MENU's
RIJNLANDMODEL    
  
  MENU - KEUZE  
RIJNLANDMODEL  

Bronnen bij Cultuur, vermenging, analogie: percentages

4 mei 2009

De percentages opgegeven als kritische punten voor het opnemingsvermogen van groepen immigranten zijn inschattingen gebaseerd op langdurige waarneming van maatschappelijke verschijnselen, zonder specifiek onderzoek naar de getallen. Dit soort onderzoek is ook vrijwel onmogelijk, aangezien er sowieso al een taboe rust op het verzamelen van dit soort gegevens. Met als onderliggende redenatie vermoedelijk: we hebben nu al de ideologie erin gepompt dat hoeveelheden niets uitmaken, dus onderzoek kan alleen maar negatief uitpakken.
    Maar als het niet expliciet over deze kwestie gaat, kan men soms wel iets vinden:


Uit: De Volkskrant, 11-05-2010, van correspondente Greta Riemersma

Marrakech 'verliest zijn ziel' aan de Europeanen

Het is het omgekeerde van wat in Europa gebeurt: Europeanen vestigen zich in het centrum van Marrakech. Marokkanen trekken naar de buitenwijken.

... Bernard Pasqualini, een vrolijke vijftiger, is een van ... buitenlanders die de laatste jaren in Marrakech zijn neergestreken. Het zijn ondernemers of bejaarden die komen voor de schoonheid van de roodbruine stad en voor de mentaliteit; in Marokko zijn agenda’s en horloges schaarse artikelen. ...
    Het gevolg is dat in Marrakech precies het omgekeerde gebeurt van wat in Europese steden aan de hand is. In Marrakech zijn het de Marokkanen die op een dag ontdekken dat ze worden omringd door vreemde bevolkingsgroepen, hoofdzakelijk Fransen, maar ook Italianen, Spanjaarden, Duitsers en Engelsen.
    ‘Twee jaar geleden nog hadden we alleen Marokkanen om ons heen’, zegt parfumverkoper Youssef Ouinkhir, die met zijn ouders, broers en zussen in het hart van de oude medina woont, met uitzicht op het koninklijk paleis. ‘Nu zijn wij de enige Marokkanen tussen Europeanen. Onze buren zijn Duitsers.’
    Voor het huis van de Ouinkhirs, 160 vierkante meter, is 190 duizend euro geboden, voor Marokkaanse begrippen een behoorlijk bedrag. ...
    ... De meeste Marokkanen verkopen hun huis. Zo ontstaat in Marrakech een nieuwe indeling: de Europeanen betrekken het centrum, want daar staan de traditionele Marokkaanse huizen die zij mooi vinden. De Marokkanen gaan naar de randen van de stad, waar overal appartementen worden gebouwd.
    Veel Marokkanen formuleren dit anders. ‘De Europeanen nemen onze stad over’, zeggen ze. ...
    ... Het moderne centrum van Marrakech heeft een Frans-Spaans-Italiaans tintje gekregen, met kledingwinkels als Zara en Etam waar een overwegend Europese clientèle rondloopt. Je hebt er een McDonald’s en een Pizzahut, voor een café staat een beeltenis van Charlie Chaplin.


Red.:   Kortom: hetzelfde soort geluiden als er sinds de Fortuyn-revolutie, toen de censuur hierop werd opgeheven, ook wel in Nederland te horen zijn. Nog steeds vergezeld van veel protesten van de multiculturalisten, natuurlijk.
    Goed, hoe ernstig is nu dan deze invasie - correspondente Greta Riemersma geeft hierover ook uitsluitsel:

  Op 1 miljoen inwoners is 8 duizend buitenlanders niet veel, maar hun aanwezigheid valt op.

Achtduizend op 1 miljoen ... afgerond: 1 procent. Eén hele procent.
    En precies de ene procent die voorspelt is door het model voor het geval van de grotere culturele verschillen.
    Ook in historische gevallen kan er nog wel eens iets loskomen. Onder een voorbeeld:


Uit: De Volkskrant, 04-05-2009, Jaap Weeda (73),  student geschiedenis, oud-redacteur van Het Vaderland (NDU) en oud-woordvoerder van het ministerie van Financiën.

Een heel ander percentage vermoorde Joden

Dat Nederlanders in de Tweede Wereldoorlog te weinig deden om hun Joodse landgenoten te redden, is een slecht onderbouwd verhaal, betoogt Jaap Weeda.

Tussentitel: De elk jaar opduikende vergelijking met de Belgen bevat denkfouten

Vrijwel elk jaar begin mei duikt het verhaal weer op. De Nederlanders hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog veel te weinig gedaan om hun joodse landgenoten te redden. ...
    Griffioen en Zeller, Bob Moore en Chris van der Heijden hebben gezocht naar verklaringen ... Gesteld werd bijvoorbeeld, dat Nederland maar 17 procent van de joodse landgenoten in de gelegenheid stelde onder te duiken. Ter vergelijking werd dan gesteld, dat België 40 procent van de laden had opgenomen. De denkfout is, dat dit 40 procent was over minder dan de helft, omdat er nu eenmaal van oudsher veel meer Nederlandse Joden waren dan Belgische. Voor onderduiken zijn er nu eenmaal twee nodig: de vluchtende Jood en het gastgezin. Het aantal onderduikers moet gemeten worden als percentage van de bevolking van het land en niet van de joodse groep. In beide gevallen ging het om ongeveer 25 duizend joden, opgenomen door een vrijwel gelijke bevolking. ...
    Uitgangspunt voor de bestudering van de lotgevallen van de Joodse bevolking in de andere bezette landen van Europa is een tabel - uit het in 2002 verschenen werk van Chris van der Heijden, Grijs verleden - gebaseerd op het American Jewish Year Book 1948-1949. Daarin werden cijfers gegeven van de aantallen joodse burgers per land en de aantallen omgebrachte Joden per land, met de daaruit voortvloeiende percentages per land. Het waren deze percentages, die voor Nederland alarmerend hoog waren (71 procent) en voor België veel lager ( 44).
    Wat in deze tabel echter altijd heeft ontbroken, waren de percentages Joodse burgers op de bevolkingen per land. Voor dit artikel zijn deze percentages berekend uit de bevolkingsaantallen van de landen en de aantallen joodse burgers per land. De nieuw berekende percentages in samenhang met de percentages omgebrachte Joden per land geven een verrassende uitkomst. Zij geven aanleiding tot een opdeling in twee groepen: landen met een percentage Joden onder de 1 procent van de bevolking, en landen met een percentage joden boven de 1 procent van de bevolking. De twee groepen landen blijken volledig verschillende doden percentages te hebben. Op een enkele uitzondering na liggen de percentages vermoorde laden in de groep landen met - vaak van oudsher - een hoog percentage joodse burgers, enorm veel hoger dan in de groep landen met lage percentages joodse burgers (onder de 1 procent).   ...


Red.:   Het opnamevermogen in het geval van de onderduikadressen blijkt dus een overgangswaarde te hebben bij, alweer, ongeveer 1 procent: daarboven was het percentage beschikbare onderduikadressen veel lager dan eronder.
   De verklaring hiervan is simpel, als je uitgaat van een eenvoudige aanname: de bereidheid tot het verschaffen van onderdak aan een vluchtgroep is een functie van het groepsverschil dat men voelt met de vluchtgroep. Onder deze aanname is de verklaring: onder de 1 procent werden Joden gezien als behorende tot de eigen groep, en boven de 1 procent werden Joden gezien als een aparte groep.
    Dan is de volgende vraag: waarom hangt het gezien worden als eigen groep af van het percentage, en waarom ligt dat op ongeveer 1 procent?
    Hier doen we een beroep op verschijnselen die je ook nu in Nederland kan waarnemen: boven een bepaald percentage gekleurde immigranten heeft wijk of buurt de neiging verder te verkleuren, vanwege twee redenen: de gekleurde groep trekt naar elkaar, en de niet-gekleurde groep trekt weg. De gemeenschappelijke factor hierin is: boven een bepaald percentage verandert de buurt van cultuur omdat de gekleurde cultuur gaart domineren, omdat deze afwijkend is.
    Dit  kan direct vertaald worden naar het Joodse onderduikgeval: in landen waar het percentage Joden boven de 1 procent ligt, is het waarschijnlijk dat Joden voornamelijk woonden in geconcentreerde buurten - in Nederland was dat het geval omdat ze voornamelijk woonden in Amsterdam, en daar inderdaad geconcentreerd in eigen buurten. In ander Europese landen met veel Joden was dat nog sterker.
    Wat we hier dus dus kunnen concluderen, is dat voor Joden in het vooroorlogse Europa het ontmengpercentage lag rond de 1 procent.
    De ordegrootte van dit getal is volledig in overeenkomst met onze meng-analogie, die gemiddeld iets rond de 3 procent veronderstelt, met deze opmerking dat het getal aan de lage kant is. Dit is verklaarbaar als je aanneemt dat het culturele verschil tussen Joden en Europese omgeving hoog is - of beter: hoger dan nu. Dit kan heel wel onderbouwd worden, door bijvoorbeeld de factor van religie: Europa was destijds veel christelijker, en volgens de christelijke leer zijn de Joden de moordenaars van hun verlosser. Een ander verschil is het huidige taboe op het maken van het verschil met Joden.
   Deze verklaring van culturele verschillen aannemende, levert het onderzoek naar het percentage beschikbare onderduikadressen voor Joden een getal dat precies klopt met de voorspellingen van het wetenschappelijke mengmodel: bij grotere verschillen tussen basismateriaal en mengstof ligt het laagste punt waarop je de eerste negatieve verschijnselen kan verwachten rond de 1 procent.


Naar Cultuur, vermenging, sociaal vertrouwen , Cultuur, vermenging , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .