De Volkskrant, 19-11-2007, column door Nazmiye Oral 24 nov.2006

Niet iedereen is gebaat bij hulp

Paul Scheffer heeft er in zeven jaar een dik boek over geschreven, minister Vogelaar heeft net haar integratienota gepresenteerd en ook Henk Kamp publiceerde deze week een notitie over immigratie en integratie, kortom we zijn er maar druk mee.Hoe lossen we de problemen in de armste wijken van Nederland op, hoe gaan we radicalisering te lijf en hoe gaat de integratiepolitiek er hier de komende jaren uitzien. Bij dit alles gaan we uit van de maakbare samenleving.
    Het gebeurde rond half elf in de ochtend, nog maar een paar dagen geleden, dat ik mijn geloof in de maakbare samenleving kwijt raakte.
    Mijn collega's van het Zina platform en ik waren net klaar met het voordragen van een paar monologen voor een dertigtal vrouwen in een krap klaslokaal in Amsterdam-Oost. De monologen gingen over het leven van Turkse en Marokkaanse vrouwen die we een paar maanden daarvoor hadden opgetekend in een buurtcentrum in stadsdeel Slotervaart in Amsterdam.
    Langzaam kwam er een 'discussie' op gang. Een aantal Turkse vrouwen die vooraan zaten hadden begrepen dat ik ook Turkse ben en bestookten me met vragen in het Turks zonder die te delen met de rest van de vrouwen.
    Je hebt soms vrouwen die slecht Nederlands spreken. Die wil je best helpen en hun vragen vertalen. Je hebt soms vrouwen die open zijn, geïnteresseerd in wat er gebeurt maar toch onhandig en verlegen om deel te nemen aan een groepsdiscussie. In hun verlegenheid en onhandigheid klampen ze zich vast aan iets vertrouwds, een mede-Turkse in dit geval, en ook die wil je helpen.
    Deze vrouwen waren niet zo. Deze vrouwen lagen achterover geleund in hun stoelen in een arrogante gesloten houding en bombardeerden me met opmerkingen. 'Van dit soort verhalen zijn we niet gediend', was er een van en 'Wat gaan jullie nu doen om deze vrouwen te helpen' was een andere.
    Een oudere Marokkaanse vrouw die toegaf het zelf moeilijk te hebben en daaraan toevoegde dat niemand zijn mond open doet omdat iedereen bang is voor de roddelcultuur, werd in het Turks uitgelachen als zijnde 'een zielig geval'.
    Dit voorval was wat mij betreft de bekende druppel die de emmer deed overlopen en waarmee mijn zogenaamde tolerantie jegens allochtone vrouwen een breekpunt bereikte.
Opeens besefte ik hoe vaak ik die arrogante, gesloten en luie houding heb gezien. Niet alleen bij de vrouwen die ik ben tegengekomen in buurtcentra, want zoveel heb ik er niet gezien en ik wil niet pretenderen een soort specialist op dit terrein te zijn. Nee, ik besefte dat ik deze houding ken van nog dichterbij. Van de gemeenschap waarin ik ben opgegroeid.
    Deze verongelijkte houding kenmerkt zich door één vraag die ik tientallen keren heb gehoord: Wat ga je doen om me te helpen? Nog sterker: ik heb recht op hulp.
    Ik vrees dat nu, met het plan van minister Vogelaar om van de veertig probleemwijken in Nederland prachtwijken te maken, er op dezelfde oude voet wordt doorgegaan. Terwijl een rondgang door een aantal buurtcentra al iets heel simpels leert: niet iedereen is gebaat bij hulp.
    Onze inzichten ten aanzien van ontwikkelingssamenwerking zijn de laatste decennia sterk veranderd. Tegenwoordig weten we dat ontwikkelingshulp een volk ook 'zwak' kan maken. We weten dat we mensen duurzame hulp moeten bieden en moeten leren voor zichzelf te zorgen.
    Hebben we mensen onthand door ze te 'helpen'? Hoe zorg je ervoor dat iemand zichzelf kan helpen? Beter nog eigenlijk, hoe zorg je ervoor dat het niet eens in mensen hun hoofden,opkomt dat ze recht hebben op hulp?
    De meeste vrouwen willen niet geholpen worden omdat ze er of simpelweg geen zin in hebben, of er nog niet rijp voor zijn. De mens is van nature conservatief en pas na heel veel pijn bereid tot verandering.
    Maar heel vaak zitten er in de groep vrouwen, een of twee, die barsten van de potentie en die er naar snakken een duwtje in de goede richting te krijgen. Dit zijn die paar mensen die werkelijk gebaat zijn bij hulp.
    Alhoewel ik van nature tegen uitsluiting ben, heb ik ondervonden dat selectie belangrijk is bij hulp verlenen en hulp ontvangen.
    We zouden het lef moeten hebben te selecteren. Dat vereist flexibiliteit, alertheid en waakzaamheid omdat de potentie per individu bekeken moet worden. Ik ben ervan overtuigd dat deze mensen hun 'geld' opbrengen, omdat de gemeenschap wordt verrijkt met mensen die met hun talenten en potentie weer iets waardevols teruggeven. Al is het maar als een rolmodel.
 

Naar Integratiebeleid, hard , Cultuurverschillen, sociaal , Allochtonen lijst  , Allochtonen overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]