WERELD & DENKEN
 
 

Bronnen bij Cultuur, vermenging: erkenning

20 nov.2013

Vrijwel al de in Cultuur, vermenging gedane observaties zullen, indien hardop uitgesproken, door vrijwel alle sociologen, andere deskundigen, politici, intellectuelen, media en de rest van de politieke-correctheid keihard ontkend en bestreden worden. En dat laatste in vormen van uiteenlopend van verzwijgen, via ridiculisering en persoonlijke aanval, tot beschuldigingen van xenofobie en racisme. Omdat ze ingaan tegen de gelijkheid der culturen .
   In zo'n extreem zwart-wit liggende situatie, is een enkele erkenning vanuit die kringen al volstrekt voldoen om voor 80 procent zeker te maken dat die in Cultuur, vermenging gedane observaties de keiharde werkelijkheid vertegenwoordigen . Evenals het op die observaties gebouwde wetenschappelijke model of analogie .


Uit: De Volkskrant, 16-11-2013, door Fokke Obbema

Vrijheid is niet het hoogste goed

Migranten zijn goud waard, stelt Oxford-econoom Paul Collier. Zolang het de goede zijn en er flink wat weer teruggaan.



Red.:   Voor de verdere bespreking: dit is dus een opmerking van de soort: "Als de maan van groene kaas is, en we hebben een hele lange ladder die tot aan de maan reikt, hebben we voor altijd te eten". Dit ter illustratie van de achtergrond van degene die hier geciteerd, als zijnde beslist geen rabiate tegenstander van migratie.
   Hier de relevante observaties:

  'Het juiste uitgangspunt is in mijn ogen de diversiteit van een samenleving. Je wilt een pluriforme samenleving, want dat is goed voor innovatie en variatie, maar je wilt ook weer niet te veel diversiteit, want dan riskeer je dat vertrouwen en samenwerking in de samenleving eroderen. Dat zien we nu in Europa waar in veel landen extreme partijen stemmen trekken. Ik zie dat niet als een uiting van racisme, want dat is in ons deel van de wereld tijdens mijn leven juist substantieel afgenomen, maar als een uiting van zorgen over de almaar toenemende diversiteit van de samenleving. Ieder land zal voor zichzelf moeten vaststellen hoeveel het daarvan aan denkt te kunnen.'

Om die hoeveelheid juist te krijgen bent u van mening dat ook de culturele herkomst van migranten een rol moet spelen.
'We weten dat naarmate een cultuur verder van ons afstaat, de snelheid van integratie lager ligt. Er is een verschil tussen Bangladeshi en Polen, wanneer ze naar onze landen komen. En we weten ook dat de versnelling van de emigratie, waar ik eerder over sprak, hoger ligt bij groepen die minder goed integreren. Zelf ben ik de derde generatie van Duitse immigranten, maar voor de inwoners van mijn grootvaders dorp ben ik van geen enkel nut, omdat ik volledig Brits ben geworden. Van een ver weg gelegen cultuur neemt het aantal immigranten dus eerder toe, omdat zij aansluiting vinden bij de diaspora van hun landgenoten. ...'

Precies de basispunten van het in Cultuur, vermenging gesteld. Wat in feite gewoon gezond verstand is. Die "gewaagde observaties" zijn niet meer dan wagenwijd open deuren. Schuurdeuren. Kathedraal-deuren. Deuren van een kathedraal zoals opgebouwd uit dit soort uitspraken: "Men gaat niet met eigen gewoontes andermans klosster binnen" - bij de redactie bekend geworden uit een agenda, onder de noemer "Russische zegswijze".
    En wat betreft de huidige stand van zaken waarin een groot deel van de ongewenste immigratie al heeft plaatsgevonden trekt Collier dezelfde conclusie als deze redactie:
  U stelt dat die beperkingen ook in het belang zijn van de armste landen. Waarom? Jaarlijks krijgen die 400 miljard dollar toegestuurd van migranten in westerse landen. Dat is vier keer alle ontwikkelingshulp.
'Ja, maar daar staat tegenover dat migratie voor die landen ook een braindrain vormt. Want het zijn altijd de jonge mensen met talent die in staat zijn om te vertrekken. Veel emigratie is slecht voor een land, met Haïti als afschrikwekkend voorbeeld waar 85 procent van de opgeleide jongeren weg is gegaan. Maar een beetje emigratie kan juist goed uitpakken, zeker wanneer mensen terugkeren. Daarom ben ik er voor dat met studenten uit arme landen, die beurzen krijgen aan onze universiteiten, contracten worden gesloten die hen verplichten terug te gaan. Ik heb onlangs een briljante econoom uit Sierra Leone opgeleid, een man die een niveau heeft waar niemand in zijn land aan kan tippen. Die heeft nu voor een baan bij het IMF gekozen. Dat is zo jammer voor Sierra Leone, ik had zin om zijn arm om te draaien.'    ...
    ... De econoom in mij zegt ook: 'Dat is goed, er zijn wederzijdse voordelen te behalen, wanneer bijvoorbeeld Soedanese dokters in de Britse gezondheidszorg gaan werken'. Maar moreel vind ik dat verwerpelijk. Want ze zijn buitengewoon nodig in Soedan. In het belang van die arme landen moeten we er alles aan doen om ze terug te laten keren. Dat is verre van eenvoudig, maar absoluut noodzakelijk om die arme landen over honderd jaar op een niveau te krijgen waarop er geen prikkel meer is voor hun inwoners om onze kant op te komen. Dat is een van de grootste uitdagingen van de eenentwintigste eeuw.'

Hoewel hij donders goed weet hoe gevoelig dit allemaal ligt:
  Om die hoeveelheid juist te krijgen bent u van mening dat ook de culturele herkomst van migranten een rol moet spelen.
'We weten dat naarmate een cultuur verder van ons afstaat, de snelheid van integratie lager ligt. Er is een verschil tussen Bangladeshi en Polen, wanneer ze naar onze landen komen. ... Van een ver weg gelegen cultuur neemt het aantal immigranten dus eerder toe, omdat zij aansluiting vinden bij de diaspora van hun landgenoten. In het beleid kun je daar rekening mee houden door het landenspecifiek te maken, bijvoorbeeld via quota's.'
    Welke culturen we meer moeten binnen laten en welke minder, daar waagt Collier zich niet aan. Dat laat hij aan beleidsmakers.

Het is dus uiterst onwaarschijnlijk dat er ooit een verstandig beleid zal komen. Dat wil zeggen: voordat het onverstandige beleid heeft geleid tot een of andere vorm van catastrofe in de landen die de ongeschikte immigratie niet langer kunnen opvangen. Negers en moslims die de steden in de brand steken (Frankrijk 2005, Londen 2011, Zweden 2013) en de noodzakelijkerwijs eropvolgende reacties.

Het volgende geval van erkenning komt van vier jaar later. Dat zegt al genoeg over het politiek-correcte klimaat. In de Volkskrant en de rest van de media woeden hefttige campagnes onder het motto "Gekleurde immigranten zijn mensen als u en ik" en "Alles zal vanzelf goed komen". Hier een stukje werkelijkheid dat, omdat het een denkstap vereist, niets zal veranderen (de Volkskrant, 06-5-2017, door  Ianthe Sahadat):
  Slechter af in betere buurt

Jongeren die verhuizen van een armere naar een rijkere buurt vertonen daarna vaker probleemgedrag. Onderzoeker Jaap Nieuwenhuis schrok zelf van die bevinding, die indruist tegen het beleid om wijken te mengen.

Een 12-jarige jongen, we noemen hem Roy, woont met zijn moeder op een galerijflat in een stadswijk ergens in Nederland. Zijn moeder zit in de bijstand. Geld voor een sportclub is er thuis niet, Roy draagt geen Nikes, maar schoenen van het huismerk van Van Haren. Dan krijgt Roys moeder de kans om te verhuizen naar een sociale huurwoning in een nabijgelegen wijk met laagbouw vol gezinnen met tweeverdieners en groenstroken. Doen of niet doen?
    Wat zegt uw onderbuik? Die van veel beleidsmakers zei jarenlang: natúúrlijk, meteen doen! Wonen in een meer gemengde omgeving, waar het gemiddelde inkomen hoger ligt en de graad van verloedering van de behuizing lager - dat werkt emanciperend, dat is vooruitgang.
    Dat blijkt niet zo te zijn. Niet voor Roy althans. De kans dat de tiener na deze verhuizing psychische klachten ontwikkelt, uiteenlopend van agressie, angststoornissen, depressie tot een conflict met zijn moeder is groter dan wanneer zij samen in de galerijflat blijven wonen, zo blijkt uit een recent verschenen studie van sociaal geograaf Jaap Nieuwenhuis.
    Jongeren die van een armere naar een rijkere buurt verhuizen vertonen meer probleemgedrag dan jongeren die naar een gelijksoortige of armere buurt verhuizen, zo ontdekte Nieuwenhuis, postdoc aan de onderzoeksgroep stedelijke vernieuwing en wijkverandering aan de bouwkundevakgroep van de TU Delft.
    Roy bestaat niet echt, hij staat symbool voor de ruim negenhonderd jongeren tussen de 12 en 20 jaar die Nieuwenhuis gedurende vijf jaar volgde. Althans, hij volgde de jongeren niet zelf, hij combineerde data van het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS), zoals inkomens van de ouders en woon- en verhuisgegevens met onderzoeksdata van de Universiteit Utrecht naar het welbevinden van honderden jongeren gedurende een periode van vijf jaar. Zijn publicatie verscheen eind april in het vakblad Journal of Youth and Adolescence.    /...
    Omdat verhuizen altijd een reden heeft, heeft de onderzoeker rekening gehouden met zaken als een scheiding of het verlies van een baan en het dalen van de inkomsten van ouders die ten grondslag aan een verhuizing kunnen liggen - allemaal zaken bovendien die het welbevinden van de tieners kunnen beïnvloeden. Ook verhuizen zelf is stressvol. 'Voor al die dingen heb ik gecorrigeerd, toch zie je dat kinderen die naar een mindere of vergelijkbare buurt verhuizen niet met meer probleemgedrag kampen.'    ...

Zie je dit zo staan, dan denk je meteen: "Oh ja, dat is logisch. Er is al een hele sleep onderzoeken in de publiciteit geweest die lieten zien dat geluksgevoel niet afhangt (mede) van welvaart, maar relatieve welvaart - het 'Is mijn auto groter/kleiner dan die van de buren'?- effect". En dat geldt natuurlijk op alle niveaus.
    Wat ook de onderzoeker bedacht:
  Nieuwenhuis is wel een beetje geschrokken van zijn bevindingen. Hij verklaart ze aan de hand van het idee van relatieve deprivatie. Je bent slechts zo arm (of rijk) als je je voelt. Het contrast met de sociaal-economische situatie van de nieuwe buren (of buurkinderen) is te groot, vermoedt hij.
    'Kinderen met ouders met een laag inkomen voelen zich naast buurkinderen met rijkere ouders waarschijnlijk slechter af dan tussen buren met vergelijkbare lage inkomens', zegt hij. De perceptie van welvaart is belangrijker dan de welvaart zelf en sociale acceptatie is voor pubers van wezensbelang. 'Jongeren kunnen die ongelijkheid als oneerlijk ervaren, dat kan zich uiten in probleemgedrag.'    ...

Juist.
   En voor wie de relevantie alhier nog niet bedacht heeft: "En dit geldt allemaal in volstrekt dezelfde mate voor mensen die van arme naat rijke landen verhuizen, en dubbelzoveel, als ze zich door uierlijk onderscheiden.
    Correctie: maak van de 'dubbelzoveel' iets als "minstens vijf keer zo veel".


Naar Cultuur, vermenging, sociaal vertrouwen , Cultuur, vermenging , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .