Bronnen bij Multiculturalisme: cultuurverraad door historici |
22 mei 2009 |
Waarschijnlijk speelde het al veel eerder, maar voor het grotere publiek kwam
een wat de Duitsers heel mooi aanduiden als Historikerstreit naar buiten met
de toespraak van Maxima bij de presentatie van het WRR-rapport over integratie
en de Nederlandse identiteit, genaamd Identificatie met Nederland (24
september 2007), waarbij de inmiddels historische woorden vielen: "Er
bestaat geen dé Nederlandse identiteit". In het directe vervolg ook dé
Argentijnse meenemende, daarmee het hele begrip "nationale identiteit"
ontkennende.
Sinds die tijd onderhoudt de redactie van deze website een stapel
knipsels waarin het begrip langs komt, zij het meestal niet expliciet, en de meeste
komende
van zulke onschuldige plaatsen als het katern Reizen. Welk katern eigenlijk over
niets anders gaat dan andere nationale identiteiten. De dikte van de stapel zet het zinnetje van
Maxima als volstrekte onzin te kijk.
Maar het zinnetje kwam natuurlijk helemaal niet van Maxima.
Het kwam van de mensen die dat rapport hebben geschreven. En de bedoeling van dat
zinnetje, de bedoeling van die mensen, was volkomen duidelijk: het relativeren van
de integratieproblemen aangaande allochtone immigranten. Of beter: het
toeschuiven van die problemen richting Nederlanders, omdat die zich niet
voldoende plooibaar tonen. Als je geen nationale identiteit hebt, waarom heb je
dan zo'n moeite met de identiteit van anderen, hè? Dat moet dan wel aan je
slechte karakter liggen.
Dit was kennelijk allemaal wat veel van het goede, want
sinds die tijd kwam er een nog niet eerdere geziene hoeveelheid tegengas. Eén
van de bijdragen daarin was onderstaande artikel (in de vier volgende artikelen
staan ook directe referenties naar geschiedkundige gebeurtenissen en discussies
daarover - dit is allemaal verwijderd):
Uit:
De Volkskrant, 22-12-2007, door Willem Velema en Hans Wansink
Vaderlands gevoel geeft richting
Onder historici is huiver voor nationalisme bon ton, maar een beetje trots
zijn op Nederland en het verleden is belangrijk voor een zelfbewuste natie en
kan het debat over immigratie en integratie structureren
Vallen er uit de vaderlandse geschiedenis nog andere lessen te trekken dan dat
Nederlanders zich moeten doodschamen voor hun medeplichtigheid aan de misdaden
van de Tweede Wereldoorlog en het kolonialisme? Wij menen van wel en staan
daarmee nogal geïsoleerd te midden van onze medehistorici.
Illustratief voor de manier waarop zij hun taak doorgaans
opvatten, zijn de vaak geciteerde woorden van de fameus afstandelijk-ironische
historicus E.H. Kossmann over het verschijnsel nationale identiteit. ‘Men
bedriegt zichzelf en zijn lezers als men pretendeert het aan systematisch en
alomvattend onderzoek te kunnen onderwerpen. Loop er liever met aandacht omheen,
bekijk het van alle kanten maar stap er niet in, behandel het kortom als een
enorme kwal op het strand.’
De historicus Jan Ramakers presenteerde het Jaarboek
Parlementaire Geschiedenis 2007 op 20 november in de oude vergaderzaal van de
Tweede Kamer. Het Jaarboek is een uitgave van het Centrum voor Parlementaire
Geschiedenis van de Radboud Universiteit, waaraan Ramakers als onderzoeker
verbonden is. Dit keer hadden ze in Nijmegen als thema gekozen voor de moeizame
worsteling met de nationale identiteit. ‘Met dank onder andere aan de
Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en prinses Máxima’, voegde
Ramakers er nederig aan toe. Daarmee meteen iedere twijfel de kop indrukkend
over de positie van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis in deze netelige
kwestie.
‘Dé Nederlander bestaat niet’, luidde Máxima’s kernachtige
oneliner, die in de media prompt op een storm van kritiek stuitte – en onder
‘gewone’ Nederlanders vooral op verbijstering. In feite was de gewraakte quote
van Máxima een getrouwe weergave van de – veel wolliger geformuleerde –
conclusies van de WRR. In het rapport staat te lezen dat ‘het beleidsmatig
inzetten van nationale identiteit contraproductief kan werken’. Dat komt doordat
‘het streven naar eenheid soms leidde tot conflicten of uitsluiting van bepaalde
groepen’.
Terwijl de WRR in zijn rapport niets wil weten van ‘het
verzanden in een historisch bepaalde en statische identiteit’ en in plaats
daarvan pleit voor ‘een toekomstgerichte, open oriëntatie’, dringt hoogleraar
Paul Scheffer in zijn nieuwe boek Het land van aankomst juist met klem
aan op hernieuwde, serieuze aandacht voor de eigen Nederlandse cultuur en
geschiedenis, door historische canonvorming en door het oprichten van een
Nationaal Historisch Museum. ‘Burgerschap’, schrijft hij, ‘gaat immers om een
besef dat er iets aan ons vooraf is gegaan en dat er iets na ons komt. Een
samenleving die zich niet meer in staat acht tot een gesprek met de vorigen, zal
verpieteren.’
Dergelijke aanprijzingen van zijn eigen vakgebied bleken aan
historicus en WRR-supporter Jan Ramakers niet besteed. ‘Wat is er aan de hand
met Nederland?’, sprak hij die 20ste november vertwijfeld. Is Nederland soms ‘te
klein’ om het naar waarde te schatten ‘als bisschop Muskens voorstelt, als
handreiking aan de islamitische Nederlander, God voortaan Allah te noemen’? Of
‘als minister Donner ons voorhoudt dat het niet ondenkbaar is dat op enig moment
in Nederland door een tweederde meerderheid de sharia wordt ingevoerd’?
De ‘zelfverheffing’ die voor Ramakers als vanzelfsprekend
samengaat met de door Scheffer ondersteunde ‘zoektocht naar de Nederlandse
identiteit’, heeft in zijn ogen alleen maar misvattingen en rampen opgeleverd.
Werden in de jaren vijftig immers niet de gerepatrieerde Indische Nederlanders
het slachtoffer van ‘gedwongen assimilatie aan de dominante Nederlandse
cultuur’, met als gevolg ‘een totale teloorgang van de Indische cultuur in
Nederland’?
Terwijl nota bene kort tevoren meer dan honderdduizend
Nederlandse joden waren vermoord. Door de Duitsers, zult u misschien zeggen?
Ramakers heeft nieuwe schuldigen ontdekt, in ons verre verleden. Door ‘de
zogenaamde emancipatie van de joden in Nederland in 1796’ werd ‘het jodendom
cultureel gezien dood’ gemaakt. ‘Wij hadden het voorwerk voor de bezetter al
verricht.’
Ramakers’ multiculturele les uit de geschiedenis: ‘Met welk
recht spreken wij een moreel oordeel uit over de Taliban in Afghanistan die
boeddhistisch cultureel erfgoed opblazen, als wij bereid zouden zijn onze eigen
culturele pluriformiteit te offeren op het altaar van de gedwongen assimilatie?’
...
Met zijn agressieve pleidooi voor de multiculturele
samenleving en zijn demonisering van ‘vaderlandse geschiedenis’ is Jan Ramakers
zonder twijfel een extreem geval onder de Nederlandse historici. Desondanks
wijkt zijn conclusie nauwelijks af van wat onder historici al tientallen jaren
als common sense geldt: dat er in de vaderlandse geschiedenis geen
exclusieve nationale identiteit te ontwaren valt; dat iedere vorm van nationale
‘zelfverheffing’ alleen maar tot ellende leidt, tot ‘uitsluiting’ of
‘assimilatie’. En dat er, als er al zoiets bestaat als een ‘Nederlandse
identiteit’ (historici storen zich zelden aan de ongerijmdheid van het
tegelijkertijd ontkennen en bevestigen daarvan), die identiteit juist gelegen is
in ‘zelfverlaging’, ‘bescheidenheid’, ‘de erkenning van verdeeldheid’ en een
‘positieve waardering van onze pluriformiteit’.
De commissie-Van Oostrom, die dit jaar de ‘historische canon’
uitrolde, betoont zich op haar website dan ook helemaal niet trots, maar bovenal
bezorgd over mogelijk misbruik door onbevoegden. Al te braaf wordt daarom gemeld
dat het gaat om ‘een canon voor alle Nederlanders’. En om een land ‘dat wij
gezamenlijk bewonen’. Nederland moet vooral niet gezien worden ‘als horizon,
maar als observatiepunt’. De canon is ook geen ‘vehikel voor nationale trots’,
maar ‘roept betrokkenheid op’. Het is ‘geen praalgraf, maar levend erfgoed’, en
‘geen gesloten, maar een open canon’.
De bewijsvoering is even simpel als dwingend: belangstelling
voor het vaderlands verleden = nationalisme; nationalisme = fout; ergo:
vaderlandse geschiedenis = fout. De manier waarop Nederlandse historici de
vaderlandse geschiedenis aan het grote publiek proberen te slijten, heeft
daardoor iets onbevredigends en hypocriets. Zoiets als seksuele voorlichting van
de pastoor.
Is de Nederlandse ‘nationale identiteit’ werkelijk een
‘enorme kwal op het strand’? En is de geschiedenis van de Nederlandse natiestaat
echt zo beschamend en gevaarlijk dat ongeoefende zwemmers er voortdurend tegen
gewaarschuwd moeten worden? ...
De in september overleden Volkskrant-columnist H.J.
Schoo wist het belang van nationale identiteit en ‘vaderlandse geschiedenis’
naar waarde te schatten, met name voor het debat over immigratie en integratie.
Hij schreef er vaak over, bijvoorbeeld in 2006: ‘De vaderlandse identiteit kan
niet definitief naar de schroothoop van de geschiedenis, maar vergt een nieuwe
plaatsbepaling en inhoud: wie zijn we, waar gaan we naartoe, waaraan moeten
nieuwkomers zich aanpassen, hoe moeten wij ons voegen in een dynamische
internationale omgeving? Het zijn eigenlijk dezelfde vragen die aan de orde
waren in de vaderlandscultus aan het einde van de 18de eeuw.’
Red.: Dit was als een klap tegen een nest horzels. De
Volkskrant wijdde een hele pagina aan de reacties, uit niet de
minste kringen:
Uit:
De Volkskrant, 03-01-2008, door Ido de Haan, hoogleraar politieke
geschiedenis aan de Universiteit Utrecht.
Op het dwaalspoor van de geschiedenis
In hun pleidooi voor een eerherstel van de vaderlandse geschiedenis offeren
Willem Velema en Hans Wansink de integriteit van de geschiedschrijving op aan de
politieke agenda van het moment, betoogt Ido de Haan.
In het Betoog van 22 december sluiten Willem Velema en Hans Wansink zich aan bij
publicisten als Paul Scheffer en wijlen H.J. Schoo, die de geschiedenis als het
onmisbare fundament van een Nederlandse identiteit beschouwen. Zonder besef van
het vaderlands verleden zouden we niet weten wie ‘wij’ zijn en op welke
voorwaarden anderen tot ‘ons’ kunnen gaan behoren. Ook voor Velema en Wansink is
een historisch verankerde Nederlandse identiteit een ‘vormende kracht’ en
‘buitengewoon effectieve integratie-ideologie’. Bovendien is een dergelijke
identiteit onontbeerlijk voor de verzorgingsstaat: ‘Alleen als duidelijk is wie
wel en wie niet tot de betreffende gemeenschap behoort en wat die gemeenschap
bindt, zullen de zware lasten van de solidariteit van de verzorgingsstaat
gedragen worden.’
Tot zover herhalen Velema en Wansink slechts het credo van
nationale trots dat de laatste jaren zo vaak verkondigd is als oplossing van de
problemen van de westerse democratieën. Maar zij voegen daar een nieuw element
aan toe, dat getypeerd kan worden als omkering van het verwijt van het ‘verraad
der klerken’. Anders dan Julien Benda, die in 1927 de intellectuelen verweet hun
wetenschappelijke integriteit op te offeren aan nationale en raciale belangen,
verwijten Velema en Wansink de historici van nu hun vaderlandse plicht te
verzaken. Zij constateren een common sense onder historici, die de
zoektocht naar het vaderland nationalistisch en dus fout zouden vinden. Ze
richten hun pijlen in de eerste plaats op de historicus Jan Ramakers, die
onlangs in navolging van E.H. Kossman de nationale identiteit als ‘kwal op het
strand’ benaderde en slechts de kwalijke kanten van het nationale verleden
benadrukte. ...
Velema en Wansink presenteren hun kritiek nadrukkelijk als historici, al
erkennen ze ‘nogal geïsoleerd te midden van onze medehistorici te staan’. Dat
laatste is maar goed ook, want de manier waarop zij zich aan de geschiedenis
vergrijpen, is een aanslag op de integriteit van het vak. Verbazend is dat
misbruik niet: nationalisten hebben zich nooit veel bekommerd om een integere
omgang met het verleden, maar de geschiedenis steevast benaderd als grabbelton,
waaruit naar believen historische argumenten voor politieke stellingnames gevist
kunnen worden.
Maar wie de geschiedenis en de geschiedschrijving serieus probeert te nemen,
moet erkennen dat je met het verleden alle kanten op kunt. De geschiedenis bevat
geen vaste maatstaf, niet ten goede, maar ook niet ten kwade. Een negatieve
canon heeft daarom net zo weinig met geschiedschrijving te maken, als de
positieve maatstaf die Velema en Wansink hopen te vinden. ...
Kortom: tegenover elk positief verhaal kan met evenveel recht een ander
historisch perspectief geplaatst worden. Voor nationalisten is dat op zijn
hoogst ergerlijk, maar verder helemaal geen punt, want zij malen niet om de
geschiedenis als die niet in hun straatje past. Maar historici zouden zich dat
wel mogen aantrekken en dat doen Velema en Wansink duidelijk niet.
Maar er is meer. Zij gaan ook voorbij aan de geschiedenis van
het nationalisme. ...
Dat belang wordt niet meer afgemeten aan de bijdrage aan de Nederlandse
identiteit, maar aan de stand van het internationale historiografische debat. En
daar moet je niet aankomen met een simplistische en rechtlijnige nationale
geschiedschrijving. In de toonaangevende studies is er oog voor onbedoelde
gevolgen en de onvoorziene samenloop van omstandigheden, voor de tegenspraken
tussen historische tendenties en voor de ironie dat vooruitgangsoptimisme tot
vernietiging en neergangspessimisme tot vernieuwing kan leiden. Als er een
opdracht is voor historici, dan is het te wijzen op dergelijke ongerijmdheden.
Dat vergt meer dan een diploma, dat vergt ook professionele integriteit.
Zou het daarom niet veel beter zijn als wij als historici ons werk blijven doen
en Velema en Wansink zich bij de journalistiek houden? Want de journalistieke
vragen over de omgang met het vaderlandse verleden zijn de laatste tijd wat
blijven liggen. Wat is bijvoorbeeld het curriculum van de geschiedenis dat nu op
de Nederlandse scholen en universiteiten wordt onderwezen? Hoe ervaren
leerlingen, docenten en ouders dat? En moet niet eens gevraagd worden wat
Wilders en Verdonk, maar ook redelijke nationalisten als Scheffer of De Beus
eigenlijk bedoelen als zij over ‘ons’ en onze geschiedenis spreken? En wat
vinden degenen die daar niet toe behoren daarvan? En vooral ook: wie bepaalt er
wie er onder ‘ons’ vallen? Ik ben benieuwd naar de bevindingen.
IRP: Ido de Haan maakt nog eens volledig duidelijk waar Velema
en Wansink op doelden met het citaat van Kossman: nationale identiteit is een
vies ding (hij maakt ook wetenschappelijke fouten, zie Menswetenschappen,
regels en de daarbij gegeven voorbeelden
(fout 4) - ook in het vervolg zal hiernaar verwezen worden). Want pleiten voor een ietsje meer nationale identiteit 'doet je
geïsoleerd staan te midden van de historici .. wat een goed ding is', het is
'een aanslag op de integriteit van het vak', ze zijn 'nationalisten'
("fascisten" staat er niet maar dat is wat er bedoeld wordt), ze gaan 'niet
integer om met het verleden', waar ze "alleen wat van hun gading is uit grabbelen".
Dan komen er wat eigen stellingnames van De Haan:
"geschiedenis is iets waar je alle kanten mee op kan", "een canon is niet
mogelijk (want "zowel een negatieve als positieve canon is onzin"), en (even wat
herhaalde scheldpartijen overslaand) "het histiografische debat is niet simpel
of rechtlijnig", en "er zijn talloze studies naar details door specialisten".
De website-redacteur sloeg zich op de knieën van het
lachen. De kritiek hierop schrijft zichzelf. Het merendeel is een zeldzaam
gedetailleerde verzameling Ad hominems. De schrijver maakt zich volstrekt
onmogelijk, en lijkt dus nauwelijks serieus te nemen. Maar dat is hij wel, want
hij is een prominent historicus.
Daarom maar over naar zijn inhoudelijke opmerkingen over zijn
eigen ideeën. Die zijn al even helder: ze zijn samen te vatten als "geschiedenis
is geen wetenschap". Want waar het een natuurlijk gegeven is dat iedere
wetenschap onzekerheid kent, en dat geschiedenis dat dus ook heeft, stelt De
Haan met bijna zoveel worden (slechts enigszins overdrijvend) dat er absoluut geen
enkele zekerheid is in de geschiedenis. Er bestaat geen objectieve geschiedenis
die je zou kunnen onderzoeken. En volgens regel één van de goede
menswetenschappen
ontkent hij dus de wetenschappelijkheid van het vak geschiedenis.
Aan het einde geeft hij ook nog de reden voor zijn zorgen:
'wie bepaalt er wie er onder ‘ons’ vallen?' Want "ons" houdt inderdaad ook in
het bestaan van "niet-ons". En niet-ons"", dat zijn degenen die niet deel hebben gehad aan onze
vaderlandse geschiedenis. Dat zijn degenen die deel hebben gehad aan de
nationale geschiedenis van een ander land. Althans, zo ervaren zij het
kennelijk, ondanks het feit dat ze in Nederland wonen - anders was er geen
integratieprobleem. Waarmee de inderdaad keiharde conclusie kan worden
getrokken: vaderlandse geschiedenis veroorzaakt een integratieprobleem. En het
leidt weinig twijfel dat dat de reden is dat het bestaan van vaderlandse
geschiedenis zo hard ontkent moet worden. Door Ido de Haan, hoogleraar politieke
geschiedenis aan de Universiteit Utrecht.
Dus maar snel over naar de gelijktijdige reactie vanuit een andere universiteit:
Uit:
De Volkskrant, 03-01-2008, door Jan Ramakers, historicus verbonden aan het Centrum voor Parlementaire
Geschiedenis van de Radboud Universiteit Nijmegen
Door assimilatie werden Joden minder weerbaar
Jan Ramakers zegt dat hij selectief is geciteerd door Velema en Wansink en dat
hij de bezetter niet heeft vrijgepleit van verantwoordelijkheid voor de
Holocaust.
Tussentitel: Ik word ‘WRR-supporter’ genoemd wat iets heel ergs schijnt te zijn
Willem Velema en Hans Wansink besteden uitvoerig aandacht aan een inleiding over
‘De moeizame worsteling met de nationale identiteit’, die ik op 20 november
hield bij de presentatie van het Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2007
dat aan hetzelfde thema is gewijd. Ik zou zeer gevleid zijn geweest door die
aandacht, ware het niet dat Velema en Wansink zo vilein en tendentieus te werk
zijn gegaan.
Hoewel zij mij veelvuldig citeren en parafraseren, moffelen
zij essentiële passages uit mijn betoog weg, waardoor zij mij kunnen
kwalificeren als een ‘WRR-supporter’, wat iets heel ergs schijnt te zijn, en als
een extreem multiculturalistisch historicus die de vaderlandse geschiedenis
‘demoniseert’ en die de Duitse bezetter vrijpleit van de verantwoordelijkheid
voor de moord op ruim honderdduizend Nederlandse Joden. Vooral tegen dat laatste
maak ik bezwaar.
Waarmee nu heb ik de kennelijke woede van Velema en Wansink over mij afgeroepen?
Kort samengevat kwam mijn betoog op het volgende neer. Het
probleem van de nationale identiteit staat in het middelpunt van de
belangstelling. Wat die nationale identiteit precies inhoudt, daar zijn we het
niet over eens. ...
Vervolgens stelde ik de vraag of het erg is dat een zekere zelfverlaging of
bescheidenheid deel uitmaakt van onze nationale identiteit. Ik nam de vrijheid
de vraag om te keren: wat momenten van nationale zelfverheffing, die onze
geschiedenis ook kende, ons hebben gebracht.
Ik koos twee momenten van nationale zelfverheffing die desastreus zijn geweest
voor de culturele identiteit van de betrokken minderheden, de
integratiegeschiedenis van de Indische Nederlanders en die van de Joodse
minderheid in Nederland. ...
Op het verloop van het emancipatieproces zelf ben ik ook niet
ingegaan, wel op het resultaat. Dat was een succesvolle sociale en economische
integratie, waarvoor de prijs is betaald van de teloorgang van de Joodse
culturele identiteit. Dat was niet mijn conclusie, maar die van de Joodse
historicus Jaap Meijer, die hierover schreef: ‘Joods gezien was het hier
afgelopen, vóórdat de
moffen kwamen.’ Ik noemde dat een bittere conclusie, maar wel een die tot
nadenken stemt. ...
... Door de volledige assimilatie aan de dominante cultuur
waren de Joden in het interbellum niet alleen hun identiteit, maar ook hun
weerbaarheid kwijtgeraakt, aldus Meijer. Er was amper nog een Nederlandse Jood
die zich kon voorstellen dat een antisemiet hem zou kunnen zien als een vijand
van wat het ‘arische ras’ was gaan heten. Hij was immers Nederlander als alle
anderen? De Nederlandse Joden zagen daardoor het gevaar niet dat hen bedreigde.
...
Zo ‘agressief’ als Velema en Wansink het willen doen voorkomen, is mijn pleidooi
voor de multiculturele samenleving dan ook niet. En al verbazen zij zich erover,
het is geen wonder dat mijn conclusie nauwelijks afwijkt van wat onder historici
al tientallen jaren gemeengoed is: inderdaad in het bijzonder ‘een positieve
waardering van onze pluriformiteit’. Dat wil niet zeggen dat ik blind ben voor
de problemen en de uitwassen van de multiculturele samenleving. Maar evenmin wil
ik mijn ogen sluiten voor nieuwe problemen die de alternatieven kunnen oproepen.
Red.: Het betoog van Ramakers, zelf al afgekort, kan nog wat verder
bekort
worden: Nederlanders hebben nooit zo veel aan nationale identiteit en meer aan
iets aan zelfverlaging gedaan, en toen ze daarvan afstapten ging het fout, want
de joden verloren hun culturele identiteit. En waren daardoor niet alert voor
het gevaar van de Duitsers.
Om met dat laatste te beginnen: als dat waar is, gelden die
opmerkingen over de Nederlandse identiteit ook voor Fransen, Belgen, Russen,
Polen, Esten, Letten, Litouwers, enzovoort, want uit al die landen zijn
joden afgevoerd en vermoord zonder enig merkbare tegenstand, en kennelijk zonder
enige waarschuwing vooraf. Dit argument is dus volstrekte waanzin. Met of zonder
aftrek van de schuld van de nazi's.
Wat overblijft bij Ramakers is dus hetzelfde als bij De
Haan: alles met de term 'nationaal' erin deugt niet. Met dezelfde opgave van
reden: is er een Nederlandse nationale identiteit, dan zullen immigranten daar
op een gegeven moment in moeten assimileren, na een aantal generaties, en dat is
slecht. Het gaat hem dus ook om de immigranten.
Maar de Nijmeegse universiteit had nog een ijzer in het vuur:
Uit:
De Volkskrant, 03-01-2008, door
Remieg Aerts, hoogleraar geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen.
Historici prediken niks, dus ook geen relativisme
Op basis van één speech oordelen Velema en Wansink dat historici nationale
geschiedenis ‘fout’ vinden. Dat is grote onzin, betoogt Remieg Aerts.
Tussentitel: Beantwoord eerst eens de vraag: wiens vaderlands gevoel?
Bij de recente presentatie van het Jaarboek van het Centrum voor Parlementaire
Geschiedenis hield CPG-historicus Jan Ramakers een gelegenheidspraatje over
nationale identiteit, het onderwerp van het jaarboek. Hij gaf een aantal wat
sterk aangezette historische voorbeelden van de keerzijde van een
assimilatiepolitiek.
Je kunt het daarmee eens zijn of niet, maar voor Velema en Wansink representeert
deze losse boutade de mentaliteit van het hele gilde der Nederlandse historici.
Het zijn vervelende, onvruchtbare en bijna volksvijandige sceptici, die maar
niet willen beamen dat er zoiets moois en nuttigs bestaat als een vaderlandse
identiteit: ‘belangstelling voor vaderlandse geschiedenis = nationalisme =
fout’.
Gelukkig is er nog het gezonde volksgevoel van Velema en Wansink, dat
tegenwoordig de Volkskrant tot tribune heeft.
Wat is de werkelijkheid? Het merendeel van de Nederlandse historici houdt zich
voornamelijk met de nationale geschiedenis bezig. Zij vinden die interessant en
achten het belangrijk er de eigen samenleving over te informeren. Daar zijn zij
historicus voor geworden.
Veertig jaar nationalisme-onderzoek heeft hun veel inzicht opgeleverd in de
manieren waarop samenlevingen aan hun besef van identiteit komen. Al dat
internationale wetenschappelijke onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat nationale
identiteit noch ‘gegeven’, noch statisch, noch ‘natuurlijk’ is. Het is een
doorgaand proces van receptie, adaptatie, strijd om erkenning en agenda-setting.
De voorlopige uitkomst: Nederland is wezenlijk een ‘republiek van rivaliteiten’,
in de woorden van Piet de Rooy.
Daarmee prediken historici geen volkomen relativisme. Anders dan Willem Velema
en Hans Wansink graag zouden willen zien, prediken historici niks, en zeker geen
onjuiste, simplistische en achterhaalde voorstellingen van de vaderlandse
geschiedenis. Zij tonen alleen dat zelfs het nationaal besef per periode
veranderd is, en wie er daarbij aan de knoppen zit, en welke functie elke vorm
van nationaal besef historisch gehad heeft.
Kan een enthousiast vaderlands gevoel helpen bij integratie? Misschien, maar
beantwoord dan eerst de vraag: wiens vaderlands gevoel? Konden katholieken zich
thuis voelen in de dominante protestantse vaderlandse geschiedenis? Had de
volksklasse in het verleden het gevoel erbij te horen? Herkenden Limburgers zich
in de ‘Hollandse’ geschiedenis en identiteit? En zijn de Nederlanders van nu het
roerend eens over hun nationale identiteit?
En dat zal ook nu weer zo gaan. Natuurlijk is het belangrijk dat nieuwkomers ook
via geschiedenisonderwijs de wording, de gevoeligheden en een aantal spelregels
van de huidige Nederlandse samenleving leren kennen, maar ‘getromp en geruyter’
is nooit een effectieve integratiestrategie gebleken. Het is illusiepolitiek een
miljoen niet-westerse migranten een vaderlandse vorming te willen geven die al
in de 19de eeuw alleen maar tot verzuiling leidde. Een nieuwe Nederlandse
geschiedenis zou hoe dan ook ‘opener’ worden, om plaats te bieden aan
nieuwkomers. ...
Waarom werken historici niet eens wat enthousiaster mee aan de bevordering van
nationaal gevoel, vragen Velema en Wansink zich af. Omdat het niet hun
academische taak is de mode van de dag te dienen, maar deze te relativeren.
Zoals het hoort, onderzoeken historici het verleden kritisch en analytisch,
juist om een lichtzinnig misbruik ervan te ontkrachten. Daarom bestuderen zij
het nationalisme als fenomeen, in plaats van er propaganda voor te maken. En
daarom vallen hun beschouwingen over de (nationale) geschiedenis wat
genuanceerder uit dan de tijdgeest momenteel schijnt te verlangen.
In een paar jaar tijd is de Volkskrant van het zoetsappigste multiculturalisme
bekeerd tot het integratie-evangelie van ‘trots op Nederland’. En zoals zo vaak
weet de ideologie het weer beter dan de wetenschap.
Het is bovendien erg in de mode om de stem des volks hoger aan te slaan dan het
geneuzel van deskundigen. Wie ervoor past de ‘VOC-mentaliteit’ uit te kraaien,
wordt in deze krant ongeveer bejegend als een verderfelijke liberal in de
Verenigde Staten. Het betoog van Willem Velema en Hans Wansink verloopt zoals
het verdachtmakingsproza uit de school van de Koude Oorlog: Ramakers = de
Nederlandse vakhistorici = WRR = fout. ...
Red.: Identieke toon als De Haan, en identieke ideeën - en
identieke fouten, zie hier
. Met als
extraatje de twee sneers naar de Volkskrant, door alle meer objectieve
waarnemers gezien als het meest multiculturalistische dagblad van Nederland, met
bijna dagelijks artikelen van medewerkers als de dames Groen en Kranenberg, die
alle positieve kanten van het moslim-zijn belichten, een moslim-zijn dat
trouwens volstrekt gematigd is en absoluut geen enkel bezwaar heeft tegen welke
Nederlandse cultuuruiting dan ook, inclusief de vrijheid van meningsuiting in
haar meest ruime uitleg (ironie!). Waarmee we ook van Remieg Aerts, hoogleraar
geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen, weten dat het een
multiculturalist van het zuiverste water is, en niet verder hoeven zoeken naar
de oorsprong van de ernst van zijn emoties naar aanleiding van het artikel van
Velema en Wansink.
Even een moment aandacht voor het argument van de
relativiteit van de geschiedenis. Het is prima te begrijpen dat er iets zit
achter het idee van die relativiteit - het enige waar je zeker van kan zijn is
de werkelijkheid van het hier en nu, en zelfs daarover bestaan genoeg twijfels.
En die twijfels nemen toe naarmate je verder in het verleden gaat. Maar de heren
propageren hier een soort fundamentele onzekerheid. Terwijl één ding wel
redelijk zeker is: zelf koesteren ze een ruime hoeveelheid zekerheden. Ga maar
eens proberen om het slachtofferschap van de joden aan de orde te stelen. Zijn
er wel 6 miljoen joden omgekomen? Bestonden er wel gaskamers? Toen iemand díe
zekerheden probeerde te relativeren, slechts enkele maanden terug, barste het
ineens van de zekerheden. Zekerheden waar de heren Aerts, De Haan en Ramakers
ongetwijfeld achter staan. Hoewel ze hun relativering dus doen voorkomen als
principieel, is het dat niet: het een opportunistisch argument om hen
onwelgevallige waarnemingen van de werkelijkheid onderuit te halen.
Even terug naar het begin, het zinnetje van Maxima. Wat dus
niet Maxima's zinnetje is, ook al zal ze het er wel mee eens zijn - het zinnetje
van de auteurs van het rapport. Maar wie zijn dat dan?
Het rapport
is officieel van de WRR, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, een
regeringsorgaan dus. Maar de regering schrijft niet, dat doen alleen mensen. De
werkelijke schrijvers zijn moeilijker te achterhalen, maar het blijkt een
essentiële exercitie.
In het rapport zelf staan twee directe bronnen: in de
Verantwoording staat de projectleiding omschreven als:
| |
Voorzitter was prof. dr. Pauline Meurs, lid van de raad. Verder
bestond deze projectgroep uit de volgende stafleden: drs. Dennis
Broeders (tevens projectcoördinator), dr. mr. Fouzia Driouichi, dr.
Monique Kremer, drs. Erik Schrijvers en Fleur Sleegers. |
En in de verantwoording staat een verwijzing naar adviseurs met wie gesprekken
is gevoerd, die vermeld staan in de Bijlage - hier is die lijst van adviseurs:
| |
Prof. dr. H. Entzinger, Erasmus Universiteit Rotterdam
Mw. drs. E. Dourleijn, Erasmus Universiteit Rotterdam
Dr. K. Ribbens, niod
Prof. dr. M. Grever, Erasmus Universiteit Rotterdam
Drs. J. Schoonenboom, wrr
Prof. dr. M. Verkuyten, Universiteit Utrecht
Mw. B. van der Haak, vpro (Tegenlicht)
Mw. H. Hagen, vpro (Tegenlicht)
Mr. S. Harchaoui, directeur Forum
H.K.H. Prinses Máxima der Nederlanden
Mw. mr. J.F. Zaaijer, Dienst Koninklijk Huis
Mw. mr. I. Brouwer, Twynstra Gudde
Drs. W. Ligthart, Twynstra Gudde
Mw. drs. M. Kilic-Karaaslan
Mw. drs. L. Duits, Universiteit van Amsterdam
Mw. dr. A. Van Lenning, Universiteit van Tilburg
Mw. S. Terlouw, tekstschrijver |
Maar wie zijn nu de échte auteurs? Omdat dat uit te vinden is een simpele methode
toegepast: kijk hoe veel keer een bepaalde naam voorkomt in het document. Wat
scores:
| Meurs, voorzitter projectgroep: |
4 |
| Broeders, lid projectgroep |
8 |
| Driouichi |
9 |
| Kremer |
4 |
| Schrijvers |
4 |
| Sleegers |
7 |
| Entzinger, adviseur |
9 |
| Dourleijn |
3 |
| Ribbens |
23 |
| Grever |
25 |
| Schoonenboom |
2 |
| Verkuyten |
24 |
| Van der Haak |
2 |
| Hagen |
1 |
| Harchaoui |
3 |
De overigen hadden verwaarloosbare scores.
Over deze uitslag hoeft niet gecorrespondeerd te worden. Wie
het rapport ook daadwerkelijk geschreven heeft, het weerspiegelt in hoofdlijnen
de ideeën van prof. dr. M. Grever, Erasmus Universiteit Rotterdam, dr. K.
Ribbens, niod, en prof. dr. M. Verkuyten, Universiteit Utrecht. Waarbij meteen
opviel dat de namen Ribbens en Grever vrijwel altijd in combinatie voorkwamen,
zodat je de auteurs kan omschrijven als: Grever & Ribbens en Verkuyten. Twee
hoofdauteurs, zoals je kan verwachten (de "penvoerders") - met meer dan twee of
drie een
rapport schrijven is lastig - de rest levert zijn bijdragen in bij de
penvoerders.
Dan over de inhoud van het rapport. Het is vele tientallen
pagina's lang, maar de inhoud is wel te achterhalen uit de beschrijving op de
WRR website
Van: WRR website
.
Identificatie met Nederland
Op 24 september jl. presenteerde de raad het rapport Identificatie met
Nederland. ... Analyses in het rapport zijn mede gebaseerd op studies
die op verzoek van de WRR zijn verricht en tegelijkertijd met dit rapport
verschijnen:
WRR-verkenning nr. 17 Nationale Identiteit en meervoudig verleden, Maria
Grever en Kees Ribbens
Westerse politici ontwaren een crisis van de nationale identiteit. Ze beschouwen
het gebrek aan historische kennis als belangrijke oorzaak. In Nederland weten
jongeren niet meer wie Willem van Oranje is en waarom hier Surinamers wonen. De
integratie zou langzaam verlopen omdat het Nederlanderschap onduidelijk is.
Vandaar dat de regering heeft besloten om een nationale canon in te voeren. Maar
kloppen deze aannames? Wordt niet voorbij gegaan aan de diversiteit van het
verleden en de veranderlijkheid van sociale identiteiten? ...
WRR-webpublicatie nr. 33 De casus Inburgering en Nationaliteitswetgeving:
Iconen van nationale identiteit, Fouzia Driouichi
Aan de hand van dit onderzoek wordt onder meer geconcludeerd dat het accent
steeds meer op cultuur wordt gelegd. Bovendien richt de contemporaine discussie
zich op meer plichten en minder rechten voor veel migranten. Hierbij wordt er
vaak vanuit gegaan dat meer plichten automatisch een betere integratie tot
resultaat zullen hebben. Noodzakelijke randvoorwaarden, zoals kwalitatief en
kwantitatief voldoende scholing, maar eveneens een meer welwillende rol van de
ontvangende samenleving, worden daarbij nogal eens veronachtzaamd.
...
WRR-webpublicatie nr. 34 In debat over Nederland. Veranderingen in het
discours over de multiculturele samenleving en nationale identiteit, Fleur
Sleegers
De toon en inhoud van de debatten over de multiculturele samenleving zijn de
laatste jaren veranderd. Van links tot rechts is de politiek teruggekomen van
een lang in standgehouden consensus dat de komst van migranten een verrijking
van de samenleving betekende. Het inzicht dat de toegenomen culturele
diversiteit en de aanwezigheid van steeds meer moslims in de Nederlandse
samenleving (ook) problemen met zich mee heeft gebracht is nu uitgangspunt van
de discussie. Vanaf de eeuwwisseling is de overtuiging gegroeid dat een hardere
opstelling naar migranten en veeleisender beleid noodzakelijk zijn voor
succesvolle integratie. ...
Red.: Dit alles tezamen kan je parafraseren als "Er bestaat geen dé Nederlandse identiteit,
en en de integratieproblemen hebben als oorzaak dat de Nederlanders er zo
moeilijk over doen en te harde eisen stellen aan immigranten, terwijl ze gewoon
meer aan immigranten moeten geven". Het eerste deel is hetgeen dat
uitgesproken weer door Maxima, hetgeen natuurlijk leidde tot verontwaardiging in
de kringen die altijd al een Nederlandse identiteit hadden gezien.
Deze opvallende opvattingen van het
WRR-rapport over geschiedenis en haar rol in
de samenleving zijn een goede reden om nader te gaan kijken naar de auteurs.
Hoewel zij dus niet vermeld stond als hoofdauteur van
het rapport, is het wel als zodanig gezien gaan worden dat dit Maria Grever is.
Als eerste blijkt dit uit de volgende
reactie, die opmerkelijk is omdat hij komt uit kringen die normaal aan de andere
kant staan. De reactie is
van voormalige cultuurcorrespondent en tegenwoordig correspondent in Italië
van de Volkskrant, Michaël Zeeman:
Uit:
De Volkskrant, 27-09-2007, column door Michaël Zeeman Opnieuw nadenken over wat ons bindt Nederland
mag dan een land zijn met vele identiteiten, in Italië is die variëteit pas echt
serieus. Als ik het rapport over deze materie van de Wetenschappelijke Raad voor
het Regeringsbeleid goed lees, vindt die eerbiedwaardige instelling zo’n licht
anarchistische potpourri van identiteiten voor een land iets aanbevelenswaardigs
en ondergaan haar leden de huidige verwarring erover in Nederland daarom als een
bevrijding. In de bevrijdingsroes wordt vervolgens een recept voor een nieuwe
heilstaat gevonden, de ‘postnationale’. ...
In Italië zie je precies het omgekeerde. Daar is de nationale
identiteit een recent verzinsel, vrij laat in de geschiedenis van het
schiereiland op gezag van enkele Engelse snobs geagendeerd als politiek
programma, en in de loop van de afgelopen anderhalve eeuw nooit erg effectief
gebleken. Bij de geringste tegenslag gaan er steevast subiet stemmen op die de
ontbinding van Italië propageren, een scheiding volgens culturele en
cultuurhistorische scheidslijnen die ook nog eens economische scheidslijnen
blijken te zijn. Het noorden is ‘anders’ dan het zuiden, dat zie je al aan het
welvaartverschil en aan de verschillen in waardering van orde en gezag. Italië
heeft niet alleen een politieke partij die dat separatisme als voornaamste
bestaansgrond heeft, het heeft zelfs een minister van separatisme, al heet dat
er dan ‘devolutie’.
Zoals het aanmoedigen van één nationale identiteit geen
sinecure is, is het afraden ervan ook niet zonder problemen. Het idee van een
nationale identiteit gaat in zijn huidige vorm terug op het idee dat een volk
bijeen gehouden wordt door een gemeenschappelijke historische lotsverbondenheid,
een gemeenschappelijke taal en een gemeenschappelijke cultuur in de ruimste zin.
Geen mens gelooft dat die homogeen is, maar de reëel bestaande heterogeniteit
wordt van staatswege subsidiair verklaart aan de grootste gemene deler.
Dat heeft de Italiaanse regeringen vanaf het Risorgimento in
het midden van de 19de eeuw nog de grootste problemen gekost. De diagnose van
destijds, ‘goed, we hebben nu Italië: nu nog Italianen’, is een klassieker onder
de historische bon mots geworden. Toen Italië ontstond, sprak slechts een zeer
kleine minderheid van zijn inwoners de taal die als de landstaal werd
gepropageerd. Pas de komst van de landelijke televisie heeft daarin wezenlijk
verandering gebracht. Maar ook nu nog zullen Calabrezen en Sicilianen iemand die
algemeen beschaafd Italiaans spreekt als een vreemdeling bejegenen. Over de
ontbrekende consensus in de opvattingen over rechtscultuur en staatsburgerschap
kan men in Italië beter beschroomd zwijgen.
Als wij de redeneringen van de WRR volgen, dan is dat een
aantrekkelijk perspectief. Weliswaar gaat het debat in Nederland nu vooral over
de mate waarin van overheidswege één beeld van de nationale geschiedenis zou
dienen te worden aangemoedigd, het is bij een pleidooi voor variëteit daarin –
identiteit en geschiedenis ‘van onderop’ en niet gestimuleerd of van bovenaf
opgelegd – onvermijdelijk ook ieders overige culturele eigenaardigheden, zijn
taal en zijn rechtsopvatting, te erkennen als reëel bestaand en, in de visie van
de WRR, dus onschendbaar. Wie een canon van de nationale geschiedenis verwerpt,
verwerpt op den duur ook een gemeenschappelijke taal. Zelf zie ik mijn
moedertaal als nog een stuk dwingender voor mijn identiteit dan de belevenissen
van mijn voorouders.
Tijdens het grote debat over het nut en het nadeel van de
geschiedenis, dat verleden week in het kader van het theaterfestival ‘De
(Internationale) Keuze van de Rotterdamse Schouwburg’ werd gehouden, verdedigde
Maria Grever de stelling, dat de aanwezigheid van zo veel Marokkanen en Turken
in Nederland ons verplicht het onderwijsprogramma voor geschiedenis te herzien.
Wij moeten het voortaan niet alleen over Willem de Zwijger hebben, maar ook over Suleyman de Geweldige. Grever is hoogleraar theorie en methodologie van de
geschiedenis, en een van de auteurs van het WRR-rapport. ...
Red.: Over de inhoudelijke opmerkingen in dit artikel zo
meteen meer, maar eerst gaan we verder over de auteurs van het WRR-rapport, met
name Maria Grever. Daarvoor putten uit een artikel dat ruim een jaar later
verscheen:
Uit:
De Volkskrant, 08-11-2008, column door Hans Wansink
Stel de historische canon verplicht Als het
aan het kabinet ligt, wordt met ingang van het volgend schooljaar de canon van
Nederland opgenomen in de ‘kerndoelen’ (verplichte leerstof) van het
basisonderwijs en de eerste twee jaar van het voortgezet onderwijs. De Tweede
Kamer moet daar nog over beslissen.
De canon bestaat uit vijftig ‘vensters’ die gezamenlijk een
overzicht geven van wat elke inwoner van Nederland in elk geval moet weten van
de vaderlandse geschiedenis. Zo staat het venster Willibrord (658-739) voor de
verbreiding van het christendom in de Vroege Middeleeuwen en Max Havelaar (1860)
voor Multatuli’s aanklacht tegen de wantoestanden van het Nederlandse
kolonialisme in Indië. ...
Het is natuurlijk de bedoeling dat met de verplichte canon de
kennis van de geschiedenis van Nederland en het historisch besef van de
leerlingen door de canon worden versterkt. Met beide is het droevig gesteld,
daar is iedereen het over eens. Maar over het verplicht stellen van de canon
lopen de meningen sterk uiteen. ...
Niettemin ontmoet het verplicht stellen van de canon onder
historici veel verzet. Drijvende kracht achter dit verzet is Maria Grever,
hoogleraar maatschappijgeschiedenis aan de Erasmus Universiteit. Zij was ook de
boze fee achter het omstreden WRR-rapport Identificatie met Nederland, bij de
presentatie vorig jaar door prinses Maxima kort samengevat met de oneliner: ‘Dé
Nederlander bestaat niet’. Volgens de WRR werkt ‘het beleidsmatig inzetten van
nationale identiteit’ contraproductief, omdat het tot conflicten en uitsluiting
van bepaalde groepen zou leiden. Grever gebruikte in 2006 precies dezelfde
woorden (in de bundel Controverses rond de canon), om de canon af te wijzen.
Volgens Grever ‘ontstaat een situatie waarbij in de klas het oude knusse
nationale verhaal wordt verteld, terwijl buiten de boze globaliserende wereld
regeert’. Zij verwijt pleitbezorgers van de canon te handelen uit angst voor
vreemde culturen, en wrijft hen ‘een neonationalistische politieke agenda’ aan.
‘De doos van Pandora is geopend’, klinkt het apodictisch, omdat het
geschiedenisonderwijs ‘afhankelijk wordt gemaakt van de grillen van de politieke
actualiteit’.
Zelf is Grever een ernstig geval van multicultureel
postmodernisme, dat ‘meerstemmigheid van het verleden’ tot dogma verklaart:
‘Empathie en wederzijds begrip kunnen alleen worden bereikt door geschiedenis te
presenteren als een debat tussen verschillende, soms conflicterende
representaties.’ Een fijne opgave voor de docenten op de basisschool! ...
IRP: Glasheldere taal.
Ter illustratie van de de beweringen van Wansink, terug naar
het stuk van Zeeman waarin hij Nederland met Italië vergeleek - overigens voor
meer details over het geval Italië, zie hier
.
Wat Zeeman laat zien, is dat de door de WRR gewenste richting
nog veel onwenselijker is dan bijna welke bevordering van het huidige
Nederlandse nationalisme dan ook. Want dat Nederlandse nationalisme staat zo'n
laag pitje dat men nog een tijd lang aan dat onderwijs in andermans taal en
cultuur heeft gedaan - OETC heette dat toen: Onderwijs in Eigen Taal en Cultuur
- "Eigen" zijnde "andermans" cultuur - allochtone cultuur - Suleyman de
Geweldige cultuur. Dat OETC is relatief snel afgeschaft, omdat er al snel bleek
wat het effect was: het had een sterk remmend effect op de integratie en dus de
maatschappelijke mogelijkheden van de allochtonen.
Wat we dus bevestigd krijgen, is dat Maria Grever van de
ernstig multiculturalistische soort is. Want de stelling van Grever is "Turkse
kinderen zijn niet geïnteresseerd in Willem de Zwijger, dus we moeten ook
onderwijzen in Suleyman de Geweldige". Stel dat dit juist is. Dan geldt dit ook
de andere kant op: als de Turk niet geïnteresseerd is in Nederland, hoeft de
Nederlander nog veel minder geïnteresseerd zijn in de Turkije, want we zijn in
Nederland, waar de Turk is vrijwillig naar toe is gekomen (waarbij de
nationaliteitsaanduidingen natuurlijk generiek zijn bedoeld). En het is nog
dubieuzer. Want wat geldt voor de Turk en de Nederlander, geldt ook voor de
Surinamer - die is nog veel minder dan de Nederlander geïnteresseerd in Suleyman
de Geweldige. Die wil dan eigenlijk wel iets over, zeg, Desi Bouterse. En idem
voor de Antillianen, Kaap Verdianen, Somaliërs, enzovoort.
Als je uitgaat van Grever's redenatie, is het enige dat die
mensen aan interesses gemeen hebben, is dat ze in Nederland wonen. En dus stel
je met Suleyman de Geweldige nog meer meer mensen teleur dan met Willem de
Zwijger. En toch kiest Maria Grever voor Suleyman de Geweldige - met als enige
redelijke denkbare reden dat het niet Willen de Zwijger is, "want dat is
nationalisme". Een keuze die de redelijke mens dus zal zien als de ultieme vorm
van multiculturalisme en cultuurrelativisme: als cultuurverraad.
Waar het tot nu toe alleen gegaan is over Maria Grever, zegt
het gezond verstand dat het natuurlijk zo is dat zij alleen maar kan opereren in
een omgeving die het deels en grotendeels met haar eens is - die er dezelfde
multiculturalistische opvattingen op na houden. Dat die omgeving groot is blijkt
onder andere uit het lijstje van adviseurs van het WRR-rapport. Ten eerste geldt
dat natuurlijk voor degenen die we gesignaleerd hebben als de mede-hoofdauteurs
Kees Ribbens en Maykel Verkuyten. Ribbens werkt bij het NIOD en doet daar
diverse zaken, maar heeft kennelijk een nauwe samenwerking met Grever, en
Verkuyten is een prominent specialist op dit vakgebied - zijn geval is hier even
apart behandeld
. Van adviseur Jan Schoonenboom hadden we al eerder een idee van zijn
opvattingen
. Voor de rest van de adviseurs geven we dat lijstje nogmaals, met een
toelichting van hun positie in dit debat (MC - multiculturalistisch):
| |
Prof. dr. H. Entzinger, Erasmus Universiteit Rotterdam
Bekend immigratiefundamentalist, zeer MC
Mw. drs. E. Dourleijn, Erasmus Universiteit Rotterdam
Medewerkster Entzinger
Dr. K. Ribbens, niod
Historicus, al besproken, sterk MC
Prof. dr. M. Grever, Erasmus Universiteit Rotterdam
Cultuurhistorica, al besproken, sterk MC
Drs. J. Schoonenboom, wrr
Socioloog, sterk MC
Prof. dr. M. Verkuyten, Universiteit Utrecht
Promotie: Zelfbeleving en identiteit van jongeren uit etnische
minderheden.
Al besproken, sterk MC
Mw. B. van der Haak, vpro (Tegenlicht)
Medewerker van de VPRO, dus sterk MC
Mw. H. Hagen, vpro (Tegenlicht)
Medewerker van de VPRO, dus MC
Mr. S. Harchaoui, directeur Forum
Sterk MC
H.K.H. Prinses Máxima der Nederlanden
Kosmopoliet, dus sterk MC
Mw. mr. J.F. Zaaijer, Dienst Koninklijk Huis
Voormalig raadsadviseur bij het ministerie van Algemene Zaken
Establishement, vermoedelijk MCMw. mr. I. Brouwer, Twynstra Gudde
Ina Brouwer, voormalig GroenLinks politica.
Dus sterk MC
Drs. W. Ligthart, Twynstra Gudde
Establishment, zie collega's van T-G: vermoedelijk MC
Mw. drs. M. Kilic-Karaaslan (vorm.?) Twynstra-Gudde
Meryem Kilic-Karaaslan adviseert de overheid over vraagstukken van de
integratie.
Vanuit de immigrantenkant.
Dus MC.
Mw. drs. L. Duits, Universiteit van Amsterdam
Promotie: Navels en sluiers: meiden in een multiculturele samenleving
Dus MC
Mw. dr. A. Van Lenning, Universiteit van Tilburg
Sociologe, emancipatie,
Onbekend |
De groep multiculturalistische historici die we hebben gevonden maakt dus
deel uit van een grotere groep multiculturalisten die diep geworteld is in
alle sectoren van de top en het bestuurlijke middenkader van de
maatschappij.
Maar de suggestie van Zeeman door het
alleen noemen van haar naam, en de directe opmerkingen van Wansink, doen
vermoeden dat Maria Grever een belangrijke spil is in dit web. Ter
illustratie daarvan nog wat bronnen:
Uit: Publicatie van de KNAW-website, zijnde de inhoud van een lezing in het
kader van het NWO-programma Omstreden democratie, te dateren in 2006
NWO programma 'Omstreden Democratie'
Toelichting door Maria
Grever
Vooraf
Remieg Aerts en Ido de Haan (centrale figuren in dit programma mede
gezien hun leerstoel Politieke geschiedenis) zijn helaas ziek. Vandaar dat ik nu
e.e.a. toelicht. ...
Red.: Nu snappen we waarom de heren De Haan en Aerts zich zo
opgewonden betoonden in hun reactie op het artikel van Velema en Wansink - ze
maken deel uit van dezelfde groep als Grever - de groep multiculturalistische
historici.
De tweede bron laat zien dat ondanks de ophef over het
WRR-rapport, de invloed van de groep niet merkbaar is verminderd. Dit is uit een
boek, onlangs (eind 2008) verschenen, ter promotie van de wetenschap bij
het normale publiek, onder auspiciën van het NWO, de Nederlandse Organisatie voor
Westenschappelijk Onderzoek die jaarlijks honderden miljoenen voor projectmatig
wetenschappelijk onderzoek te vergeven heeft, en voor het pr deel onder redactie
van het zeer geslaagde en populaire wetenschapsblad Quest. Alle
wetenschappen komen aan bod, dus ook de geschiedenis, en haar meest actuele
aspect: de immigratie, canon en dergelijke - die sectie van het boek heet dan ook Identiteit
en samenleving.
De sectie bevat zes artikelen, een ervan gaande over de vinexwijk
en een over arbeidersverheffing. De overige vier hebben achtereenvolgens de
volgende boodschap: "Met hedendaagse immigranten komt het na een paar
generaties vanzelf goed want zo
is het altijd gegaan", "Met katholieken is het ook goed gekomen",
"We moeten in verband met andere culturen niet vasthouden aan ons eigen verleden
en de regering moet zich daar niet mee bemoeien", en "Er is geen norm voor
wat je integratie kan noemen en discussiëren erover heeft geen zin". Geen
bonuspunten voor degene die raadt wie het derde artikel heeft geschreven -
inderdaad:
Maria Grever.
Het eerste artikel is van Marlou Schrover, die we op deze website
al kenden van onderstaande artikel:
Uit:
De Volkskrant, 08-12-2008, door Herman Obdeijn en Marlou Schrover,
universitair hoofddocent migratiegeschiedenis te Leiden
Migranten komen niet om te parasiteren
Met zijn lofzang op de Polen doet Piet Emmer de Marokkaanse en Turkse
immigranten te kort, zeggen Herman Obdeijn en Marlou Schrover.
‘Ze werken hard en willen ons niet vermoorden’ was de kop boven een artikel van
de hand van de Leidse hoogleraar Piet Emmer in (Forum, 27 november). Emmer maakt
een vergelijking tussen de Marokkaanse en Turkse gastarbeiders, die in de tweede
helft van de vorige eeuw naar Nederland werden gehaald, en de Poolse immigranten
van nu. ...
In ons boek Komen en Gaan. Immigratie en emigratie in
Nederland vanaf 1550 (Bert Bakker) geven wij een overzicht van wie er de
afgelopen vier eeuwen naar Nederland kwamen of er juist vertrokken. Dat zijn, in
tegenstelling tot wat Emmer beweert, geenszins louter succesverhalen. Met
sommige migranten ging het onmiddellijk goed, anderen hadden tijd nodig. Maar
stellen dat Turkse en Marokkaanse immigranten een uitzondering vormen, is
pertinent onjuist.
De voortdurende nadruk op het falen van de Turkse en
Marokkaanse migranten is bedoeld om het beeld te schetsen dat zij anders zijn
dan de migranten die hen ooit zijn voorgegaan. Dat is een boodschap die
klaarblijkelijk graag wordt gehoord. ...
Red.: Een grappige omdraaiing van de feiten: het falen van de
Marokkaanse en Turkse immigranten is ten gevolge van het praten over dat falen.
Ter verklaring van deze omdraaiing een stukje over de andere auteur:
Van: www.maghremagazine.nl, 28-06-2006
.
Herman Obdeijn geridderd door koning
Marokko-deskundige en historicus Herman Obdeijn is geridderd door de Marokkaanse
koning. Obdeijn die de geschiedenis van Marokko en nu de geschiedenis van de
Amazighen in het Marokkaans tijdschrift Mzine behandelt, werd geëerd om zijn
verdiensten voor Marokko. Het was overigens een unicum dat een Nederlander, die
in Nederland woont, door de Marokkaanse koning geridderd is. Dr. Herman Obdeijn,
(1938) was universitait hoofddocent migratiegeschiedenis en geschiedenis van
Noord-Afrika aan de Universiteit Leiden. Daarvoor was hij directeur van een
ontwikkelingsproject in Tunesië en onderwijsattaché aan de Nederlandse ambassade
in Rabat. Hij was initiatiefnemer van de Stichting Marokko Nederland 400, die
verantwoordelijk is voor de activiteiten in het Marokkojaar 2005. ...
Red.: Zodat we Marlou Schrover ook direct hebben
leren kennen als belangenbehartiger van migranten. Misschien niet zo heel veel
mis mee, maar dan moet je je niet afficheren als brenger van neutrale
informatie, en al helemaal niet als wetenschapper. In het NWO/Quest
artikel staan dan ook een schrikbarend aantal overtredingen van de regels voor
goede menswetenschappen, zie hier
.
Even snel die andere artikelen: dat over de emancipatie van
katholieken is gewoon feitelijk, het gaat om de context: het is geplaatst als
case study achter het artikel van Schrover. En omdat dat artikel van
Schrover eenzijdig is, is het tweede daarvan een versterking.
In het vierde artikel wordt 'bestuurskundige Peter Scholten'
aangehaald. Hoe die in beeld is gekomen is onduidelijk, maar een zoekactie
leverde een recente gemeenschappelijke publicatie op tezamen met Ewald Engelen (Engelen, E. en
Scholten, P. (2008) WRR rapport Identificatie met
Nederland: een zuchtend verlangen naar de heimat. In:
Migrantenstudies, 2008-3). Die laatste gaan we zo meteen nog uitgebreid
tegenkomen - en niet in de goede zin!
Het artikel van (over) Grever is ten opzichte van het
WRR-rapport enigszins aangepast aan de veranderde tijden:
Uit: Experiment NL. Boek uitgegeven door NWO en Quest, eind 2008.
Dit artikel door Wilma Mik.
Geschiedenis per decreet
Nationale regeringen
bemoeien zich steeds meer met de inhoud van de historische cultuur. Daar moeten
we voor waken, meent historica Maria Grever. 'We moeten ons verleden in alle
vrijheid kunnen verwerken.'
 |
Het collectieve geheugen van een samenleving vergt onderhoud en bijstelling.
Globalisering, de komst van grote groepen migranten naar de westerse wereld
veranderen onze blik op het verleden. In alle grote steden van West-Europa
zitten leerlingen met verschillende culturele achtergronden bij elkaar in de
klas. Zij brengen hun eigen, soms traumatische geschiedenis mee.
Hoe ga je daarmee om? Grever: 'Men grijpt dan vaak terug op
verstarde beelden van nationale identiteit. Zonder kennis van taal, cultuur en
geschiedenis van een land weten we niet wie we zijn en waar we naartoe gaan.
Maar zodra regeringen inhoudelijk controle willen krijgen over het onderwijs,
loop je risico's. Voor je het weet, zetten ze de historische beeldvorming naar
hun hand en krijgen we geen geschiedenisonderwijs maar propaganda.' Een kenmerk
van democratie is juist dat er altijd een open debat plaatsvindt, ook over het
verleden. Het zijn de docenten die met elkaar moeten vaststellen wat er in de
geschiedenisles aan de orde komt. Zij zijn er immers voor opgeleid. 'Daar moet
de overheid zich helemaal niet mee bemoeien. Je maakt je dan ook te afhankelijk
van de politieke kleur van een regering.' ...
Tussenstuk:
Rusland
In het nieuwe handboek over de Russische geschiedenis, door Poetin zelf
gepresenteerd, wordt het Sovjetregime neergezet als lichtend voorbeeld voor de
wereld.
De verschrikkingen van het communisme worden amper belicht.
Red.: Even over de inhoud, want die is nu grappig: toen de
regering via de WRR een sterk politiek gekleurd rapport bestelde, door zeer
multiculturalisme personen voor dit rapport in te huren, was er geen enkel
bezwaar tegen regeringsinmenging. Nu is er van redelijk wat kanten goed
beargumenteerd tegengas is gekomen, zodat de politieke mening wat meer naar het
midden is verschoven, en nu komt Maria Grever met bezwaren tegen
regeringsinmenging - ondersteund met vergelijkingen met communisme enzo. Tja.
(meer over de weteschappelijke fouten in dit verhaal hier
)
En nog zo'n inhoudsdingetje: ziet u die foto? Dat is de
omslag van haar begeleidende studie bij het WRR-rapport. Wat we daar uitgebeeld
zien, is de Nederlandse geschiedenis, en hedendaagse bevolking. Maar niet de
hele hedendaagse bevolking. Nee, slechts een klein deel van de bevolking. Wat we
daar zien, is slechts het allochtone deel van de hedendaagse Nederlandse
bevolking. Het autochtone deel van de Nederlandse bevolking is niet afgebeeld.
Aan het autochtone deel van de hedendaagse Nederlandse bevolking is niet
gedacht. En voor de tekst geldt precies hetzelfde: ook daar gaat het alleen over
de allochtonen en hun belangen. Maria Grever heeft alleen oog voor de belangen
van de allochtonen. Maria Grever is een cultuurverraadster.
Maar wat we dus ook hebben vastgesteld is dat Maria Grever een positie van
sterk aanzien bekleedt - anders had ze niet dat prominente dus eervolle werk voor
de WRR en het NWO mogen doen. Ze is een zeer prominent lid van een grote groep
multiculturalistische wetenschappers en bestuurders in en van Nederlands, die
bereid zijn onze cultuur te verraden ten gunst van een relatief kleine groep
allochtone, voornamelijk moslim, immigranten.
Wat nieuw is sinds de tijd van het WRR-rapport is dat er nu
een kleine doch goed argumenterende tegengroep is. En de strijd tussen de twee
groepen vindt voornamelijk plaats via publicaties, en enige concrete items,
zoals de historische canon. Eerst nog een paar publicaties, in de eerste waarvan
we weer Ido de Haan tegenkomen, samen met iemand
ie nog niet genoemd is maar als socioloog ook veel gedaan heeft op dit veld,
en tenslotte iemand die te boek staat als econoom, maar meerdere artikelen
met een sociologisch inbreng heeft gepubliceerd:
Uit:
De Volkskrant, 24-10-2008, boekbespreking.
Angst zaaiende elite
Het zijn niet de minsten die in Het bange Nederland - Pleidooi voor een open
samenleving een heftige, emotionele aanval doen op het neonationalisme dat
Nederland volgens hen in haar greep dreigt te krijgen. Jan Willem Duyvendak,
hoogleraar sociologie in Amsterdam, Ewald Engelen, als financieel-geografisch
onderzoeker ook verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en hoogleraar
politieke geschiedenis te Utrecht Ido de Haan doen een poging te analyseren waar
het nieuw opgekomen nationalisme in politiek, cultuur en economie vandaan komt.
Ze menen dat het Nederlandse volk wordt bang gemaakt door een elite die met
behulp van canons, islam-bashing en kritiek op graaicultuur haar gezag
wil herstellen. Het boek van de drie geleerden leest als een pamflet tegen 'the
closing of the Dutch mind', die een aanval zou zijn op de democratie.
Red.: Ook deze publicatie wierp het nodige stof op, hoewel
natuurlijk niet zo veel als het WRR-rapport. Door dat laatste is de
tegenstand wel verder gegroeid, en we hoeven dit boek dan ook niet zelf te
bespreken:
Uit:
De Volkskrant, 31-10-2008, column door Nausicaa Marbe
Drie kwasten met één stem
Je hebt ze op alle feesten: schreeuwers over de politiek. Met het glas geheven
blazen ze coalities op en ontwaren complotten, overal. Roept zo’n drinkebroer
dat ‘het gehele autochtone politieke spectrum’ dezelfde progressieve gedachten
over seksualiteit deelt, dan heeft het geen zin te wijzen op homofobe
confessionelen: nuance irriteert de demagoog. En stelt zo’n luide gast dat
politici uitsluitend luisteren naar ‘iedere eruptie van elke witte wijkbewoner’,
dan maakt het controleerbare feit dat politici dagelijks in conclaaf zijn met
multicultureel Nederland, geen kans bij hem. Nog een kreet: politici presenteren
zich als ‘gewone man’ omdat ze laf zijn. Zou het? Is de behoefte aan
authenticiteit en herkenning niet typerend voor onze tijd?
Doordenken is niet besteed aan Jan Willem Duyvendak, Ewald
Engelen en Ido de Haan (DEH), auteurs van bovengenoemde borrelpraat. ...
In een notendop: Nederland wordt bang gemaakt door ‘de elite’
met angstbeelden als culturele overheersing door buitenlanders, terrorisme,
kosmopolieten, kapitalisten, graaiers, neoliberalen. Eén groot complot. Niemand
deugt, alles moet anders.
Deze composthoop illustreert perfect de nieuwe folklore rond
het multiculturele debat én de jongste politiek correcte ontkenning. Eerst het
debat. Dat is kleurrijk, polyfoon en dermate vertakt dat het niet in een
synopsis te vangen is. Dat niet iedereen daar trek in heeft, is voorstelbaar.
Dat het trio DEH er niet bij kan – getuige de vileine karikatuur die ze daarvan
maken – is, zeker gezien hun verantwoordelijke academische positie, alarmerend.
Dat ze toch willen meedoen, schetst een nieuw fenomeen: de geborneerde kwast die
mee wil liften. ...
Nu dan deze oude jongens. Zij recyclen oudbakken ongenoegens
om werkelijk relevante opiniemakers te besmeuren. Nederland kent veel benauwde
nationalisten, begrijp ik, die ‘meedobberen op de populistische stroom’: van
Überjournalist Gerard van Westerloo (‘exemplarisch voor een gemakzuchtige
registratie van de stem van het volk’) via gelauwerd historicus Frits van
Oostrom (van de ‘perverse’ canon, ‘een autoritair dictaat’ dat nieuwkomers wordt
opgedrongen), tot de empathische chroniqueur van islamitisch Nederland Margalith
Kleijwegt. Dan vergeet ik bijna ‘populist’ Van Mierlo, ‘valsemunters’ Hans
Wansink en Willem Velema, alsmede Jos de Beus en Gabriël van den Brink. Schuldig
zijn ze, die elegante denkers. Ook Paul Scheffer, gereduceerd tot een
gemutileerd citaat. Als de namen op zijn, is er ineens sprake van ‘Vuijsje en de
zijnen’. ...
Tot zover hun penisnijd. Verder trippelt het trio DEH
allervrolijkst voorbij aan gevaarlijke interpretaties van de islam.
Terrorismedreiging? Flauwekul, hoor.
Ze schuimbekken over de discussie rond de nationale
identiteit – vinden ze een hobby van de losgeslagen elite. Maar geen jota over
een belangrijke oorzaak van deze herleving: het intolerante nationalisme van
sommige migranten.
Ziedend zijn ze over de inburgering die nieuwkomers tot een
emotionele band met Nederland zou dwingen. Het ís natuurlijk de vraag of zoiets
zinnig is. Maar bekijk ook de context: het is geen xenofobe vernedering, maar
een respons op de breed geventileerde afkeer van Nederland onder bepaalde
migranten. Volgens DEH missen uitsluitend de Nederlanders de omgangsvormen voor
culturele diversiteit. Alsof er wat bij te leren valt in prachtwijken met een
avondklok.
Dit is geen ouderwetse, naïeve en welwillende politieke
correctheid. Dit is een agressieve en bewust tendentieuze variant, met misbruik
en verdraaiing van feiten en onderbouwde betogen van anderen die doortastender,
inventiever, genuanceerder en talentvoller zijn. ...
Red.: Ido de Haan blijkt niets geleerd te hebben van zijn
vorige ervaringen - hij heeft alleen andere medestanders gezocht. En nu krijgt
hij het nog harder om zijn oren. Het lot van een ideoloog die niets wil weten
van de werkelijkheid.
Maar denk dus niet dat de strijd hiermee gestreden is - die
is in feite slechts begonnen. Het voorgaande stadium was er een waarin het eerst
onmogelijk was tegen dit soort onzin iets te zeggen, laat staan te protesteren.
Nu zijn we aan de protesten toe, maar de andere kant is nog steeds veel sterker.
Zo hebben we gezien dat de Ewald Engelen van hier direct boven heeft
gepubliceerd samen met de Peter Scholten van het NWO/Quest artikel. Daar
moeten weer allerlei mensen tussen of rond zitten, waardoor we deze twee
individuen op verschillende plaatsen eenzelfde soort rol zien spelen.
De sterkte van de groep kwam heel recent weer naar buiten
naar aanleiding van de eerste concrete berichten over Nationaal Historisch
Museum.
Het initiatief tot dit project kwam van Thomas von der Dunk
en Jan Marijnissen, naar aanleiding van de discussie over de Nederlandse
identiteit die volgens de multiculturalisten niet bestaat, en het
gegeven dat scholieren nauwelijks nog op de hoogte bleken van de globale lijn van
de Nederlandse geschiedenis, door de invloed van de multiculturalisme op het onderwijs in het algemeen, en in dit geval de
geschiedenis in het bijzonder.
Het merkwaardige was dat dit plan in de Tweede Kamer werd
aangenomen, en dus in gang gezet. Maar daarna ging het al snel mis. Toen kwam
het namelijk terecht in de kringen van het soort mensen dat dit soort dingen
doet: uitvoerende alfa- en gamma- intellectuelen en de bijbehorende bestuurders
- het soort mensen uit het lijstje adviseurs van het WRR-rapport. En dat zijn bijna universeel
kosmopolieten - dus multiculturalisten. Zoals
bleek uit hun keuze van projectleiding - want die begonnen meteen om het plan uit te kleden, en om te vormen
naar een vorm van theater waarin alle culturen aan bod zouden
komen, middels thema's, enzo. De nieuwe tegenbeweging kwam onmiddellijk in het
geweer:
Uit:
De Volkskrant, 12-05-2009, rubriek Gemengde berichten van Martin Sommer,
chef Haagse redactie
Het verleden moet geen praatjes hebben
Gaat het wel goed met het Nationaal Historisch Museum in oprichting? Afgelopen
week borrelde er ongenoegen op over dit prestigieuze project. Twee
ex-burgemeesters van Arnhem, waar het museum moet komen, hesen de stormbal omdat
de oorspronkelijke plannen zijn verlaten. ... Bedenker Jan Marijnissen wil dat de hele
procedure overgaat. ‘Er is geen rationeel argument voor Arnhem meer.’
Klein leed op de paar kilometer tussen Rijnoever en het bos
van het Openluchtmuseum, dat vreest voor zijn toeschouwersaantallen? Misschien.
Ik sprak een van de ex-burgemeesters, de heer Scholten. Die meent dat de twee
aanstormende directeuren van het NHM, Byvanck en Schilp, niets met het
Openluchtmuseum te maken willen hebben. ‘Ze willen zich losmaken van de canon,
en van de plek.’ Een plausibele gedachte. In elk geval algemeen directeur Erik
Schilp lijkt me weinig ophebben met het Openluchtmuseum.
Schilp zwaaide tot voor kort de scepter over het
Zuiderzeemuseum in Enkhuizen, laten we zeggen de visserijvariant van het
Openluchtmuseum. Hij stapte daar een paar jaar terug binnen met een
geloofsbelijdenis, niet voor niets ‘de afrekening’ geheten. Daarin liet hij van
zijn eigen Zuiderzeemuseum weinig heel.
Het Zuiderzeemuseum, met zijn vissershuisjes, palingrokers,
strooien daken en overige ambachten – dat was oubollig, een fictieve wereld die
in 1932 stil was blijven staan. Sterker, het museum was de erfgenaam van een
idee over volkscultuur dat na de oorlog omstreden is geworden als een soort
tastbaar Blut und Boden. Lezers van Voskuils Het Bureau kennen de
discussie. ...
Schilp ging nog een stap verder. Eigenlijk vindt hij de hele
geschiedenis niks. Op billboards waar hij zijn visie uiteenzette, stonden een
paar zinnen die ik u niet wil onthouden. Dat begon met ‘iemand die het over
vroeger heeft, gaat snel vervelen’. Interessant uitgangspunt voor een directeur
van het Nationaal Historisch Museum. En dan: ‘Het verleden alleen heeft geen
betekenis. Het moet die dus verdienen. Het moet zich bescheiden opstellen en
niet teveel praatjes hebben.’
Het verleden moet geen praatjes hebben – dan is het
plotseling niet meer zo onschuldig in Enkhuizen en zitten we midden in het even
branderige als hooglopende debat over de nationale geschiedenis en identiteit.
Het gaat niet over toen, het gaat over nu. In 2003 leek het simpel, toen Jan
Marijnissen vond dat Nederland zijn eigen geschiedenis niet kende.
Dat manco zou worden gevuld met een Nationaal Historisch
Museum. Leuk idee, tot al vlot bleek dat je met pogingen om de kern van de
Nederlandse geschiedenis te benoemen op een bermbom trapte. Frits van Oostrom
kan erover meepraten, die moest al zijn diplomatieke gaven inzetten om zijn
historische canon tot een goed einde te brengen. Staatssecretaris Timmermans zei
het mooi in zijn 4-mei-rede. Wij weten vrij precies wat onze nationale
identiteit is, zolang maar niet gevraagd wordt die onder woorden te brengen.
Toch is dat wat je van zo’n Nationaal Historisch Museum
verlangt. Anders hoef je er niet aan te beginnen. De nieuwe directeuren Byvanck
en Schilp kozen vooralsnog de gemakkelijke weg. De bezoekers mogen het zelf
uitzoeken, is de boodschap, verborgen achter modieus gepraat over nieuwe
informatiedragers en interactiviteit. Impliciet is de boodschap: ouderwetse
geschiedenis, dat is top-down, autoritair, nationalistisch en vervelend.
Het lijkt allemaal nogal op de onderwijscrisis. Uit pure
onzekerheid heeft een fors deel van het onderwijs Montessori omhelsd. Maak zelf
maar uit wat je wilt leren. De kennis verandert immers zo snel, en de leerlingen
willen het niet meer op de oude manier – dat zijn ook de argumenten van Byvanck
en Schilp. Op zo’n billboard in Enkhuizen stond: ‘Elke persoon kleedt het
verleden volgens eigen principes, bedekt het met de eigen huid.’ ...
Uit:
De Volkskrant, 16-05-2009, column door Hans Wansink
Plasterk en NHM klem tussen twee werelden
Jan Marijnissen begon zijn campagne voor de stichting van een Nationaal
Historisch Museum (NHM) in 2003 met de volgende observatie: ‘De hedendaagse
verwarring over onze morele, culturele en politieke identiteit vindt voor een
deel haar verklaring in het ontbreken van historisch besef in brede lagen van de
bevolking.’
De voorman van de SP slaagde erin brede steun voor zijn
initiatief te verwerven. Op 13 mei 2006 schreef hij met Maxime Verhagen, toen
voorzitter van de CDA-fractie, in Trouw een pleidooi voor wat zij noemden
een Huis van de Nederlandse Geschiedenis.
Opnieuw onderstreepten zij het maatschappelijk belang van
historische kennis: ‘Door internet en globalisering, maar ook door
individualisering van de samenleving en de komst van meer mensen met een andere
culturele achtergrond, lijkt het alsof we geen gemeenschappelijke identiteit
meer hebben.’
Op 27 juni 2006 nam de Tweede Kamer een motie aan, waarin
wordt gesteld dat ‘het creëren van verbondenheid met elkaar en met de waarden
van de Nederlandse samenleving een van de grote uitdagingen is waarvoor wij
staan’. En: ‘Een nationaal historisch museum is bevorderlijk voor de verbreiding
van historisch besef en historische kennis en kan bijdragen aan meer
verbondenheid.’ De motie werd ondertekend door SP, CDA, ChristenUnie, SGP, LPF,
VVD en PvdA.
... De meerderheid van de Kamer gaf uitdrukking aan een
gevoel van urgentie: het zit niet goed met de kennis van de vaderlandse
geschiedenis. En dus staan wij met onze mond vol tanden als nieuwkomers ons
vragen waar Nederland nu eigenlijk voor staat.
De Tweede Kamer beseft natuurlijk heel goed dat de
geschiedschrijving van Nederland geen staatsaangelegenheid is. Maar de cold
shoulder die het initiatief van Marijnissen ontmoette in de wereld van
historici en museumdirecteuren was ronduit verbijsterend. In plaats van vreugde
over de bereidheid van de politiek om te investeren in de vaderlandse
geschiedenis, en zo in te spelen op de groeiende belangstelling onder het
publiek voor het verleden, gaven de beroepshistorici niet thuis.
Wat voor de Kamer een urgente kwestie was, beschouwden zij
als een ontoelaatbare inmenging. Het verleden mag niet worden ingezet voor een
‘neonationalistische politieke agenda’, is het overheersende sentiment op de
geschiedenisinstituten. Belangstelling voor het vaderlands verleden =
nationalisme; nationalisme = fout; ergo: vaderlandse geschiedenis = fout.
Professor Ido de Haan spreekt niet alleen voor zichzelf als hij het heeft over
‘een klam nationaal thuisgevoel en verlangen naar de Nederlandse heimat’.
Het postmoderne dogma van de beroepshistorici, onder woorden
gebracht door professor Maria Grever, luidt dat het verleden ‘meerstemmig’ is.
‘Empathie en wederzijds begrip kunnen alleen worden bereikt door geschiedenis te
presenteren als een debat tussen verschillende, soms conflicterende,
representaties.’ Tja.
Grever was dan ook een van de aanvoerders van het verzet van
historische professionals tegen de canon. Die canon is een bescheiden, maar
verdienstelijke poging tot ordening van belangrijke episodes in de vaderlandse
geschiedenis, ondernomen door een groep wetenschappers onder leiding van Frits
van Oostrom. Het was dan ook verstandig van minister Plasterk en zijn
kwartiermaker Atzo Nicolaï om diezelfde canon tot uitgangspunt te nemen van de
inrichting van het Nationaal Historisch Museum.
Maar onder invloed van de directeuren Schilp en Byvanck, die
duidelijk in het kamp van de postmoderne professionals zitten, heeft Plasterk
die canon laten vallen.
... hij dreigt vermalen te worden tussen het kamp van
de bezorgde politici en het kamp van de historici en de museumdirecteuren die
het NHM willen ontdoen van alles dat kan worden uitgelegd als versterking van
het nationale bewustzijn. ...
Red.: Ook Martin Sommer en Hans Wansink ervaren het dus als
zodanig: bijna de hele beroepsgroep van de
historici is aangestoken door anti-nationalisme, multiculturalisme, en
cultuurrelativisme - wat wij dan graag aanvullen met kosmopolitisme en
cultuurverraad. Martin Sommer heeft eerder belangrijk werk geleverd in het aan
de kaak stellen van ditzelfde proces van ondermijning van de inhoud door alfa-
en gamma-intellectuelen in het onderwijs
.
De heren Schilp en Byvanck zijn het er natuurlijk niet mee
eens. Zoals ze mogen uitleggen in een door Clairy Polak zeer sympathiek gehouden
interview voor Nova
, en nog eens een groot artikel in de
Volkskrant:
Uit:
De Volkskrant, 22-05-2009, door Harmen Bockma
'Geschiedenis is vaak toeval'
Er was harde kritiek de afgelopen week op hun plannen voor het
Nationaal Historisch Museum. Van Jan Marijnissen, van Tweede Kamerleden.
Directeuren Schilp en Byvanck reageren: 'De Kamer spreekt zich uit over wat
er moet gebeuren. Wij gaan over het hoe.'
Ze zijn hip en dynamisch, zonder twijfel. Erik Schilp en Valentijn Byvanck
gaan bij voorkeur gekleed in pakken van belangrijke Nederlandse
modeontwerpers. le praten in vloeiende volzinnen over web 2.0, serious
gaming en virtuele werelden. Maar net zo makkelijk over de Tachtigjarige
Oorlog, Batavia in de 19de eeuw en de Slag bij Arnhem. Maar noem de twee
directeuren van het Nationaal Historisch Museum geen yuppen, zoals Jan
Marijnissen deed. En beweer ook niet dat ze van de geschiedenis een
postmoderne hutspot gaan maken, zoals het SP-Kamerlid vreest. 'Is dat met
pesto en zonnebloempitten', vraagt Byvanck zich af. 'Postmodern, ik zou niet
weten wat dat is', zegt Schilp. ...
Het zou toch naast het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem
komen te staan? Het ontwerp ervoor, de canontoren van architect Francine
Houben, lag toch al klaar? Maar Schilp en Byvanck, aangesteld op 1 oktober
vorig jaar, bleken nogal eigenwijs. In december presenteerden ze hun ideeën.
Niet met de canon, maar met thema's als 'ik en wij' en 'water en land'
vertel je op een aantrekkelijke manier over geschiedenis, stellen de twee.
Daar past geen canontoren bij. En de beste plek is volgens hen uiteindelijk
4,5 kilometer verderop, bij de John Frostbrug, in het centrum. Maar die bouw,
beloofde Plasterk de Kamer uiteindelijk, staat nu even 'on hold' tot half
juni. ...
... Kunnen ze zich niet iets voorstellen bij de
teleurstelling van Jan Marijnissen, de geestelijk vader van het NHM, over de
plannen? 'Nee', antwoordt Schilp gedecideerd.
'Hij wil een groter historisch bewustzijn omdat een volk zijn
geschiedenis moet kennen. Daar ben ik het volledig mee eens. Maar de Kamer
heeft zich uitgesproken over wat er moet gebeuren. Wij, de
museumprofessionals, gaan over het hoe.' Schilp noemde de opvattingen van
Marijnissen - die in 2003 zei dat Nederland met nieuwe, oprukkende culturen
voor een existentiële crisis komt te staan - eerder 'neonationalistisch'.
Dat kan hij toch niet als compliment hebben bedoeld? 'We leven in een
Europese en mondiale context. Politici worstelen met een achterban die in
tijden van crisis terug wil naar de basis, net als in de jaren dertig. Wij
worstelen er dus ook mee, wij moeten iets met deze vraagstukken doen. 'Ik en
wij' gaat over identiteit. Als dat geen tegemoetkoming is richting Jan
Marijnissen, dan weet ik het ook niet meer.' ...
Red.: Als verklaring van kwade trouw kan dit nauwelijks
duidelijker, zonder je positie onmogelijk te maken. Alleen al het gebruik
van de term 'neonationalistisch' voor een poging tot herstel van de lijn in
het beeld van de geschiedenis, die op scholen ook al thematisch is gemaakt,
is volkomen afdoende. En als het daarna nog over Europa en de mondiale
context gaat, dan weet je al genoeg. Tot het tegendeel bewezen is, mag je er
dan vanuit gaan dat dit geschiedenisbeeld er eentje wordt dat gaat over
'oprukkende culturen' als die van Suleyman de Geweldige, en hoe belangrijk
de bijdrage van Marokkanen was aan de bevrijding van Nederland. 'Postmodern,
ik zou niet weten wat dat is', grappen de heren. En daar kan je de
hoeveelheid oprechtheid onmiddellijk uit afleiden: dicht bij nul. Bij elkaar
ruim voldoende voor onmiddellijk ontslag wegens het volstrekt niet voldoen
aan de grenzen van de opdracht waar ze een mandaat van de opdrachtgever voor
hadden gekregen.
Deze stand van zeken is overduidelijk slechts een
tussenstand. We houden u op de hoogte.
Onze verwachtingen worden niet teleurgesteld:
Uit:
De Volkskrant, 03-07-2009, van verslaggevers Harmen Bockma en Bart Dirks
Reconstructie | Het geruzie om het Nationaal Historisch Museum
Gevaarlijk nonchalant
In een openbare machtstrijd om het Nationaal Historisch Museum, liepen de
twee directeuren en minister Plasterk flinke krassen op. Het museum komt
niet op de door hen gewenste locatie, de aanpak moet chronologischer. ‘Wat
ik niet goed heb getaxeerd is dat de verrassing voor de Kamer wel heel groot
was.’
Hoe was het gelopen met het Nationaal Historisch Museum als
niet Erik Schilp en Valentijn Byvanck waren benoemd? Stel dat Edwin van Huis
directeur was, de geroemde oud-directeur van het Nederlands Instituut voor
Beeld en Geluid. Hij stond hoog op het lijstje van minister Ronald Plasterk
van Cultuur, vóór de jonge honden van de Nederlandse museumwereld in beeld
kwamen. ...
De directieleden tonen zich zo zelfverzekerd, nog geen twee
maanden geleden. Met hun Sturm und Drang-aanpak, hun overvloed aan ideeën en
hun overtuigingskracht hebben ze eerst hun raad van toezicht, daarna de
minister en toen de gemeente Arnhem voor zich gewonnen. De canon als
leidraad voor het museum hebben ze al eerder losgelaten. Eind maart maken ze
bekend naast de John Frostbrug te willen bouwen. Dáár is het water, dáár is
gevochten in de Tweede Wereldoorlog, dáár is geschiedenis gemaakt.
Het Openluchtmuseum ligt 4,5 kilometer verderop, en dat is
eigenlijk best een comfortabele afstand, vinden ze. Dat ze zich intussen
mijlenver verwijderen van de wensen van de initiatiefnemer van het museum –
de Tweede Kamer – blijft niet onopgemerkt. ...
... Hoe kon het zo misgaan?
De eerste signalen zijn er al eind 2008, direct nadat Schilp
en Byvanck hun plannen presenteren. Ze willen in plaats van de canon
‘werelden’ die thema’s behandelen als ‘rijk en arm’ en ‘oorlog en vrede’.
Oud-fractievoorzitter Jan Marijnissen van de SP, net als voormalig
CDA-fractieleider Maxime Verhagen de ‘vader’ van het Nationaal Historisch
Museum, moet er niets van hebben. Het museum is er in zijn ogen om wat te
doen aan de gebrekkige kennis van Nederlanders over hun verleden.
Op de website van het Historisch Nieuwsblad zet Marijnissen
in december de aanval in. ‘Laten we ons hoeden voor het hobbyisme van een
stelletje nieuwlichters’, zegt hij. En: ‘Schilp en Byvanck halen hun neus op
voor geschiedenis.’ Volgens de SP’er kan het museum niet zonder
eenchronologisch verhaal. ‘Anders ben je als bezoeker hulpeloos.’
Maar de aanpak van Byvanck en Schilp is een totaal andere. In
de musea waar ze vandaan komen, Byvanck was directeur van het Zeeuws Museum
en Schilp van het Zuiderzeemuseum, hebben ze het roer radicaal omgegooid.
Een deel van de oude collectie gaat eruit, met tekstbordjes en al, en maakt
plaats voor mode en hedendaagse kunst. In Arnhem willen ze een Guggenheim
aan de Rijn bouwen, terwijl SP en CDA vmbo’ers als doelgroep zien. En die
lok je niet naar binnen met hippe architectuur en design. ...
Als CDA-Kamerlid Nicolien van Vroonhoven anderhalf jaar later
hoort dat het nieuwe museum misschien niet naast het Openluchtmuseum komt en
dat de canontoren van Houben niet wordt gebouwd, stelt ze in januari dit
jaar Kamervragen.
Van Vroonhoven kent de woede van architecte Francine Houben,
die wakker ligt van hoe Plasterk haar heeft behandeld. ...
Wat haar ook steekt, is dat Victor van der Chijs een van de
toezichthouders wordt. Hij is managing partner van het Office for
Metropolitan Architecture van Rem Koolhaas, een concurrent van Houbens
bureau Mecanoo.
... Paul Scholten en Job Drijber genoemd, de twee
oud-burgemeesters van Arnhem die zich op 6 mei met een ingezonden brief in
NRC Handelsblad in de discussie mengen. ...
De brief werkt als katalysator voor het aan de oppervlakte
brengen van de sluimerende onvrede. ‘Kamer boos over historisch museum’ kopt
de Volkskrant op 9 mei. De gewijzigde plannen vallen slecht in het
parlement. In een interview in de Volkskrant valt Marijnissen de
directeuren andermaal hard aan. Yuppen zijn het volgens hem, die er een
‘postmoderne hutspot’ van maken.
Marijnissen is niet vergeten dat Schilp een fervent
tegenstander was van het Nationaal Historisch Museum, overigens zoals velen
in de museumwereld – ook Jan Vaessen heeft zich er eerst hevig tegen verzet.
Als directeur van het Zuiderzeemuseum betitelde Schilp de opvattingen van
Marijnissen als ‘neo-nationalistisch’ ...
De kosmopoliet Schilp is bovendien uit ander hout gesneden
dan de Ossenaar Marijnissen. Schilp heeft jaren in het buitenland gewoond en
lijkt weinig intuïtie te hebben voor de Nederlandse gevoeligheden en
verhoudingen. ...
Schilp intussen maakt duidelijk dat de Kamer, nu hij benoemd
is, zich niet meer met het project moet bemoeien. ‘Het is mijn tent’, roept
hij als de irritatie in Den Haag hem ter ore komt.
Dat Schilp toch directeur is geworden van het Nationaal
Historisch Museum, is volgens intimi omdat hij wil voorkomen dat het een
nationalistisch museum wordt. ‘Erik is een idealist’, zegt neerlandicus
Frits van Oostrom, een van de leden van de raad van toezicht. ‘Hij wil geen
museum als chauvinistische splijtzwam, maar als warm kampvuur, waar iedereen
omheen kan zitten.’
Schilp heeft uitgesproken opvattingen over de taak van
historische musea, die volgens hem zo objectief mogelijk over de
geschiedenis moeten vertellen. Hij haat de ‘nostalgische aanpak’ van het
Openluchtmuseum, dat een molen midden in het bos neerzet. De laagdrempelige
nostalgieverkoop van het Openluchtmuseum vindt Schilp vooral goedkoop
effectbejag. ...
Red.: "Vast zo'n verschrikkelijke kosmopoliet", was de gedachte van de
IRP-hoofdredacteur over Erik Schilp naar aanleiding van de voorgaande episodes - en vergat op
Schilp te googlen. Maar dat het inderdaad zo erg zou zijn en zo hard
opgeschreven zou worden door anderen, gaat de stoutste verwachtingen te boven.
Schilp wordt door Frits van Oostrom, de man die vergat dat de bètavakken ook
een vorm cultuur zijn en ze wegliet uit zijn vijftig vensters van de
historische canon, omschreven als een idealist. Nou, wat dat idealisme inhoudt
lezen we enkele zinnen eerder, en is al gekwalificeerd elders in de verzameling
- het is je reinste verraad en afbraak van de eigen cultuur. Opdat de
allochtonen ook 'rond het warme kampvuur' plaats kunnen nemen - de Marokkanen als
onze bevrijders, en de Turken als degenen die ons land hebben opgebouwd na de
oorlog ... En neemt dan het woord 'objectief' in zijn mond - de mond die vindt
dat geschiedenis vooral niet chronologisch moet zijn. Een objectieve gotspe.
Even nog over hoe Schilp aan zijn baan is gekomen. We hebben
nu al kennis gemaakt met twee leden van de Raad van Toezicht van het NHM: Atzo
Nicolaï en Frits van Oostrom. De eerste is VVD-politicus, en bekend geworden als
fervent Europeaan - kosmopoliet en anti-Nederlander, dus. Frits van
Oostrom zijn we ook al tegengekomen. Hij is een historicus met een grote
reputatie, zoals blijkt uit het feit dat hij het hoofd was van de canoncommissie
- de "vensters"-commissie. In de Volkskrant zei hij in een interview naar
aanleiding van deze kwestie: 'Ik weet niet wat de Nederlandse identiteit is'.
Het zijn deze mensen die iemand tot directeur benoemen die
een verklaard tegenstanders is van het idee van het NHM - die het
idee van een NHM neonationalistisch vindt. Deze Raad van Toezicht kan dus zelf
ook niet anders dan verklaard tegenstander van het idee van het NHM zijn. Ook
dit zijn cultuurverraders, net als die andere "neonationalisme"- en "Er is geen
Nederlandse identiteit"-roepers van boven. En nog hoger dan Schilp - dat is maar
een zetbaasje.
Uit:
VARAgids, nr. 40-2009.
GeschiedenisDe Slag bij Nieuwpoort
Kan die canon? Zaterdag, Nederland 2, 20:15 uur
Weer een bewijs van onze toenemende belangstelling voor geschiedenis: het
tv-spelletje Slag bij Nieuwpoort. De AVRO baseert deze quiz op de
geschiedeniscanon van Nederland... maar wacht eens even. De geschiedeniscanon?
Was daar eerder dit jaar geen gedonder mee, toen bleek dat het nog te bouwen
Nationaal Historisch Museum in Arnhem er eerst wel, toen niet en nu maar half
mee wilde werken? We vragen hoogleraar Geschiedenis Maarten van Rossem:
Wat levert die geschiedeniscanon ons eigenlijk op?
'Helemaal niets. Ik ben een verklaard tegenstander van de geschiedeniscanon en
dat Nationaal Historisch Museum en die hele modieuze belangstelling die er de
afgelopen jaren voor de vaderlandse geschiedenis is ontstaan. Die is namelijk
niet voortgekomen uit een werkelijke interesse, maar uit een behoefte om op zoek
te gaan naar een nationale identiteit. En dan vooral om aan te tonen dat
bepaalde groepen immigranten die identiteit niet zouden hebben:
Brengt de canon ons dan geen enkel voordeel?
'Het enige positieve wat de geschiedeniscanon zou kunnen opleveren, is dat hij
het geschiedenisonderwijs - dat de afgelopen veertig, vijftig jaar sterk is
gereduceerd, met name op de middelbare scholen - weer kan terugbrengen tot het
niveau van voor de Mammoetwet (de onderwijswet uit 1968, red.). Met die wet, en
later de thematische ordening van het geschiedenisonderwijs, heeft de overheid
de historische kennis onder de bevolking vernietigd. En nu is de klacht dat die
historische kennis onder de bevolking teleurstelt.' De Slag bij Nieuwpoort vond
overigens plaats in 1600.
Red.: En Maarten lijkt zijn zin te krijgen van de heren Schilp
en Byvanck:
Uit:
De Volkskrant, 24-05-2011, ingezonden brief van René Appel (Amsterdam)
Publiekstrekker
Nieuwsgierig geworden door de recensies over de eerste tentoonstelling van
het Nationaal Historisch Museum togen mijn vrouw en ik zondag naar de
Zuiderkerk. Die was gesloten. Nergens was een bordje of wat dan ook te zien
met de tekst dat hier het NHM (voorlopig) is gevestigd. Informatie over
openstelling ontbrak volledig.
Thuis de website van het NHM geraadpleegd. Daaruit blijkt dat
het museum gesloten is in de weekenden, op Hemelvaartsdag en de
pinksterdagen, juist op de dagen dat de meeste belangstellenden verwacht
kunnen worden.
Uit de recensie in de Volkskrant had ik al begrepen
dat deze eerste tentoonstelling een weinig publieksvriendelijk karakter
heeft. De openingstijden doen vermoeden dat de NHM-directie ook het liefst
zo weinig mogelijk publiek ziet. Dat wordt dus nooit wat met dat Nationaal
Historisch Museum.
Red.: Van iedereen die geschikt wordt geacht voor de
Nederlandse universiteiten, tot de nok toe gevuld met oligarchie en lakeien
ervan is weinig tot niets goeds te verwachten dienaangaande. Ook niet als ze
uit het buitenland komen:
Uit: Trouw.nl, 07-11-2009, door James C. Kennedy De
Koude oorlog en de islam
Een bekentenis: ik mis de Koude Oorlog. Ik weet dat ik niet de enige ben.
Hetzelfde gevoel van verlies leeft ook onder veel Ossies, die terugverlangen
naar het Oost-Duitsland van voor de val van de muur. Zelfs in Nederlandse
kranten merk je af en toe heimwee naar die tijd. Zo vreemd is dat niet. De
huidige onzekerheid over de Nederlandse identiteit heeft deels te maken met het
verlies van identiteit na het einde van de Koude Oorlog.
... Ook in Nederland heeft de val van de Muur een
identiteitscrisis teweeggebracht. Nederland was een zelfverzekerd land aan het
einde van de Koude Oorlog, toen het nog pretendeerde een gidsland te zijn.
Nederland wilde trouw blijven aan de Navo, maar durfde ook rebels te zijn en
hief de vermanende vinger waar dat nodig was. Zo kon Nederland zich profileren
als een verlichte staat binnen de ’vrije wereld’.
Na 1989 werd dat moeilijker. Volgens de Brits-Nederlandse
schrijver Ian Buruma was de val van de Muur funest voor de sociaal-democratie,
omdat socialisten niet meer wisten in welke heilsstaat zij konden geloven. Dat
de PvdA binnen een decennium na het einde van de Koude Oorlog besloot om haar
ideologische veren af te schudden, is hiervan bij uitstek de illustratie. Ook
het CDA, dat altijd een anticommunistische partij was geweest, leek na 1989 in
verwarring te zijn en moest het grootste verlies in haar partijgeschiedenis
incasseren bij de daaropvolgende verkiezingen, een teruggang van twintig zetels.
...
Even leek Nederland in de zorgeloze jaren negentig terecht te
zijn gekomen in een wereld van vrijheid en blijheid, waarin het Nederlandse
poldermodel ten voorbeeld strekte voor de wereld. Die opleving is was van korte
duur geweest. De gevoelens van ongemak over globalisering en de multiculturele
samenleving die al in de jaren negentig aanwezig waren, namen het afgelopen
decennium sterk toe.
De polarisatie die de opkomst van de islam in Nederland
teweeg heeft gebracht lijkt zo gezien een welkome nieuwe tweedeling. Met de
islam is opnieuw een macht gekomen om je tegen af te zetten en je eigen
identiteit tegenover te stellen. Dat gebeurde ook in Amerika, vooral onder
president Bush.
De nieuwe vijand is wel minder grijpbaar en afgebakend dan de
Sovjet-Unie en het communisme in de tijd van de Koude Oorlog. Nederlanders
kunnen niet zo helder positie kiezen in dit nieuwe spanningsveld en dat moeten
ze ook niet doen. De wereld is diffuser geworden en een scherpe tweedeling is
niet zo gemakkelijk te maken als toen. Verlangen naar de Koude Oorlog is prima,
maar voor de toekomst biedt het geen perspectief.
Red.: Alsof de weerstand tegen de islam ook maar iets van doen
heeft met de Koude Oorlog. Het is gewoon een kwestie van afkeer van mensen die
een afkeer van jou hebben, en dat uitgebreid ten spreiden en tentoonstellen.
Nog eentje van Kennedy:
Uit: De Volkskrant, 04-12-2009.
Kennedy over Nederland
... De Amerikaanse historicus James Kennedy is gespecialiseerd in Nederlandse
geschiedenis, onderhoudt familiebanden met Nederland maar bewaart afstand tot
rumoer in de polder. In Bezielende verbanden bekijkt hij de gezondheid
van de Nederlandse maatschappij. Hij analyseert politieke ontwikkelingen, vraagt
zich af waar het wantrouwen jegens de buitenwereld vandaan komt ...
Red.: Huiswerk doen, James ..."wantrouwen" tegen de
buitenwereld is een natuurlijke emotie die universeel is
.
Het volgende stuk lijkt gewoon krantenwerk, maar is dat
niet. Auteur Peter Giesen schrijft een column voor de Volkskrant, en daarnaast
ook vele achtergrondartikelen, en is sinds enige tijd ook redacteur. Maar van
opleiding is hij historicus, en hier vermeld in die hoedanigheid.
Op het moment van het verschijnen van het volgende artikel is het proces tegen
Geert Wilders wegens "belediging van moslims" net begonnen:
Uit:
De Volkskrant, 25-01-2010, column door Peter Giesen, redacteur van de
Volkskrant
Fatsoen
Tussentitel: Wie bepaalt wat kritiek is en wat vernedering?
... Bij het begin van het proces tegen Geert Wilders vielen weer
grote woorden over de vrijheid van meningsuiting. Het strafrechtelijk verbieden
van opvattingen is ook een slechte zaak, extreme gevallen daargelaten. Maar aan
de ongeremde expressie van negatieve opinies over minderheden zit ook een andere
kant, die verloren dreigt te gaan in alle heilige verontwaardiging. ...
Red.: Er ís geen ongeremde expressie van negatieve kritiek
over minderheden. Alleen Geert Wilders (en een paar aanhangers) hebben kritiek,
en het overgrote deel van politiek en bestuurlijk Nederland plus de media
trappen keihard op de rem met kritiek op Wilders en de andere critici.
| |
Godsdienstkritiek is natuurlijk geoorloofd, schrijft filosoof Sjaak
Koenis in zijn boek Het verlangen naar cultuur. Maar: ‘het is wat
anders als er een maatschappelijk klimaat ontstaat waarin moslims
systematisch zo worden bejegend dat zij zich gaan schamen voor hun
islamitische identiteit en zich tweederangsburgers gaan voelen.’ |
Herhaling van de leugen
| |
Koenis verwijst naar het boek De fatsoenlijke samenleving van
de Israëlische filosoof Avishai Margalit. Een fatsoenlijke samenleving
vernedert zijn onderdanen niet, aldus Margalit. We mogen anderen wel
bekritiseren, maar niet vernederen. |
Het is niet de samenleving die kritiek heeft, alleen Geert Wilders en een
paar andere critici. Herhaling van de leugen.
| |
Het probleem is natuurlijk: wie bepaalt wat kritiek is en wat
vernedering? Margalit komt met een vuistregel: kritiek is alles wat je
zelf ook van een ander zou accepteren. |
Grapje. Natuurlijk is dit niet zo. Mensen verdagen voor zichzelf dramatisch
veel minder dan van anderen. Wat ze met gemak uitdelen accepteren ze zelf
absoluut niet. Dit kan nooit een criterium voor kritiek zijn.
| |
Wat dit voor de praktijk betekent, wordt ook in Margalits boek niet
helemaal duidelijk. Maar hij waarschuwt terecht voor de voortdurende
symbolische krenking van minderheden. |
Minderheden worden niet symbolisch gekrenkt. Alleen Geert Wilders en een paar
anderen hebben kritiek. Herhaling van de leugen.
| |
Natuurlijk moeten we ons zorgen maken over criminaliteit en
radicalisering. |
Ach jee.
| |
Maar laten we niet vergeten dat minderheden ook kwetsbaar zijn. |
Wat is de kwetsbaarheid van minderheden? Hebben ze ergens chronische zere
plek? Een bochel waardoor ze niet fatsoenlijk kunnen lopen?
Welke conclusie je uit dit chronische liegen moet trekken
blijkt uit een commentaar onder de versie op de website, naar aanleiding van de kop daarvan:
| |
Stop voortdurende krenking minderheden
Laten we niet vergeten dat minderheden ook kwetsbaar zijn
|
Dit is de onthullende reactie:
| |
Patriot schreef op 25-01-2010 17:57
de kop is misleidend, en zou moeten zijn: stop voortdurende krenking
moslims, want dat is wat Giesen wil zeggen.
Ander minderheden mag je namelijk rustig krenken in dit land:
gereformeerden, Jehova's, katholieken, extreem rechts, tokkies, klimaat
sceptici, klimaat gelovigen, Wilders aanhangers, Limburgers, Tukkers,
enzovoorts enzovoorts.
Iedereen weet dat je alleen moslims niet mag krenken. |
Conclusie: Dit is smerige propaganda - propaganda voor het multiculturele
ideaal. Een multicultureel ideaal dat ook nog één cultuur verkiest boven de
andere. Smeerlapperij, zoals zo goed beschreven
door George Orwell - 1984 en Animal Farm in één.
Overigens: het antwoord op de vraag in de kop: 'Wie bepaalt wat kritiek is en wat vernedering?',
is dus als volgt: de multiculturalist bepaalt dat kritiek op gereformeerden,
Jehova's, katholieken, extreem rechts, tokkies, klimaat sceptici, klimaat
gelovigen, Wilders aanhangers, Limburgers, Tukkers, enzovoort, gelijk is aan
kritiek, en dat kritiek op moslims gelijk is aan vernedering.
De meest activistische cultuurverrader onder de beroepshistorici is
Maarten van Rossem:
Uit:
De Volkskrant, 26-02-2010, boekrecensie door Anet Bleich
Een fantast die een fantoom bestrijdtWaarom is
de burger boos? Zo luidt de titel van een vers van de pers gerold boekje van
historicus en publicist Maarten van Rossem. Het is een vraag die met twee
verkiezingen in aantocht en de Partij voor de Vrijheid nog altijd hoog in de
peilingen velen bezig zal houden. Een echte eyeopener die de woede, de zorgen en
angsten van die medeburgers die overwegen hun stem te geven aan de blonde
kruisvaarder tegen de islam afdoende verklaart, heeft Van Rossem niet te bieden.
Wel komt hij met een paar interessante observaties.
Zoals de constatering dat de vreemdelingenangst van de boze
burgers defensief is; ze zijn bang voor het teloor gaan ‘van hun
traditionele levenswijze en projecteren hun angst vooral op de meest zichtbare
immigranten’. Overigens is er volgens Van Rossem geen sprake van volkswoede of
van een PVV die namens ‘het volk’ zou spreken. Het is kenmerkend voor populisten
dat ze voortdurend de indruk proberen te wekken dat zij ‘de ware volkswil’ tot
uitdrukking brengen. Maar, betoogt Van Rossem ‘die ware volkswil bestaat niet’.
En de suggestie dat het wel zo is en dat de charismatische leider (die elke min
of meer succesvolle populistische stroming in huis heeft) zegt wat het zwijgende
volk denkt, is gevaarlijk. Het kan leiden tot ‘een plebiscitaire democratie
waarin het optreden van de messiasachtige leider zo nu en dan in referenda wordt
getoetst’. ...
Neem het begrip ‘islamisering’, dat bij de PVV’ers fungeert
als een soort lijm waarmee alle in hun ogen ongewenste sociale verschijnselen
aan elkaar worden geplakt. Waarom zou je niet duidelijk kunnen maken dat dit een
begrip zonder enige reële inhoud is? Maarten van Rossem slaagt daar in enkele
zinnen moeiteloos in: ‘Hoe een kleine minderheid van de bevolking, die
sociaal-economisch zwak staat en vrijwel overal gediscrimineerd wordt, de
overgrote meerderheid die van de godsdienst van die minderheid helemaal niets
moet hebben, zou kunnen ‘islamiseren’ blijft raadselachtig.’
... Nogmaals Van Rossem: ‘Waarom hoor je zo vaak:
Wilders heeft een punt? Hij heeft helemaal geen punt, hij is een fantast, hij
maakt zijn kiezers bang met een fantoom.’
Red.: Voor dat fantoom zijn honderdduizenden Nederlanders hun
wijk uit gevlucht, dat fatoom heeft overal in het land fantoompaleizen staan, en
voor dat fantoom moeten christelijke feestdagen en kruizen
en de vrijheid van meningsuiting worden afgeschaft
. Dit allemaal deels omdat het aanzienlijke minderheid is die weliswaar
economisch zwak staat, maar cultureel sterk, doordat intellectueel en
bestuurlijk Nederland aan alle van hun cultureel wensen tegemoet wenst te komen
. En dat is ook een minderheid van de bevolking, maar wel eentje die de
baas is. En die desondanks niet in staat is om de uitspraken van degenen die dit
allemaal constateren lek te prikken - Van Rossem:
| |
Een beetje nuchterheid, een beetje Zivilcourage, een beetje
politieke wil – dat zou al genoeg zijn om de opgeblazen luchtballon van
het rechtse populisme lek te prikken. |
Maar hoewel weer genoeg Zivilcourage onder de intellectuele en
bestuurlijke elite is om Wilders uit te schelden, is er dus geen eentje in
geslaagd een inhoudelijke weerwoord te bieden. Inclusief Maarten van Rossem,
want zeggen "dat er niets aan de hand is", is overduidelijk een
struisvogelaanpak.
Overigens: ook dit is een voorbeeld van het proces van de
escalatie van leugens
. Want deze uitspraak: 'een kleine minderheid van de bevolking, die ... vrijwel
overal gediscrimineerd wordt' is heel weinig in overeenstemming met de feiten.
Allochtonen worden niet gediscrimineerd
, maar aan alle kanten tegemoet gekomen
, voor opgekomen
, geknuffeld
, en voorgetrokken
.
Een berg voorbeelden van het tegendeel. Een berg die staat
voor het voor iedereen waarneembare feit dat intellectueel en bestuurlijk
Nederland vrijwel unaniem achter de allochtonen en de moslims staat. Iets dat
Maarten van Rossem echt niet niet kan weten.
De uitspraak dat "allochtonen overal gediscrimineerd worden" valt onder de
glasharde leugens.
Een van de gremia waarin Van Rossem zijn
multiculturalistische ideologie heeft kunnen verspreiden is een eigen glossy
genaamd Maarten! Oorspronkelijk zou dat een eenmalige uitgave zijn. Maar
de gezamenlijke historici heven trek in meer:
De Volkskrant, 20-05-2010
Glossy Maarten! tweemaandelijks
Maarten!, het tijdschrift van historicus Maarten van Rossem,
verschijnt vanaf volgende week iedere twee maanden. Het glossy opinieblad kwam
in 2008 bij wijze van grap eenmalig uit. Wegens succes besloot initiatiefnemer
het Historisch Nieuwsblad het blad tweejaarlijks uit te brengen. Vanaf 27
mei wordt dat tweemaandelijks.
Red.: Maar Maarten is nog lang niet klaar met zijn campagne.
Zo tekende hij een oproep tegen de PVV:
Volkskrant.nl, 04-08-2010, ANP.
Prominenten doen oproep om afstand van PVV te nemen
Tweede Kamerleden van de VVD en het CDA moeten afstand nemen van de plannen
van hun partijen om een minderheidskabinet te vormen met gedoogsteun van de PVV.
Zij moeten uitspreken dat ze elke aanval op de rechtsstaat afkeuren en dat ze
het niet zullen accepteren, als de gedoogpartner van de coalitie zich daar toch
schuldig aan maakt. ...
Die oproep doet het nieuwe Comité voor de Rechtstaat in een
brief die het aan de Tweede Kamerleden van de VVD en het CDA heeft gestuurd, zo
liet het woensdag weten. Het comité is opgericht door de historici Jan Dirk Snel
en Rob Hartmans. Meer dan zeventig Nederlanders hebben de brief ondertekend.
Onder hen zijn adjunct-directeur van De Groene Amsterdammer Tiers Bakker,
René Danen van de organisatie Nederland Bekent Kleur en historicus Maarten van
Rossem. ...
Red.: Waar heeft Maarten bezwaar tegen aangaande de PVV:
dat ze dingen zeggen die strijd zijn met de rechtstaat en hoe we de dingen doen
in Nederland, enzovoort (Knevel & Van den Brink, 04-08-2010 ) -
laten we dat allemaal afkorten tot "kopvoddentaks". Daar kan je inderdaad
allemaal bezwaar tegen hebben.
Maar laten we nu eens aannemen dat het Maarten om dit soort
beledigingen en aanverwante uitingen gaat. Dan zou Maarten ook bezwaar moeten
maken tegen andere beledigingen en dat soort uitingen in deze context. En er
zijn beledigingen en dat soort uitingen in dit soort context. Want wat is
hetgeen waar de PVV bezwaar tegen maakt: de beledigingen en dat soort
uitingen van de islam - onder andere verwoord in de koran. Ook die beledigingen
en dat soort uitingen kan je, net als "kopvoddentaks", afkorten - tot "Joden
zijn apen". Maarten hoor je totaal niet over deze laatste beledigingen.
Maarten van Rossem gaat het dus helmaal niet over
beledigingen en andere opvattingen die in strijd zijn met onze maatschappij.
Waar het Maarten om gaat is het feit dat de laatste beledigingen komen van
immigranten, en de eerste van residenten. En Maarten kiest altijd voor
immigranten. Want bezwaren-maken tegen immigranten is niet-kosmopolitisch.
Maarten mag mailen als het anders ligt - met een goede verklaring waarom hij het
altijd heeft over kopvoddentaks", maar nooit heeft over "Joden zijn apen"...
De volgende is een Leidse collega van
Maarten, die gespecialiseerd is in
de geschiedenis van migratie. De meningen zijn hoogst voorspelbaar - en tevens
de waarde ervan. De aanhef in het Leidse universiteitsblad Mare luidt:
"Politici liegen, zegt prof. 'Massa-immigratie bestaat helemaal niet'. De aanhef
hier: "Historici liegen. Massa-immigratie van moslims is levensgevaarlijk."
Uit:
Leids universiteitsblad Mare, 21-10-2010, door Dirk-Jan Zom
90.000 jaar heen en weer
De huidige immigratie is bescheiden, vindt hoogleraar sociale geschiedenis
De politiek negeert de feiten, zegt Leo Lucassen, hoogleraar sociale
geschiedenis. Samen met zijn broer Jan Lucassen en historicus Patrick Manning is
hij schrijver en samensteller van Migration History in World History.
‘Massa-immigratie bestaat helemaal niet.’
Red.: Leugen nummer 1. Want kijk maar verderop in hetzelfde
stuk:
| |
Hoe verklaart u de huidige kritiek op immigratie?
‘Dit heeft te maken met de bijzondere periode in de
migratiegeschiedenis. Een grote groep migranten heeft zich gevestigd in
West-Europa, in een periode waarin het economische klimaat slecht was. |
Wat staat daar, professor Lucassen? Daar staat: 'een grote groep' (wat dat
onwetenschappelijke woord "groot" precies betekent, gaan we het verderop over
hebben). Dat 'Een grote groep' is natuurlijk precies hetzelfde als "een massa"
("massa" in zijn sociologische en historische zin, en niet in de natuurkundige).
Dat is dan dus welbewuste tegenspraak, professor Lucassen. Dat lijkt ernstig op
fraude, professor Lucassen... (tenzij er sprake is van onbenul, maar, werd er
laatst gezegd in een discussie over de acties van de rechters in het proces tegen
Geert Wilders, "Dat is eigenlijk nog erger...")
Maar voor we aan "groot" gaan beginnen, eerst snel eventjes kijken
wat voor moois we nog meer treffen:
| |
‘In ons boek wordt ook gekeken naar het perspectief van de migranten
zelf of het gezin of huishouden waarin ze leven. Mensen waren tot de
twintigste eeuw sterk afhankelijk van elkaar. Er werd strategisch
gedacht over wie hoeveel geld binnenbracht. Soms verhuisde een deel van
het huishouden om geld te verdienen. Dan zie je ineens opvallende
overeenkomsten tussen mensen in het Bretagne van de negentiende eeuw die
naar Parijs vertrokken en families uit West-Afrika die in gammele
bootjes Spanje proberen te bereiken. Het zijn vergelijkbare
strategieën.’ |
Laten we eens naar een archetypische migratie die in dit rijtje thuishoort:
die van de hugenoten van Frankrijk naar Nederland. Volgens professor Lucassen
gingen die eens in de week of de maand naar het girokantoor om geld over te
maken naar hun familie in Frankrijk. Een absurde leugen, natuurlijk. Vroegere
migraties betekenden "van huis en haard". En niks geen contacten met familie met
enige frequentie van betekenis.
De volgende:
| |
‘Als je een periode van honderdduizend jaar neemt, dan is het
negentigduizend jaar alleen maar heen en weer trekken, het jagen en
verzamelen. De landbouw is ongeveer tienduizend jaar geleden ontstaan,
dan vormen zich de eerste dorpen. In zoverre wordt dus negentig procent
van de geschiedenis van de mens bepaald door mobiliteit. ... Het is ook
niet zo dat die motor tienduizend jaar geleden tot stilstand is
gekomen.’ |
Omdat we 90.00 jaar geleefd hebben volgens de methode van de nomade, is de
nomadische levenswijze nu geen bezwaar ... Bijna nog absurder dan de ordinaire
leugen (ter excusering: de professor is gespecialiseerd in de migratie en
levenswijze van de Roma en Sinti)
| |
U zegt dat het immigratiedebat nauwelijks wordt beïnvloed door
kennis.
‘Ik schreef met collega Piet Emmer vlak voor de verkiezingen in juni een
opiniestuk in de Volkskrant. Het ging in de campagne weer veel over de
massa-immigratie. Maar die bestaat helemaal niet. Als je naar de cijfers
kijkt, en die kan iedere politicus gewoon via de website van het
Centraal Bureau voor de Statistiek vinden, dan zie je dat immigratie op
een vrij bescheiden niveau ligt. |
Nu is diezelfde immigratie die zonet nog groot was, nu ineens weer
'bescheiden'. Maar zoals al beloofd, over dat soort woorden praten we later.
| |
‘Het gaat in het debat ook vooral om de zogezegd “foute”
migranten, Turken en Marokkanen en immigranten uit moslimlanden. Maar in
2006 en 2007 keerden meer Marokkanen terug naar hun geboorteland dan dat
erbij kwamen. In 2008 was er een positief saldo van 52. Voor Turken is
eenzelfde tendens te zien. |
De professor telt vermoedelijk importbruiden en dergelijke niet mee. Dat is
namelijk geen immigratie, maar gezinshereniging. Maar sowieso is dit een totaal
irrelevante opmerking, want het gaat in feite over de groep die er al is.
Gekomen via diezelfde gezinshereniging. Kettingimmigratie. Een kleine miljoen in
dertig jaar (dus zonder tegenmaatregelen een tiental miljoen en nog meer in de
komende dertig jaar
)
| |
‘Als je als migratiehistoricus kijkt zie je massa-immigratie in een
tijd waarin je het niet goed kunt gebruiken. Werkloosheidspercentages in
die groepen liepen in de jaren ’80 op tot bijna vijftig procent. |
Vraagje, professor: "Als er in die tijd van de massa-immigratie geen
banen waren, waarom was er dan toch die massa aan immigranten?" U kunt niet
antwoorden, maar dat doen we wel voor u: "Omdat er wel uitkeringen waren - en
gratis huizen".
| |
Werkloosheidspercentages in die groepen liepen in de jaren ’80 op
tot bijna vijftig procent. Vaak segregeerden ze in de armste wijken. De
uitgangspositie voor de tweede generatie was ook uiterst beroerd.
‘Achteraf is het makkelijk praten, maar dat heeft gezorgd voor
allerlei maatschappelijke spanningen die nadelig waren voor de migranten
zelf en de tweede generatie. |
'Maatschappelijke spanningen' noteert de professor klinisch. Massa-overlast
en massa-criminaliteit is de harde werkelijkheid. Waardoor de autochtone
bevolking uit de gemengde wijken is gevlucht. Maar dat is natuurlijk ... :
| |
Maar met de problematisering van de islam is een soort giftige
cocktail ontstaan. Als mensen het woord migratie horen krijgen ze daar
een erg slecht beeld bij. |
Inderdaad: de schuld van de autochtonen.
Maar we zijn er nog niet... zo'n beetje alle cliché-leugens komen
langs:
| |
‘Maar migratie brengt ook innovatie op gang. Mensen hebben zich
vanuit het begin in Afrika verspreid over de aarde en zich ontwikkeld.
Er zijn grote culturele verschillen ontstaan. Bij migratie komen
verschillende gemeenschappen met elkaar in contact. Dat kan vreedzaam
gaan of gewelddadig, denk aan bezetters. Men gaat kennis maken met
elkaars culturen, inzichten, wereldbeelden, technologieën en dergelijke.
Dat kan leiden tot kruisbestuiving, tot innovatie. Migratie is de motor
achter sociale verandering.’ |
Kortom: volgens de professor zijn alle migraties een succes, en leiden tot
een betere mens. Nou zijn we op de redactie geen professioneel historicus, maar
we durven er wel wat onder te verwedden dat dat niet waar is. Waarschijnlijk
leidt zelfs meer dan de helft van alle migraties tot mislukking en ondergang.
Maar die komen niet in de geschiedenisboekjes. Wel de geslaagde gevallen. Een
bekende vorm van gegevensvervalsing. Zo zagen de sterrenkundigen vroeger "toevalligerwijs" ook alleen
maar wat we nu kennen als de zichtbare sterren ...
Maar dan hebben we het nog niet eens gehad over wat de
ontvangers van de migranten is overkomen. Misschien is het dienstig eens een
onderzoek te houden over de wenselijkheid en het succes van migratie onder de Irokezen
(uitgestorven), de Mohikanen (uitgestorven), de Maori (lijdende), de Nukak
(teruggevlucht naar de rimboe). Kortom, wat de professor in zijn stukje (pardon,
interview) te berde
brengt, is prietpraat. Borrelpraat niveau "kapper op de hoek".
Nog zo'n staaltje:
| |
‘Als je in de nabije toekomst kijkt, dan zullen westerse
landen elkaar de tent uitvechten om de migranten straks nog te krijgen.
Niet alleen kennismigranten, maar ook aan de onderkant. We hebben te
maken met vergrijzing en we kunnen de mensen nu al niet vinden voor
bijvoorbeeld baantjes in de zorg. |
En met hetzelfde gemak maak je er dit van: "Als je in de nabije toekomst
kijkt, dan zullen westerse landen elkaar de tent uitvechten om de migranten het
land uit te krijgen. Niet alleen de onderkant, maar ook de zogenaamde
kennismigranten. We hebben te maken met een sterke overbevolking door de
ondergang van een groot deel van de economie veroorzaakt door de klimaatrampen,
en we moeten iedere niet-oorspronkelijke inwoner zo snel mogelijk zien te
lozen".
Oké, het beloofde verhaal over de termen "groot" en
"bescheiden". Zoals uitgelegd hier
zijn dat onzin-woorden, tenzij je er bij
vertelt ten opzichte van wat je aan het afmeten bent. In dit geval is dat
aangaande het proces van immigratie. Dat hebben we hier al uitgelegd,
achter deze link
.
En een stuk wetenschappelijker dan professor Lucassen. Voor zover nu valt waar
te nemen.
Oh ja, we hadden beweerd dat de massa-immigratie van moslims
levensgevaarlijk is. Lees hiervoor de artikelen achter deze links
(en de overige in de lijsten).
Deze verzameling gaat over histotci, maar doornder betsaan
natuurlijk verschillen. Waar echter heel weinig gezond verstan te verwachten
valt, is alles dat geassocieerd is met migratie:
Uit:
De Volkskrant, 08-06-2011, door Sterre Lindhout
Reportage | Waarom kleden Marokkanen zich hip, of juist traditioneel, of
allebei?
Vandaag een djellaba, morgen een skinny jeans
Als Marokkaanse jongeren een djellaba of hoofddoekje dragen, betekent het
nog niet dat ze Nederland de rug toekeren. Hun kledingstijl onderzocht.
Kledingkeuze en integratie. Bestaat er een verband tussen die twee? Wie zijn
oor te luisteren legt bij Wilders en gelijkgestemden krijgt het idee van wel,
zeker wanneer het moslims betreft. Hun aanname is helder: met een hoofddoek of
djellaba ben je minder Nederlander. Zo simpel ligt het niet, beweert historica
Aniek Smit (25) in 'Mijn vader had een Afro!', haar onlangs verschenen
boek over het kleedgedrag van Nederlanders met Marokkaanse wortels.
Smit begon haar onderzoek in het najaar van 2008, de tijd dat
het begrip boerkaverbod als een donderslag over politiek Den Haag rolde, op de
voet gevolgd door de kopvoddentax. Smit was studente migratiegeschiedenis en op
zoek naar een onderwerp voor haar afstudeerscriptie. ...
Red.: Kijk, op zo'n instituut valt natuurlijk heel
weinig gezind verstand en wetenschappelijkheid te verwachten. Mensen gaan zaken
bestuderen als ze er een positieve belangstelling voor hebben, en mensen die
migratiegeschiedenis gaan studeren of bestuderen hebben een positieve
belangstelling voor migratie. En omdat (im)migratie nu eenmaal dat soort
onderwerp is, is met belangstelling daarvoor de kans dat men ook de minder
positieve kanten ervan onder ogen kan zien bijzonder gering. Zoals blijkt
aangaande deze mevrouw:
| |
Haar boek is een wetenschappelijk werk, zegt Smit, geen politiek
pamflet. Toch is het ergens wel een pleidooi: 'Ik wil bepleiten dat je
niet aan de hand kleding alleen kunt bepalen in hoeverre iemand
geïntegreerd is. Je kunt wel dingen afleiden van kleding, maar alleen
als je de context kent. Als een jongen op vrijdagmiddag in een djellaba
rondloopt, is er een grote kans dat hij de volgende dag gewoon een
spijkerbroek en een shirtje aanheeft.' |
De samenvatting in de titel zegt al genoeg: het boek is in dusdanige mat een
pleidooi, dat je ook van propaganda zou kunnen spreken. Wetenschappelijkheid is
absoluut geen sprake van, zoals blijkt uit de laatste zin: 'Als een jongen op
vrijdagmiddag in een djellaba rondloopt, is er een grote kans dat hij de
volgende dag gewoon een spijkerbroek en een shirtje aanheeft.'
Het allereerste probleem is methodologisch: er is geen
cijfermatige onderbouwing - de uitdrukking 'grote kans'is duidelijk slechts
gebaseerd op persoonlijke impressies van de auteur. Een wetenschappelijk
uitdrukking zou zijn: "In 12,1 procent van gevallen blijkt dat ...."
Maar ook als er cijfers genoemd zouden worden, komt er meteen
een tweede fundamnetele probleem om de hoek kijken:
| |
Aan de hand van 45 interviews en honderden foto's analyseerde Smit
de kledingkeuze van Marokkaanse migranten en hun nageslacht. |
Inderdaad: het fundamentele probleem van het onderzoek naar een groep door
middel van interviews met en gegevens verstrekt door die groep. Die natuurlijk
het voor hen meest gunstige beeld schetst.
Oftewel: dit onderzoek heeft geen enkele draad van
betrouwbaarheid, behalve dat dat de werkelijkheid aanzienlijk ongunstiger is dan
de uitkomsten stellen.
Waarna blijkt dat deze methodologische fouten voortkomen uit
persoonlijke opvattingen. De laatste zin in het citaat: 'Als een jongen op
vrijdagmiddag in een djellaba rondloopt, is er een grote kans dat hij de
volgende dag gewoon een spijkerbroek en een shirtje aanheeft.' heeft een
tegenhanger, en wel in de volgende uitspraak: "Als een jongen op vrijdagmiddag
een spijkerbroek en een shirtje aanheeft", is er een grote kans dat hij de
volgende dag gewoon in een djellaba rondloopt". Iets dat je alleen kan
vergeten, als je een dusdanig sterke betrokkenheid bij je onderwerp hebt, dat je
redelijke geest volledig blind is geslagen.
Waarna ook de andere schendingen van de logica begrijpelijk
worden:
| |
De tweede generatie pakt het anders aan. Ze onderscheiden zich in
hun kleding nadrukkelijk van andere etnische groepen in Nederland. Wie
kent 'm niet, de stereotype Marokkaanse jongen: sportschoenen, strakke
spijkerbroek en kort, zwart jasje met bontkraag. ...
De religieuzen onder hen surfen op internet om antwoord te
vinden op hun vragen over het knopen van een hoofddoek of de juiste
lengte voor een rok of baard. ...
Deze jongeren, te bezichtigen op elk willekeurig schoolplein
of terras, zijn voor sommigen het bewijs van voortschrijdende
islamisering. Ze zouden de rug naar de Nederlandse samenleving keren.
Nee, dan liever hun ouders: die pasten zich tenminste netjes aan.
Volgens Smit is het eerder andersom. |
Waarna Smit verder gaat over de vergelijking met de ouders, wat een
vergelijking is die Nederlanders niet maken. Die gaat het om het onderscheid met
de Nederlanders. Maar de feitelijke boodschap van Smit is ook aangaande dit
aspect:
| |
Ze onderscheiden zich niet om zich af te keren, maar juist om zich
een plek te verwerven in de Nederlandse samenleving, meent Smit. |
En hier zijn we bij een regelrecht Orwelliaanse uitspraak: "Armoede is
rijkdom", "Oorlog is vrede", en "Je welbewust negatief onderscheiden is een vorm
van aanpassing". Waarmee je naar maatstaven van het redelijke denken op het
terrein van de geestelijke afwijking bent gekomen.
Weer een mooi voorbeeld:
Uit:
De Volkskrant, 14-09-2011, door Robin Gerrits
Peiling | De vrijheid van onderwijs
Wat te doen met de onderwijsvrijheid?
Op verzoek van de Tweede Kamer bereidt de Onderwijsraad een zwaarwegend
advies voor over de toekomst van 'artikel 23 Grondwet'. Het beschermt al 94 jaar
de onderwijsvrijheid in Nederland, toch is het niet onomstreden.
James Kennedy, historicus aan de Universiteit van Amsterdam: 'Het is
deels een anachronisme - veel scholen hebben alleen in naam nog een
levensbeschouwelijke identiteit. De context waarin artikel 23 ontstond, is
totaal verdwenen (zie kader, red.). Maar de huidige culturele context geeft het
onverminderd waarde: de laatste jaren ligt zo veel nadruk op assimilatie en op
conformeren, dat de pluriformiteit onder druk staat. Artikel 23 kan helpen die
diversiteit in stand te houden. ...
Red.: Immigrant-historicus-cultuurverrader James Kennedy
vindt alle soorten menging in alle hoeveelheden mooi. Vla met stront, met zo
veel mogelijk stront. Heerlijk.
Een moslim heeft tijdnes een kunstzinnig feestje zijn
geaardheid in de openbaarheid staan uitbrullen. Het is aanleiding voor diverse
coming outs en verval in oude verslavingen. Hier een voorbeeld van het
eerste: en alweer is er een immigrant bij betrokken:
Uit:
De Volkskrant, 11-10-2011, door Juan Amayo Castro, Kees-Jan van Klaveren
en Bram Mellink Homogeen is Nederland nooit geweest
Juan Amayo Castro is jurist en als postdoc verbonden aan de Vrije Universiteit.
Kees-Jan van Klaveren en Bram Mellink zijn promovendi in de Nederlandse
geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.
Voor moslims in Nederland lijken betere tijden aan te breken. ...
Red.: Een redelijk mens verwacht hier als onderbouwinge
aankondigingen dat de moslim-overlast en -criminaliteit is afgenomen, er minder
moskeeën gebouwd worden of dat er minder hoofdoeken en baarden worden gedragen,
of soortgelijke sociale indicatoren. Dit is wat we krijgen:
| |
In NRC Handelsblad van 24 september constateerde columnist
Bas Heijne dat de anti-moslimretoriek van PVV-politicus Geert Wilders
zijn beste tijd had gehad. |
En voorspelling van een rabiate multiculturalist, van de soort die al jaren
gedaan worden en niet uitgekomen zijn
| |
Het onderwerp 'islam' lijkt sleets te worden |
Multiculturalisten hebben nooit anders gevonden
| |
en terwijl de vermoeidheid daarover toeneemt |
Idem.
| |
groeit ook de strijdlust van moslims zelf. |
Ook dat is al decennia aan de gang. In 1999 was er nog nauwelijks een
hoofddoek te bekennen.
| |
De acteur Nasrdin Dchar stelde het klip en klaar toen hij het Gouden
Kalf in ontvangst nam: hij was klaar met de angstpolitiek |
Een nieuwe escalatie.
| |
De acteur Nasrdin Dchar ...was klaar met de angstpolitiek waarmee
Nederland door Verhagen en Wilders werd geïnjecteerd. |
De angstpolitiek waarmee Nederland wordt geïnjecteerd is de interne overlast,
criminaliteit en moslim-doordrijverij in zaken als ritueel slachten, boerka's
enzovoort, en in het buitenland de aanslagen door moslims, en de haatdragendheid
en het geweld waarmee moslims andersgezinden in hun islamitische landen
bejegenen.
| |
Maar terwijl er schot lijkt te komen in de emancipatie van moslims
|
Een keiharde leugen, dus.
| |
Onlangs constateerde de Tijdelijke commissie Lessen uit recente
Arbeidsmigratie - voorgezeten door CDA-parlementariër Ger Koopmans - dat
Nederland ten minste 200 duizend Oost-Europeanen herbergt ... De
commissie-Koopmans concludeert dat de overheid de problemen met
Oost-Europeanen heeft onderschat.
Het rapport van de commissie-Koopmans lijkt een voorbeeld van
een grotere ontwikkeling die zich in West-Europa voltrekt. ...
Waartoe leidt al die diversiteit? De commissie-Koopmans is er
helder over: de komst van de Polen zorgt voor problemen die tijdig
benoemd en onderkend moeten worden. De officiële naam van de commissie,
'Lessen uit recente Arbeidsmigratie', maakt al duidelijk dat Nederland
zijn fouten uit het verleden niet nog eens mag overdoen.
De oplossing voor wat de commissie-Koopmans aanwijst als
problemen, lijkt in elk geval niet te zijn om deze nog eens te benoemen
in een breed maatschappelijk debat. ... |
Nee, problemen met immigratie mag je nooit bespreken, want dat stigmatiseert
immigranten, en dus mag je het er niet over hebben.
Want immigratie is altijd goed:
| |
Wie de Nederlandse geschiedenis een beetje kent, weet dat de
veronderstelde homogene samenleving ook vroeger niet heeft bestaan. |
Het bekende zwart-wit denken: dat een beetje inhomogeniteit goed werkt wil
niet zeggen dat veel inhomogeniteit ook goed werkt.
En hierop volgt een langdurige uitwerking van dit veelgebruikte
onzin-argument. Met uiteindelijk de oude stelling:
| |
Als Nederland wederom wil profiteren van een verrijking van zijn
cultuur en identiteit |
Er is geen sprake van verrijking ten gevolge van het grootste deel van de
immigratie: de allochtone immigratie.
De staat der Nederlanden in haar huidige vorm gaat 200 jaar
worden, en dus is het tijd voor een feestje. En merkwaardigerwijs, er zijn
historici gevonden om eraan mee te werken. want, zo weten we inmiddels:
Nederlandse geschiedenis is fout, want allochtonen hebben er geen deel aan. Een
van de organisatoren stelt zich voor:
Uit:
De Volkskrant, 30-11-2011, door Remco Meijer
Interview | Henk te Velde, hoogleraar vaderlandse geschiedenis
Er is er bijna één jarig, dat zult u zien
Vandaag over twee jaar bestaat Nederland 200 jaar. Dan gaat een daartoe
aangesteld comité 'los' met een uitgebreid programma. 'We gaan vooral vieren,
niet herdenken.'
Vandaag is het precies 198 jaar geleden dat Willem Frederik van Oranje
aankwam op het strand van Scheveningen. Wie zegt u? Jawel, Willem Frederik, een
verre voorvader van koningin Beatrix. In 1813 was aan jaren van Franse
overheersing een einde gekomen. Nederland was weer 'vrij'. ...
Red.: Mooi. Niets aan de hand. Dacht u. Want hier is het
organiserende comité:
| |
Tussenstuk:
Leden van het Nationaal Comité 200 jaar Koninkrijk
■ Ank Bijleveld-Schouten
(voorzitter, commissaris van de koningin in Overijssel)
■ Jozias van Aartsen (burgemeester
Den Haag)
■ Bercan Günel (Woman Capital)
■ Tania Kross (operazangeres)
■ Herman Tjeenk Willink
(vicepresident Raad van State)
■ Henk te Velde (hoogleraar
vaderlandse geschiedenis Universiteit Leiden)
■ Albert Verlinde (tv-presentator en
producent)
■ Erben Wennemars (oud-schaatser)
■ Rein Willems (oud-topman Shell
Nederland) |
Oftewel: men is vergeten de Papoea's uit de nodigen. Want die hebben meer te
maken gehad met Nederland, dan de Turken en hun vertegenwoordiger bij de
viering: Bercan Günel. Misschien kan ook Sulayman de Grote bij deze viering
worden betrokken.
Ook in Utrecht zitten historici - ook in Utrecht zitten
cultuurverraders:
Uit:
De Volkskrant, 25-01-2012, van verslaggeefster Geertje Dekkers
Franken gingen Wilders al in 9de eeuw voor
De tegenstanders afschilderen als barbaren met de verkeerde religie:
Frankische auteurs wisten er alles van.
Tussentitel: Om het verleden zo te gebruiken is tunnelvisie nodig
Red.: Al voldoende materiaal voor een analyse. Want de
tegenstanders afschilderen als barbaren met al dan niet de verkeerde religie is
beslist niet iets voorbehouden aan de Franken en Wilders. Om heel precies te
zijn, is het af schilderen van de tegenstanders als barbaren met al dan niet de
verkeerde religie een algemene trek. En zelfs geen uniek menselijke trek:
Uit: Wetenschap in Beeld, nr. 1-2012, door Anders Enevold Christensen
Behoedzaamheid tegenover vreemdelingen is aangeboren
Mensen zijn intolerant
Vooroordelen over alles wat afwijkt, zijn niet uniek voor mensen. Proeven van
Amerikaanse gedragspsychologen tonen aan dat apen ook onderscheid maken tussen
'wij' en 'zij'. Vijandig gedrag jegens vreemdelingen is mogelijk overgeërfd en
diep in de evolutie geworteld.
Tussentitel: Bij resusapen zien we een sterk achterdochtige instelling
tegenover soortgenoten buiten de groep - Gedragsonderzoeken Neha Mahajan van
Yale Univesity in New Haven, Connecticut, VS.
Red.: Voor het verdere en uitvoerige bewijs, zie hier
.
Terug naar de Utrechtse historici. Die zijn niet op de hoogte
van deze kennis. Of willen het niet weten - want, zoals in de andere bron al
gesteld: dit is kennis van de soort à la Goethe: "Je hoeft niet in China geweest
te zijn om te weten dat de lucht daar ook blauw is". De historici in Utrecht
weten of denken dat dus niet. Of beter: denken niet. Ze volgen hun gevoelens.
Hun anti-Wilders onderbuikgevoelens:
| |
Populisten als Geert Wilders gebruiken het verleden - de Gouden
Eeuw, de Verlichting - graag om het eigen volk in een goed licht te
plaatsen. Heel herkenbaar, vinden vier Utrechtse historici van de vroege
Middeleeuwen. In de 9de eeuw al gaven Frankische schrijvers hun volk een
roemruchte geschiedenis en schilderden ze hun tegenstanders af als
onbetrouwbare barbaren met de verkeerde religie. Ruim een millennium
later werkt de truc nog steeds. Donderdag organiseren de Utrechtse
historici onder leiding van hoogleraar Mayke de Jong het debat 'From
Widukind to Wilders', over het politieke gebruik van het verleden sinds
de 9de eeuw.
Widukind (743-807) was een Saks. Een onbetrouwbare,
onbeschaafde ongelovige. Als we tenminste de vroegmiddeleeuwse
geschiedschrijvers moeten geloven. Maar die schrijvers waren allemaal
christenen uit het Frankische rijk. Widukind, een 'heiden', was
jarenlang de vijand van hun volk geweest. |
Net zoals ieder ander volk over ieder nader dacht en denkt, dus. Maar, gaan
de drammers verder:
| |
Voor zichzelf schetsten de Franken een indrukwekkend verleden. Ze
stamden af van de Trojanen, vertelden ze elkaar. En ze waren de
opvolgers van christelijke Romeinen uit de late Oudheid. Het
West-Romeinse rijk was een paar eeuwen eerder bezweken, maar de Franken
voelden zich de culturele erfgenamen van de Romeinen. Het Frankische
rijk was de opvolger van het Romeinse, zo was het idee.
De organisatoren van het debat stellen dat Wilders op een
vergelijkbare manier een indrukwekkend verleden creëert met zijn
verwijzingen naar bijvoorbeeld de Gouden Eeuw. Daarbij hoort een
duidelijke historische vijand. Dat kunnen heidense Saksen zijn of
moslims met een door-en-door gewelddadige geschiedenis (zoals Wilders
hen beschrijft); het mechanisme is hetzelfde. |
Een illustratie van het nevenverschijnsel: de doodordinaire leugen: Wilders
heeft het zelden of nooit over dit soort zaken.
Waarna we over kunnen gaan op het ordinaire spiegelen:
| |
Dergelijk gebruik van het verleden vergt wel enige tunnelvisie.
|
Een glaszuiver geval van de pot die die ketel verwijt. Het is voor
wetenschappers een weerzinwekkende vertoning.
Ten bewijze dat dit niet iets is van "oude" historici: hier
is een superjonge (24 jaren) - maar eentje die al voluit schrijft in allerlei
bladen:
Uit:
De Volkskrant, 25-02-2012, door Matthea Westerduin
'Ik heb een rotsvast vooruitgangsgeloof'Rutger Bregman bindt de
strijd aan met de moderne geschiedvervalsers. De beroepshistorici laten het
afweten. 'Ik schrijf voor iedereen die een boek kan uitlezen.'
Rutger Bregman (23) had altijd gedacht dat hij de wetenschap in wilde gaan.
Promoveren en boeken schrijven. Maar de geschiedwetenschap ging hem steeds meer
tegenstaan: 'Het onderzoek dat wordt gedaan is heel verantwoord en gedegen, maar
het gaat nergens meer over. Hoe verhouden vijftiende-eeuwse hooi-inspecteurs
zich tot het belastingstelsel uit die tijd? Dat soort vragen. Het is mij te
futiel. Ik barst van de energie en het idealisme en ik wil een publiek
bereiken.'
In vier maanden schreef Rutger Bregman een boek waarin hij
verbanden legt tussen thema's uit de actualiteit en historische gebeurtenissen:
Met de kennis van toen. ...
Red.: Prachtige idealen allemaal. maar met
kennelijk veel flux de bouche, en een studieverblijf in Amerika, valt er
weinig gezond verstand te verwachten. Wat al snel blijkt:
| |
Het valt mij op dat het idee van massa-immigratie niet alleen door
de PVV wordt gepredikt, maar vrij breed gedragen is. In de media gaat
het maar al te vaak over 'een forse instroom van immigranten'. Als
historicus heb je daar echt wat tegenin te brengen.' |
Ach jee ... Twee en een halve miljoen allochtone immigranten (op 15 miljoen)
is geen massa-immigratie...? => Hoeveel dan wel: 20 miljoen op de één?
| |
Wat kun je als historicus aan dat debat toevoegen?
'In mijn boek verbind ik de moslimtsunami van Wilders met een tsunami
die we allang vergeten zijn: de angst voor katholisering van Nederland.
In 1853 besloot de paus de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland te
herstellen. Heel Nederland stond op zijn kop. Tienduizenden
handtekeningen werden opgehaald, katholieken werden met geweld tot de
orde geroepen en uiteindelijk is er zelfs een kabinet over gevallen. Op
het eerste gezicht is het probleem van toen natuurlijk kolderiek. Maar
statistisch was er toen meer reden om ongerust te zijn dan nu: 40
procent van de bevolking was rooms-katholiek. Zo'n vergeten episode
plaatst de huidige discussie in een heel ander perspectief.' |
Niveau: vanillevla mengt goed met chocoladevla, dus vanillevla mengt ook goed
met stront. Of in historische context:: de Serviers dachten waren ook niet alert
genoeg, en zijn nu Kosovo kwijt. Of in meer sociologische termen
(geschiedschrijving is natuurlijk eigenlijk ook sociologie): Overal ter wereld
waar moslims met niet-moslims mengen, is er (burger-)oorlog, laatstleden in
Nigeria.
Het volgende bericht had de redactie gemist, omdat het niet
in print is verschenen:
Uit: Volkskrant.nl, 13-03-2012, ANP.
'Onze canon is veel te rooskleurig'Volgens
historicus Chris van der Heijden is de officiële canon van de Nederlandse
geschiedenis veel te rooskleurig. Hij pleit dan ook voor een zwarte canon,
schrijft het AD. Van der Heijden vindt de canon van de vaderlandse
geschiedenis verre van compleet.
'Natuurlijk hebben de Nederlanders door de eeuwen heen veel
geweldige dingen gepresteerd', aldus de historicus. 'Maar neem bijvoorbeeld de
wandaden van Jan Pieterszoon Coen, onze omgang met joodse landgenoten voor,
tijdens en na de Tweede wereldoorlog, de politionele acties in Nederlands-Indië
en de slavenhandel.' ...
Red.: Een van de zaken waarin Nederland
vermoedelijk alleen de Duisters in voor hoeft laten gaan, is oog voor de
wandaden in het verleden. De politionele acties zijn de bijbehorende wandaden
zijn al openlijk erkend sinds eind jaren zestig, met het verschijnen van de
Excessennota
- het woord zegt genoeg, en de slavenhandel is nog eens recent uitgebreid voor
het voetlicht gekomen, waaruit trouwens als snel bleek dat het beeld daarover
eerdere te negatief was dan te positief. Onder andere door het eerder langdurig
verzwegen feit dat het echte slaven-maken en slaven-handelen door de Afrikanen
zelf werd gedaan.
Dus dit geschrijf van Van der Heijden volkomen passend in de
bekende houding van alle Nederlandse intellectuelen om de eigen cultuur af te
breken. Zoals blijkend uit dit voorstel
| |
Wat Van der Heijden betreft is het tijd voor een 'zwarte canon', met
aandacht voor al het schandelijke uit ons verleden. |
Iets dat echt alleen in Nederland zo geformuleerd zou kunnen worden. In
Turkije werd je meteen in de gevangenis gegooid, en een executie slechts
voorkomen omdat dat een slechte pers zou geven bij de bestuurderen van de
Europese Unie waar ze nog wel lid van willen worden.
De attentie op dit stuk werd gevestigd door onderstaande
reactie:
Uit: De Volkskrant, 17-03-2012, ingezonden brief van Hubert Slings,
directeur van stichting entoe.nu, die de canon van Nederland beheert
De canon is duister noch glanzendChris van der
Heijden vindt dat een 'zwarte canon' nodig is omdat de Canon van Nederland een
te rooskleurig beeld van onze geschiedenis zou schetsen.
Zo'n canon is echter niet nodig om de Canon van Nederland te
corrigeren. Van der Heijden mist de politionele acties? Die zitten in het
venster Indonesië. En over de vensters Beeldenstorm, Max Havelaar, kinderarbeid,
crisisjaren, de Twee Wereldoorlogen en Anne Frank zal niemand zich trots voelen.
...
Red.: Waarna je onderzoek kan starten naar wat
andere landen aangaande dit soort zaken uit het verleden in hún canon hebben
zitten. Bijzonder weinig, luidt de gematigde voorspelling.
Naar Cultuur, multiculturalisme, cultuurverraad
,
Cultuur, multiculturalisme
, Sociologie lijst
, Sociologie overzicht
, of site home
.
|