Drugs, maatschappij, en bestrijding
De discussie over drugs gaat vrijwel altijd in de context van de voors en tegens
van een verbod ervan. Zo'n discussie is alleen zinvol als men eerst inzicht
krijgt in het waarom van het gebruik van drugs.
Hier moeten we weer eerst het onderscheid maken tussen de zware, schadelijke,
drugs, en de lichte. De eerste betreffen de kleinste groep mensen, en het gebruik ervan heeft
meestal verband met psychische kwalen - deze zijn hier voornamelijk interessant
als archetype voor bepaalde meer algemene kwalen
. Hier gaat het om de lichtere, de sociologische, gevallen, tabak, alcohol, cannabis, en misschien
ook cocaïne. De reden voor het gebruik van dit soort drugs werd eens gegeven in een documentaire over de geschiedenis van het roken op de BBC World Service
- op de vraag
waarom mensen roken gaf de professor een ongebruikelijk openlijk en onomwonden
antwoord : “People smoke, because they lead such miserable lives.”.
Maar als we het speciaal gaan hebben over maatschappelijk aanvaarde, lichte,
drugs, moeten wel alle belangrijke varianten meegenomen worden. Iedere
praktiserend psycholoog zal weten te melden dat daar naast de bekende, min of
meer chemische, verslavingen, er nog minstens drie gedragsmatige verslavingen bij komen: de eetverslaving,
de gokverslaving, en de koopverslaving. Over gokverslaving hoeft niet
gediscussieerd te worden. Daarnaast is
het overduidelijk dat het gebruik van voedsel boven een bepaalde grens zonder meer
tot de verslavingen kan worden gerekend: het is slecht, het is bekend dat het
slecht is, maar men doet het als bevrediging van allerlei emotionele problemen.
Bijna even duidelijk is dat dit ook geldt voor sommige vormen van koopgedrag:
een voorbeeld bekend uit
diverse, Amerikaanse, comedy series
: “Ik
verveel me, laten we gaan winkelen.”
.
Deze vormen van verslaving zijn op het eerste gezicht minder dramatisch als
oorzaak van geestelijk niet-welbevinden, juist omdat ze lichter zijn. Maar dat
wordt anders als men kijkt naar de verspreiding onder de bevolking. Bij zware
drugs ligt het percentage niet zo hoog. Bij alcohol
ligt dat al radicaal anders, al moet men wel een
onderscheid maken tussen bescheiden en verslavend gebruik, maar desondanks
blijft dan een substantieel percentage over. Wat betreft roken: dat strekt zich uit tot
enkele tientallen procenten van de bevolking. Neemt men ook nog cannabis en
cocaïne mee, dan moet men nu al op ergens tussen de dertig en de vijftig procent van de
bevolking zitten, die men dus kan categoriseren als verslaafden aan sociale
drugs.
Dat wordt erger als men de gedragsmatige drugs meeneemt. Met name in de Amerikaanse maatschappij zijn de categorieën
"eten" en "winkelen" zeer groot (het in december 2003 gemelde percentage van Amerikanen
met overgewicht is 64%
),
terwijl ook "gokken" aanzienlijk scoort. Zodat we alles bij elkaar genomen misschien wel in de buurt van de tachtig procent uitkomt.
De volgende stap nodig voor een afweging met betrekking tot de bestrijding
van drugs is het onderzoek naar de reden dat mensen drugs gebruiken. Die van de
zware drugs en roken hebben we al gehad. Hoe zit het met die andere lichte
drugs? Ook hier geeft de praktische psychologie zonder aarzelen een antwoord,
hoewel je er natuurlijk niet direct naar moet vragen - in dat laatste geval
krijg je sociaal gewenste antwoorden. Nee, je moet gewoon alles wat de praktisch
psycholoog zegt over individuele gevallen, bijvoorbeeld in de uitzendingen Oprah
Winfrey of Dr. Phil, bij elkaar optellen en dan luidt de eenduidige conclusie:
mensen zijn verslaafd aan dit soort lichte en gedragsmatige drugs om dezelfde
reden dat ze roken: omdat ze ontevreden zijn over hun leven, ”...because they lead such miserable lives.”
(de uitspraak van de Engelse professor doet denken aan Dr. Phil, die zijn
cognitieve-therapiesessie bij Oprah Winfrey over dik-zijn begon met de
dramatisch uitgesproken worden, gericht aan de publieke tribune vol met
dikkerds: "Let me get this straight to you: you are fat, because you want to
be fat").
De epidemie van dik-zijn en nog dikker worden in Amerika is een reactie op
het steeds Angelsaksische worden van de maatschappij aldaar - in psychologische
termen: men eet de onvrede weg
. Dat wordt bevestigd door de trends alhier: Nederland is de laatste jaren
steeds Amerikaanser en Angelsaksischer geworden
- en nu (moment van deze passage is sep. 2008) heeft ook in Nederland dat
dik-worden is steeds duidelijker de vorm van een epidemie aangenomen.
De algemene conclusie luidt dus dat het drugsgebruik een maat is voor de
kwaliteit van de maatschappij. In andere woorden: in een gelukkige maatschappij
is er weinig drugsgebruik, in een ongelukkige veel - zo simpel is het. En hierin
is een duidelijke trend zichtbaar: naarmate de maatschappij individualistischer,
kapitalistischer, of Angelsaksischer is, is het drugsgebruik hoger.
Nu dan de vraag naar de wenselijkheid van het bestrijden van drugs. Dat hangt
er dus sterk vanaf of je de maatschappij als geheel als een gegeven beschouwt.
Doe je dat niet, dan is het antwoord simpel: dan moet je niet drugs bestrijden,
maar de maatschappij verbeteren - en dan is drugsbestrijding volkomen
contraproductief
.
Het gaat hier dus om het geval dat je de maatschappij wel min of meer als
gegeven beschouwt, en toch iets aan drugs wil doen. Ook hier is het essentieel
de zware en lichte drugs te scheiden. De eerste hebben een veel beperkter
circuit, en zijn dus makkelijker te isoleren. Uitgaande van de steeds meer de
overhand krijgende idee dat in feite ieder gebruik van zware drugs een ziekte
is, of dat in ieder geval wordt, is hier de bescherming van het slachtoffer de
essentiële factor, hetgeen het in de meeste gevallen noodzakelijk maakt die
slachtoffers te isoleren van hun huidige, criminele, aanvoerlijnen, dat wil
zeggen in gecontroleerde omgevingen buiten de stad. Ieder andere maatschappelijk
voorkomen van zware drugs kan dan bestreden worden als zware misdaad (simpelste
aanpak: een ieder die er mee aangetroffen wordt, wordt onmiddellijk alle
materiële
goederen ontnomen).
Dan de lichtere drugs - overigens daarbij de aantekening dat het "lichter"
zijn van alcohol een zeer dubieuze kwestie is
. Daarover kan men veel theoretiseren, maar handiger is
om eerst naar de praktijkervaringen te kijken. In de Verenigde Staten heeft men
geprobeerd de maatschappij "droog te leggen", te ontdoen van alcohol, in de
jaren twintig. Het resultaat was dat iedereen, van hoog tot laag, ging drinken
in illegale uitgaansgelegenheden, waarvan de winsten terecht kwamen bij
criminele organisaties als de maffia. De zaak liep dusdanig uit de hand dat het
alcoholverbod na een aantal jaren weer moest worden ingetrokken, maar dat kon
niet meer voorkomen dat een flink deel van de Amerikaanse maatschappij voor
langere tijd (op zijn minst tot in de jaren zestig) werd gedomineerd door
criminele organisaties.
De reden voor deze slechte ervaringen met juridische bestrijding is simpel: een verbod verandert niet de vraag, want die vraag
is gebaseerd op veel sterkere emoties van die van vraag en aanbod
, dat wil
zeggen: als de prijs stijgt, blijft men betalen, alleen gaat men stelen men of steelt men
meer.
Aan de andere kant: recente ervaringen met experimenten met de decriminalisering van
drugsverstrekking wijzen er ook allemaal op dat dit de overlast van drugsgebruik zowel voor
maatschappij als gebruiker sterk vermindert, of het nu soft- of harddrugs zijn.
Een alternatief voor een volledig verbod is een strenge regulering. Dat
betekent een staatsmonopolie en hoog gehouden prijzen, zoals in Zweden. Dat
helpt wel enigszins, maar neveneffecten zijn alcoholtoerisme, en overdadig
gebruik als het eenmaal voorradig is. In minder beschaafde landen zal het ook
leiden tot veel illegale stokerij, met de bijhorende schadelijke gevolgen van
slecht gestookt brouwsel.
Dit wat betreft de lichtere drugs. Dan heb je nog de tussengevallen, als
cannabis in zijn diverse vormen, en cocaïne. De schadelijkheid ervan staat
ongeveer op dezelfde hoogte als van alcohol en tabak, maar omdat ze veel korter
geleden zijn geïntroduceerd, hebben ze een veel slechtere reputatie, en zijn
daarom ook veel meer met criminaliteit geassocieerd, cocaïne het meest. De
verspreiding ervan is sterk sociaal bepaald: cannabis in lagere, meer jongere en
meer intellectuele kringen, cocaïne meer in de zakelijke en artistieke sfeer.
De bestrijding van deze middelzware drugs lijkt een kwestie van pragmatisme.
Cannabis is net heel erg schadelijk, en is misschien meer gediend bij een beetje
vervolging dan niet -er zal altijd een aanzienlijk deel van voornamelijk de
jeugd zijn dat op zoek is naar iets dat verboden is, en is dat niet cannabis,
dan komen al snel veel slechtere dingen in zicht.
Cocaïne is een moeilijker geval, omdat het een middenklasse drug is, voor
mensen die vrij veel geld te besteden hebben, en vandaar dat bestrijding zeer
moeilijk is. Hier lijkt vrijgeven de meest voor de hand liggend optie, vanwege
het maffia-argument: de bestrijding kweekt een dusdanige rijke misdaad, dat die
schadelijker is voor de maatschappij dan de schade van de cocaïne zelf.
Eigenlijk zijn er dus weinig tot geen goede praktische redenen om drugs niet te
legaliseren, want zoals gezegd: het verminderd overlast aan twee kanten en
vermeerdert het gebruik nauwelijks of niet
. Om preciezer te zijn: juridische bestrijding van een wijdverspreide drug
heeft zoals we gezien hebben vaak contra-productieve gevolgen.
Waarom zijn dan toch zo veel mensen voor juridische drugsbestrijding. Maar zoals altijd: als er geen rationele redenen
zijn, zijn er
wel irrationele of emotionele. Ten
eerste is daar het concurrentie aspect: daar waar drugs ellende verlicht, is het
een concurrent voor andere ellendeverminderaars, waarvan de bekendste de religie
is. Het is dus niet verwonderlijk dat de grootste
voorstanders van drugsbestrijding te vinden zijn bij de religieus gemotiveerden.
Als men het heel zwart wil zien, kan men zelfs stellen dat voor de religieuzen
het mes aan twee kanten snijdt: ten eerste bestrijden ze concurrentie van de
gelegaliseerde drugsbestrijding, en ten
tweede zorgt de misdaad ten gevolge van de illegaliteit van drugs voor een
nieuwe toestroom van ellendigen.
De tweede belangrijke tegenkracht tegen de legalisering van drugs is van
degenen die vinden dat onze individualistische, kapitalistische of
Angelsaksische maatschappij toch wel behoorlijk dicht bij het ideaal zit. En
natuurlijk beseft ook een groot deel van deze mensen, net als bijna iedereen,
dat de professor gelijk heeft: drugsgebruik is een maat voor de hoeveelheid
menselijke ellende, en voor mensen als groep: de maatschappelijke ellende -
oftewel: de mate van drugsgebruik wijst op het goed of slecht functioneren van
de maatschappij. En iedereen die dat beseft, beseft ook dat wat een goed
functioneerden maatschappij: één met veel saamhorigheid en veel solidariteit, en
dat voor een slechte maatschappij het omkeerde geldt.
Dit vindt direct zijn bevestiging in de praktijk de theorie - ten eerste: naarmate
een maatschappij individualistischer, kapitalistischer of Angelsaksischer is, is
het drugsgebruik groter. En ten tweede is in die maatschappijnen ook de voorkeur
voor
drugsbestrijding sterker. Met in beide gevallen hetzelfde ultieme voorbeeld: in de
Verenigde Staten is zwoel het gebruik van (lichte) drugs het grootst, en is
tegelijkertijd de voorkeur voor justitiële en zelfs gewelddadige bestrijding het
grootst. En kijkt men binnen die maatschappijen, dan zijn de heftigste bestrijders
natuurlijk voornamelijk degenen die het inderdaad het best hebben, dat wil zeggen:
de rijken en de machtigen, waaronder de meeste politici, en weer met voorrang
degenen van de
rechtse en religieuze kant
.
Als je drugsgebruik dus als maatstaf voor geluksgevoel gaat gebruiken, is het
oordeel over de Amerikaanse maatschappij, en de Angelsaksische in het algemeen
, dus
eenduidig negatief. Aan de andere kant scoren Amerikanen hoog als je vraagt naar
hun waardering van de eigen maatschappij, en naar hun bijbehorende geluksbeleven. Let op dat hier het
woord "geluksbeleven" wordt gebruikt in plaats van geluksgevoel - dat laatste gaat over wat mensen
zeggen te
voelen als je er naar vraagt. Onderzoek heeft uitgewezen dat dat lang niet hetzelfde is wat ze
werkelijk voelen. Wat een veel betrouwbare indicator is van wat mensen
werkelijk vinden, is te kijken naar hoe ze handelen. Dat geldt dus zeker
ook voor het werkelijke geluksgevoel, en drugsgebruik is dan een van de zeer
goede indicatoren. En daarvoor hebben we la laten zien dat dit erop wijst dat in
Amerika dit werkelijke geluksgevoel bijzonder laag is.
De redenen van deze enorme discrepantie tussen geluksbeleving en geluksgevoel
is kortweg dat Amerikanen zichzelf
institutioneel en fanatiek wijsmaken dat ze de ideale maatschappij hebben
uitgevonden, een idee waar in feite hun hele maatschappij om draait.
Dientengevolge zij de Amerikanen veruit het fanatiekst tegen drugs: het bestaan
ervan tast het fundament van hun maatschappij aan.
Tot slot en voor de volledigheid: het is natuurlijk niet zo
dat alle maatschappelijke ellende noodzakelijkerwijs leidt tot drugsgebruik - sommige
mensen reageren door andere vormen van niet-welbevinden
, en
weer anderen putten er juist energie uit. Maar het maakt wel dat van de groep die
bevattelijk is voor drugs
,
er een groter aantal daadwerkelijk drugsgebruiker wordt.
Addendum jun. 2005:
Bovenstaand artikel is van november 2003 (geredigeerd aug. 2006). Bij de afkondiging van een rookverbod
in alle openbare instellingen is bekend geworden dat meer dan 95 procent van
alle inwoners van psychiatrische kliniek rookt. Dit is de extreme vorm van het
bovenstaande verschijnsel, volgens het mechanisme beschreven in
Psychologische stellingen
.
Addendum aug. 2005:
Uit archieven van het IRP dook de volgende op: Recente onderzoeken hebben naar
buiten gebracht dat kosmetische ingrepen, en andere wat extremere vormen van
lichaamaanpassingen als tattoos ook een goede aanwijzing voor geestelijk
niet-welbevinden zijn. Een item over plastische chirurgie van de
actualiteitenrubriek Netwerk, TV Nederland 1, 28-11-2004, liet zien
dat wens uiterlijk te veranderen vaak veroorzaakt door psychische klachten. een
onderzoek in Japan heeft uitgewezen dat mensen mensen die plastische chirurgie
hebben gehad circa 3x zo veel zelfmoorden. het verband tussen tattoos en
niet-welbevinden is gebleken uit onderzoeken in psychiatrische klinieken die
lieten zien dat de meeste van hun bewoners tattoos hebben.
Addendum okt. 2005:
In de Volkskrant van 22 oktober constateert burgemeester Guusje ter Horst
van Nijmegen dat drugsverslaafden de maatschappij circa 500 duizend euro per
persoon per jaar kosten, en pleit voor verplicht afkicken. In een uitzending van
Netwerk op 23 oktober wordt nog eens uit de doeken gedaan hoe ernstig
drugsverslaving is voor alle betrokkenen en vooral voor hemzelf, beschreven als
zeer moeilijk tot onmogelijk oplosbaar, vanwege de betrokkenheid van allerlei
biologische hersenprocessen en aanwijzingen voor erfelijke factoren. Een junk
verklaart dat afkicken nooit zal lukken vanwege de sterke interne motivaties
voor het gebruik, en de directeur van een drugskliniek dat elders afgekickte
verslaafden bij het terugkeer naar de stad al bij het stappen uit de trein
sterke behoeftegevoelens krijgt, zelfs na tien jaar.
In Rijnlandse zorgboerderij
is beschreven dat de oplossing voor zowel
ernstige geesteszieken, drugsverslaafden als criminelen veel beter geregeld is
in het kader van klein-agrarische en klein-technische gemeenschappen, met als
expliciete doelstelling om ze in ieder geval weg te houden van de eerste bron
van pervertering voor die mensen: de stad. De ernst van het drugsprobleem als
boven beschreven is voor het IRP voldoende reden om na lange overweging de voor
de hand liggende oplossing voor te stellen: het isoleren van de drugsverslaafden
van de rest van de maatschappij. Een mogelijke manier om dat te doen is het
omheinen van de zorgboerderij, maar dat is alleen houdbaar bij kleinere arealen.
Een elegantere methode is het afscheiden van een deel van het land met een of
andere natuurlijk barrière, en als mogelijkheid om dit te doen stelt het IRP
voor de mogelijkheid te onderzoeken om dit te doen in een van de huidige
IJsselmeerpolders, of een deel van de Markerwaard droog te
leggen en te gebruiken voor dit doel. Het risico van smokkel van drugs naar dit
gebied is niet groot, want de bewoners ervan hebben niet de financiën om de
drugskoeriers te betalen.
Deze oplossing klinkt drastisch, maar is een realiseerbare oplossing voor een
anderszins als onmogelijk beschreven probleem wat zeer veel leed veroorzaakt
.
Het IRP hoopt dat haar voorstel besproken zal worden niet met de inzet van
allerlei principes (wat natuurlijk wel gebeurt
), maar vanuit het simpele uitgangspunt van een verlies- en
winstrekening: wat verliezen alle betrokkenen, en wat winnen ze, bij de uitvoer
ervan. Als die rekening positief is, zou het voorstel uitgevoerd moeten worden.
De overtuiging van het IRP is, mede naar aanleiding van deze recente berichten,
dat de uitkomst sterk positief is, wat nog eens overduidelijk blijkt uit de
droefheid van de alternatieven, zie de uitwerking hier
.
Addendum feb. 2006:
De boven geschetste relatie tussen drugs en maatschappelijke factoren wordt in
wat algemenere termen bevestigd door onderzoek, zie hier
.
Addendum mei 2007:
Het dik-zijn, de vetzucht, is inmiddels ook in Nederland een echt item geworden.
Voor een aantal bijdragen, plus een andere analyse, zie hier
.
Naar In het kort
, Drugs lijst
, Sociologie lijst
, Sociologie overzicht
, of site home
.
|
|
nov.2003; rev: aug.2006; mrt.2007 |
|