De Volkskrant, 14-04-2016, column door Wouter Bos .2011

Varkenskoppen en handenschudden

Tussentitel: Burgerlijke vrijheden zouden matigend moeten werken

Duitsers hebben dus toch humor. En Erdogan kan er niet om lachen. Het debat over Duitse anti-Erdogan-grappen doet me denken aan de aflevering van Bimbo's en Boerka's uit 2007 waarin Hans Teeuwen door De Meiden van Halal op de pijnbank wordt gelegd omdat hij moslims (te) vaak zou beledigen.

Geniet mee hoe Teeuwen binnen de kortste keren de rollen weet om te draaien en de meiden confronteert met het feit dat het recht om niet beledigd te worden, niet bestaat in een democratie. Ook het recht om niet gekwetst te worden bestaat niet. Gekwetst worden is immers zo subjectief dat het in de praktijk snel tot een onaanvaardbare, want letterlijk grenzen-loze beperking van het recht op vrije meningsuiting zou leiden. Teeuwen geeft de meiden een spoedcursus democratie en weerbaarheid, naar ik hoop inmiddels verplichte lesstof op inburgeringscursussen. En misschien goed om in het Duits en Turks te vertalen.

Maar nu een stap verder. Mutsen van varkenskoppen dragen tijdens anti-islamdemonstraties, mag dat? Theodor Holman vergelijkt het in Het Parool van 23 februari met het dragen van een hoofddoekje: als een hoofddoekje mag worden gedragen, dan een varkenskopmuts ook. Met zijn conclusie ben ik het eens, maar de vergelijking slaat natuurlijk nergens op. Een hoofddoekje kan ik verschrikkelijk vinden, ik kan het zelfs een teken van vrouwenonderdrukking vinden, maar het is in mijn richting niet als beledigend of schofferend bedoeld. Dat is met die varkenskopmuts richting moslims onmiskenbaar wel het geval.

En toch moet de conclusie zijn, ondanks die enkele keer dat een brave diender het kennelijk anders zag en per abuis toch zo'n varkenskopmutsdrager inrekende: het mag, het recht om niet beledigd te worden bestaat niet. Het is niet fraai, het is grof, de dragers zien er nog dommer uit dan ze kennelijk al zijn, maar het mag. Waarbij het overigens nog best een filosofische verhandeling waard is om je af te vragen waar het aanzetten tot minachting eindigt en het aanzetten tot haat begint.

Nog een stap verder. Een vrouw de hand niet schudden, mag dat? Als Teeuwen of een varkenskopmutsendrager een moslim mag kwetsen, waarom mag een moslim dan geen vrouw kwetsen? Gaat ook hier niet de redenering op dat het niet schudden van handen als beledigend of zelfs kwetsend kan worden ervaren, maar dat dit recht om niet beledigd of gekwetst te worden niet bestaat? Geeft de in de Grondwet verankerde vrijheid van meningsuiting een ieder niet het recht in zijn of haar persoonlijke opvattingen en uitlatingen van alles te mogen vinden van mannen en vrouwen zolang niet wordt aangezet tot haat of geweld?

Hier scheurt het progressieve front. Dan wordt bijvoorbeeld betoogd dat in de Grondwet niet staat wat we van de islam moeten vinden maar wel wat we van mannen en vrouwen vinden: die vinden we gelijkwaardig en dus is dat een hogere norm. En dus is het onacceptabel als moslims vrouwen de hand niet schudden. Anderen zullen zeggen dat de niet-handenschudders zich beroepen op de vrijheid van godsdienst, maar dat die vrijheid ondergeschikt is aan de gelijkheid van man en vrouw; godsdienstige overtuiging is in die opvatting immers maar een mening terwijl man of vrouw zijn iets is dat je niet kunt afleggen, wat je bent.

Beide argumenten snijden hout, maar zijn uiteindelijk niet relevant. Los van het feit dat voor veel gelovigen hun geloof niet 'maar een mening' is, geldt ook hier dat voor wet en Grondwet het enige relevante feit is of je aanzet tot haat of geweld. Binnen die grenzen mag je op veel manieren uitdrukking geven aan wat je van moslims of joden, Duitsers of Turken, mannen of vrouwen vindt. Zoals ook nooit het niet-handenschudden door orthodoxe joden als een maatschappelijk probleem werd ervaren; of zoals menig SGP-man er ideeën over vrouwen op nahoudt waarvan menig modern burger zal gruwen, maar die we tolereren.

Burgerlijke vrijheden zouden in een democratische rechtsstaat matigend en depolariserend moeten werken: leven en laten leven, begrip voor verschillen, niet alles op het scherp van de snede uitvechten en al helemaal niet met wet en regelgeving. Vandaag de dag werkt het beroep op diezelfde vrijheden juist precies de andere kant op: als jij mij mag beledigen, mag ik jou ook beledigen.

Het is een dynamiek in het actuele debat die me zorgen baart, maar waar geen juridische remedie tegen bestaat. Zullen we het toch van onze beschaving moeten hebben. Dat is innere Bildung in het Duits en kültür in het Turks.


Web:
Het recht om niet beledigd te worden bestaat niet
TT:
De dragers van mutsen van varkenskoppen zien er nog dommer uit dan ze kennelijk al zijn
Als Teeuwen of een varkenskopmutsendrager een moslim mag kwetsen, waarom mag een moslim dan geen vrouw kwetsen?
Als jij mij mag beledigen, mag ik jou ook beledigen



Red.:  



Naar Menswetenschappen, regels , Menswetenschappen, huidig , Wetenschap, lijst  , Wetenschap overzicht , of site home

[an error occurred while processing this directive]