De Volkskrant, 01-07-2013, hoofdredactioneel commentaar, door Sander van Walsum .2010

Onze slavernij

150 jaar na de afschaffing van de slavernij is duidelijk dat Nederlanders geen gedeeld verleden hebben.


Tussentitel: Een kwaad, ook naar toenmalige maatstaven

Honderdvijftig jaar nadat Nederland - rijkelijk laat - de slavernij verbood, worden opnieuw ongemakkelijke vragen over deze episode gesteld. Komt ze er in het geschiedenisonderwijs niet erg bekaaid van af? Getuigt het feit dat Nederland slechts drie slavernijmonumenten telt niet van onze onverschilligheid? Kunnen we nog wel volstaan met gratuite spijtbetuigingen, en ligt het niet op de weg van de nieuwe koning om in dezen een groot gebaar te maken?

De discussies waar deze legitieme vragen aanleiding toe geven, worden overwegend op basis van rekenmodellen gevoerd. Zo becijferde de Surinaamse econoom Armand Zunder dat een schadevergoeding van 379 miljard euro voor de nakomelingen van Afrikaanse slaven in 'de West' passend zou zijn. Slavernijdeskundigen pareren deze claim met een relativering van het economisch belang van de slavernij en met een verwijzing naar de medeplichtigheid van Afrikaanse 'slavenleveranciers' en Arabische tussenhandelaren.

Het wrange van deze argumentatie is dat ze een verre echo vormt van het debat dat in de jaren voor 1863 tussen voor- en tegenstanders van afschaffing van de slavernij werd gevoerd. Ook dat had eerder een economisch dan een moreel karakter. Die zakelijkheid misstaat bij een thema dat nog steeds heftige emoties oproept bij nazaten van voormalige slaven. Dat sommigen van hen de neiging hebben om bijna elk sociaal probleem in verband te brengen met de slavernij doet daaraan niets af.

Feit is dat de slavernij voor hen nog hoogst actueel is terwijl ze voor de spreekwoordelijke nakomelingen van de slavenhandelaren - lees: de blanke Nederlander - vaak tot de categorie 'jammer maar helaas' behoort. Dat ondervang je niet met mooie woorden van de koning of met een schadevergoeding (nog afgezien van het feit dat volkomen onduidelijk is hoe die zou moeten worden onderbouwd en aan wie ze zou moeten worden toegekend). Maar je ondervangt het zeker niet met het omslaan van wat obligaat 'een zwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis' wordt genoemd. De slavernij was een kwaad - ook naar toenmalige maatstaven. En Nederland heeft zich bij de instandhouding van dat kwaad niet onbetuigd gelaten. Dat besef moet levend worden gehouden.

 

Red.:   Er bestaat geen Nederlands identiteit, dus ook geen "Onze" slavernij


Naar Onderwijsbeleid, lijst , Rijnlands beleid , Rijnlands beleid, overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]