarschuwde voor wat allemaal kapot zou gaan in dit mooie land. Toen hij werd vermoord was ik woedend op de gevestigde politieke partijen. Die hadden hem gedemoniseerd. Ik zat in een vriendengroep, jongens tussen de 12 en 15, die er ook zo over dachten.’

Lonsdale-kleding mocht Peter niet dragen van zijn ouders. ‘Op internet bestelde ik heftige T-shirts. Met de tekst Destroy Zionism en een plaatje van een man die een pistool richt op een orthodoxe Jood. Dat shirt verborg ik onder een vestje.’ Hij wist wel dat het geen zuivere koffie was, waar hij mee bezig was. ‘Ik wilde provoceren, stoer doen.’

Peters moeder maakte zich zorgen over zijn ontwikkeling. Zijn vader minder. Peter betrapte hem soms op racistische opmerkingen. ‘Mijn moeder dacht dat het een fase was, waar ik snel weer uit zou komen. Maar ik werd steeds extremer, had nauwelijks vrienden meer. Ik had behoefte aan steun, zocht die op Stormfront.’

En dan gaat het heel snel, zegt hij. Enkele keren per dag surfte hij naar de site. Anderhalve maand later was hij ‘volledig geradicaliseerd’. Peter: ‘Alles wat daar staat, neem je voor waar aan.’ Beiden zeggen dat ze echt het idee hadden op de goede weg te zitten. ‘Wij zagen wat de rest van Nederland niet door had.’

Ramon: ‘Dat de media links en Joods waren, dat de Joden het World Trade Center hadden opgeblazen. Dat de moord van Fortuyn een complot was van de gevestigde orde.’ Peter: ‘De moord op Theo van Gogh was een bevestiging van waar Fortuyn voor waarschuwde. Zie je wel, dachten we, hij had gelijk.’ Ze kenden de jongen die vlak na die moord een islamitische school in Uden in brand had gestoken. Ze hadden sympathie voor die actie. ‘We radicaliseerden heftig in die tijd, dachten zelf ook na over acties.’ Ramon: ‘Je loopt elkaar enorm op te hitsen.’

Ze frequenteerden extreem-rechtse borrels in Utrecht. Peter: ‘Daar werd ontzettend gezopen. Daarna ging de groep de straat op om linkse activisten in elkaar te tremmen. En allochtonen. We hadden een grondige hekel aan anti-fascisten. Meer dan aan allochtonen – die minachtten we. Moslims moesten wel Nederland uit. Maar elders waren ze onze bondgenoten in de strijd tegen de Joden. We verbrandden een Israëlische vlag en pisten tegen een synagoge. Of we sympathiseerden met Wilders? Die werd uitgekotst. Hij had dan wel extreem-rechtse standpunten, maar hij heulde met Israël en was niet arisch. Terwijl wij stonden voor een Verenigd Arisch Europa.’

Uiteindelijk ging het willekeurige geweld in de groep hen tegenstaan. Ramon: ‘Het besef drong door dat we omringd waren door domme blaaskaken, die iedereen die niet bij de groep hoorde wilden afmaken.’

Peter: ‘Al geruime tijd dacht ik, waar ben je helemaal mee bezig. Maar je kunt er niet uitstappen; buiten de groep heb je niemand meer.’

Ramon: ‘Ik kwam op een andere school in aanraking met allochtonen die best aardig waren. Dat zette me aan het denken.’

Het keerpunt kwam toen een borrel uitmondde in een onderlinge vechtpartij, waarbij Ramon betrokken was. ‘Die ruzie heb ik als excuus gebruikt om uit te treden. Via MSN en e-mails heb ik laten doorschemeren dat ik milder was geworden.’ Peter, die Ramons kant koos, is tegelijkertijd opgestapt. Ze werden uitgescholden, afgeschilderd als verraders en bedreigd. Ramon: ‘Er kwamen zelfs dreigtelefoontjes bij mijn ouders binnen.’

Peter: ‘Ik kreeg er schoon genoeg van, ben met een stelletje voetbalvrienden naar het huis gereden van onze bedreiger. Daar hebben we de boel kort en klein geslagen. Daarna is het gestopt.’

Peter viel na die stap in een groot zwart gat. ‘Twee jaar lang was ik verlegen en stil, ik schaamde me.’ Ramon was zwaar teleurgesteld in ‘zogenaamde vrienden die me als een baksteen lieten vallen toen ik hun gedachtengoed niet meer deelde. Dat komt hard aan.’

Nu lopen ze af en toe lopen mee met anti-fascistische demonstraties. Bij de laatste verkiezingen heeft Peter PvdA gestemd en Ramon D66. De jaren in de beweging noemen ze ‘verloren tijd, die we zoveel beter hadden kunnen benutten’.

Of iemand hen voor die misstap had kunnen behoeden? Moeilijke vraag, vinden ze. Peter zegt dat zijn tante hem op het journaal had gezien bij een betoging. ‘Zij heeft flink op me ingepraat. Dat had geen direct effect, maar ik had het wel opgeslagen in mijn hoofd.’

Ramon: ‘Naar leraren, of mijn ouders luisterde ik niet, ik was aan het puberen. Ik had ook voetbalhooligan kunnen worden.’
 

Tussenstuk:
Vele wegen naar radicalisering

‘Extreem-rechtse jongeren hebben echt het gevoel dat ze zich inzetten voor een betere wereld. Dat is een samenleving zonder buitenlanders en zonder Joden.’ Eigenlijk wel schokkend, vinden Ineke van der Valk en Willem Wagenaar van de Anne Frank Stichting deze bevinding uit hun onderzoek In en uit extreem-rechts. ‘Hun ideaalbeeld staat haaks op dat van de reguliere maatschappij.’ Voor hun onderzoek, dat vandaag wordt gepresenteerd, hielden de onderzoekers diepte-interviews met twaalf voormalige extreem-rechtse jongeren.

Opmerkelijk vindt Wagenaar de enorme bereidheid mee te werken. Van der Valk: ‘Ze wilden hun misstap goedmaken. De meesten zaten in een identiteitscrisis en rolden, na hun eerste contact met de beweging, heel makkelijk verder het gedachtengoed binnen. Maar in de beginfase speelt de politieke ideologie nauwelijks een rol.’

Twaalf jongeren (jongens en meisjes) is op zichzelf niet veel. De onderzoekers benadrukken dat deze kwalitatieve studie, die deel uitmaakt van de doorlopende Monitor Racisme & Extremisme, een belangrijke schakel is. Extreem-rechts is een afgeschermde en achterdochtige gemeenschap. Dat milieu was altijd heel moeilijk toegankelijk voor wetenschappelijk onderzoek. Generaliseren willen ze niet. Maar in combinatie met andere onderzoeken zijn er ‘zeker zinvolle uitspraken te doen, waar beleidsmakers iets mee kunnen’.

Gabbers
Ze stellen dat het extreem-rechtse veld in Nederland de afgelopen decennia stevig is veranderd. In de jaren tachtig manifesteerde extreem-rechts zich grotendeels via politieke partijen. De laatste tien jaar is de beweging voornamelijk actief op internet en op straat. In de periode 2002-2007 raakten mogelijk honderdduizend jongeren betrokken bij de gabber-scene (herkenbaar aan hardcoremuziek, uniforme gedragingen, kleding en feestbeleving). Binnen deze jeugdcultuur ontstond een subgroep die er een verscheidenheid aan extreem-rechtse ideeën op nahield.

Van der Valk en Wagenaar zeggen dat er niet één weg is naar extreem-rechtse radicalisering. De een komt de beweging binnen via een vriendschap of liefde, een ander via de muziek of de politiek. Geweld blijkt een belangrijk facet. Van der Valk: ‘De overgrote meerderheid dacht heel negatief over buitenlanders. Sommigen zeiden dat ze een ‘pleurishekel’ hadden aan Marokkanen, of hadden zelf iets vervelends meegemaakt. Die ervaring vertalen ze naar de hele groep. Diezelfde vertaalslag wordt bij een soortgelijk incident met autochtonen niet gemaakt.’

Wagenaar: ‘Sommigen vinden knokken gewoon leuk. Tegengeweld van de anti-fascisten remt niet af, maar versterkt de groep alleen maar.’

Persoonlijk
Een duidelijk recept om de jongeren uit de beweging te trekken, is er niet. De-radicalisering is een persoonlijk proces. De een krijgt genoeg van het zinloze geweld. De ander ergert zich aan de hypocrisie in de groep, die bijvoorbeeld drugs afwijst maar zelf wel gebruikt. Of had een positieve ervaring met allochtonen. Wagenaar: ‘Duidelijk is wel dat de meesten er tijdelijk, tijdens hun adolescentie, bij betrokken zijn. Weinigen gaan er na hun 25ste mee door.’

Van der Valk: ‘Belangrijk is de jongeren niet te isoleren. Zeker in de beginfase, als de ideologie nog niet is verinnerlijkt, kunnen ze worden beïnvloed. Als ze eenmaal geradicaliseerd zijn, laten ze geen tegengeluiden meer toe.’ Maar ook dan heeft het zin naar ze te luisteren en hen voor te houden dat ze hun toekomst vergooien. Wagenaar: ‘Er zitten twijfelaars in de beweging, die niet weten hoe ze eruit moeten stappen.’

De onderzoekers pleiten voor een lokale aanpak. ‘Leerkrachten, jeugdzorg, welzijnswerkers, wijkagenten kennen die jongeren. Zij weten welk vlees ze in de kuip hebben. Je kunt hen trainen om gesprekken te voeren met die jongeren, in de hoop dat de twijfelaars toehappen.
 



IRP:   Twee hele bladzijden.

Naar Multiculturalisme, cultuurverraad , Multiculturalisme , Allochtonen overzicht  , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]