DePers.nl, 19-05-2011, door Marcel Hulspas apr.2007

#Wijsheid

Afkijken maakt massa dom

Volgens Zwitserse onderzoekers ondermijnen peilingen en social media het gezond verstand van de massa.

Ruim honderd jaar geleden vroeg de Britse statisticus Francis Galton aan de bezoekers van een jaarmarkt om het gewicht te schatten van een enorme os. De antwoorden van de bezoekers bleken gemiddeld héél dicht in de buurt van het ware gewicht te zitten. Hun collectieve schatting was zelfs beter dan alle schattingen van de experts die Galton ook om hun mening had gevraagd.

Dit verschijnsel staat bekend als de ‘wijsheid van de massa’. Hoewel het eigenlijk alleen geldt voor kwantitatieve schattingen, wordt Galtons resultaat sindsdien vaak gebruikt als een argument voor de democratie: niemand heeft de wijsheid in pacht, maar als zoveel mogelijk mensen een kans krijgen om een duit in het zakje doen, dan is het gemiddelde de hoogst haalbare wijsheid. Hoger dan die van de deskundigen: politici.

Galtons experiment werd extra bekend dankzij de bestseller The Wisdom of Crowds (2004) van econoom James Surowiecki, waarin deze een pleidooi hield tegen regulering van de financiële markten, maar ook waarschuwde dat die ‘wijsheid’ alleen maar op kon treden wanneer de deelnemers een breed scala aan opvattingen ventileerden, en onafhankelijk van elkaar tot hun standpunten konden komen. We weten wat de collectieve wijsheid van de financiële elite heeft aangericht. Dat zij massaal hun ondergang tegemoet gingen, ligt waarschijnlijk aan de overtreding van het gebod om zélf na te denken.

Onzeker
Onderzoek van de wiskundige Jan Lorenz en socioloog Heiko Rahut, beiden verbonden aan de ETH, de Technische Universiteit in Zürich, laat zien hoe die wijsheid ten onder gaat. Ze namen 144 studenten en vroegen hen naar de bevolkingsdichtheid van Zwitserland, de lengte van de Zwitserse grens met Italië, het aantal migranten in Zürich in 2006, en het aantal misdaden in de stad, in dat jaar. De studenten konden geld verdienen met goede antwoorden. Daarna werden dezelfde vragen nogmaals gesteld, waarbij een deel van de studenten de antwoorden van anderen te horen had gekregen. Dit werd vier keer herhaald.

De groep met proefpersonen die vier ronden lang geen informatie kreeg over wat anderen hadden geantwoord, scoorde gemiddeld beter. Degenen die wél te horen kregen wat anderen dachten, scoorden juist slechter. Dat had verschillende oorzaken. Ten eerste kropen de meningen steeds dichter naar elkaar. Mensen die eerst redelijk extreme antwoorden hadden gegeven, werden onzeker en zochten het gemiddelde op van wat ze hoorden.

Maar dat ‘gehoorde gemiddelde’ was behoorlijk subjectief. Lorenz en Rahut zagen dat de spreiding aan antwoorden binnen de groep vaak meerdere ‘pieken’ ging vertonen. Een deel meende dat piek nummer één het gemiddelde was, en koos voortaan daarvoor; anderen zochten hun heil bij een andere piek. Die pieken lagen een flink eind van het gemiddelde, dus de financiële beloning (bedoeld om kritisch nadenken te stimuleren) daalde. Maar die prikkel had niet het gewenste effect. Men bleef steken op een antwoord dat weliswaar weinig opleverde, maar wél door anderen werd gedeeld.

Volgens Lorenz en Rahut, die hun resultaten deze week publiceerden in de Proceedings of the National Academy of Sciences, bewijst dit dat social media een ongunstige invloed hebben op de collectieve meningsvorming: ‘Opiniepeilingen en de media stimuleren de feedback van informatie, en veroorzaken daardoor een convergentie van hoe we zaken beoordelen.’ Ze veroorzaken volgens hen ‘overdreven groot vertrouwen in mogelijk onjuiste overtuigingen.’





Naar Democratie, praktisch , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site
home .
 

[an error occurred while processing this directive]