Bronnen bij Multiculturele samenleving, sociaal vertrouwen: Putnam
|
14 nov.2006 |
Het werk van de Amerikaanse socioloog Robert Putnam met betrekking en de
relatie tussen multiculturaliteit en sociale samenhang heeft op
wetenschappelijke vlak grote impact gehad, omdat heen heilig huisje onderuit
haalde. Dat heilige huisje was dat culturele diversiteit altijd leidde tot
maatschappelijke vooruitgang - dat culturele diversiteit altijd goed was. het
huisje was dusdanig heilig, dat Putnam de resultaten van zijn onderzoek jaren
onder de pet heeft gehouden, omdat hij zelf het er ook niet mee eens was - en
mede om het daarom nog eens te dubbelchecken.
Omdat het zo'n heilig huisje was dat omging, is het
aanvankelijk ook nauwelijks doorgedrongen wat het onderzoek in de praktijk
betekent. Het bekende verschijnsel doet zich dan voor dat er wel over geschreven
wordt, maar dat er weinig van beklijft. En dat er met jaren tussenpozen
voortdurend op teruggekomen wordt. Pas ergens in 2007 sloeg het echt aan.
Dit is weerspiegeld in onderstaande reeks artikelen over het
onderzoek - het eerste hier geciteerde stamt al van 2002 - dit is naar
aanleiding van het oek Bowling alone, dat een directe relatie legt tussen
vertrouwen, de Westerse organisatievorm van de vereniging, en het functioneren
van de maatschappij als geheel:
Uit:
De Volkskrant, 30-11-2002, door Pieter Hilhorst
Lang leve de vereniging
Een democratie kan niet zonder een bloeiend verenigingsleven, meent de
politicoloog Robert Putnam. In sportclub en belangengroep leert men luisteren en
argumenteren. Alleen zo is het mogelijk om tegengestelde belangen te verzoenen
en dus politiek te bedrijven.
Ruim een miljoen mensen in Nederland zeggen geen vrienden te hebben, bleek uit
een recent onderzoek van het NIPO, in opdracht van het Leger des Heils. Een op
de tien mensen voelt zich regelmatig buitengesloten van de samenleving. Het zijn
cijfers die de Amerikaanse politicoloog Robert Putnam bekend voorkomen. Hij doet
al jaren onderzoek naar de maatschappelijke participatie van burgers. Eerder
deze maand was hij in Nederland voor een lezing bij het Instituut voor Migratie
en Etnische Studies.
Uit onderzoek dat hij deed naar de effectiviteit van het
bestuur in Italië, bleek dat een levendig maatschappelijk middenveld een goede
voorspeller is van het succes van een overheid. Het heeft volgens hem alles te
maken met vertrouwen. Mensen zijn bereid om belasting te betalen als ze het idee
hebben dat anderen dat ook doen. Ontbreekt dat vertrouwen dan verdampt de
bereidheid om mee te werken.
Putnam is er dan ook van overtuigd dat door de teloorgang van
het sociale leven de mentaliteit van mensen is veranderd. In verenigingen leren
mensen om samen te werken met mensen die niet zijn als zij. Ze moeten luisteren.
Die bereidheid om je in anderen te verplaatsen staat door de maatschappelijke
verschraling onder druk en dat gaat ten koste van de solidariteit. Het is
typerend dat in het hierboven genoemde onderzoek van het NIPO niet alleen bleek
hoeveel Nederlanders zich buitengesloten voelen, maar ook dat het mededogen met
zwakken in de samenleving afneemt.
Een op de vijf mensen vindt daklozen profiteurs van de
samenleving. Een op de drie vindt dat mensen met een groot schuldenverleden geen
nieuwe bankrekening meer mogen krijgen. Putnam vindt dan ook dat de zorg om de
verschraling van het maatschappelijk leven absoluut geen conservatief thema is.
Integendeel. Solidariteit kan volgens hem alleen overleven in een maatschappij
met een levendig maatschappelijk middenveld.
Wat heeft wantrouwen jegens de politiek te maken met zingen in een koor of
actief zijn in een vrijwilligersorganisatie?
'Het vertrouwen in politieke instituties is de afgelopen decennia stelselmatig
gedaald. Dat heeft te maken met wat ik noem de vermindering van het sociale
kapitaal. Onder sociaal kapitaal versta ik het sociale netwerk dat mensen
onderhouden en kunnen aanboren. Zijn ze lid van een zangkoor of een sportclub?
Zijn ze actief in een vakbond of een kerk? Deze deelname is over de hele linie
verminderd. Uit mijn onderzoek in Italië bleek dat de rijkdom van het sociale
leven een betrouwbare voorspeller was voor het succes van de regionale
overheden. In het zuiden van Italië was het sociale kapitaal gering en de
prestaties van de overheden belabberd. Zo ontstaat al snel een neerwaartse
spiraal. Als mensen de overheid niet vertrouwen, stellen ze zich niet
coöperatief op. De overheid krijgt hierdoor minder makkelijk dingen voor elkaar,
waardoor mensen worden versterkt in het idee dat je beloftes van de overheid
niet al te serieus moet nemen.'
Een levendig verenigingsleven kan dat vertrouwen herstellen?
'Als er een sterk netwerk is van organisaties is politiek een permanent proces
van onderhandelingen. Ideeën over onderwijs of criminaliteitsbestrijding komen
in het hele netwerk van vakbonden, kerken en belangengroepen tot stand. Als dit
sociale kapitaal ontbreekt kan de politieke elite alleen nog via de media aan de
bevolking haar boodschap kwijt en via focusgroepen en opiniepeilingen vernemen
wat de bevolking ergens van vindt. Maar dat is natuurlijk geen communicatie. Het
is het ventileren van individuele opinies aan de ene en de verkoop van
standpunten aan de andere kant. Van overleg of debat is geen sprake. Politiek
wordt door het ontbreken van dit sociale kapitaal een afstandelijke zaak. Mensen
voelen zich niet betrokken. Een ander gevolg is dat het politieke partijen veel
afhankelijker heeft gemaakt van geldschieters. Ze moeten immers reclametijd
kopen op de televisie. Het opent de weg voor schandalen als met het
energiebedrijf Enron, dat politici van alle partijen geld toeschoof. Ook dat
ondermijnt het vertrouwen in de politiek.'
Maar de politieke elite communiceerde toch niet met de bevolking via
sportverenigingen?
'Als ik de mensen om me heen niet ken, ben ik minder bereid ze te vertrouwen. In
een grote anonieme stad word je eerder bedonderd dan in een klein dorp. Nu is
vertrouwen in je medemensen principieel iets anders dan vertrouwen in de
overheid, maar het gaat vaak wel gelijk op. Ik maak een onderscheid tussen
participatie die is gericht op het laten horen van je stem en participatie
waarbij luisteren van belang is. Als mensen moeten samenwerken in een vereniging
leren ze dat je er met schreeuwen niet komt. Een democratie kan alleen floreren
als mensen ook bereid zijn om te luisteren. Anders is het onmogelijk om
tegengestelde belangen te verzoenen en dus om een goede politiek te voeren. Dan
voelt iedereen die zijn zin niet krijgt zich gefrustreerd. Dat lijkt nu het
geval. We zijn een samenleving geworden van praters die niet kunnen luisteren.'
Uw boek heet Bowling alone, maar mensen gaan niet alleen bowlen, ze
doen het alleen niet meer in clubverband.
'De eerste keer dat ik sprak over 'bowling alone', in een artikel in
1995, had ik inderdaad de terugloop van bowling in clubverband op het oog. Maar
later bij het werken aan het boek, heb ik ontdekt dat ook informele contacten
drastisch zijn teruggelopen. Mensen nodigen minder vaak vrienden uit, spelen
minder kaart met elkaar, gaan minder picknicken, gaan minder vaak iets drinken.
Mensen brengen domweg minder tijd door met elkaar. Bovendien is het sociale
effect van lid zijn van een vereniging en uit gaan met vrienden niet hetzelfde.
Dat heeft te maken met het verschil tussen wat ik noem 'dik' en 'dun'
vertrouwen. Het ene heeft betrekking op mensen die je goed kent, het andere op
mensen die je in het voorbijgaan ontmoet. Voor een soepel functionerende
democratie is vooral het dunne vertrouwen van belang. Vrienden hebben vaak veel
gemeenschappelijks, een vergelijkbare opleiding en achtergrond. In een
vereniging ontmoet je daarentegen mensen die een ding met je gemeen hebben, maar
in veel andere dingen van je verschillen.'
Als mensen zich opsluiten in hun eigen kringetje neemt de tolerantie jegens
anderen af?
'De tolerantie niet, wel de solidariteit. Tolerantie als een principe van leven
en laten leven past heel goed bij een verbrokkelde maatschappij. Ik geloof niet
in Allah en als jij dat wel doet zal dat me worst wezen. De verschraling van het
sociale leven heeft naar mijn idee niet zozeer geleid tot een vermindering van
tolerantie. Integendeel. In levendige sociale gemeenschappen kan een grote
intolerantie bestaan tegen mensen met afwijkende ideeën of levensstijlen.
Solidariteit is iets anders. Dat betekent dat je met anderen meeleeft. Er is
letterlijk te weinig dat we delen. Mensen zien wij steeds meer als mensen zoals
ik. Het is daarom mijn stellige overtuiging dat als het ons niet lukt om ons
sociaal kapitaal te vergroten, als we de maatschappelijke participatie niet
bevorderen, het voeren van een sociale politiek op termijn onmogelijk zal
worden. Dan gaan politieke partijen egoïsme en groepsbelangen uitdragen.'
Maar er zijn toch ook organisaties die mensen juist opsluiten in hun eigen
kringetje. Dat is de kritiek op veel islamitische verenigingen.
'In mijn werk maak ik als het gaat om sociaal kapitaal onderscheid tussen
'bonding', deelname in verenigingen die groepsbanden versterken en 'bridging',
deelname in organisaties die groepen overstijgen. Tot een jaar of twee geleden
dacht ik dat er een negatief verband tussen die twee bestond. Hoe actiever
mensen in een islamitische verenigingen zijn hoe minder ze zouden participeren
in de rest van de samenleving. Mijn recente onderzoek in de Verenigde Staten
bewijst dat dit absoluut niet klopt. Het is niet zo dat je maar een beperkte
hoeveelheid vertrouwen hebt en dat loyaliteit aan de ene groep direct ten koste
gaat van loyaliteit aan de bredere samenleving. Integendeel. Zwarte mensen in de
Verenigde Staten die meer zwarte vrienden hebben, hebben ook meer witte
vrienden. Zwarte mensen die meer vertrouwen hebben in zwarte mensen, hebben ook
meer vertrouwen in witte mensen. Loyaliteit jegens de een gaat dus niet ten
koste van loyaliteit jegens een ander. Het alternatief voor deelname aan
organisaties die de groepsbanden versterken, is meestal isolement en dat komt
het vertrouwen in de samenleving helemaal niet ten goede.'
Lid zijn van verenigingen maakt mensen altijd socialer?
'Natuurlijk niet. Lid zijn van de Ku Klux Klan maakt niet dat ik vriendelijk
word tegen zwarten en hetzelfde geldt voor actief zijn in een Al Qa'ida cel. Ik
vraag alleen dat we precieser nadenken over wat organisaties doen. Het is te
makkelijk om te denken dat elke organisatie die de groepsbanden versterkt de
integratie in gevaar brengt. De geschiedenis van de Verenigde Staten leert dat
ook. Toen de Italianen naar Amerika kwamen richten ze eerste Italiaanse
organisaties op. Hetzelfde geldt voor de joden en de Ieren. Ook toen werd
gesomberd over het gevaar van gettovorming.
'Terugkijkend kunnen we concluderen dat dit organisaties
waren die de integratie niet hebben belemmerd. Ze vormden een sociaal vangnet
dat deelname in de wijdere samenleving bevorderde. In de Verenigde Staten hebben
vandaag de dag Italiaanse Amerikanen nog altijd veel Italiaans-Amerikaanse
vrienden en hetzelfde geldt voor joodse en Ierse Amerikanen. Toch lukt het prima
om in dezelfde samenleving te wonen. Op weg naar zo'n pluralistische samenleving
kunnen etnische of religieuze organisaties dus best een positieve rol vervullen.
Hoe opener en democratischer organisaties zijn hoe beter dat gaat. Ik sta dus
wel sceptisch tegenover moslimorganisaties die vrouwen ernstig discrimineren.'
...
IRP: Er was weinig weerklank van dit artikel - de politieke
correctheid woedde nog in alle hevigheid. De redactie heeft het ook pas later
opgedoken, naar aanleiding van latere publicaties.
Het volgende artikel lukte dat ook nog niet in Nederland:
Uit:
NRC Handelsblad, 19-03-2005, door Marcia Luyten
Samen zijn we sterker
... Robert Putnam sloeg vijf jaar geleden alarm met zijn boek
Bowling Alone en werd de politicoloog met de meeste invloed op het domein
dat hij bestudeert. De Amerikaanse mens is volgens Putnam na 1965 veel van zijn
contacten kwijtgeraakt. Hij is niet vaak meer lid van een partij, vakbond,
vereniging of kaartclub. Hij gaat minder naar de kerk en speelt weinig voetbal
of toneel. Hij ziet zijn familie en vrienden minder. Gezinnen zitten nauwelijks
nog samen aan tafel. Putnams Amerikaan staat in zijn eentje op de bowlingbaan.
Van de conclusie moest Putnams boek het niet hebben. Daarvoor
was 'individualisering' al te vaak de oorzaak van maatschappelijke veranderingen
genoemd. Nee, Putnam schreef een internationale bestseller doordat hij met een
indrukwekkende hoeveelheid onderzoeksgegevens heel precies laat zien hoe en
waarom de Amerikaanse samenleving als los zand uit elkaar valt - het woord
individualisering komt in zijn boek niet een keer voor. Als Putnam het gevolg
van die fragmentatie schetst, wordt Bowling Alone verontrustend. In de
kern komt dat hier op neer: politiek, bureaucratie en economie functioneren veel
slechter, mensen zijn vaker ziek, minder gelukkig en gaan eerder dood naarmate
ze meer op zichzelf zijn. Wie daarentegen lid wordt van een club, heeft volgens
Putnam 50 procent meer kans het komende jaar te blijven leven. "Dat haal je
zelfs niet door te stoppen met roken." Voor het wondermiddel dat van
samenlevingen een geheel maakt, muntte Putnam de term die sindsdien in een adem
met zijn naam wordt genoemd: sociaal kapitaal. ...
Niet eerder adviseerde Robert Putnam een bedrijf. De
politicoloog wordt wel vaak om raad gevraagd, maar dan door politici. Want als
iemand het antwoord moet gaan vinden op de vraag die politiek en samenleving
beheerst, namelijk: hoe houden we de boel bij mekaar, dan lijkt Putnam goede
papieren te hebben. En dan reikt Putnams ambitie ook nog eens veel verder dan
voorkomen dat de boel uit elkaar valt. Putnam wil namelijk weten hoe je nieuwe
samenhang tot stand brengt. ...
In de vijf jaar na Bowling Alone, zocht Robert Putnam
intensief naar het antwoord op die one-million-dollar-question die nog
steeds boven de politieke markt hangt. In de lobby van het Rotterdamse Hilton
vertelt Putnam dat hij zijn zoektocht naar een oplossing was begonnen door
succesverhalen uit heel Amerika te verzamelen. "Bowling Alone was nogal
deprimerend. Niet alleen om te lezen, ook om te schrijven. Bovendien verweten
mensen me dat ik misschien een goeie diagnose stelde, maar dat ik had nagelaten
een behandeling te vinden." In Better Together laat de politicoloog in
twaalf verhalen zien hoe mensen zich in weerwil van de tijdgeest verenigen.
Mexicaans-Amerikaanse boeren doorbreken de witte machtsstructuur, in een kerk in
Zuid-Califomie treffen tienduizend gelovigen elkaar in allerlei c1ubjes, en in
Boston redt een veelkleurige buurt zichzelf van een verloederde ondergang.
Maar toen Robert Putnam voor zijn vervolgonderzoek het
sociaal kapitaal van veertig amerikaanse steden nauwgezet in kaart bracht,
schrok hij zich rot. Wat bleek? Hoe meer verschillende bevolkingsgroepen in een
stad, hoe minder samenhang. En dus: hoe meer criminaliteit, wantrouwen,
politieke apathie en bestuurlijke rotzooi. De professor die zich als een
activist bekommert om de pluralistische samenleving, ontdekte dat cohesie en
diversiteit tegen elkaar worden uitgeruild.
Putnam wist zich met het resultaat niet goed raad: "Ik ben
een vóórstander van migratie" verduidelijkt hij. "Mijn eigen kleinkinderen zijn
Latijns-Amerikaans en ik vind dat fantastisch. Putnams eerste reactie was: "Hier
gaan rechtse en conservatieve politici mee aan de haal." En: "Wij moeten deze
bevindingen maar even laten rusten." Hetgeen Putnam deed. Niet lang, tot zijn
angst voor misbruik kleiner bleek dan de vrees dat linkse politici hun ogen
sluiten voor de feiten. Dus vertelt hij vandaag de dag over die onvoorziene
uitkomst die hem aanzette tot een apart onderzoek naar de gevolgen van
diversiteit.
In die studie is het onderscheid tussen twee vormen van
sociaal kapitaal van belang. Putnam omschreef ze al in Bowling Alone. Er
is
bonding social capital: verbindingen tussen mensen die veel met elkaar
gemeen hebben. Deze banden van verbroedering bestaan vaak tussen familieleden,
vrienden en migranten met dezelfde afkomst. Ze ontstaan zonder dat iemand daar
veel moeite voor hoeft te doen. En er is bridging social capital:
overbruggende verbanden met mensen die niet vanzelfsprekend met elkaar in
contact komen. Deze connecties zijn voor elke samenleving belangrijk, voor een
veelkleurige samenleving zelfs cruciaal, maar ze zijn veel moeilijker tot stand
te brengen.
"Dat grote diversiteit leidt tot minder verbanden tussen
mensen, is natuurlijk niet gek", zegt Putnam nu. Het is van alle tijden dat wie
migreert, zijn sociale netwerken achterlaat. Om dat verlies te compenseren,
knoopt de nieuwkomer, zeg uit Somalie, zo snel mogelijk contacten aan met andere
Somaliërs. Zo ontstaan etnische gemeenschappen binnen het grotere geheel van een
samenleving.
Als een gemeenschap eerst maar genoeg verbroederende
verbanden aanlegt, ontdekte Putnam, dan ontstaan de verbindingen naar de rest
van de samenleving meestal vanzelf. Dat lijkt verrassend. Putnam: "De meeste
mensen denken dat als nieuwkomers in afgescheiden enclaves gaan wonen, wij die
banden moeten verbreken omdat ze anders nooit contact met ons aanknopen."
Maar vaak is het tegendeel waar. Migranten sluiten zich aan
bij allerlei etnische organisaties - bij sportclubs, moskeeën of
ondernemersverenigingen. Tussen die clubs bestaan dwarsverbanden en zo stapt de
migrant in een groot netwerk. Dat bevat waardevolle informatie voor wie wil
integreren. Bijvoorbeeld: Hoe vraag ik huursubsidie aan? Waar zijn Nederlandse
taalcursussen? Welke scholen zijn er in mijn buurt? Zo spant de nieuwkomer zijn
lijntjes naar de wereld buiten de etnische gemeenschap.
Tegelijkertijd leidt niet alle verbroedering tot
bruggen naar de rest van de samenleving. Putnam: "Ik vraag mij af of
fundamentalistische islamitische groeperingen in Europa wel het soort kapitaal
genereren dat leidt tot integratie." Om te kunnen zeggen wanneer een etnische
gemeenschap wel helpt integreren en wanneer niet, is het nog te vroeg, zegt
Putnam. Wel verwacht hij dat sommige groepen door een bepaalde ideologie
vijandig tegenover de buitenwereld staan.
Bij nader inzien vond Putnam het dus logisch dat waar veel
migranten wonen, de connecties tussen mensen minder talrijk zijn. Zijn grote
verbazing kwam toen hij heel precies ging kijken naar wat diversiteit doet met
de sociale structuur. Zijn conclusie: dat in een samenleving met grote
diversiteit mensen elkaar minder vertrouwen komt niet vanwege wantrouwen
tussen
de verschillende groepen, nee, het vertrouwen tussen mensen die op elkaar
lijken
is veel lager. In een pluriforme samenleving wantrouwen witten andere witten.
Er is geen sprake van spanning tussen verschillende
bevolkingsgroepen, benadrukt Putnam. Het probleem is dat iedereen zich meer op
zichzelf terugtrekt. "In het aangezicht van diversiteit, weten we niet goed meer
hoe te handelen. Het maakt ons onzeker." Het gevolg is wantrouwen, isolatie. Nog
meer uren alleen voor de tv. ...
Aan het adres van een politicus zijn 'deconstrueer
etniciteit' en 'creeer een nieuwe 'wij" wat abstracte adviezen, vindt ook Putnam,
en hij vertaalt zijn opdracht naar de maatschappij in praktijk. Scholen, zegt
Putnam, zijn cruciaal. "Als wij in Amerika religieuze scholen hadden gehad, zou
die religieuze scheidslijn veellanger zijn blijven bestaan." Dat in Nederland
het aantal islamitische scholen toeneemt, stemt Putnam "ongerust" .
Wat er op scholen aan onderwijs en aan vorming gebeurt, heeft
volgens de politicoloog grote invloed op het belang en de beleving van
etniciteit, en daarmee op het potentieel aan overbruggende contacten. lederen
moet dezelfde taal spreken. lederen moet de geschiedenis van zijn land krijgen
bijgebracht. Dat mag natuurlijk niet een louter blanke geschiedenis zijn,
waarschuwt Putnam, maar een accurate historiografie, met aandacht voor de rol
die verschillende groepen en etniciteiten speelden in die geschiedenis. Verder
is sport volgens Putnam een cruciaal domein - zowel binnen als buiten school,
omdat verschillen - zelfs die in taal - er ongemerkt worden overbrugd.
...
De Amerikanen ontberen een symbool zo krachtig als een
koning. Zij gebruikten andere tekens om een Amerikaanse identiteit te creëren:
de grondwet, de vlag, en "het misschien wel rare ritueel van elke ochtend eer
bewijzen aan de Amerikaanse vlag". Putnam vindt dat Europese politici daar een
voorbeeld aan zouden moeten nemen.
Maar daar moet Putnam worden tegengeworpen dat wie een
dergelijk plan oppert in Nederland, wie rept van nieuw patriottisme, zou niet
alleen worden weggehoond, die zou het verwijt krijgen de laarzen te willen horen
stampen. Putnam kent die "typisch Europese reactie". Hij wijt haar aan
onervarenheid met grootschalige migratie.
Het is door datzelfde gebrek aan ervaring dat Putnam vreest
dat Europese politici zullen trappen in wat hij "de grootste valkuil van
integratie" noemt: "Je moet niet proberen de nieuwkomers op jezelf te laten
lijken." Het gaat erom een nieuw gevoel te ontwikkelen voor wat het betekent om
Nederlands te zijn.
Putnam: "Ik wil niet nationalistisch klinken, maar Amerika
heeft hier een voordeel: wij stonden in onze recente geschiedenis al eens voor
de opgave om grote groepen migranten op te nemen." Putnam, voor het eerst fel:
"De vlag en de pledge of allegiance zijn niet uitgevonden als een
reactionair symbool! Ze zijn bedacht om een gevoel van nationaliteit te creëren
dat niet is gebaseerd op bloed." ...
Wat Robert Putnam zo graag hard wil maken: sociaal kapitaal
is niks knuffeligs. Het is reëel kapitaal, met een geldwaarde net zoals fysiek
of menselijk kapitaal. En Putnam is optimistisch over de mogelijkheid de kosten
daadwerkelijk in rekening te brengen. "Dertig jaar geleden vonden we het normaal
dat een bedrijf zijn vervuilde water in de sloot loosde. De verantwoordelijkheid
van het bedrijf hield op bij de poort. Precies zo zal het gaan met belemmeringen
van maatschappelijke participatie. Bedrijven moeten opdraaien voor de
maatschappelijke kosten die ze nu nog afwentelen op de samenleving."
...
IRP: Let overigens op wat Putnam voorstelt als recept voor
integratie van minderheden - al de dingen die hij noemt (weggeknipt: de rol van
het leger), kan je samenvatten als: staatsverheerlijking - oftewel: fascisme. In
Amerika valt zoiets niet op, want het is om haar sterk kapitalistische karakter
al semi-fascistisch.
Ergens omstreeks 2006 raakten de ideeën van Putnam wat wijder
verspreid, zoals mede blijkt uit de Financial Times publicatie die op
deze website gebruikt is als synopsis
. Zo
kwam het kennelijk ook onder ogen van oorspronkelijk wat rechtser journalist en
humanistisch denker H.J.Schoo, die inmiddels bij de Volkskrant terecht
was gekomen. Die ging ook even met de stofkam door Putnams conclusies bij de
resultaten van zijn onderzoek:
De Volkskrant, 07-07-2007, column door H.J. Schoo
De prijs van immigratie
Om de paar weken laat ik bloed prikken. Als bewoner van de Amsterdamse
binnenstad ga ik daarvoor naar een ‘oude’, 19de-eeuwse wijk. Het is een
expeditie die me wel bevalt. Je ziet en hoort dingen waar je in het grijze
yuppencentrum niet om hoeft te komen, zoals ‘diversiteit’.
Op mijn ‘locatie’ kom ik volop aan m’n trekken. In de
wachtkamer zit een diverse populatie van overwegend niet-westerse allochtonen,
geholpen door een redelijk divers personeelsbestand. Het restvolk van autochtone
Amsterdammers houdt er met belegen grappen luidruchtig de moed in. De laatsten
der Mokumers. Veel Anklang hebben ze niet. Diversiteit noodt tot zwijgen
en langs elkaar heen kijken.
De transactie met de naald loopt steeds gesmeerd, bijna
woordloos. Soms is er een wanklank. Een dienstklopper die je na een routine van
bijna tien jaar plotseling bazig vertelt wat je te doen hebt. En van de week
ontstond er ineens commotie. Een dame die de baliemedewerkster toevoegt dat ze
een ‘attitude’ heeft. Boos weglopend steekt ze even haar achterwerk bevallig
omhoog: m’n reet! Verontwaardiging. Wat een madam!
Een ‘interetnisch’ incident is het gelukkig niet: de
ruziemakers zijn allebei zwart. Dat dreigt pas als een medewerker van Arabische
(?) origine humeurig kenbaar maakt dat de nabeschouwing lang genoeg heeft
geduurd: ‘Er zitten mensen te wachten!’ Dat laat een autochtone collega weer
niet op zich zitten: ‘Een beetje de baas spelen hier, kom nou!’
Onbedwingbaar moest ik aan Robert ‘Bowling Alone’ Putnam
denken, de Amerikaanse politicoloog die al jaren de lof der diversiteit zingt,
alhoewel sinds enige tijd een toontje lager. Allengs is uit zijn onderzoek
immers gebleken dat diversiteit het ‘sociale kapitaal’ ondermijnt en
solidariteit, onderling vertrouwen, vrijwilligerswerk en het verenigingsleven
uitholt.
Voorjaar 2004 was Putnam te gast bij de Wiardi Beckman
Stichting in Amsterdam voor wat een discussie over een nieuw progressief dilemma
moest worden: hoe solidariteit te handhaven in een diverse samenleving. Het werd
uiteindelijk: ‘Individualisme en solidariteit in 21ste-eeuwse samenlevingen’.
Putnam was als de dood voor misbruik van zijn voor diversiteit – lees:
multiculturalisme – ongunstige bevindingen en dreigde zelfs weg te blijven.
Het werd een soms ongemakkelijke bijeenkomst, die
inzichtelijk maakte waarom niet álle Amerikaanse sociale wetenschappers een hoge
dunk van Putnam hebben. Zonneklaar was ook dat hij van Europese immigratie- en
integratieperikelen weinig kaas had gegeten. Wouter Bos toonde zich in zijn
afsluitende opmerkingen heel wat zakelijker en sceptischer over de zegeningen
van ‘diversiteit’ dan de gevierde gastspreker.
Vorige week publiceerde NRC Handelsblad Putnams
bijgestelde gospel ‘De prijs van immigratie: door grote verschillen kruipen
mensen in hun schulp’ (de volksversie van E Pluribus Unum: Diversity and
Community in the Twenty-first Century). Putnam houdt zijn
onderzoeksresultaten niet langer onder de pet, maar blijft zijn oude posities
verdedigen.
Diversiteit, aldus Putnam, is onvermijdelijk door de
toenemende immigratie, maar is ook een belangrijk pluspunt. Bewijsstuk 1: Onze
eetgewoonten worden erdoor verrijkt. Wijlen mr. G.B.J. vond deze claim terecht
al zwaar overtrokken. Bewijsstuk 2: Immigratie/diversiteit vergroot de
creativiteit. ‘Zo zijn er onder de Nobelprijswinnaars, leden van de National
Academy of Science en regisseurs die een Oscar hebben gewonnen, drie tot vier
keer zo veel immigranten als in Amerika geboren Amerikanen.’ Klinkt goed, maar
het is de wereld op haar kop. Die prijsdieren kregen immers toegang tot de VS
vanwege hun aantoonbare artistiek of wetenschappelijk talent en ontplooiden zich
al, veelal in weinig diverse Europese natiestaten, vóór zij in het beloofde land
arriveerden.
Ook Putnams andere bewijsstukken missen overtuigingskracht.
3: Immigratie verhoogt het nationaal inkomen. Zolang niet elke immigrant in de
bijstand belandt, klopt dat inderdaad. Maar geldt dat ook voor het inkomen per
hoofd van de bevolking? In Nederland beslist niet. 4: Immigratie helpt ‘een
aantal problemen van vergrijzing’ op te lossen. Een genuanceerde uitspraak waar
je veel kanten mee op kunt. Het is in ieder geval andere koek dan het vaak
gedebiteerde: immigratie lost de vergrijzingsproblematiek op – wat aantoonbaar
onjuist is.
Ten slotte 5: Immigratie leidt tot inkomensoverdrachten naar
(arme) geboortelanden die bij elkaar groter en effectiever zijn dan alle
ontwikkelingshulp tezamen. Dit is een belangrijk punt, maar voor ontvangende
landen amper reden om, los van economische noodzaak, grootschalige immigratie
toe te staan die een aanslag doet op hun sociale kapitaal, de samenhang van hun
samenleving.
Want dat staat voor Putnam inmiddels wel vast: hoe diverser
gemeenschappen worden, des te meer misdaad en economische ongelijkheid zij
bijvoorbeeld kennen. Logisch dus dat veel Amerikanen – en Europeanen – zich niet
op hun gemak voelen met diversiteit en zich als het even kan terugtrekken op de
eigen groep. Soort zoekt soort – ook in Nederland aan de orde van de dag.
Hoop ontleent Putnam uiteindelijk aan drie zaken: de
kleurenblindheid van het huidige Amerikaanse leger, de mate van integratie in
Amerika’s evangelische megakerken en het thans gangbare gemengd huwen binnen de
oude (Europese) immigrantenpopulatie, ooit ook water en vuur.
Het is nuttig dat Putnam ons vaak somberende Europeanen met
de neus op deze immense verworvenheden drukt. Maar het roept tegelijk de vraag
op of die voor de – afwijkende – Europese immigratie-ervaring enige geldigheid
hebben. Zelfs als dat zo is, zal het menselijkerwijs nog bijna een eeuw duren
aleer we Amerika’s prestaties ook de onze kunnen noemen.
IRP: En je kan je met de nog grotere culturele verschillen
bij Europese allochtone immigranten plus de veel nauwer op elkaar levende
bevolking met goede reden afvragen of er wel een eeuw tijd is om dit probleem op
te lossen ...
Inmiddels begon "Putnam" zich ook wijder te verspreiden:
Uit:
De Volkskrant, 08-09-2007, van verslaggever Peter Giesen (voorpagina)
Kind gemengde school niet milder over andere etnische
groepen
Onderzoekers hekelen opvatting van overheid dat spreiding integratie zou
bevorderen.
Gemengde scholen leiden niet tot een positiever oordeel over andere etnische
groepen. Kinderen op gemengde scholen oordelen niet gunstiger over elkaar dan
kinderen op homogeen witte of zwarte scholen. De overheid gaat er te gemakkelijk
van uit dat spreiding de etnische verhoudingen bevordert.
Dat concluderen socioloog Joep Bakker en onderwijskundige
Eddie Denessen van de Radboud Universiteit Nijmegen na een onderzoek onder 1.287
kinderen uit groep vier tot en met acht. Ze deden hun onderzoek op twaalf
basisscholen, in de regio’s Rotterdam en Nijmegen. Sommige van die scholen waren
wit, andere zwart of gemengd.
De etnische samenstelling van de klas bleek geen invloed te
hebben op de attitude van de leerlingen ten opzichte van andere etnische
groepen. Alle kinderen gaven de voorkeur aan vriendjes uit de eigen groep. Die
houding was het sterkst bij autochtone kinderen.
Op gemengde scholen hebben kinderen wel vriendjes uit een
andere etnische groep, aldus Denessen. Die leiden echter niet tot een gunstiger
oordeel over die etnische groep als geheel. Contact zegt weinig over attitude en
omgekeerd: sommige kinderen hebben geen vriendjes uit een andere bevolkingsgroep
maar wel een positief oordeel. ...
Uit:
De Volkskrant, 08-09-2007, door Peter Giesen (katern Kennis)
Integratie | Nijmeegs onderzoek bevestigt dat vertrouwen in gemengde omgeving
niet vanzelf groeit
Ahmet is aardig, Turken niet
Het debat over integratie is vol van het idee dat contact vertrouwen kweekt.
Nieuw Nederlands onderzoek weerlegt dat.
Tussentitel: Hun wereldbeeld wordt over de hele linie wrokkiger
De Utrechtse Elle Petit bezocht eind 2003 de Parkschool, een zwarte school in
haar eigen buurt. Ze kreeg er meteen een ‘goed gevoel’, zo valt te lezen op de
website van het Kenniscentrum Gemengde Scholen. Petit begon een actie onder
witte ouders om van de Parkschool een gemengde school te maken. Inmiddels zitten
er acht witte kinderen op, en het worden er meer.
Zo zijn er talloze initiatieven van idealistische ouders, die
van harte worden ondersteund door de overheid en de onderwijskundigen van de
Onderwijsraad. Segregatie is slecht, kinderen van verschillende etnische groepen
moeten samen opgroeien.
‘Het is een ideaal dat ik deel. In een fatsoenlijke
samenleving horen bevolkingsgroepen niet langs elkaar heen te leven’, zegt dr.
Joep Bakker, socioloog aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Alleen: gemengde
scholen leiden niet tot een positievere attitude jegens andere
bevolkingsgroepen, zo blijkt uit zijn onderzoek.
Met onderwijskundige dr. Eddie Denessen en enkele studenten
deed hij onderzoek onder 1287 leerlingen uit de groepen 4 tot en met 8, op
twaalf basisscholen in de regio’s Rotterdam en Nijmegen. Kinderen op gemengde
scholen oordelen niet gunstiger over kinderen uit andere etnische groepen dan
kinderen op homogeen witte of zwarte scholen. Ook intercultureel onderwijs –
waarbij expliciet aandacht wordt besteed aan elkaars cultuur – bleek geen
significante invloed te hebben.
Alle kinderen oordelen het positiefst over kinderen uit hun
eigen groep. Wel bleken allochtone kinderen positiever te staan ten opzichte van
autochtone dan omgekeerd. ‘De witte cultuur is dominant in onze samenleving.
Daarom zijn allochtone kinderen waarschijnlijk wat meer geneigd concessies te
doen’, zegt Bakker. ‘Dat zie je ook in andere landen. Op YouTube kwam ik laatst
een Amerikaans filmpje tegen waarop zwarte en witte kinderen konden kiezen
tussen een zwarte of witte pop. Ook de meeste zwarte kinderen oordeelden
systematisch gunstiger over de witte pop, die toch een ideaalbeeld
vertegenwoordigt.’
Op gemengde scholen ontstaan wel vriendschappen tussen
kinderen uit verschillende etnische groepen, iets wat op een etnisch homogene
school niet mogelijk is. ‘Maar het positieve oordeel over een vriendje wordt
niet gegeneraliseerd naar de hele groep’, zegt Denessen. Ahmet is aardig, maar
dat wil niet zeggen dat Turken als collectief gunstiger worden beoordeeld.
Contact zegt weinig over attitude en omgekeerd: sommige kinderen hebben geen
enkel vriendje uit een andere etnische groep en oordelen toch positief.
Het lijkt een waarheid als een koe: als kinderen samen
opgroeien, zullen ze elkaar beter begrijpen. ‘Dat is een naïef geloof in de
maakbaarheid van het kind’, zegt Bakker. ‘Kinderen zijn geen onbeschreven
bladen. Het maatschappelijk klimaat sijpelt door, ook naar kinderen op de
basisschool. Het is van belang wat ze op televisie zien, of hoe hun ouders over
andere groepen praten.’
Geweld
Contact kan ook leiden tot frictie. Uit onderzoek van de Amerikaanse sociologen
David Eitle en Tamela McNulty Eitle bleek bijvoorbeeld dat geweld vaker voorkomt
op gemengde middelbare scholen dan op etnisch homogene. Door zulke botsingen
wordt de eigen etnische identiteit alleen maar versterkt.
Ook de befaamde Amerikaanse socioloog Robert Putnam
constateerde onlangs in een omvangrijke studie dat contact lang niet altijd het
gewenste effect heeft. Volgens Putnam daalt het sociaal vertrouwen, naarmate de
etnische diversiteit in de woonomgeving toeneemt. In etnisch homogene
gemeenschappen zegt 70 tot 80 procent veel vertrouwen in zijn buren te hebben,
in etnisch diverse buurten is dat slechts 30 procent. In een buurt met veel
verschillende etnische groepen hebben mensen minder vertrouwen in de media en
politiek, doen ze minder vrijwilligerswerk en zijn ze minder tevreden over hun
leven. Ze hebben niet alleen minder vertrouwen in andere etnische groepen, maar
ook in hun eigen groep. Hun wereldbeeld wordt over de hele linie wrokkiger. Deze
uitkomsten zijn gecontroleerd voor factoren als welvaart en opleiding. Met
andere woorden: het lage vertrouwen kan niet worden verklaard doordat etnisch
diverse buurten doorgaans armer zijn. ...
Dat lag heel anders bij zijn onderzoek naar etnische
diversiteit en sociaal vertrouwen. ‘Putnam heeft er enorm mee geworsteld, omdat
hij bang was dat rechts ermee aan de haal zou gaan’, zegt dr. Jean Tillie,
docent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. In 2001 werkte Tillie
samen met Putnam aan Harvard. ‘Toen waren de resultaten al bekend. Hij heeft zes
jaar gewacht met publiceren, omdat hij ook aanbevelingen wilde doen over de
manier om het vertrouwen te verhogen.’
Die aanbevelingen waren overigens verre van opzienbarend.
Putnam pleitte voor investeringen in gemeenschapscentra, sportvelden, scholen,
alsmede voor nationale steun aan etnische groeperingen. Hierover werd hij zwaar
bekritiseerd door conservatieven, die zijn resultaten overigens omhelsden. Een
socioloog moet gegevens leveren, vonden zij, geen gekleurde
beleidsaanbevelingen. ...
In Nederland is geen systematisch onderzoek gedaan naar de
samenhang tussen etnische diversiteit en sociaal vertrouwen. ‘Maar ik verwacht
dat Nederland een soortgelijk beeld zal geven. De materie ligt erg gevoelig,
maar op zichzelf zijn de bevindingen van Putnam niet zo verrassend’, zegt Tillie.
Immigratie gaat ten koste van het sociaal vertrouwen, zoals
Putnam aantoont. Door immigratie verandert de omgeving, waardoor burgers onzeker
worden. Bovendien voelen mensen zich doorgaans het meest op hun gemak bij mensen
op wie ze zelf het meest lijken. ‘Als burgers hun omgeving als onveilig
percipiëren, trekken zij zich terug in hun eigen kring.’ ...
Niettemin moet een immigratiesamenleving nadenken over
manieren om het sociaal vertrouwen te vergroten. Jean Tillies eigen onderzoek
wijst in een richting die politiek volledig uit de mode is. ‘We hebben onderzoek
gedaan naar politieke participatie, zoals stemmen of lidmaatschap van politieke
partijen en actiegroepen. Daaruit blijkt dat allochtonen meer participeren
naarmate zij sterker zijn ingebed in hun eigen organisaties’, zegt Tillie.
Immigranten vinden eerst in eigen kring zelfvertrouwen en
sociaal kapitaal, aldus Tillie. Daarna slaan zij een brug naar de rest van de
samenleving. Ten onrechte worden allochtone organisaties tegenwoordig met veel
wantrouwen bekeken, alsof zij mensen opsluiten in hun eigen etnische groep. ‘We
hebben ook onderzoek gedaan naar radicalisering onder moslims. Daaruit bleek dat
juist de mensen die in een sociaal isolement verkeerden, het meest vatbaar waren
voor radicalisering, niet de mensen die zich deel weten van een gemeenschap.’
Nederland zou daarom minder krampachtig moeten omgaan met
zijn segregatie-angst, vindt Tillie. Groepen kunnen niet worden gedwongen met
elkaar om te gaan. Soms is het beter om andere groepen hun eigen ruimte te
laten.
Ook socioloog Bakker en onderwijskundige Denessen vinden dat
in het huidige politieke klimaat te veel nadruk wordt gelegd op contact tussen
de verschillende etnische groepen. Bakker: ‘Je moet onderscheid maken tussen
contact en attitude. Dat zijn twee heel verschillende dingen, zo blijkt uit ons
onderzoek. Volgens mij is attitude belangrijker. Een negatieve attitude leidt
uiteindelijk tot racisme. Ik vind het belangrijker dat mensen een zekere
tolerantie tegenover elkaar betrachten dan dat zij op elkaars verjaardag komen.’
Volgens Bakker gaan overheid en beleidsmakers er te
klakkeloos van uit dat contact altijd heilzaam werkt: ‘Alle nota’s van de
overheid en ook van de Onderwijsraad benadrukken het belang van spreiding en
desegregatie. Dat is echter gebaseerd op een heel algemeen idee over de meest
wenselijke samenleving, niet op de resultaten van wetenschappelijk onderzoek.’
Denessen: ‘De overheid wedt op het verkeerde paard. We zouden
eerst veel meer moeten weten over de condities waaronder contact de integratie
bevordert.’
Bakker: ‘Bij vluchtig contact vullen mensen vooral hun eigen
stereotypen in. Zie je wel, zeggen ze dan, het blijven vreemde lui.’
IRP: Overbodig te zeggen dat (nu schrijvende in 2009) de
oproepen en pogingen tot desegregatie onverdroten doorgaan.
Pas in 2008 werd de koe echt bij de horens gevat, toen ook in
de PvdA de ontkenning van de negatieve effecten van immigratie onhoudbaar bleek,
en haar leider Wouter Bos de integratieproblematiek tot speerpunt van beleid
maakte:
De Volkskrant, 28-06-2008, door Yvonne Zonderop
‘Gemengde wijk maakt eenzaam’
Immigratie bevordert de creativiteit, zegt Robert Putnam, maar versterkt ook het
isolement van sociale groepen ten opzichte van elkaar. ‘Iedereen kruipt in zijn
schulp.’
Bij het Haagse ministerie van Financiën stond afgelopen donderdagochtend de
beroemde socioloog Robert Putnam op de stoep. Niet om te praten over
fiscaal-economisch beleid, maar om Wouter Bos bij te lichten over de invloed van
immigratie op sociale cohesie. Zei Bos in zijn rol als partijleider niet
onlangs: ‘Integratie is de grote nieuwe sociale kwestie van de komende decennia.
Ik moet daar zelf leiding aan geven’? Aldus kwam Putnam hem op z’n wenken
bedienen.
De Amerikaanse hoogleraar is on tour door Europa.
Overal wordt hij met egards ontvangen, want alle landen in Europa worstelen met
de gevolgen van immigratie. Putnam helpt positivo’s over de multiculturele
samenleving hardhandig uit de droom. Immigratie van nieuwe etnische groepen
maakt dat mensen zich terugtrekken uit de samenleving. Hun vertrouwen neemt af,
ze kruipen in hun schulp. Putnam stelde het onomstotelijk wetenschappelijk vast.
De Amerikaanse socioloog is een autoriteit op het terrein van
sociale samenhang. Eerder schreef hij Bowling alone, een beroemd geworden
verslag van de gestage afbrokkeling van de gemeenschapsbanden in de Verenigde
Staten. ...
Nu komt daar het effect van immigratie bij, zegt hij. Niet
iedereen was daar blij mee. Wetenschappers uit Nijmegen verweten Putnam diens
Amerikaanse conclusies te gemakkelijk over te planten op Europa. Maar
recentelijk schaarde socioloog Jaap Dronkers zich achter Putnams bevindingen.
Ook in Europa neemt in etnisch gemengde wijken zowel bij allochtonen als bij
autochtonen het onderling vertrouwen af, verklaarde hij.
Wouter Bos noemde integratie de belangrijkste hedendaagse sociale kwestie.
Vindt u dat ook?
‘Het is een cruciaal onderwerp voor alle westerse landen. We kunnen met
zekerheid voorspellen dat over twintig jaar alle westerse landen etnisch
diverser zullen zijn dan nu. Dat geldt voor Zweden, Nieuw Zeeland, Japan, noem
maar op.’
Zelfs als immigratie verder wordt bemoeilijkt?
‘Los van het feit dat ik dat een verkeerde oplossing zou vinden, ja, ook dan
neemt de diversiteit toe, alleen al vanwege demografische factoren. In veel
westerse landen vergrijst de autochtone bevolking. Immigranten zijn jonger, ze
krijgen meer kinderen.
‘Dat brengt allerlei voordelen. Succesvolle immigratie
bevordert ondermeer de creativiteit en de economie. Maar diversiteit is ook
lastig, zeker in het begin. Immigratie leidt ertoe dat alle betrokkenen in hun
schulp kruipen, ook de immigranten zelf. Het effect is niet dat groepen
tegenover elkaar komen staan, het racisme groeit niet. Maar binnen elke groep
neemt het isolement toe.
‘Op langere termijn leren samenlevingen hiermee om te gaan,
zodat positieve effecten gaan overheersen – althans, in de succesvolle gevallen.
Mijn eigen Verenigde Staten zijn daar een voorbeeld van. Mijn voorouders kwamen
in 1640 naar Amerika. Zij, de zogenaamde pinkfaced people, stonden niet
te juichen toen eind 19de eeuw al die Italianen, Polen en Tsjechen
binnenstroomden. Dat waren geen echte Amerikanen, vonden ze. Maar twee
generaties later was het probleem nagenoeg weg. Toen ik trouwde met de dochter
van Russisch-Joodse immigranten keek werkelijk niemand daarvan op.
‘Eigenlijk is die integratie zo succesvol gelopen dat velen denken dat het
allemaal vanzelf ging. Maar dat was zeker niet het geval.’
U zegt: immigratie levert uiteindelijk voordelen op. Dan verwijst u naar de VS.
Maar immigranten in Europa hebben vaak een andere geschiedenis. Zijn de
voordelen voor de zittende bevolking daardoor misschien minder duidelijk?
‘Laten we eerlijk zijn: de voordelen van immigratie zijn
altijd onduidelijk voor de zittende bevolking. Daarom zeiden de pinkfaced
people: wij willen geen Joden in Amerika. Nu beschouwt iedereen Woody Allen
als een Amerikaanse komiek, maar toen noemde men dat Joodse humor. Iedere
gemeenschap zegt aanvankelijk: onze immigranten zijn anders.
‘Veel immigranten in Europa zijn moslim, dat is een serieuzer
argument. Maar goed, de VS waren overwegend protestants toen al die katholieke
Polen en Italianen kwamen. Dat viel ook niet goed bij iedereen. Katholieken zijn
loyaal aan de Paus, niet aan ons, zeiden de critici. Daarom ben ik altijd op
mijn hoede als religie wordt aangevoerd als argument tegen succesvolle
immigratie.
‘Sommige Europeanen klagen dat moslim-immigranten zo vaak
samenklitten. Maar dat geldt voor alle soorten immigranten, dat doen ze altijd
en overal. Als ik in Amsterdam zou komen wonen, ging ik ook als eerste op zoek
naar Amerikanen en naar de McDonald’s. Je raakt in een isolement als je je land
en familie verlaat. Daar ga je op zoek naar wat ik bonding (bindend)
sociaal kapitaal noem, naar relaties met gelijkgestemden. Waar het vervolgens om
gaat is dat dit bindend kapitaal wordt omgezet in bridging (overbruggend)
sociaal kapitaal, dus in relaties met mensen met een andere achtergrond.
‘Van de Italianen die naar de VS kwamen klitte de eerste
generatie samen. Maar hun zoons en dochters werden lid van de Rotary. Bonding
leidde tot bridging. Puur logisch bezien, kun je niet uitsluiten dat dit
bij moslims anders werkt en dat hun bindend sociale kapitaal zich niet omzet in
overbruggend kapitaal. Maar aangezien de zittende bevolking dit verwijt altijd
maakt aan nieuwkomers, vind ik dat de plicht tot bewijsvoering bij hun ligt.’
Nederland is lang verzuild geweest. De laatste jaren zetten we wijkbewoners
juist aan tot menging, maar zonder veel succes. Hoor ik u zeggen dat die
verzuiling zo slecht nog niet was?
‘Ik onderken het belang van binding. Maar de cruciale vraag is: staat binding
overbruggende contacten in de weg? Mijn onderzoek in zowel de VS als Europa
toont keer op keer aan dat binding juist leidt tot overbrugging. Ze zijn
positief aan elkaar gecorreleerd.’
Dus: groepsvorming stimuleren?
‘Ik zou het in ieder geval niet tegenwerken. Groepsvorming heeft vaak geen
stimulans nodig. Ik zou mijn energie gebruiken om overbrugging te stimuleren,
want dat is veel moeilijker.’
Hoe krijg je dat voor elkaar?
‘Op school bijvoorbeeld. Met behulp van symbolen. In Amerika hebben veel
sporthelden een verleden als immigrant. In Boston, waar ik vandaan kom,
beschikken we op dit moment over het beste American football team, het beste
baseball team en het beste basketball team. Dat zijn allemaal multi-etnische
teams, met zwarten, blanken, Latino’s, Aziaten. Ook de politiek loopt voorop.
Nieuwkomers stemmen op mensen die hen vertegenwoordigen, dus in Amerika neemt
het aantal Spaanstalige politici snel toe.
‘De VS zijn zeker geen hemel op aarde. Maar wat betreft
immigratie bogen wij op meer ervaring dan veel andere landen. Daarom geef ik
twee voorbeelden waar uw lezers misschien van opkijken, maar die toch
illustratief zijn.
‘Ten eerste noem ik het leger. Dat is een ongelofelijk goed
geïntegreerde organisatie. Dertig jaar geleden was dat wel anders. Maar
tegenwoordig heeft de gemiddelde Amerikaanse soldaat veel meer interraciale
vriendschappen dan de gemiddelde burger. Het leger heeft daar bewust op
aangestuurd. Deels door met symbolen te werken, deels door elke unit een eigen,
nieuwe identiteit mee te geven. En de soldaat hoeft zijn oude identiteit niet op
te geven. Hij blijft ook nog gewoon zwart, of Latino.’
Dat is in Nederland een beladen kwestie. Dubbele nationaliteit wordt gezien
als gebrek aan toewijding aan het nieuwe thuisland.
‘In Amerika is een dubbele identiteit de normaalste zaak van de wereld. We
spreken over Dutch-American, Russian-American, geen enkel probleem. Dat concept
schijnt in Europa niet zo aan te slaan. Je hoort niet vaak spreken over een
Indiase Brit of een Turkse Nederlander. Toch werkt dat bij ons heel goed, want
het onderstreept het idee dat je beide bent, dat je niet hoeft te kiezen.’
Waarom zou je niet hoeven kiezen? Het is toch een keuze om in een nieuw land
een bestaan op te bouwen?
‘Zeker. Maar daarmee verdwijnt je oude identiteit niet. Je kunt hooguit zeggen
dat die nieuwe identiteit net iets belangrijker is. Dat is ook het punt van mijn
tweede voorbeeld: de rol van religie. Nieuwe Evangelische kerken, die vooral in
het zuiden van de VS enorm in opmars zijn, trekken een ongelofelijk divers
publiek. Laatst zat ik bij zo’n massale dienst met zesduizend andere
kerkgangers, aan mijn linkerhand naast twee Latino’s waarnaast een blondine zat,
aan mijn rechterhand een Koreaans stel en daarnaast een zwart echtpaar. Hoe
kregen ze dat voor elkaar? Door iets aan te bieden dat nóg meer aansprak dan
ieders oorspronkelijke identiteit.’
U zegt: immigratie vergt blijvende aanpassing.
‘Integratie is niet gemakkelijk, maar het is ook niet onmogelijk. Wouter Bos
heeft gelijk als hij dit een cruciale kwestie noemt. De landen die dit vraagstuk
het snelste goed weten op te lossen, zullen in de 21ste eeuw het succesvolst
zijn. Sommige landen zullen daarin slagen, anderen zullen in een intense
ideologische strijd belanden die hen veel schade kan berokkenen, ook
economisch.’
En hoe schat u de kansen van Nederland in?
Na een lange aarzeling: ‘Ik denk dat ik die vraag niet ga beantwoorden.’
Dat klinkt omineus!
‘Waarschijnlijk zou ik zeggen: dat hangt af van welke politieke krachten in
Nederland de boventoon krijgen. En ik wil niet de indruk wekken dat ik de ene
partij boven de andere prefereer. Dus laat ik mij beperken tot de uitspraak dat
ik zowel een bemoedigende als een ontmoedigende politieke toekomst voor
Nederland zie als het om integratie gaat.’ ...
IRP: Putnam zet het hier nog eens naast elkaar, wat gelegenheid
biedt om nogmaals de fouten eruit te halen:
| |
In veel westerse landen vergrijst de autochtone bevolking. Immigranten zijn
jonger, ze krijgen meer kinderen. |
Precies wat je niet wilt: de bevolking moet krimpen. - nog meer consumenten in
het Westen kan de natuur niet aan.
| |
‘Dat brengt allerlei voordelen. Succesvolle immigratie bevordert ondermeer de
creativiteit en de economie.
|
Onbewezen. De extra creativiteit in Amerika komt van de hooggeschoolde en
hoogbetaalde kennisimmigranten. Van moslims kan je op dit terrein alleen maar
negatieve verwachtingen hebben
.|
| |
‘Veel immigranten in Europa zijn moslim, dat is een serieuzer argument. Maar
goed, de VS waren overwegend protestants toen al die katholieke Polen en
Italianen kwamen. Dat viel ook niet goed bij iedereen. |
Een verschil van 10 gelijkstellen met een verschil van 100. Bijzonder
onwetenschappelijk.
| |
‘De VS zijn zeker geen hemel op aarde. Maar wat betreft immigratie bogen wij op
meer ervaring dan veel andere landen. Daarom geef ik twee voorbeelden waar uw
lezers misschien van opkijken, maar die toch illustratief zijn.
‘Ten eerste noem ik het leger. .. |
Dit voordeel hebben we al ontmaskerd - het andere komt hij niet aan toe in het
interview. Dit is ook allemaal niet geldig, gezien de verschillen in
omstandigheden van Amerikaanse en Europese immigranten
.
De positie van Putnam in het debat over de waarde van de
multiculturele samenleving kan men aflezen aan de reactie van Marcel van Dam,
een krachtig verdediger van multiculturaliteit:
De Volkskrant, 03-07-2008, column door Marcel van Dam
Wat God gescheiden heeft...
Als een dochter met haar eerste vriendje aankomt, kan dat vriendje rekenen op
een gezonde dosis wantrouwen van papa en mama. Een nieuwe leerling in de klas
vanwege een tussentijdse verhuizing wordt niet automatisch in alle
groepsgeheimen van de klas ingewijd. Nieuwe buren worden eerst begluurd voor er
een woord mee gewisseld wordt. ...
Van de kleinste tot de grootste groep geldt als ijzeren wet:
het vreemde wordt instinctief geweerd en gewantrouwd. Deze wet is sterker
naarmate de verschillen tussen mensen groter zijn. In een blank gezin kan een
zwart eerste vriendje op meer wantrouwen rekenen dan een wit vriendje. Dat heeft
op zichzelf niets met racisme te maken. Het geldt misschien nog wel sterker voor
een katholiek vriendje in een gereformeerd gezin op de Veluwe. Iedereen heeft in
zijn leven de instinctieve afkeer van het vreemde zelf ervaren en iedere
socioloog kent vele onderzoeken waaruit dat blijkt.
Ik las zaterdag natuurlijk met veel interesse het interview
met de Amerikaanse socioloog Robert Putnam (Betoog, 28 juni). ...
Mijn interesse werd verder gewekt toen ik de inleiding las:
‘Putnam helpt positivo’s over de multiculturele samenleving hardhandig uit de
droom. Immigratie van nieuwe etnische groepen maakt dat mensen zich terugtrekken
uit de samenleving. Hun vertrouwen neemt af, ze kruipen in hun schulp. Putnam
stelde het onomstotelijk wetenschappelijk vast.’
Al lezende noteerde ik van Putnam de volgende opvattingen:
Hij is tegen het verder bemoeilijken van immigratie, want
immigratie brengt allerlei voordelen, zoals creativiteit, en het is goed voor de
economie.
Dat de hiervoor geschetste ijzeren wet van verzet tegen
vreemde groepen des te sterker geldt voor migranten, weet Putnam natuurlijk ook.
Samenklitten geldt voor alle soorten immigranten, dat doen ze overal en altijd.
Maar, zegt hij. ‘op langere termijn leren samenlevingen hiermee om te gaan,
zodat positieve effecten gaan overheersen’. Putnam is dus ook een positivo.
Hij weet, zoals alle sociologen, dat de eerste generatie
immigranten niet integreert, de tweede half en de derde helemaal. Uitzonderingen
daargelaten. Want binding in de fase van het samenklitten is in de eerste
generatie nodig om van daaruit te werken aan overbrugging van de afstand tot
andere groepen, lees autochtonen. Het eerste wat Nederlandse emigranten in
Australië deden, was een Hollandse Club oprichten. Daarom zijn de meeste
sociologen ook voor een multiculturele benadering: laat immigranten zo veel
mogelijk hun identiteit behouden en help ze van daaruit te integreren. Vooral
door ze te laten merken dat ze welkom zijn.
Te lang samenklitten en een te grote binding (groepsdwang)
kan zeer destructief zijn. Vooral als negatieve kenmerken overheersen.
Bijvoorbeeld bij achterstandsgroepen in probleemwijken. Vorige week publiceerde
het Verwey-Jonker Instituut een onderzoek naar de achtergronden van
jeugddelinquentie en middelengebruik.
Uit het onderzoek blijkt dat jongeren uit probleemwijken
vaker deelnemen aan jeugdbendes dan jongeren uit andere buurten. Vooral
tweedegeneratie-jongeren. Een buurt waarin veel criminaliteit en drugsgebruik
voorkomt vergemakkelijkt de inwijding in een criminele levensstijl. Zo’n buurt
creëert bovendien een negatief opvoedingsmilieu. Jongeren in een probleemwijk
hebben een minder goede band met hun ouders, presteren minder goed op school,
blijven veel vaker zitten en spijbelen vaak. Het zijn factoren die het risico op
crimineel gedrag vergroten. Deze verbanden gelden voor jongeren uit alle
etnische groepen, ook autochtonen.
Het verdient dan ook aanbeveling, zeggen de onderzoekers,
probleemwijken minder homogeen te maken. Een gemengde bevolking, met meer
welvarende bewoners, minder werkloosheid, minder eenoudergezinnen en minder
verloop van bewoners, betekent minder risico’s op crimineel gedrag onder
jongeren. Dat zal gedurende een zekere periode minder samenhang tot gevolg
hebben en voor sommigen een groter isolement. Gelukkig ook minder binding met
alles wat niet deugt.
IRP: Het Verwey-Jonker Instituut is weer zo'n gevalletje van
"onderzoekers" die niet kijken naar de werkelijkheid, maar naar wat ze willen:
een gemengde cultuur dus gemengde samenleving. En ook al zeggen de onderzoeken
naar de werkelijkheid dat dit niet zo werkt, de ideologen, want dat zijn het,
van de Nederlandse sociologie (en net als Marcel van Dam) denken het beter te
weten.
Overigens staan hierin ook weer diverse leugens: Nederlandse
immigranten richtten misschien als eerste Hollandse clubs op, maar als tweede
gaven ze hun kinderen namen uit het immigratieland (veelal zichzelf ook,
trouwens), en voedden die kinderen grotendeels op in de immigratielandtaal.
Het interview leidde ook nog tot een reactie met een argument
dat ook de redactie tot nu toe over het hoofd had gezien:
De Volkskrant, 09-07-2008, ingezonden brief van Bert Fakkeldij (Lelystad)
Minderheid
Volgens socioloog Robert D. Putnam (het Betoog 28 juni), levert immigratie
uiteindelijk voordelen op. Hij verwijst daarbij naar de Verenigde Staten. Over
de oorspronkelijke bewoners van zijn land rept hij met geen woord.
De indianen zullen het dan ook duidelijk niet met hem eens
zijn. De overgebleven native Americans zijn tweederangsburgers in het
land van hun voorouders geworden.
En dat geldt voor bijna alle volkeren die door immigratie (al dan niet met
geweld ) een minderheid zijn geworden en wier cultuur wordt bedreigd voorzover
ze deze nog niet hebben verloren als Aboriginals, Maori`s, Hawaïanen,
Palestijnen of Noord- en Zuid-Amerikaanse indianen om een paar groepen te
noemen.
Het is dus geen wonder dat wij, native Europeans, niet
overvleugeld willen worden door immigranten met een andere cultuur. Angst is een
slechte raadgever, maar overal ter wereld leven mensen die kunnen getuigen dat
deze angst gegrond is. Het schrikbeeld is dat de laatste Nederlanders in twee
kleine reservaten in Marken en Volendam verblijven - waar ze de enig
overgebleven protestantse, respectievelijk katholieke kerk mogen bezoeken -
terwijl de rest van Nederland is overgeleverd aan de sharia.
Dit mag overdreven lijken, we mogen er best naar streven dat
het in ieder geval niet, ook niet een klein beetje, die kant opgaat.
IRP: En onmiddellijk blijkt dus dat het onderzoek van Putnam
ongetwijfeld deugt, maar dat zijn verhaal eromheen aanzienlijke lacunes bevat.
Want deze opmerkingen plaatsen de positieve geluiden van Putnam over immigratie
ineens in een ander kader. Waar dat zich eerst laats lezen als een tegenwicht
bij de resultaten van zijn onderzoek, lijkt dat nu dus doodgewoon eenzijdigheid.
En eenzijdigheid is een doodzonde voor een wetenschapper.
Waar Putnam onderzoek naar het begrip sociale samenhang, dient hij al zijn
andere begrippen en argumenten ook te onderbouwen met onderzoek, of beide kanten
van de zaak te vermelden. Zo stelt hij bijvoorbeeld dat diversiteit leidt tot
creativiteit. Daar is geen enkel bewijs voor. Het zou met het grootste gemak
omgekeerd kunnen zijn - tot je bewijzen of argumenten levert. Want in ieder
geval lijkt uit de bovenstaande reactie al één bewering van Putnam onjuist:
migratie heeft niet altijd voordelen! Het heeft soms zelfs sterke nadelen. Dus
de kans dat er in het algemeen ook aanzienlijke nadelen aanzitten, is ook
aanzienlijk. En op dat moment is een uitspraak als: "Migratie is voordelig" een
leugen.
Naar Cultuur, vermenging, sociaal vertrouwen
,
Cultuur, vermenging
,
Sociologie lijst
, Sociologie overzicht
, of site home
.
|