De Volkskrant, 31-10-2009, door Janny Groen en Annieke Kranenberg 4 nov.2009

Achtergrond | De angst voor terrorisme in Nederland,vijf jaar na de moord op Theo van Gogh

Van bang naar nog banger

Vijf jaar geleden werd Theo van Gogh vermoord. Nederland raakte uit balans. Wetswijzigingen werden doogevoerd en bevoegdheden uitgebreid om potentiële terroristen op te pakken; miljoenen euro's werden uitgegeven aan veiligheidsmaatregelen. Maar wat zijn we ermee opgeschoten?

Tussentitel: De Hofstadgroep was de norm, jongemannen met baarden waren verdacht
                  Autoriteiten beter voorbereid op terroristische aanslag dan vijf jaar
                  geleden

‘Genade, genade!’, riep Theo van Gogh tegen zijn moordenaar, vlak voordat die vijf kogels op hem afvuurde en met een kromzwaard zijn keel doorsneed. Daarna doorboorde de moordenaar het lijf van de filmmaker met een machete. Met een kleiner mes spietste hij een brief voor Ayaan Hirsi Ali op de borst.

Het was 2 november 2004. Nederland had kennisgemaakt met Mohammed B., een moslimextremist van eigen bodem, en raakte volledig uit balans. Acht dagen later werd het land alweer opgeschrikt: in het Haagse Laakkwartier hadden zich twee jongemannen met granaten verschanst. Ze riepen ‘Allahu Akbar!’, leden van het arrestatieteam werden zwaargewond afgevoerd. In totaal werden negen moslimmannen gearresteerd.

De Hofstadgroep was geboren. Maar ook de angst voor terrorisme, het onbekende. Was Al Qaida in Nederland neergestreken? Was dit land wel toegerust zich te verdedigen tegen aanslagen zoals in Madrid eerder dat jaar? Hoe kon het dat in Nederland geboren en getogen moslimjongeren werden gedreven door zulke haatgevoelens? En botste de islam sowieso niet onoverbrugbaar met ‘onze’ democratische vrijheden?

Het kabinet, lokale overheden en talloze onderzoekers hebben zich op deze nieuwe thema’s gestort. Pasklare antwoorden zijn er (nog) niet. Intussen zijn fundamentele wetswijzigingen ingevoerd en bevoegdheden uitgebreid om potentiële terroristen aan te pakken. Miljoenen zijn uitgegeven aan veiligheidsmaatregelen en anti-radicaliseringsprogramma’s. Hoe staat Nederland er vijf jaar na de moord op Van Gogh voor?

Terrorismedreiging
Voor de moord op Van Gogh richtte de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) zich vooral op de dreiging uit het buitenland, op terroristen zoals kaper Mohammed Atta en op Nederlandse jongeren die op jihad wilden in Tsjetsjenië, of op trainingskamp in Pakistan. De dienst hield zich minder bezig met jongeren die radicale geschriften verspreiden op internet, zoals Mohammed B.

Die inhaalslag, de gerichtheid op homegrown-terrorisme, heeft de dienst in 2005 en 2006 gemaakt, zegt terrorisme-onderzoeker Edwin Bakker van instituut Clingendael. ‘De dienst heeft een betere informatiepositie en weet hoe het in netwerken moet infiltreren.’

De laatste keer dat er gevaar dreigde van vermeende terroristen van eigen bodem, was in 2005 rond de arrestatie van Samir A. Althans, toen noemde de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) de dreiging ‘substantieel’ (de kans op een aanslag is reëel). Doordat ‘Hofstad-kopstukken’ waren opgepakt en netwerken onderling verdeeld raakten, verminderde volgens de AIVD de dreiging van homegrown-terrorisme. Het dreigingsniveau was een jaar ‘beperkt’.

Sinds maart 2008 is de dreiging weer substantieel, maar dit keer komt die van internationale jihadisten. Nederland staat op hun netvlies vanwege de aanwezigheid in Uruzgan en, belangrijker, vanwege Geert Wilders en diens anti-islamfilm Fitna. Hoewel moslims in Nederland buitengewoon kalm op de film reageerden, gebruiken internationale jihadisten de film als bewijs dat het Westen de islam aanvalt. Nederlandse doelwitten gaan over de tong. Volgens de voormalig NCTb-baas Tjibbe Joustra was de dreiging eind 2008 zelfs ‘substantieel met een plusje’ door de naijleffecten van Fitna. Hoe lang dat duurt, kan de NCTb niet voorspellen. Ook de Deense cartooncrisis stak na twee jaar weer de kop op.

Begin 2008 leek de buitenlandse dreiging dichtbij, toen de Pakistaan Akeel A. in Breda werd gearresteerd. Volgens de diensten maakte hij deel uit van een internationale cel die aanslagen wil plegen in West-Europa (hij wordt berecht in Spanje). ‘Dat de dreiging uit het buitenland komt is lastig, we hebben geen goede informatiepositie in landen als Pakistan of Somalië’, zegt Bakker. ‘De kans dat we een aanslag uit die hoek niet zien aankomen, is groter.’

Niettemin houdt de AIVD fundamentalistische moslimjongeren in Nederland in de gaten. Nog steeds manifesteert de jihadistische subcultuur zich op internet. Radicale geschriften duiken nog altijd op in fora, en met terroristen als Al Zawahiri wordt immer gedweept. Nieuw promotiemateriaal is een Nederlandstalige anasheed (islamitisch verantwoordde vocale muziek), van ‘Abou Hafs’ die eerder dit jaar op YouTube werd gezet: ‘Wij soldaten van onze religie, wij komen er weer aan met een nieuwe strategie, met onze onverslaanbare ideologie, breken we voorgoed met de blanke tirannie.’

Contratrerrorisme
Wie wil scoren op contraterrorisme, oogst terrorisme, zo luidt het adagium onder counter-terrorismedeskundigen. Voor politici en overheidsinstanties druist die logica lijnrecht in tegen de primaire behoefte te laten zien dat actie wordt ondernomen. ‘Toch is terughoudendheid hét toverwoord’, zegt Beatrice de Graaf van het Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme (CTC).

Contra-terrorisme is vooral een ‘battle of the hearts and minds’, stelt De Graaf. Wat niet werkt is militair taalgebruik, zoals oud-minister Zalm in november 2004 bezigde (‘Het is oorlog’). Voorkom ook dat ‘legendes worden gecreëerd’, zoals ‘klein Guantanamo Bay’ (bijnaam voor de terrorisme gevangenis in Vught, die volgens mensenrechtenexperts niet door de beugel kan).

Bij contra-terrorisme is het proces vaak belangrijker dan de uitkomst, zegt De Graaf. ‘De laatste jaren werden zelden terrorismeverdachten veroordeeld (de Hofstadgroep werd vrijgesproken als terroristische organisatie, red.). Voor justitie waren de arrestaties niet doeltreffend. Het contra-terrorisme-effect is wel positief: potentiële terroristen zien dat het rechtssysteem veel eerlijker is dan zij misschien dachten.’

Het juridisch kader van de contra-terreurmaatregelen rammelt eveneens. In juli constateerde de commissie-Suyver dat anti-terrorismewetten elkaar overlappen, burgerrechten mogelijk in het gedrang zijn gekomen, en dat voor het ‘persoonsgericht verstoren’ (van potentiële terreurverdachten) geen wettelijke basis bestaat. Het kabinet volgt het belangrijkste advies van de commissie – een integrale evaluatie - evenwel niet op.

De Graaf wijst op nog een probleem. ‘Nu er een instrumentarium tegen terrorisme is ontwikkeld, kun je verwachten dat het wordt opgerekt. Momenteel gebeurt dat nog niet, maar we laten veel afhangen van de uitvoerder.’ Een minder fatsoenlijke regering, kan hier makkelijk misbruik van maken. ‘Alles hangt af van een parlement dat zich niet op sleeptouw laat nemen.’

(Anti-)Radicalisering
Na november 2004 haalde de overheid alles uit de kast om grip te krijgen op radicaliserende moslimjongeren. Dat leidde in het begin nogal eens tot uitglijders. Verschillende overheidsloketten gingen aan de slag met het ‘profileren’ van potentiële terroristen. De Hofstadgroep was de norm, dus jongemannen met baarden waren al snel verdacht.

Sinds drie jaar worden politiemensen professioneel onderwezen in het herkennen van radicaliseringssignalen. Allerlei commerciële bureau’s specialiseerden zich in het trainen van docenten en welzijnswerkers. Een heuse anti-radicaliseringsindustrie werd op poten gezet. In augustus 2007 presenteerde minister van Binnenlandse Zaken Guusje ter Horst haar actieplan Polarisatie en Radicalisering 2007-2011. Ze trok 28 miljoen euro uit voor plannen die op wijkniveau gestalte moeten krijgen, zoals weerbaarheidstrainingen en opvoedingsondersteuning.

Maar net als bij contra-terrorisme geldt: weten we wat werkt? ‘Nee’, zegt Frank Bovenkerk, die de Forum-leerstoel Radicalisering Studies bekleedt. ‘Het is hoog tijd dat er onafhankelijk onderzoek komt naar de effectiviteit van het anti-radicaliseringsbeleid. Er zijn de laatste jaren in opdracht van de overheid veel hapsnap onderzoekjes gedaan, waarvan de uitkomsten soms ook nog door ambtenaren naar eigen inzicht zijn geïnterpreteerd.’

De AIVD publiceerde al jaren - ver voor de moord op Van Gogh - nuchtere analyses over de poltieke islam. Maar in oktober 2007 verscheen een rapport (‘Radicale dawa in verandering’), dat alarmistischer van toon werd en waarin de dreiging voor het eerst werd verbreed. De dienst waarschuwde voor het politiek-salafisme: een niet-gewelddadige, maar wel een zeer onverdraagzame en anti-democratische variant van de islam. Deze stroming zou op den duur een gevaar voor de staatsveiligheid vormen, omdat die de democratie en de sociale cohesie ondermijnt.

Sinds kort heeft de AIVD opeens een heel andere boodschap. Wil van Gemert, AIVD-directeur binnenlandse veiligheid, verklaarde onlangs bij het NOS-Journaal dat de groei van het politiek-salafisme stagneert. ‘De vrees die we een aantal jaren geleden hadden, was dat er sprake zou zijn van een gestage groei en dat er ook een breed forum was waar die kon plaatsvinden. Onze belangrijkste conclusie is dat dat forum er niet meer is.’

Verschillende experts hebben die uitzending met gemengde gevoelens gadegeslagen. Politieke salafisten streven immers nog altijd een eigen fundamentalistische zuil na. Vraag is alleen of de dienst er in 2007 verstandig aan deed dit in een openbaar rapport als veiligheidsvraagstuk te ‘framen’.

Andere ultra-orthodoxe religies kennen ook een plek in de Nederlandse geschiedenis. Of, zoals Wendy Asbeek Brusse, directeur van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), het stelt: ‘In een open democratie eisen mensen ruimte op. Dat hoort erbij. Je mag niet meten met twee maten.’

Het vervuilde debat
Alles wat met islam en moslims te maken heeft, is de laatste vijf jaar uitvergroot. ‘Het voordeel is dat we daardoor veel minder naïef zijn ten opzichte van radicalisering’, zegt Asbeek Brusse. ‘Ook problemen als uithuwelijking worden sneller aan de orde gesteld.’

Maar, waarschuwt ze, ‘we moeten oppassen dat we niet alles religieus gaan duiden.’ Ze wijst op onderzoeken uit de jaren negentig die aantonen dat de tweede generatie allochtonen enorme sprongen heeft gemaakt op het terrein van onderwijs, economische en maatschappelijke participatie. ‘Daarna zijn we de lat steeds hoger gaan leggen en het integratieprobleem religieus en etnisch gaan duiden: gaan ze ook in cultuur en sociaal opzicht op ons lijken?’

Het ‘discours over veiligheid is totaal opgerekt’, constateert De Graaf. ‘Van shariarechtbanken tot gescheiden loketten van de sociale dienst in moskeeën, alle problemen worden in dezelfde analyse betrokken.’

Asbeek Brusse: ‘De hoge criminaliteit onder allochtonen is uitgebreid onderzocht, maar religie is niet een van de causale factoren. Het is dus bizar dat de Koran werd uitgedeeld aan politiemensen (vorig jaar konden Amsterdamse agenten met korting de Koranvertaling van Kader Abdolah bestellen. Agenten zouden zo ‘een beter begrip’ krijgen, aldus Ter Horst, red.).’

Doordat de overheid radicalisering breed benadert, worden soms tegenstrijdige adviezen verspreid. Eerder dit jaar kregen gemeenteambtenaren twee folders: in de ene werd aangemoedigd thee te drinken met de lokale imam (bekend maakt bemind). In de andere werd gewaarschuwd voor ‘façadepolitiek’ (die aardige imam kan een gespleten tong hebben).

Steeds meer stemmen gaan op de problemen en oplossingen te ‘ontislamiseren’. Maar dat is niet eenvoudig. Alom wordt erkend dat Wilders het islam- en integratiedebat domineert. Daardoor lijken er maar twee kampen te bestaan: cultuurrelativisten en de verlichtingsfundamentalisten. Elk genuanceerd geluid daar tussenin wordt vermorzeld.

In tegenstelling tot de overheid, mogen ‘politici polariseren om hun meningverschillen te benadrukken’, zegt Sadik Harchaoui, voorzitter van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, die donderdag het rapport ‘Polariseren binnen onze grenzen’ uitbracht. ‘Er is alleen veel te veel op ideologie gepolariseerd, en te weinig op oplossingen.’

Na de moord op Van Gogh was er ‘een periode van nationale rouw’, stelt Harchaoui. ‘Toen had het nut dat de confrontatie werd opgezocht. Daarna is die doorgeschoten. We zitten in een onbestemde escalatiespiraal.’

Een positieve spin-off is dat moslims, gepokt en gemazeld door het heftige debat, zich weerbaar tonen en minder snel in een slachtofferrol kruipen.

Dat manifesteerde zich ‘ongekend’ rondom Fitna, zeggen deskundigen. Maar introspectie heeft ook geleid tot een sterke identiteitsvorming, zegt Asbeek Brusse. ‘Proud to be Muslim!’

Het nieuwe gevaar
Wijkagenten, docenten en welzijnswerkers merken het al een poosje: sluipenderwijs neemt de afkeer tegen moslims onder jongeren toe. De geest is uit de fles, alles mag gezegd worden en wordt gezegd.

Uit onderzoek op verzoek van de NCTb bleek onlangs dat 30 procent van de (niet islamitische) jongeren tussen de 13 en 21 jaar, negatief oordeelt over moslims. Een enquête van TNS-NIPO laat soortgelijke cijfers zien. Sinds het voorjaar van 2009 is ruim eenderde van de ondervraagden negatief gestemd over moslims (in het voorjaar van 2008 was dat krap eenvijfde). ‘Er zijn geen aanslagen geweest, de enige verklaring die ik kan vinden, is Wilders’, zegt Peter Kanne van TNS-NIPO. Moslims worden ook weer als ‘bedreigender’ ervaren sinds de PVV in de peilingen groeit.

Wilders wakkert islamofobie onder het volk aan, constateert ook de Anne Frank Stichting in de laatste Monitor Racisme & Extremisme. In het rapport kwalificeren de onderzoekers de PVV als extreemrechtse partij (zij het niet in de klassieke anti-semitische zin). ‘De uitgesproken islamofobe PVV streeft naar een gereorganiseerd Nederland, dat primair gebaseerd is op etnische eenvormigheid.’

Een nieuw rapport van IVA, beleidsonderzoek en -advies, en het CTC (een trendanalyse over radicalisering) gaat nog een stapje verder. Daarin wordt gesteld dat Wilders met zijn islamofobie en systeemhaat – hij mobiliseert ook anti-establishment gevoelens - de sociale cohesie en democratie in dit land ondermijnt. Ergo: hij brengt de staatsveiligheid in gevaar. De opdrachtgever, Binnenlandse Zaken, is bijzonder ongelukkig met de conclusies. De onderzoekers – gerenommeerd op dit onderwerp - willen echter geen water bij de wijn doen.

Het rapport raakt een zeer gevoelig punt. De AIVD heeft zelf de deur opengezet naar het ‘verbreden van de dreiging’ in het rapport ‘Radicale dawa in verandering’. De PVV doet, zij het op een andere manier, wat eerder politieke salafisten is verweten. Alleen gaat het nu om een Tweede Kamer-fractie die volgens de peilingen afstevent op regeringsdeelname.

Verschillende overheidsinstanties en departementen hebben ‘hun buik vol van Wilders’, zegt Edwin Bakker. ‘Hij creëert een zekere mate van dreiging. Niet alleen in het buitenland met Fitna, maar ook omdat hij angst mobiliseert in Nederland. Wilders is een gevaar voor de staatsveiligheid. De waakhond zou nu moeten blaffen, maar in dit geval is dat lastig.’

Er is sprake van een merkwaardige paradox, zeggen insiders. De autoriteiten zijn veel beter voorbereid op een terroristische aanslag dan vijf jaar geleden, maar de samenleving is daarentegen veel kwetsbaarder. Een aanslag zou nu, zo vreest men, tot maatschappelijke ontwrichting kunnen leiden. Bakker: ‘Bij de eerstvolgende aanslag heeft Wilders in alles gelijk.’

 

Voor dit artikel sprak de Volkskrant met een vijftiental ingewijden en deskundigen. Een aantal van hen worden geciteerd, anderen wilden vanwege hun werkzaamheden anoniem blijven.

 

Naar Cultuur, multiculturalisme, cultuurverraad , Cultuur, multiculturalisme ,  Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]