De Volkskrant, 21-11-2017, door Hassan Bahara  9 dec.2011

Voor elk wat wils in hoofddoekoordeel

'We won!', schreef Sarah Izat na het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens dat ze een hoofddoek met haar politie-uniform mag dragen. Voorbarig, want het geldt alleen voor haar zeer specifieke situatie.


Het oordeel van het College voor de Rechten van de Mens inzake de Rotterdamse politiemedewerker Sarah Izat (26), die het dragen van een politie-uniform wil combineren met een hoofddoek, lijkt voor alle partijen wat wils te hebben.

'We won!', twitterde Izat triomfantelijk toen maandagmiddag om twaalf uur het oordeel op de site van het College verscheen.

'Het College kent een 'zwaarwegend belang' toe aan de neutrale, uniforme uitstraling van de politie', liet de Nationale Politie twee uur later opgelucht op haar site weten.

De uiteenlopende reacties weerspiegelen het meerduidig oordeel van het College. Daarin wordt de wens van Izat om een hoofddoek met een politie-uniform te combineren gegrond geacht, en wordt tegelijkertijd het belang van de politie onderkend om 'zelfs maar de schijn van niet-neutraliteit of niet-objectiviteit' te vermijden.

Dat het College voor Izat een uitzondering maakt op dit algemeen politiebelang, heeft alles te maken met de aard van Izats functie. Izat is sinds 2013 werkzaam op de serviceafdeling van de Rotterdamse politie waar ze meldingen als inbraak, overvallen en suďcide opneemt. Mensen die Izat aan de lijn krijgen zien haar niet. Zelfs als mensen Izat zien - bijvoorbeeld bij het doen van een aangifte via videoverbinding - is er volgens het college maar in geringe mate sprake van 'een mogelijke schijn van niet-neutraliteit of niet-objectiviteit.' Het politiekorps kan hierdoor niet afdoende aantonen dat een verbod aan Izat om een hoofddoek te combineren met een politie-uniform 'echt nodig' is. 'De Nationale Politie maakt jegens Izat verboden onderscheid op grond van godsdienst.'

In 2013 trad Izat in vaste dienst bij de politie en kreeg zij de mogelijkheid om een opleiding te volgen voor de functie van boa (buitengewoon opsporingsambtenaar). Het aanbod leidde bij Izat tot verwarring. Een gedragscode die in 2011 was doorgevoerd, stelt immers dat zichtbare religieuze uitingen verboden zijn voor geüniformeerde agenten. Pas op de eerste dag van haar praktijkopleiding tot boa kreeg Izat uitsluitsel en werd ze vanwege haar hoofddoek weggestuurd.

Izat stapte naar het College om de gedragscode aan te vechten. 'Ik geloof niet dat de gedragscode is bedoeld om aan te zetten tot discriminatie, maar uiteindelijk gebeurt dat wel', vertelde ze eerder in een interview met de Volkskrant. 'Ik heb nu een uitzonderingspositie bij de politie en ik voel me bevoorrecht om voor deze organisatie te werken, maar er zijn andere vrouwen die niet eens door de selectie komen vanwege hun hoofddoek.'

'Met het positieve oordeel bevestigt het College dat de Nationale Politie onderscheid maakt op grond van godsdienst', reageert Izats advocaat Betül Ozates op het oordeel van het College. 'Het uitsluiten van agenten met hoofddoek is discriminatoir van aard en kan geen rechtvaardiging vinden in de stelling dat daarmee de neutrale uitstraling van de politie wordt gewaarborgd.' Met het oordeel van het College onder de arm wil Izat het gesprek met de Nationale Politie vervolgen. 'Het positieve oordeel moet - ons inziens - een stevige aanzet vormen voor de Nationale Politie om tot herziening van de gedragscode over te gaan. Een herziening die ervoor zorgt dat moslima's met een hoofddoek volwaardig kunnen participeren in het publieke domein.'

Het oordeel van het College is niet bindend, maar heeft wel een zeker moreel gewicht. De Nationale Politie laat weten het oordeel de komende tijd grondig te zullen bestuderen.

Voor een eventuele aanpassing van de gedragscode zal eerst genoeg politiek draagvlak moeten bestaan. Zes jaar geleden werd deze gedragscode nog verdedigd door de toenmalige minister van Veiligheid en Justitie Ivo Opstelten met het argument dat de neutraliteit van politieagenten zwaarder weegt dan de 'inperking van grondrechten van politieambtenaren'. Dat politiek geluid klinkt steeds, getuige de reactie op Twitter van VVD-Kamerlid Arno Rutte op het oordeel van het College. 'Een hoofddoek kan geen plaats hebben binnen de politie, want een uniform staat voor de neutraliteit van de overheid.'

Ook de Nationale Politie lijkt nog niet toe aan geüniformeerde agenten met een hoofddoek binnen de gelederen. Afgelopen mei kreeg de Amsterdamse politiechef Pieter-Jaap Aalbersberg intern en extern de wind van voren toen hij het idee opperde om een hoofddoek toe te staan voor agentes. Daarmee zou de diversiteit binnen het politiekorps vergroot kunnen worden. Na de woedestormen die op deze uitspraken volgden, stelde politiekorpschef Erik Akerboom een voorlopig moratorium in op de gepolariseerde hoofddoekdiscussie.



Tussenstuk:
Minister: geen verandering

Het politiebeleid dat agenten die met het publiek in contact komen, geen hoofddoekjes mogen dragen, blijft gehandhaafd. Dat heeft Minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie) aan de Tweede Kamer laten weten, in reactie op de uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens over de zaak-Izat. Hij houdt vast aan de neutrale uitstraling van een agent. Dat is in 'het belang van diens gezag en veiligheid in het optreden', schrijft de minister.


Web:
Agent Sarah Izat mag haar politie-uniform met hoofddoek dragen, maar dit geldt niet voor iedereen

Voor elk wat wils in hoofddoekoordeel
TT:
Het uitsluiten van agenten met hoofddoek is discriminatoir van aard
— Betül Ozates, Izats advocaat


Red.:


Naar Multiculturalisme, cultuurverraad , Multiculturalisme , Allochtonen overzicht  , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]