VARA TV Magazine, nr. 40-2007, door Robert Gooijer apr.2007

Democratiepropaganda | Macht & TV

Voor een keer staat de democratie centraa1 op te1evisie met een heuse themaweek bij de Pub1ieke Omroep. Voor het overige 1ijkt de burger en bekaaid af te komen - op een Troonrede en een Gouden Koets na dan.

Volksverheffing

Onder de noemer 'Wij zijn de baas' besteedt de Publieke Omroep van 5 tot en met 12 oktober aandacht aan het thema democratie. In meer dan twintig programma's wordt 'de belangrijkste pijler van onze samenleving vanuit vele invalshoeken onderzocht' . Zo expliciet heeft de beeldbuis niet eerder aandacht gevraagd voor de heerschappij van het volk. Enkele voorbeelden van tv programma's tonen aan dat wel vaker wordt geprobeerd ons te betrekken bij onze eigen macht, maar dat de belangstelling van tv-makers lijkt af te nemen.

De troonrede
'Leden van de Staten-Generaal...' Aldus opent ons staatshoofd steevast de jaarlijkse presentatie van het kabinetsbeleid. In zekere zin is dit de ultieme vrucht van onze potloodbeslommeringen in het stemhokje en het spektakel wordt dan ook breed uitgemeten op de buis. Het wordt goed bekeken maar niet begrepen. De rijksbegrotingen de beleidsvoornemens van de machthebbers trokken dit jaar 1.153.000 kijkers, maar een onderzoek naar de troonrede van vorig jaar wees uit dat zestig procent van de Nederlanders de rede eigenlijk niet goed kan volgen. Hoewel het gedoe met koetsen, uniformen en de koningin op haar troon een zekere folkloristische charme heeft, valt dus te betwijfelen of deze uiting van democratie een hechte band schept tussen het volk en haar afgevaardigden.
Weliswaar kiezen we het kabinet niet rechtstreeks, maar de verzameling dure pakken en hoedjes die Prinsjesdag op het scherm tovert, lijkt de relatie tussen de machthebbende burger en zijn regenten vooral te ontkennen. Niet voor niets besloot de wereldomroep dit jaar voor de tweede keer om de troonrede om te zetten in begrijpelijk Nederlands, voorgelezen door Harmke Pijpers in de rol van koningin.

Inburgering in de jaren 60
De NOS zond eind jaren 60 een serie voorlichtende programma's uit die de reuze actuele titel Inburgeren droeg, zij het dat de programma's niet op immigranten maar op de autochtone bevolking zelf waren gericht. Deze inburgeringscursus voor Jan met de pet moet wellicht herhaald worden, want hij beantwoordt aan de huidige roep om meer burgerzin, normen en waarden en canons. De presentatie is wat gedateerd, maar de observaties die de burger worden voorgeschoteld zijn verhelderend. In een aflevering waarin de 'gebouwen van de democratie' worden gerecenseerd, merkte de voiceover,op dat de Tweede Kamer is gebouwd als een burcht en dat de eerste bewoners het woord democratie een scheldwoord zouden hebben gevonden. En zijn de moderne ministeries en gemeentehuizen niet net zulke onneembare vestingen, waarvan de bouwstijl lijkt gekozen om de burger af te schrikken? Een griffier in het gebouw van de toenmalige Tweede Kamer legt uit dat er maar liefst 31 stoeltjes op de publieke tribune zijn te vergeven. Het volk is welkom om haar vertegenwoordigers democratie zien te bedrijven, maar niet allemaal tegelijk alstublieft.
Inburgeren spreekt er in 1966 schande van, in beleefd bedekte termen.

De democratie live in actie
We zijn gewend om de 150 stoeltjes in de nieuwe Tweede Kamer tot vervelens toe op de buis te zien, maar dat heeft heel wat voeten in de aarde gehad. Een aanzienlijk deel van de volksvertegenwoordigers vond het eindjaren 50 een slecht plan om het volk via de tv te laten meegenieten van het democratisch proces. Het kennisnemen door de burger van het uit zijn naam gevoerde debat diende beperkt de blijven tot de 31 stoeltjes van de publieke tribune: .... dat de openbaarheid van der vergaderingen niet meebrengt, dat voor radio en televisie kan worden gebracht, hetgeen ter vergadering wordt behandeld,' aldus Kamerlid Berkhouwer in Elsevier. Geen pottekijkers graag. Het nieuwe medium tv bleef echter aandringen. Vele Kamerleden wezen sputterend op het onvermijdelijke voordeel dat interessante of fysiek aantrekkelijke fractieleden zouden genieten op televisie en pleitten dus tegen het knippen in uitzendingen 4 vanuit de Kamer. Er moest of niets, of alles worden uitgezonden. Aldus werden vanaf 1955 sporadisch integrale debatten uitgezonden (toen er overigens naar schatting slechts 30.000 tv's in Nederlandse huiskamers stonden) en mochten pas in 1962 samenvattingen worden getoond. Dat anno 2007 de gemiddelde burger in coma raakt na meer dan tien minuten live verslag vanuit de Kamer voorzag niemand. Dat vele politici de aanwezigheid van camera's zouden aangrijpen om een showtje voor de kijkers op te voeren, werd echter wel voorspeld.

In de zendtijd voor politieke partijen volgt nu een uitzending van ...
De omroep zelf is een voortbrengsel van de verzuilde democratie: de katholieken, de protestanten en de arbeiders, iedere zuil had zijn eigen politieke partij ťn een eigen omroep die de grondbeginselen aan den volke voorschotelde. Pas in 1962 werd het noodzakelijk geacht om de partijen direct zendtijd te verlenen, voorafgaand aan de verkiezingen. Wie nu zuchtend het zapijzer bedient als de democratie in deze vorm uit het toestel komt, staat in een fiere traditie van ongeÔnteresseerde kijkers. Vanaf het prille begin werden de uitzendingen door het volk beoordeeld als onverteerbaar, onbeholpen en onoprecht. De waarderingscijfers bleken bij kijkonderzoek steevast uitzonderlijk laag. De onderzoekers meenden in 1968 dat de lage waardering 'niet uitsluitend kan worden herleid tot de geringe politieke belangstellingbij grote delen van het televisie-publiek. Misschien zou men zelfs moeten zeggen dat deze uitzendingen dit gebrek aan belangstelling eerder versterken.' Ondanks moderniseringspogingen door professionele reclamebureaus kan nog steeds worden gesteld dat de kijker van deze vreselijke programma's eerder een hekel aan politiek krijgt dan zich naar het stemlokaal spoedt.

De achterkant van het gelijk
Hoe het ook kan, was in februari 1983 te zien. Tweede Kamerlid en latere VARA-voorzitter Marcel van Dam zette in het fameuze programma De achterkant van het gelijk politici voor het blok door ze paradoxale vragen te stellen. In een uitzending die expliciet aan democratie was gewijd, legde Van Dam aan Van Agt, Kok en De Gaay Fortman sr. voor dat via democratisch weg de meest stuitende besluiten kunnen worden genomen. 'Hoeveel werkelijkheden leven in het woord democratie? Is het "meeste stemmen gelden"? Stel nou dat u met vier mensen in een auto zit en twee ervan willen dat de ramen opengaan.' Van Dam begint onschuldig en draaft steeds verder door, tot hij de volksvertegenwoordigers voorhoudt dat ook Hitler bij meerderheid van stemmen werd gekozen. De openlijke onzekerheid die de beroepsdemocraten tentoonspreiden omtrent het instituut democratie is ijzingwekkend boeiend en schreeuwt om een herhaling in de week van 'Wij zijn de baas'. Later bedacht Van Dam Het Lagerhuis, een programma waarin een schaduwparlement van gewone Nederlanders aantoonde dat Van Dams beduchtheid voor de macht van de meerderheid zeer gegrond was. Vooral in de Junior-versie van het programma werden zeer ondemocratische ideeŽn geventileerd, maar je kreeg als kijker wel een idee van de mooie en lelijke kanten van het staatsbestel.
    Hetzelfde gold voor Felix Rottenbergs programma Het Schaduwkabinet, waarin hij wetenschappers en kunstenaars liet optreden als alternatieve ministers en net als Van Dam bewees datje een behoorlijk tirannieke presentator nodig hebt om democratie-tv verteerbaar te maken.

Vervelende voorlichting
De meest directe democratiepropaganda die overheid en Publieke Omroep selVeren, is de partijloze boodschap 'Ga nou toch eindelijk eens stemmen.' Dit levert een beklagenswaardig beeld op, want dat de machthebbende burger via Postbus 51 spotjes (Europa best belangrijk!) en verkiezingsdebatten en thema-avonden uit zijn comfortabele sofa moet worden gekanteld, is wel het beste bewijs dat de democratie een beetje te goed werkt in Nederland. Jan met de pet is niet vooruit te branden. Onbedoeld lijkt de tv er juist medeschuldig aan, want die debatten nemen en namen de kijker niet erg in voor de democratie. Ferry Mingelen en Ton Verlind lieten er bijvoorbeeld in juni 1989 in het programma Europa Kiest geen misverstand over bestaan dat de Europese verkiezingen niemand interesseerden, hunzelf incluis. Mingelen: 'Morgen moeten we stemmen, maar niemand weet op wie. Bijvoorbeeld op u, de heer Jan-Willem Bertens van D66, een nieuwkomer die door zijn voorganger een flapdrol werd genoemd die geen bal verstand heeft van Europa?' Of Ton Verlind tegen ex-europarlementsvoorzitter Piet Dankert:; 'Dat EU-parlement is zo krachteloos, de kiezers kunnen bijna beter thuis blijven, hŤ meneer Dankert?'

Het televisiegeweten
Terugkijkend in de omroeparchieven blijken de meest wezenlijke debatten over democratie die de televisie heeft opgeleverd, te zijn gevoerd door de burgers Kees van Kooten en Wim de Bie. In oktober 1980 bijvoorbeeld raakten zij verstrikt in hun zoveelste discussie over de manier waarop Nederlanders zichzelf laten regeren. Als ze er niet meer uitkomen, wenden ze zich tot een ander tv-scherm voor hulp: de beeldbuis van de Simpeltel Videoclepedie computer. Koot vraagt om een definitie van democratie. Het apparaat citeert Voltaire: 'Zuivere democratie is het despotisme van het grauw!' Bie vraagt om een definitie van meerderheid. 'De meerderheid heeft nooit het recht aan haar zijde. Dit is een van de maatschappelijke leugens waartegen een vrij denkend man zich moet verzetten!' Een citaat van Ibsen, blijkt. 'Ibsen is een Zweeds werkwoord voor moeilijk doen,' aldus Koot.
    Hun vrijmoedige debatten van het televisiegeweten van (links) Nederland worden node gemist op de buis. Ongemerkt is democratie een beetje van de televisieagenda verdwenen. Behalve deze week.
.

Naar Democratie, praktisch , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site
home .
 

[an error occurred while processing this directive]