HetVrijeVolk.nl, 12-08-2009,door Encina Navan uitleg of detail 2009

Is Europa cultureel schatplichtig aan de islam ? (1)

De gedachtenpolitie is ook actief op universiteiten en in het onderwijs. Ons culturele zelfbeeld wordt gelijkgeschakeld in afwachting van verdere islamisering
.

Vaak wordt beweerd dat Europa een culturele erfenis heeft te danken heeft aan de Arabieren en de islam. Deze culturele erfenis varieert van de vertaling van de werken van Aristoteles tot het inspireren van de Renaissance van de vijftiende eeuw en het voortbrengen van de moderne wetenschap.
    De verkorte en populaire versie van de culturele ontwikkeling van Europa luidt als volgt:
 
  Na de val van het Romeinse Rijk raakte in West-Europa de culturele erfenis van Grieken en Romeinen in verval. De kennis van het Grieks ging verloren. Alleen in kloosters werd af en toe nog een klassieke tekst bestudeerd. In het islamitische oosten werden de Griekse denkers echter uitvoerig bestudeerd, van commentaren voorzien en de kennis doorgegeven en vaak ook uitgebreid. Toen deze Arabische geschriften via Spanje en Sicilië weer in West-Europa kwamen ontstond er een nieuwe belangstelling voor de Griekse beschaving en Aristoteles in het bijzonder. Het waren dus islamitische denkers als Avicenna en Averroës, die de Griekse erfenis hebben bewaard en doorgegeven. Zo heeft de islam een belangrijke bijdrage geleverd aan het ontstaan van de Europese beschaving.

In een leerboek voor de middelbare school kunnen we lezen:

  De Arabieren bouwden een indrukwekkende en verfijnde cultuur op. Die behoorde in de 8ste-9de eeuw tot de meest geëvolueerde van haar tijd. Europa was in vergelijking met de Arabische wereld in alle opzichten een barbaarse wereld. (…) De opbloei van de West-Europese cultuur is in belangrijke mate schatplichtig aan de Arabische cultuur.’ (W. Schuermans, Memo-3, Middeleeuwen, p. 64) (link)

Deze populaire versie is tamelijk vaag inzake wat we moeten verstaan onder ‘belangrijke bijdrage’ en ‘in belangrijke mate’, zodat het nodig is om wat meer materiaal over dit onderwerp na te slaan:

  Wanneer wij de Arabische wetenschap in grote lijnen overzien, doet zij zich hoofdzakelijk voor als een doublure van de Griekse, aangevuld met elementen van Oosterse oorsprong. Haar functie is (…) meer conservatief dan creatief. Maar die conservatieve functie, waarin zij Byzantium in ieder geval overtreft wat den omvang van het bewaarde betreft, is historisch van het allergrootste belang geweest: zij heeft de voornaamste brug gevormd waarover de Griekse wetenschap West-Europa heeft kunnen bereiken en de grote intellectuele opleving die in de 12de en 13de eeuw te zien zullen geven, is dan ook in de allereerste plaats toe te schrijven aan het feit, dat de latijnse christenheid zich zo gretig open heeft gesteld voor de schatten van kennis en wijsheid, die haar uit Arabische bronnen toevloeiden. (Dijksterhuis, De mechanisering van het wereldbeeld, 1950 p. 124).

Deze [Arabische wetenschappelijke literatuur] is de erfgenaam van de klassieke wetenschap; zij heeft vele daarvan te zamen met Oosters geestesgoed op eigen wijze, vaak in dispuut met de oudere joods en christelijke geleerdheid, verwerkt en zij heeft gediend als doorgangshuis van dit alles naar het Westen: sinds de 10de eeuw kwamen geleerden uit Frankrijk en Engeland naar Spanje om hun kennis te vermeerderen. (Prof. Dr. L.O. Schuman, Winkler Prins Encyclopedie, 1971, 2, 312)

De kruistochten ten spijt veroverde de Arabische wetenschap stormenderhand de christenheid. De Arabische wetenschap lag ten grondslag aan de renaissance uit de 12de eeuw, in ieder geval was zij de drijvende kracht erachter. (J. Le Goff, De cultuur van middeleeuws Europa, 1987, p. 184).

De chronologische volgorde van de citaten is met opzet gekozen. De waardering voor de rol van de Arabische wetenschap groeit van ‘de conservatieve functie’ in 1950 naar ‘drijvende kracht van de renaissance’ in 1987. De invloed van de Arabische wetenschap wordt gaandeweg als belangrijker ingeschat. Maar waar komt de motivatie vandaan om Arabische wetenschap als belangrijker in te schatten dan in het verleden het geval was?

Hoe gevoelig deze kwestie inmiddels is geworden, bleek wel toen Gouguenheim een nieuwe visie op de overdracht van de Aristotelische erfenis publiceerde.
    Sterk verkort komt deze theorie er op neer dat Europa nooit het contact met de Griekse culturele erfenis had verloren en dat nieuwe werken in het Grieks eerder in het Westen in omloop kwamen dan de vertalingen vanuit het Arabisch naar het Latijn. De werken in het Grieks waren in het westen terechtgekomen na de nederlaag van de Byzantijnen bij Manzikert (1071) tegen de Seldsjoeken, terwijl de vertalingen uit het Arabisch pas na 1100 in circulatie kwamen.
    Recensies kan men op diverse plekken vinden, zoals hier en hier.

Het boek van Gouguenheim verscheen in maart 2008 in een betrekkelijk kleine oplage van 4000 stuks maar was snel uitverkocht.
    Het werd op 29 april 2008 in de Volkskrant besproken. De reactie van een deel van de wetenschappelijke wereld was furieus. Sommige mediaevisten keerden zich tegen de feiten en de methode van Gouguenheim in het openbaar, terwijl doorgaans de herontdekking van Aristoteles in Europa een onderwerp is voor een klein groepje specialisten. Tenslotte ontbreekt weten we niet precies hoe en welke van zijn werken in Europa zijn verspreid, zijn er maar weinig mensen die zich nog interesseren voor de Griekse geleerde en dan eigenlijk alleen nog maar voor een deel van zijn werken, namelijk die over de logica, bekend onder de naam Organon.

De controverse die ontstond rond het boek van Gouguenheim steeg onmiddellijk uit boven de inhoud van het boek.
    De eerste recensie (4 april 2008) van het boek was tamelijk positief en noemt het werk van Gouguenheim ‘een verbazingwekkende rectificatie van de waan van de dag’. De middeleeuwen waren niet zo somber als men vaak veronderstelt en de islam heeft de Griekse erfenis niet zo volledig opgenomen en deze erfenis werd in het westen op een heel andere manier gebruikt dan in de islamitische wereld het geval was geweest.

Het is dan ook bijna zeker een unicum te noemen dat 56 wetenschappers de moeite namen om in Liberation (een centrum-linkse krant opgericht door Sartre) een artikel te schrijven (maandag 28 april 2008) waarin ze de studie van Gouguenheim op alle mogelijke manieren door het slijk haalden. De titel van het artikel, Oui, l'Occident chrétien est redevable au monde islamique (En toch staat het westen in de schuld bij de islamitische wereld), laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Maar het artikel gaat verder dan alleen tegenargumenten aanvoeren. Gouguenheim’s centrale these is namelijk dat de westerse wereld zich hoe dan ook langs dezelfde lijnen zou hebben ontwikkeld, ook zonder de vertalingen van Aristoteles uit het Arabisch (‘aurait suivi un cheminement identique même en l'absence de tout lien avec le monde islamique’).
    Zelfs deze hypothetische veronderstelling – we weten immers dat de vertalingen uit het Arabisch een grote verspreiding kenden en dat de commentaren van Averroës enorm invloedrijk waren – was voldoende om de woede van een grote groep wetenschappers over Gouguenheim af te roepen. Zijn boek ging in tegen de bestaande overtuigingen (wetenschap is toch bedoeld om verschillende theorieën te vergelijken?) en steunt op voorgewende ontdekkingen die al ruimschoots bestudeerd waren en een verkeerde lezing van de relaties tussen west en oost, berustend op de populaire publicaties en extreme standpunten op internet (‘S'appuyant sur de prétendues découvertes, connues depuis longtemps, ou fausses, l'auteur propose une relecture fallacieuse des liens entre l'Occident chrétien et le monde islamique, relayée par la grande presse mais aussi par certains sites Internet extrémistes.’)
    Volgens de 56 auteurs kan Karel de Grote aan anderen geen opdracht gegeven hebben een gecorrigeerde versie van de Evangeliën op basis van een Griekse tekst te maken, omdat Karel de Grote zelf nauwelijks kon schrijven (‘Charlemagne est crédité d'une correction des évangiles grecs, avant que l'auteur ne rappelle plus loin qu'il sait à peine lire’).

Wat kan 56 historici en filosofen bewogen hebben om een historicus aan te vallen, die ongeveer hetzelfde heeft verwoord als Dijksterhuis in 1950 deed: Europa heeft zich voornamelijk op eigen kracht ontwikkeld en de Arabische vertalingen zijn daarbij behulpzaam geweest, maar niet meer dan dat.

De feiten zijn niet veranderd. De feiten zijn simpel:

  1. Er was in Europa voor 622 al een stevige basis van klassieke cultuur op basis van het Grieks-Romeinse erfgoed.
  2. Ook voor 1100 kwamen er teksten van Griekse denkers, vooral Aristoteles, in West-Europa in het Grieks in omloop.
  3. Vanaf ongeveer 1100 kwamen van dezelfde denkers ook teksten in het Arabisch in West-Europa en deze werden in het Latijn vertaald.

Er zijn voldoende studies beschikbaar van vóór 1967 die aantonen dat er argumenten zijn om de Gouguenheim-these te ondersteunen. Maar de context waarin die feiten worden beleefd, is wel degelijk veranderd.
    Europa is politiek niet meer het centrum van de wereld en heeft te maken met een islamitische wereld die vooral na 1967 meer erkenning eist voor de al of niet vermeende bijdrage aan de Europese beschaving.
Diezelfde maandag 28 april gebeurde iets dat het unieke karakter van de affaire-Gouguenheim versterkte. Een groep mensen die dezelfde opleiding had voltooid als Gouguenheim tekende een petitie, waarin men afstand nam van de theorie in het boek (‘ils sont discutable’) en waarin men betoogt dat de affaire (sic!) uitgaat boven het niveau van de wetenschap omdat in het boek bepaalde waardeoordelen geuit worden over de islam. Deze groep oud-studenten stelt zich namens de ENS-LSH op, welke één van de meest prestigieuze opleidingsinstituten van Frankrijk vormt, waarvoor van jaarlijks 3000 kandidaten slechts 114 worden toegelaten. De petitie is getekend door ruim tweehonderd leerlingen en oud-leerlingen, die daarmee hun welwillende houding ten aanzien van islam en multicultuur publiekelijk wilden tonen.
    Uiteraard is het hoogst ongebruikelijk dat wetenschappers zich op zo een wijze uiten over een wetenschappelijke theorie. Het is een uitingswijze die doet denken aan het lot dat Galileï, Bruno en Rushdie ten deel viel: publieke verdachtmaking door mensen die wetenschappelijk onderzoek belangrijker zouden moeten vinden dan het behoren tot de groep van bien-pensants.

Als gevolg van de ophef heeft de directeur van de ENS-LSH waar Gouguenheim sinds vier jaar les geeft, besloten een comité van onderzoek in te stellen, die moet vast stellen in hoeverre de theorie van Gouguenheim wetenschappelijk verantwoord is. In een interview licht Gouguenheim toe, dat hij niet via de gewoonlijke weg op de ENS is gekomen, maar via een instroom, waardoor hij niet tot de elite behoort. Hij acht het wel mogelijk dat andere sentimenten dan alleen wetenschappelijke ambitie een rol spelen. Omdat er maar een maand was verstreken tussen de publicatie van het boek en de twee petities die tegen Gouguenheim zijn ingebracht, hebben de meeste ondertekenaars waarschijnlijk niet het boek gelezen en zijn hoe dan ook niet echt in staat om het onderwerp op zijn wetenschappelijke achtergrond te beoordelen, omdat ze de kennis van de discipline niet hebben. Sommige ondertekenaars hebben kunstgeschiedenis of germanistiek gestudeerd en weten dus gewoon niet wat ze ondertekend hebben.
    In de Figaro schreef een journalist:

  Cet homme [S. Gouguenheim] n'imaginait pas qu'il y ait encore en France une police de la pensée. (Deze man had nooit gedacht dat er in Frankrijk nog steeds een gedachtenpolitie actief zou zijn).

Net als zovelen heeft Gouguenheim ontdekt dat er in Europa een houding is ontstaan waarin alles wat met islam heeft te maken, wordt opgehemeld of tenminste wordt gevrijwaard van elke kritische beschouwing. De reactie op Gouguenheim is door een historicus al een heksenjacht genoemd. Op een Belgisch forum werd gesproken van een fatwa tegen Gouguenheim.

De affaire-Gouguenheim heeft niets te maken met wetenschap, zeker niet als je bedenkt om wat onderwerp het gaat. Bijna niemand in Europa, laat staan daarbuiten, weet nog wie Aristoteles was en wat hij betekend heeft. Zijn werken komen zelden buiten de muren van de universiteitsbibliotheek. Maar de politieke betekenis is enorm groot en de inzet van die betekenis is niets anders dan het ‘eigendomsrecht’ over Europa. Wie Aristoteles kan claimen, claimt indirect de hele Europese beschaving. Europa heeft immers zijn macht over de wereld gevestigd in de tijd van de Verlichting, die voortkwam uit de Renaissance, die voortkwam uit de herontdekking van de antieke schrijvers rond 1100.

De drijfveer achter deze Kulturkampf is de gedachte dat die cultuur die kan claimen de Griekse erfenis het best bewaard te hebben, moreel gezien een claim heeft op de hele Europese beschaving. Zoals we weten heeft de islam die claim ook op andere manieren onder woorden gebracht.
    Een onderdeel van deze campagne is de overweging dat als het publiek gelooft dat islam een bijdrage heeft geleverd aan de Europese cultuur in zijn geheel, het makkelijker wordt om islam als een verlichte en ‘verrijkende’ cultuur te zien en daarmee moslims psychologisch te dwingen zich in overeenstemming met het ideaalbeeld te gedragen. Als moslims zouden afwijken van dit ideaalbeeld, dan wordt de magische band van de cultureel-historische overdracht verbroken.


Naar Multiculturalisme, cultuurverraad , Multiculturalisme , Allochtonen overzicht  , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]