De Volkskrant, 07-01-2012, door KARIN AMATMOEKRIM .2009

Verbeten vechten voor een beschut bestaan
 
Hoe er op je wordt neergekeken wanneer je immigrant bent, maakt Melinda Nadj Abonji met haar opmerkelijke stijl inzichtelijk.

Tussentitel: Gedienstigheid lijkt de snelste weg naar acceptatie in het ongastvrije Zwitserland

Het is wel even wennen, de roman van de Hongaars-Zwitserse Melinda Nadj Abonji (1968). Duiven vliegen op is namelijk geschreven in een onorthodoxe stijl. Abonji's zinnen buitelen over elkaar heen, en worden schijnbaar lukraak afgewisseld met gedachten die nu eens het ene, maar een volgend moment weer een ander personage blijken toe te behoren.

Het kost enige tijd voordat je gewend bent aan het veelvuldig gebruik van de derde persoon, gevolgd door een aanwijzend voornaamwoord. Zelfs de ik-persoon wordt op deze manier gebruikt: 'Nomi en ik, die eigenlijk niet in het Mondial passen, ik, die er zeker ook aan denk wat er allemaal al is misgelopen, best veel!, of toch niet?'

De roman is geheel opgebouwd uit zulke zinnen, die niet zelden een halve pagina beslaan. Toch is het onverstandig om af te haken, want het bevreemdende taalgebruik staat in direct verband met het verhaal; de wereld bekeken door iemand die nergens helemaal zichzelf is. Een immigrante, zich constant bewust van hoe er naar haar gekeken wordt. Door het gebruik van de derde persoon, ook voor zichzelf, wordt het idee van 'de ik als een ander' pijnlijk inzichtelijk gemaakt.

Nadat ik eenmaal had besloten me op de schrijfstijl te verlaten, sleurde Nadj Abonji me ook het verhaal in: dat van het gezin Kocsis, vader, moeder en hun dochters Ildikó en Nomi, Hongaarse immigranten uit Joegoslavië (net als de auteur, die op haar vijfde naar Zwitserland kwam), die zich vestigen in een klein Zwitsers stadje. Vader en moeder Kocsis hebben offers gebracht om een veilige toekomst voor hun kinderen te garanderen. Ze ploeteren met dubbele baantjes en zijn als onderbetaalde illegalen voortdurend het slachtoffer van uitbuiting door huisjesmelkers en uitgekookte werkgevers. Ondertussen verblijven de kinderen bij familie in Joegoslavië, zich niet bewust van armoede en oorlogsdreiging, zorgeloos zoals kinderen op het platteland kunnen zijn.

Wanneer de ouders hun verblijfsvergunning krijgen, laten ze de kinderen overkomen en beginnen met een stille verbetenheid te bouwen aan een beter bestaan, terwijl in het thuisland de oorlog uitbreekt en om hen heen, in het zo veilig gedachte Zwitserland, anti-immigratiesympathieën in verschillende gedaanten opdoemen - van gedachteloos geplaatste opmerkingen tot aan uitgesproken acties van haat.

Vader en moeder Kocsis houden hun doel strak voor ogen: een beter leven opbouwen, waarbij gedienstigheid de snelste weg naar acceptatie lijkt te zijn. Ze laten beledigingen en zelfs expliciete provocaties gelaten over zich heen komen, omdat ze zich bewust zijn van de wereld die ze zijn ontvlucht, en de situatie waarin de achterblijvers, hun geliefde familieleden, zich nu bevinden.

Pas wanneer hun dochter Ildikó het ze kwalijk neemt dat ze gekozen hebben voor een leven langs de zijlijn, een passief leven dat elke vorm van engagement uit de weg gaat, vertellen ze haar hoe het zat, hoe de familie al generaties lijdt onder verschillende regimes.

Opa die opgehaald werd om te dienen in een strijd die niet de zijne was, terugkwam van een strafkamp, levend, maar beschadigd voor altijd. Soldaten die hun ideologie hardhandig aan het volk opdringen, en plunderend van dorp naar dorp trokken.

'Of ik me al eens had afgevraagd hoe het zou zijn als we nu in Vojvodina woonden, midden in de oorlog?' Het zou tenminste ergens over gáán, reageert Ildikó, over leven en dood!

Het onmachtig zwijgen van de ouders tegenover zoveel lege romantiek, tegenover zoveel ondankbaarheid ook voor alles wat de ouders hebben gedaan om hen in veiligheid te laten opgroeien, en dan die hang naar de oorlog, en naar verdieping en betekenis in het leven. Daarin schuilt de ware tragiek van veel migrantengezinnen, en dat laat Nadj Abonji zien. Haar bijzondere taal en de beelden die ze daarmee oproept, maken je duizelig en laten je ten slotte ademloos achter.

Melinda Nadj Abonji: Duiven vliegen op.

Uit het Duits vertaald door Dineke Bijlsma.

Van Gennep; 280 pagina's; € 18,90.

ISBN 978 94 616 4002 4.
 


IRP:   Er is geen enkele garantie dat de immigrant uit het rotland zich niet net zo gaat gedragen als de bewoners van het rotland, dus voor gastvrijheid is geen enkle rede. De immigrant is geen gast, maar op zijn best een matige gok.



Naar Multiculturalisme, campagne , Multiculturalisme , Allochtonen overzicht  , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]