De Volkskrant, Vonk, 23-05-2015, door Maartje Duin .2009

PEN-rel | De angst wordt weggeredeneerd

Tussen helden en lafaards

Initiatiefneemster Maartje Duin legt uit hoe ze verstrikt raakte in de rel over het Festival van het Vrije Woord met Kurt Westergaard en hoe de belangrijkste kwestie ondersneeuwde.


Tussentitel: Eigenlijk staat er al heel lang een man met een kalasjnikov op het Leidseplein. Maar we doen hard ons best om hem te vergeten.

Het is een vreemde gewaarwording wanneer dingen precies zo uitpakken als je had gevreesd. Toen ik na een offline vakantie thuiskwam, bleek een mediarelletje uitgegroeid tot een loopgravenoorlog. Onderwerp: de terugtrekking van schrijversvereniging PEN Nederland uit het Festival van het Vrije Woord, 2 mei in De Balie. Het strijdtoneel was overzichtelijk. In de schuttersputjes aan de ene kant lagen de helden. Zij schoten met scherp via sociale media, in kranten, radio- en televisieprogramma's. Ze leken aan de winnende hand. Aan de overkant hadden de lafaards zich ingegraven. Zij werden met hoon overladen, bedreigd zelfs. Maar in krantenkolommen hadden ze enig terrein veroverd, en de sympathie gewonnen van mensen die het graag voor de underdog opnemen. Spin, overdrijving, onwaarheden: alle wapens werden ingezet. De belangrijkste emotie was echter afwezig: angst. Terwijl het daar allemaal mee was begonnen.

Toen in maart, op een bijeenkomst bij campagnebureau BKB, duidelijk werd onder welke omstandigheden het Festival van het Vrije Woord zou plaatsvinden, schrok ik. Het PEN-vriendenproject, waartoe ik begin 2014 voor PEN Nederland het initiatief nam, was zo onschuldig van start gegaan. Op 2 mei, aan de vooravond van de Internationale Dag voor de Persvrijheid, zouden vijf Nederlandse schrijvers verslag doen van hun correspondentie met collega's uit landen waar censuur heerst. Erik van Bruggen van campagnebureau BKB bood aan de avond te organiseren, Yoeri Albrecht van De Balie hield er een zaal voor vrij. Een paar maanden na die eerste contacten hadden het Comité van de Dag van de Persvrijheid (waaronder de NVJ) en Free Press Unlimited zich bij de organisatie aangesloten. Het Festival van het Vrije Woord was een feit.


Amateuristisch

Tot dan toe geen sprake van angst. Ook niet toen het Comité in november cartoonist Kurt Westergaard voorstelde als hoofdspreker - die van Mohammed met een bom in zijn tulband. De Deen zou kunnen laten zien dat het vrije woord niet alleen wordt bedreigd in landen als China en Cuba, maar ook dicht bij huis. Alle partijen gingen akkoord, ook het bestuur van PEN, dat ik van de vorderingen op de hoogte hield. De logistiek was in handen van BKB, dus ik beperkte me tot verslagen in de trant van: 'Heel gedoe met veiligheidsdiensten allemaal, maar alles onder controle, en o ja, belangrijk: of we tot die tijd de naam Westergaard stil willen houden.' Naïef en amateuristisch? Ja, net als de andere leden van het PEN-bestuur - allemaal vrijwilligers - had ik nooit eerder met zoiets te maken gehad. Achteraf kan ik me wel voor mijn kop slaan dat ik toen niet alerter was.

De Balie-directeur Yoeri Albrecht schudde iedereen in maart, inmiddels post-Charlie Hebdo, post-Kopenhagen, wakker. Hij informeerde de deelnemende organisaties over de forse veiligheidsmaatregelen: geheimhoudingsclausules, poortjes, fouilleringen, kleerkasten met oortjes. Met bonzend hart hoorde ik het aan. Had ik zin om me in één ruimte te begeven met iemand op Al Qaida's dodenlijst? Durfde ik vrienden die net een kind hadden gekregen, nog met goed fatsoen uit te nodigen? Maar ja, dacht ik, dan had ik niet bij een organisatie voor persvrijheid moeten gaan. Dus zweeg ik er maar over.

Wel uitte ik mijn twijfels over het PEN-vriendenproject. Zouden de Nederlandse schrijvers nog wel zin hebben om op te treden? Zou niet alle aandacht naar Westergaard gaan in plaats van naar 'onze' dissidenten?

Toen ik verslag uitbracht aan het dagelijks PEN-bestuur, bestaande uit Manon Uphoff en Aleid Truijens, bleken zij nog banger. Niet alleen voor hun eigen lijfsbehoud. Een evenement met Westergaard, redeneerden zij, zou publiek en genodigde schrijvers blootstellen aan gevaar. Dat risico wilden zij niet nemen.

Er waren ook andere zorgen, bijvoorbeeld om de buitenlandse schrijvers. Die zouden weliswaar niet naar De Balie komen, maar zouden zij in hun thuisland in gevaar komen als hun namen op affiches en in de media in één adem werden genoemd met die van Westergaard? Dan was er de vraag of PEN zich met Westergaard moest associëren. De schrijversvereniging bereikt haar doelen doorgaans met stille diplomatie. De vrees was dat het verwelkomen van een controversiële cartoonist de contacten met islamitische landen zou schaden. Tenslotte vonden Uphoff en Truijens het onelegant dat zij beiden lang geleden een verblijf in het buitenland hadden gepland rond 2 mei. Als er iets zou gebeuren, zouden ze daar zelf niet bij zijn. Alles bij elkaar redenen genoeg om de hakken in het zand te zetten: PEN Nederland trok zich terug.

Dat was nou ook weer niet de bedoeling. In allerijl werd een aantal bijeenkomsten belegd om de samenwerking te lijmen. Het mooie was: in die veilige, besloten sfeer konden de zorgen openlijk worden besproken - en konden er tegenvragen worden gesteld. Zou de komst van Westergaard niet ook juist een positief signaal afgeven aan moslims die voor persvrijheid strijden? Was zo'n signaal nú niet des te belangrijker? En zou het terugtrekken van de PEN-vrienden niet juist alle aandacht naar Westergaard doen uitgaan? Zouden we mensen niet - goed geïnformeerd over de risico's - zelf moeten laten beslissen of ze naar zo'n bijeenkomst wilden gaan?

Een aantal zorgen kon worden weggenomen. Burgemeester Van der Laan had toegezegd bij te dragen aan de kosten voor beveiliging. En Westergaard zou alleen komen als de politie het sein 'veilig' had gegeven. Maar wat je ook regelt, een honderdprocentveiligheidsgarantie geeft de politie nooit. Een gek met een kalasjnikov die vanaf het Leidseplein het vuur opent op mensen, houd je niet tegen.

'Moed is niet de afwezigheid van angst. Moed is het kunnen overwinnen van angst', had burgemeester Van der Laan na de aanslagen op Charlie Hebdo op de Dam gezegd; 2 mei zou hij dit herhalen in De Balie. Maar wat hij er niet bij zei: die overwinning gaat schoksgewijs, vergt tijd, geduld en vertrouwen. Dat vertrouwen was er tussen deze samenwerkende partijen nog niet genoeg.

Lullig detail misschien, maar het hielp niet dat de gesprekken plaatsvonden in afgesloten vergaderzaaltjes - niemand mocht de naam Westergaard horen. Ik stel me voor dat het vertrouwen meer kans had gekregen in een kroeg. 'Zeg Yoeri, jij hebt toch ook kinderen? Wat vindt jouw vrouw er eigenlijk van als je naar zo'n zwaar beveiligde bijeenkomst gaat?' 'Goh Maartje, eigenlijk heb ik geen idee hoe die cartoonrellen in Bahrein zijn verlopen. Kun jij die Bahreinse schrijfster eens vragen hoe we haar boodschap kunnen overbrengen zonder haar in gevaar te brengen?' 'Hé Erik, als ik het zo hoor, is De Balie wel heel lastig te beveiligen. Besparen we onszelf niet veel geld en moeite als we onderzoeken of we in Nieuwspoort welkom zijn?'


Opgeheven potlood

Zo'n gesprek vond niet plaats, de tijd begon te dringen, en een paar dagen later trok het PEN-bestuur zich officieel terug. Daar was ik het niet mee eens, zei ik netjes. Van binnen kookte ik van woede. Niet alleen omdat een samenwerking waarin ik had geïnvesteerd, niet doorging: het voelde alsof ik een moreel baken kwijt was. Wij hadden toch samen met opgeheven potlood op de Dam gestaan? Wij waren het toch eens over de waarden die we moesten beschermen? Zó in de steek gelaten voelde ik mij, dat ik de volgende vergadering mijn vertrek uit het bestuur aankondigde.

Flemming Rose, de voormalig chef kunst van Jyllands Posten, zei eind april in de Volkskrant dat we sinds de rellen in 2006 niet veel vooruit zijn gekomen. Journalisten, cartoonisten en kunstenaars plegen zelfcensuur uit angst voor geweld. Hij bepleitte: 'Wees eerlijk over die vrees. Laten we nu eindelijk het debat gaan voeren over wat die angst betekent voor onze vrije samenleving.' Dat gebeurt nu juist niet, ziet Rose. Integendeel: die angst wordt weggeredeneerd met politiek correcte argumenten.

De maatschappelijke discussie over deze avond werd een schoolvoorbeeld.

De media verdeelden de betrokkenen netjes in helden en lafaards. De helden: burgemeester Eberhard van der Laan en Yoeri Albrecht. De lafaards: PEN Nederland. Zelf liet ik me na lang aarzelen overhalen tot een interview aan Nieuwsuur, met als voorwaarde dat ik niet alleen mijn kritiek op PEN mocht spuien, maar iets kon zeggen over het thema van dit stuk: hoe een basale menselijke emotie tot polarisatie kan leiden, hoe schadelijk dat is voor het debat. Die uitspraken sneuvelden in de montage en nu werd ik met gejuich in het kamp der helden onthaald. Voor even was het geruststellend dat meer mensen erover dachten zoals ik. Maar mijn besluit om op te stappen zou net zo goed laf kunnen heten: je kunt ook binnen een organisatie dingen proberen te veranderen. Daar had ik het geduld niet voor.

Intussen moest het kamp der lafaards zich verweren tegen wat het vrije woord zoal op sociale media vermag. 'Laffe ratten', 'hypocrieten', 'fileren graag, deze Manon Uphoff' - de bedreigende mails heb ik niet eens gezien. Ik weet dat veel politici en BN'ers noodgedwongen een dikke huid hebben ontwikkeld voor dit soort reacties, maar voor wie er nooit eerder mee te maken heeft gehad, zijn ze beklemmend.

Dus gebeurde precies wat Flemming Rose signaleerde. In NRC Handelsblad en Volkskrant lichtten Uphoff en Truijens één aspect uit alle overwegingen die aan het besluit ten grondslag lagen. Het was het moeilijkst te verifiëren argument: in één adem genoemd worden met Westergaard zou auteurs in censuurlanden in gevaar brengen. PEN was dus juist heel verantwoordelijk geweest. De verklaring kreeg bijval van andere schrijvers en werd vergroot door de suggestie dat de buitenlanders 2 mei aanwezig zouden zijn. Een misverstand dat PEN niet wegnam, integendeel: het verspreidde de steunbetuigingen via sociale media.


Onvrij zootje

Wat een zootje, en vooral: wat een onvrij zootje, was dit debat over het vrije woord inmiddels. We waren bang om angst te laten zien. Was dat anders geweest, dan had op 2 mei niet Hans Nijenhuis van nrc.next moeten spreken, maar juist een hoofdredacteur die de Charlie Hebdo-cartoons níét plaatste. In plaats van Hans Teeuwen had Najib Amhali opgetreden, die géén grappen meer over Allah maakt. Dan had Manon Uphoff kunnen spreken zoals ze een week na Charlie Hebdo op het literaire festival Winternachten deed. Voor een volle zaal onderstreepte ze het belang van de steun aan cartoonisten, maar uitte ze ook haar persoonlijke angst: 'De werkelijkheid is dat ik me het liefst onder mijn lakens wil verstoppen.' Hoe ongemakkelijk die woorden ook klonken uit de mond van een voorzitter van een organisatie voor persvrijheid, ze deden wél recht aan de situatie.

Eigenlijk staat er al heel lang een man met een kalasjnikov op het Leidseplein. Maar we doen hard ons best om hem te vergeten. Tot er een aanslag komt of iemand als Westergaard ons bezoekt en er moet worden gekozen: wel of niet toegeven, held of lafaard?

Maar laten we erkennen dat die man buiten staat. Laten we het toejuichen als mensen durven zeggen dat ze bang zijn. Pas dan kunnen we het erover hebben hoe we met die angst om kunnen gaan. Een 'held' heeft misschien wel dezelfde angsten als een 'lafaard'. Een 'lafaard' zou dan misschien een volgende keer een 'held' kunnen zijn.


Tussenstuk:
'Als ze mijn naam maar niet zou noemen'

Voor het PEN-vriendenproject correspondeerden Nederlandse schrijvers met buitenlandse collega's die zuchten onder censuur. In De Balie zouden de Nederlanders daarvan verslag doen. Zo zou Simone van Saarloos vertellen over een Bahreinse schrijfster. Was haar optreden riskant geweest voor haar PEN-vriendin? 'Er zijn mensen voor minder vastgezet en gemarteld', zegt Bahrein-kenner Anne de Jong (UvA). 'Het zou niet eens zozeer gaan om Westergaard of zijn kritiek op de islam, maar om een bijeenkomst waar mensen zich kritisch uitlaten over Bahrein.' Tegelijk, benadrukt de Jong, is betrokkenheid bij dit soort evenementen voor sommige Bahreini juist een vorm van verzet. Desgevraagd laat de Bahreinse weten dat zij nooit van Kurt Westergaard had gehoord, maar 'waarschijnlijk wel' toestemming had gegeven als Van Saarloos uit hun mailwisseling had geciteerd. 'Het zou ervan afhangen welke delen, en ik zou haar vragen mijn naam niet te gebruiken. Elke dag gaan mensen naar de gevangenis omdat ze zeggen wat ze denken. Which I must say is big joy - I mean speaking, not prison.'

Web:
TT:



Red.:


Naar Cultuur, integratie, toekomst, tegen niets-doen , Cultuur, integratie, toekomst , Allochtonen overzicht  , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 
[an error occurred while processing this directive]