Bronnen bij Multiculturalisme: cultuurverraad door de WRR
(in ontwikkeling)
|
.2009 |
De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) is, zoals de naam al
zegt, een adviesorgaan van of voor de regering, en op terrein van adviesorganen
zo'n beetje het hoogste. Mede door het adjectief "wetenschappelijk" zou je dus
kunnen veronderstellen dat de WRR de hoogste normen van neutraliteit,
objectiviteit en wetenschappelijkheid handhaaft. De voor een open en
democratische maatschappij nachtmerrie-achtige werkelijkheid is dat het
omgekeerde het geval lijkt:de WRR gedraagt zich op het vlak van cultuur als een
geparfumeerd sprekende ondergraver van de eigen cultuur, ten einde een plaats te
gaan bieden aan het ideeëngoed van (niet-westerse) immigranten en met name de
islam.
Deze rol die de WRR al langer speelt kwam in 2007 de schijnwerpers te
staan met het verschijnen van het rapport Identifictie met Nederland, en
met name door de speech van Prinses Maxima bij de presentatie ervan,met
als hoogtepunt de zinsnede : "Er bestaat geen dé Nederlandse identiteit". Het
gevolg was natuurlijk een intense discussie, waarin zoals bijna altijd om de
meeste hete aardappels werd heen gedraaid. Onderstaande wat latere stuk was één
van de uitzonderingen:
Uit:
De Volkskrant, 22-12-2007, door Willem Velema en Hans Wansink
Vaderlands gevoel geeft richting
Onder historici is huiver voor nationalisme bon ton, maar een beetje trots
zijn op Nederland en het verleden is belangrijk voor een zelfbewuste natie en
kan het debat over immigratie en integratie structureren
Vallen er uit de vaderlandse geschiedenis nog andere lessen te trekken dan dat
Nederlanders zich moeten doodschamen voor hun medeplichtigheid aan de misdaden
van de Tweede Wereldoorlog en het kolonialisme? Wij menen van wel en staan
daarmee nogal geïsoleerd te midden van onze medehistorici.
Illustratief voor de manier waarop zij hun taak doorgaans
opvatten, zijn de vaak geciteerde woorden van de fameus afstandelijk-ironische
historicus E.H. Kossmann over het verschijnsel nationale identiteit. ‘Men
bedriegt zichzelf en zijn lezers als men pretendeert het aan systematisch en
alomvattend onderzoek te kunnen onderwerpen. Loop er liever met aandacht omheen,
bekijk het van alle kanten maar stap er niet in, behandel het kortom als een
enorme kwal op het strand.’
De historicus Jan Ramakers presenteerde het Jaarboek
Parlementaire Geschiedenis 2007 op 20 november in de oude vergaderzaal van de
Tweede Kamer. Het Jaarboek is een uitgave van het Centrum voor Parlementaire
Geschiedenis van de Radboud Universiteit, waaraan Ramakers als onderzoeker
verbonden is. Dit keer hadden ze in Nijmegen als thema gekozen voor de moeizame
worsteling met de nationale identiteit. ‘Met dank onder andere aan de
Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid en prinses Máxima’, voegde
Ramakers er nederig aan toe. Daarmee meteen iedere twijfel de kop indrukkend
over de positie van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis in deze netelige
kwestie.
‘Dé Nederlander bestaat niet’, luidde Máxima’s kernachtige
oneliner, die in de media prompt op een storm van kritiek stuitte – en onder
‘gewone’ Nederlanders vooral op verbijstering. In feite was de gewraakte quote
van Máxima een getrouwe weergave van de – veel wolliger geformuleerde –
conclusies van de WRR. In het rapport staat te lezen dat ‘het beleidsmatig
inzetten van nationale identiteit contraproductief kan werken’. Dat komt doordat
‘het streven naar eenheid soms leidde tot conflicten of uitsluiting van bepaalde
groepen’.
Terwijl de WRR in zijn rapport niets wil weten van ‘het
verzanden in een historisch bepaalde en statische identiteit’ en in plaats
daarvan pleit voor ‘een toekomstgerichte, open oriëntatie’, dringt hoogleraar
Paul Scheffer in zijn nieuwe boek Het land van aankomst juist met klem
aan op hernieuwde, serieuze aandacht voor de eigen Nederlandse cultuur en
geschiedenis, door historische canonvorming en door het oprichten van een
Nationaal Historisch Museum. ‘Burgerschap’, schrijft hij, ‘gaat immers om een
besef dat er iets aan ons vooraf is gegaan en dat er iets na ons komt. Een
samenleving die zich niet meer in staat acht tot een gesprek met de vorigen, zal
verpieteren.’
Dergelijke aanprijzingen van zijn eigen vakgebied bleken aan
historicus en WRR-supporter Jan Ramakers niet besteed. ‘Wat is er aan de hand
met Nederland?’, sprak hij die 20ste november vertwijfeld. Is Nederland soms ‘te
klein’ om het naar waarde te schatten ‘als bisschop Muskens voorstelt, als
handreiking aan de islamitische Nederlander, God voortaan Allah te noemen’? Of
‘als minister Donner ons voorhoudt dat het niet ondenkbaar is dat op enig moment
in Nederland door een tweederde meerderheid de sharia wordt ingevoerd’?
De ‘zelfverheffing’ die voor Ramakers als vanzelfsprekend
samengaat met de door Scheffer ondersteunde ‘zoektocht naar de Nederlandse
identiteit’, heeft in zijn ogen alleen maar misvattingen en rampen opgeleverd.
Werden in de jaren vijftig immers niet de gerepatrieerde Indische Nederlanders
het slachtoffer van ‘gedwongen assimilatie aan de dominante Nederlandse
cultuur’, met als gevolg ‘een totale teloorgang van de Indische cultuur in
Nederland’?
Terwijl nota bene kort tevoren meer dan honderdduizend
Nederlandse joden waren vermoord. Door de Duitsers, zult u misschien zeggen?
Ramakers heeft nieuwe schuldigen ontdekt, in ons verre verleden. Door ‘de
zogenaamde emancipatie van de joden in Nederland in 1796’ werd ‘het jodendom
cultureel gezien dood’ gemaakt. ‘Wij hadden het voorwerk voor de bezetter al
verricht.’
Ramakers’ multiculturele les uit de geschiedenis: ‘Met welk
recht spreken wij een moreel oordeel uit over de Taliban in Afghanistan die
boeddhistisch cultureel erfgoed opblazen, als wij bereid zouden zijn onze eigen
culturele pluriformiteit te offeren op het altaar van de gedwongen assimilatie?’
...
Met zijn agressieve pleidooi voor de multiculturele
samenleving en zijn demonisering van ‘vaderlandse geschiedenis’ is Jan Ramakers
zonder twijfel een extreem geval onder de Nederlandse historici. Desondanks
wijkt zijn conclusie nauwelijks af van wat onder historici al tientallen jaren
als common sense geldt: dat er in de vaderlandse geschiedenis geen
exclusieve nationale identiteit te ontwaren valt; dat iedere vorm van nationale
‘zelfverheffing’ alleen maar tot ellende leidt, tot ‘uitsluiting’ of
‘assimilatie’. En dat er, als er al zoiets bestaat als een ‘Nederlandse
identiteit’ (historici storen zich zelden aan de ongerijmdheid van het
tegelijkertijd ontkennen en bevestigen daarvan), die identiteit juist gelegen is
in ‘zelfverlaging’, ‘bescheidenheid’, ‘de erkenning van verdeeldheid’ en een
‘positieve waardering van onze pluriformiteit’.
De commissie-Van Oostrom, die dit jaar de ‘historische canon’
uitrolde, betoont zich op haar website dan ook helemaal niet trots, maar bovenal
bezorgd over mogelijk misbruik door onbevoegden. Al te braaf wordt daarom gemeld
dat het gaat om ‘een canon voor alle Nederlanders’. En om een land ‘dat wij
gezamenlijk bewonen’. Nederland moet vooral niet gezien worden ‘als horizon,
maar als observatiepunt’. De canon is ook geen ‘vehikel voor nationale trots’,
maar ‘roept betrokkenheid op’. Het is ‘geen praalgraf, maar levend erfgoed’, en
‘geen gesloten, maar een open canon’.
De bewijsvoering is even simpel als dwingend: belangstelling
voor het vaderlands verleden = nationalisme; nationalisme = fout; ergo:
vaderlandse geschiedenis = fout. De manier waarop Nederlandse historici de
vaderlandse geschiedenis aan het grote publiek proberen te slijten, heeft
daardoor iets onbevredigends en hypocriets. Zoiets als seksuele voorlichting van
de pastoor.
Red.: Eerst over de inhoud van het rapport. Het is vele tientallen
pagina's lang, maar de inhoud is wel te achterhalen uit de beschrijving op de WRR website
Van: WRR website
.
Identificatie met Nederland
Op 24 september jl. presenteerde de raad het rapport Identificatie met
Nederland. ... Analyses in het rapport zijn mede gebaseerd op studies
die op verzoek van de WRR zijn verricht en tegelijkertijd met dit rapport
verschijnen:
WRR-verkenning nr. 17 Nationale Identiteit en meervoudig verleden, Maria
Grever en Kees Ribbens
Westerse politici ontwaren een crisis van de nationale identiteit. Ze beschouwen
het gebrek aan historische kennis als belangrijke oorzaak. In Nederland weten
jongeren niet meer wie Willem van Oranje is en waarom hier Surinamers wonen. De
integratie zou langzaam verlopen omdat het Nederlanderschap onduidelijk is.
Vandaar dat de regering heeft besloten om een nationale canon in te voeren. Maar
kloppen deze aannames? Wordt niet voorbij gegaan aan de diversiteit van het
verleden en de veranderlijkheid van sociale identiteiten? ...
WRR-webpublicatie nr. 33 De casus Inburgering en Nationaliteitswetgeving:
Iconen van nationale identiteit, Fouzia Driouichi
Aan de hand van dit onderzoek wordt onder meer geconcludeerd dat het accent
steeds meer op cultuur wordt gelegd. Bovendien richt de contemporaine discussie
zich op meer plichten en minder rechten voor veel migranten. Hierbij wordt er
vaak vanuit gegaan dat meer plichten automatisch een betere integratie tot
resultaat zullen hebben. Noodzakelijke randvoorwaarden, zoals kwalitatief en
kwantitatief voldoende scholing, maar eveneens een meer welwillende rol van de
ontvangende samenleving, worden daarbij nogal eens veronachtzaamd.
...
WRR-webpublicatie nr. 34 In debat over Nederland. Veranderingen in het
discours over de multiculturele samenleving en nationale identiteit, Fleur
Sleegers
De toon en inhoud van de debatten over de multiculturele samenleving zijn de
laatste jaren veranderd. Van links tot rechts is de politiek teruggekomen van
een lang in standgehouden consensus dat de komst van migranten een verrijking
van de samenleving betekende. Het inzicht dat de toegenomen culturele
diversiteit en de aanwezigheid van steeds meer moslims in de Nederlandse
samenleving (ook) problemen met zich mee heeft gebracht is nu uitgangspunt van
de discussie. Vanaf de eeuwwisseling is de overtuiging gegroeid dat een hardere
opstelling naar migranten en veeleisender beleid noodzakelijk zijn voor
succesvolle integratie. ...
Red.: Dit alles tezamen kan je parafraseren als "Er bestaat geen dé Nederlandse identiteit,
en en de integratieproblemen hebben als oorzaak dat de Nederlanders er zo
moeilijk over doen en te harde eisen stellen aan immigranten, terwijl ze gewoon
meer aan immigranten moeten geven". Het eerste deel is hetgeen dat
uitgesproken weer door Maxima, hetgeen natuurlijk leidde tot verontwaardiging in
de kringen die altijd al een Nederlandse identiteit hadden gezien.
Even terug naar het begin, het zinnetje van Maxima. Wat dus
niet Maxima's zinnetje is, ook al zal ze het er wel mee eens zijn - het zinnetje
van de auteurs van het rapport. Maar wie zijn dat dan? Het rapport
is officieel van de WRR, de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, een
regeringsorgaan dus. Maar de regering schrijft niet, dat doen alleen mensen. De
werkelijke schrijvers zijn moeilijker te achterhalen, maar het blijkt een
essentiële exercitie.
In het rapport zelf staan twee directe bronnen: in de
Verantwoording staat de projectleiding omschreven als:
| |
Voorzitter was prof. dr. Pauline Meurs, lid van de raad. Verder
bestond deze projectgroep uit de volgende stafleden: drs. Dennis
Broeders (tevens projectcoördinator), dr. mr. Fouzia Driouichi, dr.
Monique Kremer, drs. Erik Schrijvers en Fleur Sleegers. |
En in de verantwoording staat een verwijzing naar adviseurs met wie gesprekken
is gevoerd, die vermeld staan in de Bijlage - hier is die lijst van adviseurs:
| |
Prof. dr. H. Entzinger, Erasmus Universiteit Rotterdam
Mw. drs. E. Dourleijn, Erasmus Universiteit Rotterdam
Dr. K. Ribbens, niod
Prof. dr. M. Grever, Erasmus Universiteit Rotterdam
Drs. J. Schoonenboom, wrr
Prof. dr. M. Verkuyten, Universiteit Utrecht
Mw. B. van der Haak, vpro (Tegenlicht)
Mw. H. Hagen, vpro (Tegenlicht)
Mr. S. Harchaoui, directeur Forum
H.K.H. Prinses Máxima der Nederlanden
Mw. mr. J.F. Zaaijer, Dienst Koninklijk Huis
Mw. mr. I. Brouwer, Twynstra Gudde
Drs. W. Ligthart, Twynstra Gudde
Mw. drs. M. Kilic-Karaaslan
Mw. drs. L. Duits, Universiteit van Amsterdam
Mw. dr. A. Van Lenning, Universiteit van Tilburg
Mw. S. Terlouw, tekstschrijver |
Maar wie zijn nu de échte auteurs? Omdat dat uit te vinden is een simpele methode
toegepast: kijk hoe veel keer een bepaalde naam voorkomt in het document. Wat
scores:
| Meurs, voorzitter projectgroep: |
4 |
| Broeders, lid projectgroep |
8 |
| Driouichi |
9 |
| Kremer |
4 |
| Schrijvers |
4 |
| Sleegers |
7 |
| Entzinger, adviseur |
9 |
| Dourleijn |
3 |
| Ribbens |
23 |
| Grever |
25 |
| Schoonenboom |
2 |
| Verkuyten |
24 |
| Van der Haak |
2 |
| Hagen |
1 |
| Harchaoui |
3 |
De overigen hadden verwaarloosbare scores.
Over deze uitslag hoeft niet gecorrespondeerd te worden. Wie
het rapport ook daadwerkelijk geschreven heeft, het weerspiegelt in hoofdlijnen
de ideeën van prof. dr. M. Grever, Erasmus Universiteit Rotterdam, dr. K.
Ribbens, niod, en prof. dr. M. Verkuyten, Universiteit Utrecht. Waarbij meteen
opviel dat de namen Ribbens en Grever vrijwel altijd in combinatie voorkwamen,
zodat je de auteurs kan omschrijven als: Grever & Ribbens en Verkuyten. Twee
hoofdauteurs, zoals je kan verwachten (de "penvoerders") - met meer dan twee of
drie een
rapport schrijven is lastig - de rest levert zijn bijdragen in bij de
penvoerders.
al is hier even apart behandeld
. Van adviseur Jan Schoonenboom hadden we al eerder een idee van zijn
opvattingen
. Voor de rest van de adviseurs geven we dat lijstje nogmaals, met een
toelichting van hun positie in dit debat (MC - multiculturalistisch):
| |
Prof. dr. H. Entzinger, Erasmus Universiteit Rotterdam
Bekend immigratiefundamentalist, zeer MC
Mw. drs. E. Dourleijn, Erasmus Universiteit Rotterdam
Medewerkster Entzinger
Dr. K. Ribbens, niod
Historicus, al besproken, sterk MC
Prof. dr. M. Grever, Erasmus Universiteit Rotterdam
Cultuurhistorica, al besproken, sterk MC
Drs. J. Schoonenboom, wrr
Socioloog, sterk MC
Prof. dr. M. Verkuyten, Universiteit Utrecht
Promotie: Zelfbeleving en identiteit van jongeren uit etnische
minderheden.
Al besproken, sterk MC
Mw. B. van der Haak, vpro (Tegenlicht)
Medewerker van de VPRO, dus sterk MC
Mw. H. Hagen, vpro (Tegenlicht)
Medewerker van de VPRO, dus MC
Mr. S. Harchaoui, directeur Forum
Sterk MC
H.K.H. Prinses Máxima der Nederlanden
Kosmopoliet, dus sterk MC
Mw. mr. J.F. Zaaijer, Dienst Koninklijk Huis
Voormalig raadsadviseur bij het ministerie van Algemene Zaken
Establishement, vermoedelijk MCMw. mr. I. Brouwer, Twynstra Gudde
Ina Brouwer, voormalig GroenLinks politica.
Dus sterk MC
Drs. W. Ligthart, Twynstra Gudde
Establishment, zie collega's van T-G: vermoedelijk MC
Mw. drs. M. Kilic-Karaaslan (vorm.?) Twynstra-Gudde
Meryem Kilic-Karaaslan adviseert de overheid over vraagstukken van de
integratie.
Vanuit de immigrantenkant.
Dus MC.
Mw. drs. L. Duits, Universiteit van Amsterdam
Promotie: Navels en sluiers: meiden in een multiculturele samenleving
Dus MC
Mw. dr. A. Van Lenning, Universiteit van Tilburg
Sociologe, emancipatie,
Onbekend |
De groep multiculturalistische historici die we hebben gevonden maakt dus
deel uit van een grotere groep multiculturalisten die diep geworteld is in
alle sectoren van de top en het bestuurlijke middenkader van de
maatschappij.
Interview Jan Schoonenboom
Uit:
De Volkskrant, 02-12-2002, van verslaggever Arnout Brouwers
'Begrip allochtoon heeft zijn langste tijd gehad'
...
Had Paul Scheffer een punt dat linkse partijen nooit de discussie zijn
aangegaan over wat het betekent een immigratieland te zijn?
'Scheffer heeft gewezen op het feit dat het, ondanks alle goede bedoelingen, met
de integratie slecht loopt. Dat was trouwens wel een late ontdekking, want jaar
in jaar uit is gedocumenteerd hoe het er voorstond. Dat blijkt trouwens niet
eens zo slecht te zijn. Maar Scheffer ging verder: hij pleitte ervoor dat we ons
van onze Nederlandse identiteit bewust moesten worden. Dat pleidooi suggereerde
een onveranderlijke kern van het Nederlander zijn. Daar rijzen bij mij de haren
te berge.'
...
Maar wat is nou precies een Nederlander?
'Ik zou zeggen, iedereen die hier toevallig woont.'
Red.: Het equivalent van de stelling dat als je een kameel van
de vliegtuigtrap voert en hem een Nederlands pasport geeft, het dan een koe is
geworden. In andere woorden: de ontkenning van iedere culturele identiteit.
Uit:
De Volkskrant, 22-09-2007.‘School moet segregatie tegengaan’
Basisscholen moeten de wettelijke opdracht krijgen een ‘verbinding’ te leggen
tussen bevolkingsgroepen. Dat zegt de Wetenschappelijke Raad voor het
Regeringsbeleid (WRR) in het rapport Identificatie met Nederland, dat maandag
verschijnt. De Raad wil een halt toeroepen aan de voortgaande segregatie in het
onderwijs.
... WRR-lid Meurs. ‘Hoe lastig ook, scholen die met
hun rug naar de samenleving staan, moeten gecorrigeerd kunnen worden.’
In het rapport zegt de Raad ook dat het integratiedebat niet
gebaat is bij de fixatie op ‘nationale identiteit’.
Red.: Volgens Pauline Meurs hevven Nederlanders dus de plicht
zich te inden met immigranten waar ze niet omgevraagd hevven en die ze veel
overlast veroorzaken. Immigranten hevven geen plichten.
Uit: De Volkskrant, 27-09-2007, column door Michaël Zeeman
Opnieuw nadenken over wat ons bindt
Nederland mag dan een land zijn met vele identiteiten, in Italië is die
variëteit pas echt serieus. Als ik het rapport over deze materie van de
Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid goed lees, vindt die
eerbiedwaardige instelling zo’n licht anarchistische potpourri van identiteiten
voor een land iets aanbevelenswaardigs en ondergaan haar leden de huidige
verwarring erover in Nederland daarom als een bevrijding. In de bevrijdingsroes
wordt vervolgens een recept voor een nieuwe heilstaat gevonden, de
‘postnationale’. ...
Tijdens het grote debat over het nut en het nadeel van de
geschiedenis, dat verleden week in het kader van het theaterfestival ‘De
(Internationale) Keuze van de Rotterdamse Schouwburg’ werd gehouden, verdedigde
Maria Grever de stelling, dat de aanwezigheid van zo veel Marokkanen en Turken
in Nederland ons verplicht het onderwijsprogramma voor geschiedenis te herzien.
Wij moeten het voortaan niet alleen over Willem de Zwijger hebben, maar ook over
Suleyman de Geweldige. Grever is hoogleraar theorie en methodologie van de
geschiedenis, en een van de auteurs van het WRR-rapport. ...
Red.: Volgens Maria Grever moeten we dus onze cultuur (onderwijs in
onze cultuur is onze cultuur) maar inleveren ten gunste van die van de
allochtone immigranten (natuurlijk geen haar op haar hoofd die eraan gedacht
heeft om Simon Bolivar of in - het gaat alleen om moslims, natuurlijk)
Een idee van deze nachtmerrie wordt verschaft door de eerste
bron, een artikel van Volkskrant-columniste Amanda Kluveld, die historica
is:
Uit:
De Volkskrant, 02-11-2009, door Amanda Kluveld
Praat moord Van Gogh niet goed
Theo van Gogh werd vermoord door een moslim, in naam van Allah. Dat feit
moeten wij in al zijn naaktheid onder ogen zien, betoogt Amanda Kluveld
Vijf jaar geleden werd Theo van Gogh vermoord. Sindsdien zijn vele rapporten
en verkenningen verschenen over integratie, radicalisering, de Nederlandse
identiteit en wat er zo meer aan belangrijke thema’s is bedacht door de
Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en andere adviesorganen.
De moord op Theo van Gogh wordt in die vele rapporten vrijwel altijd genoemd in
de inleiding: ‘Sinds de moord op Theo op Gogh...’ En dan volgt wat er, volgend
op de slachtpartij in de Linnaeusstraat, voor alarmerend maatschappelijk
verschijnsel aan de oppervlakte zou zijn gekomen.
En altijd zit er iets in die zinnen, waar ik onpasselijk van
word. Alsof de moord niet door de moordenaar is veroorzaakt, maar door het debat
dat eraan voorafging. Alsof niet de moordenaar verantwoordelijk is voor zijn
daad, maar de samenleving of de toon van de discussie. Alsof het debat dat op de
moord volgde, de reacties die deze uitlokte, onredelijk zouden zijn.
Een greep uit een aantal publicaties van de WRR leert
ons:
■ Dat na de moord op Van Gogh een
‘nieuwe manier van spreken’ ontstond. ‘Gaandeweg werd cultuur en later vooral
ook religie steeds meer onderdeel van het politieke debat over integratie en
identiteit en verdwenen sociaal-economische problemen waarmee nieuwkomers kampen
verder naar de achtergrond.’ (WRR, Identificatie met Nederland, 2007)
Dat is niet vreemd. Als we iets leerden van de moordenaar is
dat sociaal-economische omstandigheden geen rol speelden. Wat een rol speelde,
was de islam.
■ Dat ‘de culturele kloof’ tussen
allochtonen en autochtonen voor velen aanleiding is geweest het integratiebeleid
te willen aanscherpen. ‘Volgens hoogleraar contemporaine geschiedenis Kennedy
heerst er in Nederland angst dat een gebalanceerde en rechtvaardige
multiculturele samenleving niet mogelijk is. Nederland vraagt zich volgens hem
dan ook niet af hoe diversiteit op basis van gelijkwaardigheid bereikt kan
worden, maar hoeveel diversiteit onze samenleving aankan.’ (WRR, In debat
over Nederland, 2007)
Inderdaad, op sommige vormen van diversiteit, namelijk dat
mensen op straat worden afgeslacht vanwege hun mening over de islam, zitten wij
niet te wachten. Het is ons goed recht dat onomwonden af te wijzen.
De WRR maakt al vijf jaar lang verwijten aan iedereen,
behalve aan Mohammed B.: ‘In sommige gevallen is de confrontatie over bepaalde
normen doelbewust opgezocht, zoals gold voor het filmische pamflet Submission,
dat het (voormalige) Tweede Kamerlid Hirsi Ali op bedreigingen kwam te staan en
filmmaker Van Gogh uiteindelijk het leven kostte. Soms is ook een stuk minder
duidelijk of een directe confrontatie wel het doel is, zoals bij de controverse
rond de opera Aïsja en de uitlatingen van imam El Moumni over
homoseksuelen.’ (WRR, Identificatie met Nederland)
De WRR suggereert hier dat Hirsi Ali haar zware beveiliging
en de dood van Van Gogh heeft opgezocht. Dat is de wereld op zijn kop.
Polarisatie is het probleem, lijkt de WRR te zeggen. Radicalisering met als
eindpunt een moord, komt uit dat continue polariseren voort. Hou op met
polariseren en confronteren en je hebt de problemen niet meer, is de boodschap.
...
Vijf jaar geleden werd Theo van Gogh vermoord. Door een
moslim, in naam van Allah. Niets wat de WRR, de CU of het kabinet verzint aan
begrip, eufemistische beschrijvingen of oplossingen voor de spanningen, kan dat
feit ongedaan maken of verzachten. ...
Red.: De waarde van pogingen om de islamitische achtergond van
de moord op Van Gogh te begatelliseren, blijkt uit een analogie: de aanslag op
Van Gogh valt in dezelfde categorie als de aanslagen van New York (9/11),
Madrid, Londen, enzovoort. Van deze aanslagen zal niemand het in zijn hoofd
halen die los te zien van hun islamitische achtergrond. Dit wel doen bij de
aanslag op VanGogh is dus volstrekte waanzin.
Samengevat is de klacht van Kluveld: WRR doet niet aan een
analyse van de feiten, maar aan politiek op grond van ideologie.
Naar Cultuur, multiculturalisme, cultuurverraad
,
Cultuur, multiculturalisme
, Sociologie lijst
, Sociologie overzicht
, of site home
.
|