Bronnen bij Vermenging van culturen: snelheid instroom .2009

 

De Volkskrant, 27-04-2010, door Robert Vuijsje, schrijver

Amsterdam verkleurde nooit zo snel

Een zwarte Surinamer zal zeggen: wij hadden de slavernij, dat was het ergste. Een jood: maar wij hadden de oorlog. Een Marokkaan: ja, maar wij worden nú gediscrimineerd.

Tussentitel: Leer ook eens mensen kennen die in dezelfde stad in een andere wereld even

Aan de hand van mijn eigen ervaringen wil ik proberen een universeel verhaal te vertellen over wat er in Amsterdam is gebeurd in de laatste, laten we zeggen, dertig jaar. Het zijn mijn eigen ervaringen omdat ik 39 jaar geleden in Amsterdam ben geboren. Deze gebeurtenissen hebben plaatsgevonden tijdens mijn leven. En het is, hopelijk, een universeel verhaal. Het had zich net zo goed in Rotterdam kunnen afspelen. Of in Utrecht of Den Haag. Of in Antwerpen, Parijs of Keulen.

Mijn moeder werd in 1942 geboren in New York. Haar vader was geboren in Petach Tikva, in wat op dat moment nog Palestina heette. Haar moeder kwam uit Alexandrië in Egypte. Haar ouders, die allebei via Ellis Island in Amerika waren aangekomen, hadden elkaar ontmoet in New York. De ouders van mijn vader komen uit families die al generaties lang in Amsterdam woonden.

Nadat mijn ouders elkaar hadden ontmoet in een land dat toen nog Joegoslavië heette, kwam mijn moeder in 1962 naar Amsterdam. Daar woonden toen bijna geen buitenlanders, ze was een bezienswaardigheid. Hollanders hadden toen al de gewoonte liever te laten zien hoe goed hun Engels is dan dat ze Nederlands spraken met een buitenlander.

Voor 1975 zijn nooit meer dan 15 duizend mensen van buiten, en daarmee wordt bedoeld van buiten Amsterdam, in één jaar in de stad komen wonen. Tot 1975 bestond in Amsterdam bijna niet zoiets als ‘buitenlanders’. Alleen in 1914, 1930 en 1946 viel een groot aantal immigranten waar te nemen, waarmee in dit geval vooral wordt bedoeld: binnenlandse immigranten. Tijdens mijn jeugd, en zelfs tijdens mijn tijd aan de Universiteit van Amsterdam, bestond het hele gespreksonderwerp ‘de multiculturele samenleving’ niet of nauwelijks. In ieder geval niet zoals het nu het debat beheerst. En ik ben nog geen 40 jaar. Ik kan me de eerste keer herinneren dat ik over dit onderwerp nadacht. Het zal rond 1980 zijn geweest dat een jongetje me bij het voetballen aansprak in een taal die ik niet kende, in de veronderstelling dat ik hem zou verstaan. Het moet Turks zijn geweest of een taal die ze in Marokko spreken.

In de jaren daarna gebeurde het vaker dat mensen me aanspraken in een taal die ik niet verstond. Vanaf het moment dat ik ouder werd, zoals mannen met donker haar kan overkomen zodra ze geen schattige kleine jongetjes meer zijn, werd ik steeds vaker behandeld op een manier die een bevoorrecht jongetje uit Amsterdam-Zuid niet gewend was. Pas na een paar jaar legde ik het verband: die mensen doen onvriendelijk en achterdochtig omdat ze waarschijnlijk denken dat ik een Marokkaan of een Turk ben.

De gevoelens die dat opwekte, en de spanning die staat op het verschil tussen deze twee uitersten in het Nederland van de 21e eeuw, enerzijds een elitaire jood uit Amsterdam-Zuid en anderzijds een Marokkaanse jongeman – het was het eerste idee voor waar mijn roman Alleen maar nette mensen over moest gaan. Ik wist dat het een uniek gegeven was. Veel mensen weten hoe het is om een bevoorrechte blanke Hollander te zijn. En veel jongens met zwart haar weten hoe het voelt om behandeld te worden als een zogeheten kutmarokkaan. Maar bijna niemand kent beide gevoelens uit de eerste hand.

Voor wie de cijfers bestudeert kan het niet verrassend zijn dat die spanning en verwarring is ontstaan. Niet eerder in de geschiedenis van Amsterdam is in zulke korte tijd de bevolkingssamenstelling zo radicaal veranderd. In de meeste gevallen waren de nieuwe bewoners afkomstig uit een sterk van Amsterdam verschillende omgeving.

In 1979 bestond 87 procent van de inwoners van Amsterdam uit autochtone Hollanders. Van de overige 13 procent hoorde 10 procent bij wat ze nu ‘niet-westerse allochtonen’ noemen. Van de ‘niet-westerse allochtonen’ waren Surinamers de grootste groep met 5 procent. Daarna kwamen de Marokkanen (2 procent), de Turken (1 procent) en de Antillianen (0,5 procent). De overige gastarbeiders, uit Spanje, Portugal, Griekenland, Italië en Joegoslavië, bedroegen bij elkaar 2 procent. Dertig jaar later, in 2009, wonen in Amsterdam 68.761 Surinamers, 68.099 Marokkanen, 39.654 Turken, 11.559 Antillianen en 74.686 ‘overige niet-westerse allochtonen’. In totaal zijn dat 262.759 ‘niet-westerse allochtonen’. Ook wonen er 111.640 ‘westerse allochtonen’ en 381.948 autochtonen. In totaal zijn dat 756.347 inwoners.

De autochtonen vormen precies de helft van de Amsterdamse bevolking. Eén op de drie Amsterdammers is een ‘niet-westerse allochtoon’. De Surinamers en Marokkanen maken allebei bijna 10 procent uit van de bevolking, de Turken 5 procent. In dertig jaar is de autochtone bevolking van Amsterdam afgenomen van 87 tot 50 procent. De niet-westerse allochtonen zijn van 10 naar bijna 30 procent gestegen. Surinamers zijn verdubbeld van 5 naar 10 procent, Marokkanen vervijfvoudigd van 2 naar 10 procent, Turken ook van 1 naar 5 procent.

Die ontwikkeling zal zich doorzetten. Tijdens de laatste vijf jaar is het aantal inwoners toegenomen van 742.951 tot 756.347. Als de index van 2005 100 is, dan is dat in 2009 102. Het aantal autochtonen is afgenomen ( 100 naar 99), evenals trouwens het aantal Surinamers (98). De snelst groeiende groepen zijn de Turken (105), de Marokkanen (106), de ‘overige niet-westerse allochtonen’ naar 107 evenals de westerse allochtonen.

Is het vreemd dat deze nooit eerder vertoonde verandering leidt tot spanningen en verwarring? Hoe moeten we ineens samen leven met al deze nieuwe en van ons verschillende mensen erbij? Nee, dat is niet vreemd. Heeft het geholpen dat het gespreksonderwerp van ‘de multiculturele samenleving’ tot een paar jaar geleden niet bestond? Nee. En wanneer in het openbare debat over dit onderwerp werd gesproken was het dikwijls in uitersten: óf op de toon van Fortuyn, Verdonk dan wel Wilders, óf op een toon waarbij de mensen die ze allochtonen noemen kwetsbaar en weerloos waren, niet sterk genoeg om zich zonder hulp in te redden. Komt een van die twee uitersten overeen met de realiteit? Volgens mij niet. Zal het binnen een paar generaties vanzelf beter gaan? Ik hoop en denk van wel.

Ik ben geen politicus, aan oplossingen doe ik niet. De kwestie ligt ook te gecompliceerd om zomaar één oplossing te formuleren, of twee of drie. Voor dit soort zaken bestaan geen eenduidige oplossingen, het zal zich moeten ontwikkelen. Er is niet sprake van één meerderheid en één minderheid. Alle minderheden verschillen sterk van elkaar en bekijken ‘de multiculturele samenleving’ op een andere manier. Een zwarte Surinamer zal zeggen: wij hadden de slavernij, dat was het ergste. Een jood zal zeggen: wij hadden de oorlog, we werden niet verhandeld maar uitgemoord, dat was nog erger. Een Marokkaan zal zeggen: ja maar wij worden nú gediscrimineerd, dat van jullie was vroeger, onze discriminatie staat bovenaan de ranglijst.

Zonder te willen klinken als een predikant op de EO-jongerendag: ik noem een paar activiteiten die het begin van een positieve ontwikkeling zouden kunnen zijn. We zouden ons kunnen realiseren dat niet iedereen hetzelfde is. In Amsterdam bestaan mensen die hemelsbreed niet ver van elkaar wonen en toch in een andere wereld leven. Dat hoeft niet erg te zijn, we moeten accepteren dat één stad uit radicaal van elkaar verschillende werelden kan bestaan. Wat in één deel van de stad als voor iedereen bekende informatie wordt verondersteld, daar kan in een ander deel van de stad nog nooit iemand van gehoord hebben. Het klinkt kinderlijk en simpel maar dat is het niet: het zou geen kwaad kunnen als we kennis probeerden te maken met de mensen die in dezelfde stad als wij in een andere wereld leven. Niet op een kunstmatige, halfslachtige manier van: op mijn werk zie ik iedere dag die ene collega met een andere afkomst dan ik, dus dan ken ik de mensen die bij die groep horen – het kan op een meer diepgaande manier.

Wanneer ik het verhaal schrijf van een jongen uit een overdreven elitair milieu uit Amsterdam-Zuid, een jongen die verward is omdat hij joods is maar eruit ziet als een Marokkaan, en in zijn verwarring op zoek gaat naar een vrouw met wie hij zich zo diep mogelijk denkt af te zetten tegen zijn eigen zogenaamde nette mensen, namelijk een voluptueuze en nogal directe zwarte vrouw uit Amsterdam-Zuidoost die best eens een gouden tand zou kunnen hebben, dan is het mijn bedoeling om die twee delen van de stad zo extreem en karikaturaal te beschrijven dat het de lezer wel duidelijk moet worden dat in Amsterdam verschillen bestaan tussen de bewoners, maar dat het niet hoeft te betekenen dat zij niet dezelfde stad kunnen bewonen. Want behalve de twee hoofdrolspelers uit dit boek wil niemand iets te maken hebben met bewoners van andere delen van de stad en ja, er bestaan vele manieren om kennis te willen krijgen aan mensen die anders zijn dan jij, maar wat zou het wonderbaarlijk zijn als iedereen, net als de hoofdrolspelers, een noodzaak zou voelen om kennis te krijgen aan mensen die anders zijn dan zij.

En zo hoop ik dat ik mijn bijdrage heb kunnen leveren aan een stad, en een land waarin, als de EO-predikant nog één keer het woord mag nemen, de mensen nader tot elkaar komen. Een land waarin mensen niet langer Marokkaan worden genoemd, of Surinamer of Hollander. Wanneer je, zelfs als je in dit land bent geboren, permanent wordt aangeduid met de nationaliteit van het land waar je ouders of je grootouders zijn geboren, dan zul je je hier nooit helemaal thuis voelen. Het kan helpen als we – net zoals in het land waar iedereen bij het betreden van Ellis Island direct Amerikaan is – onze inwoners aanduiden met: Nederlander.


Naar Cultuur, vermenging , Cultuur, eenheid , Allochtonen problematiek , Allochtonen overzicht  , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]