De Gaussiaanse grafiek en de sociologie(Deels ook in Groep en individuIn de Gaussiaanse grafiek, algemeen
De eerste belangrijke les daaruit voor toepassing in de wat gevoeligere toepassingen is dat het bestaan van welke hoeveelheid uitzonderingen op de regel dan ook, dit op geen enkele wijze een ontkrachting is van het feit dat de gemiddelden een verschillende waarde hebben. Neem als voorbeeld van een gevoelig dossier dat van een verschil in criminaliteit tussen twee groepen. Bij de ene groep, A is een op de duizend een crimineel, bij de tweede, B, is 2 op de duizend crimineel. Men kan dat dus vertalen als: de ene groep is tweemaal zo crimineel als de andere. Door degenen die bezwaar hebben tegen deze vormen van sociologie wordt dit bestreden met eindeloos veel verhalen over het aantal mensen binnen groep B die niet crimineel zijn. Al die verhalen kloppen, net als de verhalen over Japanners zijn die langer zijn dan Nederlanders kloppen, maar het heeft op geen enkele wijze gevolg voor de conclusie over de groeps-eigenschap, voor het gemiddelde: groep B blijft tweemaal zo crimineel als groep A. Een andere belangrijke conclusie uit dit verhaal is dat het in de meeste gevallen onmogelijk is regels voor grotere groepen te ontwerpen die voor iedereen goed werken. Iedere regel trekt een grens, en het trekken van een grens in een Gaussiaanse grafiek snijdt altijd door de grafiek, er zijn altijd mensen die er ten onrechte buiten vallen, en mensen die er ten onrechte binnen vallen. het enige dat men dan kan doen is redelijke grenzen stellen, bijvoorbeeld 1 of 2 standaarddeviaties, afhankelijk van het soort eigenschap, en de degene die erbuiten vallen te behandelen op individuele basis. De schoenfabrikant maakt schoenmachines voor de meeste gewone maten, maar de echte afwijkingen moeten maar geholpen worden door een schoenmaker die met de hand werkt. Het laatste voorbeeld laat tevens zien dat de Gaussiaanse grafiek ook belangrijke
gevolgen heeft voor het bestuderen en het besturen van de maatschappij, waarover
meer hier
|