KIJK, nr. 6-2012,  door Ronald Veldhuizen 2010

Hoe komt het dat mensen altruïstisch zijn?

Vriendelijk voor de vreemdeling

Je ziet ze vast nooit meer, dus er lijkt geen reden om vreemden in nood te helpen. Toch hebben mensen de neiging om dat wél te doen. Dat altruïstische gedrag is blijkbaar zo geëvolueerd, maar waarom eigenlijk? Een nieuw computermodel helpt die vraag te beantwoorden.

Tussentitels: De beloning voor aan eenmalige beroving zonder gevolgen is gawoon te groot en te verleidelijk [nee, zie "it's in the mirror", bunny killing]
Gelddonaties in de koffiehoek stijgen flink als er een foto van twee ogen hangt

Met je fiets rijd je door een prachtig natuurgebied. Geen mens te bekennen. Dan zie je een auto langs de kant van de weg staan. De motorkap is open, en de persoon in kwestie blijkt je oom te zijn. Hij herkent je gezicht en enthousiast vraagt hij of je hem even wilt helpen. Natuurlijk doe je dat - je kent je oom immers. ‘ Als je helpt, is je oom je later dankbaar. En wat zou de rest van de familie wel niet denken als je doorfietst zonder een hand uit te steken?
    Stel dat het niet je oom was, maar een wildvreemde. De noodzaak om te helpen is dan een stuk kleiner. Je komt die onbekende persoon daarna toch nooit meer tegen. Sterker nog, als hij of zij geld op de achterbank heeft liggen, zou je dat zelfs kunnen stelen zonder dat er gevolgen aan kleven.
    De meeste mensen zullen vriendelijk zijn, zelfs tegen vreemdelingen: ze helpen de ander, ook al lopen ze daarmee geld en tijd mis. Zulk gedrag heet ook wel altruïsme. Maar waarom zijn we zo aardig? Een jager-verzamelaar die een wildvreemde met een buidel vlees tegenkwam, zou hem eerder beroven dan een praatje met hem maken.

Winstkansen
Eerder verklaarden evolutiewetenschappers al waarom we vriendelijk zijn tegenover mensen die we vaak tegenkomen. Maar waarom we dat vaak ook bij wildvreemden doen, was altijd een mysterie. Nieuw onderzoek van evolutionair psycholoog Lena Cosmides en haar collega’s van de Universiteit van Californië suggereert nu dat de evolutie er langzaamaan voor heeft gezorgd dat mensen in zulke situaties toch vriendelijk zijn. Onze genen fluisteren ons in om aardig te blijven. 
    Een nieuw computermodel gaf Cosmides de mogelijkheid om de evolutie van samenwerking met bekenden en die met vreemdelingen niet als aparte fenomenen te zien, maar ze juist aan elkaar te koppelen. Om te begrijpen hoe dat werkt, is het goed om eerst te kijken naar de vraag: hoe evolueert samenwerking tussen dieren of mensen die elkaar vaak tegenkomen? Als je er eventjes over nadenkt, lijkt het antwoord voor de hand te liggen. Wanneer je iemand vaker tegenkomt, zoals je oom, is het fijn om elkaar niet constant in de weg te zitten. Dat kost namelijk tijd en energie die je ook had kunnen steken in het doorgeven van je genen. Sterker nog: als je samenwerkt - je gaat bijvoorbeeld samen op jacht - levert dat je extra overlevingskansen op. Mensen die aanleg hebben om vriendelijk te zijn tegen bekenden, zullen het daarom beter doen dan agressieve bruten. En ze krijgen meer kinderen met dezelfde vriendelijke aanleg. Kortom: vriendelijkheid evolueert.
    Maar bovenstaande beredenering is voor wetenschappers geen bewijs. Daarom bedacht politicoloog Robert Axelrod in de jaren tachtig samen met bioloog William Hamilton een spectaculaire wedstrijd die de evolutie van samenwerking nabootste. Ruim honderd spelers deden mee en de bedoeling was simpel: je komt regelmatig andere spelers tegen, vaak dezelfde, en op zulke momenten kun je Winst proberen te maken door samen te werken of vals te spelen. Winst valt uit te drukken als overlevingskansen, en dus evolutionair succes. In feite waren de deelnemers in Axelrods wedstrijd geen mensen, maar simpele computerprogrammaatjes die elk een bepaalde overlevingsstrategie volgden. Sommigen speelden altijd vals, anderen waren lieverdjes die altijd samenwerkten, en weer anderen hielden in de gaten hoe hun tegenstander zich gedroeg en pasten hun strategie daarop aan. De winstverdeling ging als volgt. Als je tegenspeler zich vriendelijk opstelt, levert vals spelen de meeste winst op. Je berooft de ander. Werk je beiden samen - je gaat samen op jacht - dan krijg je een matige winst. Speel je beiden vals - er ontstaat een knokpartijtje - dan krijgt niemand iets.

Valse verleiding
Wie scoorde het hoogst? De top 15 bestond vrijwel alleen uit vriendelijke strategieën die slechteriken konden herkennen en geen kans gaven. De grootste winnaar was Tit-for-Tat: een programma dat eerst vriendelijk speelt en daarna het spel van zijn tegenstander kopieert. Zo kregen valsspelers een koekje van eigen deeg.
    Axelrod en Hamilton zagen echter direct in dat de vriendelijke strategieën alleen maar konden winnen omdat de wedstrijd wel tweehonderd beurten lang was. Ze kwamen elkaar vaak tegen. Zou het spel slechts tien of twintig beurten duren, dan is de kans veel groter dat valsspelers door een paar succesvolle berovingen met veel winst naar huis gaan. Sterker nog: als het spel maar één beurt duurt, de situatie waarin je een vreemdeling dus eenmaal tegenkomt, winnen valsspelers altijd. Zelfs van Tit-for-Tat. De beloning voor een eenmalige beroving zonder gevolgen is gewoon te groot en verleidelijk.
    En dat is nou precies het punt. De speltheorie van Axelrod voorspelt dat we ons asociaal moeten opstellen als we iemand maar één keer tegenkomen. Maar dat is niet wat mensen doen: de meesten bestelen een vreemdeling in nood niet, zo is wetenschappelijk vastgesteld. Niet dat onderzoekers met autopech langs de kant van de weg hebben staan turven wie hen helpt. Maar psycholoog Joseph Henrich heeft bijvoorbeeld wel de wereld rondgereisd en mensen geldspelletjes laten spelen die maar één beurt duren. Resultaat: gemiddeld genomen stelt ruim de helft van de proefpersonen zich vriendelijk op - terwijl vals spelen de grootste winst zou opleveren.

Je weet nooit...
Zulke vriendelijkheid is vanuit Axelrods speltheorie bezien dus raar. Maar Cosmides heeft een verklaring die, zoals gezegd, direct aansluit bij Axelrods evolutie van samenwerking. Haar verklaring is als volgt. Wie een vreemdeling tegenkomt, weet op dat moment niet zeker of hij die ooit weer zal zien. Je weet dus nooit of je terechtkomt in Axelrods wedstrijd van tweehonderd rondes, of dat het bij deze ene ronde blijft. Mensen moeten daarvan een inschatting maken voordat ze besluiten of ze vriendelijk gaan doen of niet. "Verkeerd gokken kan je duur komen te staan", schrijft Cosmides. Als je verwacht dat je iemand vaker zult tegenkomen terwijl de ander dat niet denkt, ben je kwetsbaar voor een berover. Maar de andere fout is wellicht nóg gevaarlijker. Beroof je iemand en kom je hem later weer tegen? Dan hang je.
    En, belangrijker: je mist dan de kans op een vruchtbare samenwerking. Daarin ligt volgens Cosmides de sleutel voor evolutionair succes. Want als de ontmoeting alsnog uitloopt op een samenwerking, kan dat zoveel voordeel opleveren dat je overlevingskansen flink stijgen. Om te bewijzen dat evolutie van vriendelijkheid tegenover vreemdelingen inderdaad zo verloopt, ging Cosmides aan de slag met een nieuw computermodel. Daar bouwde ze twee belangrijke elementen in: het is onzeker of je een vreemdeling ooit weer ziet, en: samenwerking kan veel goeds opleveren. Haar model lijkt op Axelrods wedstrijd, met twee verschillen. Ten eerste ligt het aantal speelrondes niet vast. Soms ontmoeten twee spelers elkaar maar één keer en soms ontmoeten twee spelers elkaar honderden keren. Om de situatie na te bootsen dat een speler bij een eerste ontmoeting niet zeker weet of hij iemand later weer zal tegen- komen, en wat hij dan het best kan doen, kregen de computerprogrammas een paar hersencellen extra. Ze hadden niet één strategie in hun hoofd, maar twee. De speler moest zich kunnen afvragen: kom ik deze persoon ooit weer tegen? Zo ja, dan kan ik beter vriendelijk zijn. Zo nee, dan beroof ik hem. Bij een verwachte samenwerking speelt het programma de strategie Tit-for-Tat, en als hij denkt dat de ontmoeting eenmalig is, speelt hij vals.

Per ongeluk beter
Het tweede verschil tussen beide computermodellen was de puntentelling. Axelrod keek simpelweg naar de grootste winst aan het eind van de wedstrijd. Cosmides ging een stap verder: ze gebruikte die winst letterlijk als overlevingskans waarmee de spelers nakomelingen konden krijgen. Hun neiging om samen te werken of vals te spelen, gaven ze door aan hun kinderen, die daarna een compleet nieuwe wedstrijd speelden. Echte evolutie dus.
    Het team van Cosmides liet het spel tienduizend generaties lopen, wat overeenkomt met zo’n 200.000 jaar aan menselijke evolutie. Voor de computer zijn dat tienduizend wedstrijden waarop aan het eind de winst aan overlevingskansen werd uitgedeeld om nieuwe nakomelingen te maken, die dan met I veranderde eigenschappen zelf de volgende wedstrijd speelden. Het resultaat was exact zoals Cosmides hoopte. In het begin zijn veel programma’s egoïstisch; ze spelen vals als ze een vreemde speler tegenkomen omdat ze denken dat deze ontmoeting eenmalig is. Maar de paar spelers die per ongeluk denken dat de ontmoeting niet eenmalig is - ook al was dat vaak wel zo - doen het op termijn toch beter. Voor de paar keer dat ze een samenwerking verwachten en dit ook zo blijkt te zijn, worden ze stevig beloond. Net als de samenwerkende programmas in Axelrods wedstrijd speelden ze dan allebei eindeloos Tit-for-Tat. Dat tikt flink aan: het levert uiteindelijk meer op dan één keer vals spelen.
    Het resultaat was dat vriendelijke programma's aan het eind van elke wedstrijd meer nakomelingen kregen dan valsspelers. Omdat ze aardig waren, zelfs voor vreemden. Cosmides: “De omstandigheden waarin samenwerking kan evolueren, zijn dus ook geschikt om vriendelijkheid tegenover wildvreemden te laten evolueren."

Typisch menselijk
Matthijs van Veelen, theoretisch bioloog en expert op het gebied van altruïsme en samenwerking, vindt het werk van Cosmides een ‘heel leuke vondst'. Hij voegt eraan toe: "Het idee is niet heel complex, maar soms zijn het juist simpele ideeën die een goed antwoord geven.”
    Als vriendelijkheid evolutionair voordeel oplevert, waarom zien we dan geen altruïsme bij dieren? "Ons model werkt vooral goed wanneer de beloning extra hoog is voor die paar keer dat een eenmalige ontmoeting toch een samenwerking blijkt te zijn. En dat is typisch iets voor mensen”, antwoordt Cosmides’ collega Max Krasnow "Samenwerking tussen individuen levert zelden zoveel op als bij mensen. In tegenstelling tot chimpansees zijn mensen sterk in specialiseren. Je kunt goederen leveren waar anderen interesse in hebben, en daar iets unieks voor terugkrijgen."
    Van Veelen denkt niet dat Cosmides en Krasnow nu het volledige mysterie van altruïsme hebben opgehelderd. "Een belangrijk deel is ook reputatie", vertelt de wetenschapper. "Als je iemand op de savanne tegenkomt en hem of haar slecht behandelt, heb je kans dat anderen dat te weten komen. Als die jou daarop vijandig tegemoet treden, komt je slechte gedrag als een boemerang bij je terug." Het belang van reputatie blijkt uit psychologisch onderzoek. Proefpersonen die eenmalige geldspellen spelen, geven vaker geld weg als er een zwijgende onder- zoeker in de kamer staat. Gelddonaties in de koffiehoek stijgen flink als er een foto van twee ogen hangt. Wie zich bekeken voelt, werkt hard aan zijn imago.
    Cosmides en Krasnow vermoeden dat als ze reputatie in hun computermodel hadden gebouwd, de evolutie van vriendelijkheid tijdens eenmalige ontmoetingen nóg sneller was verlopen, maar vinden het geen gemis. “Ons model laat juist zien dat vriendelijkheid tegenover vreemdelingen al kan evolueren zonder de invloed van reputatie", schrijven ze.
    Kortom: waarom zou je een wildvreemde met autopech helpen? Het is goed voor je imago en wie weet blijkt hij of zij later in je leven heel belangrijk om mee samen te werken. Het zou zomaar je nieuwe baas, · partner, tandarts of survival-gids kunnen zijn.


Ronald Veldhuizen is bioloog. Voor dit artikel sprak hij met theoretisch bioloog dr. Matthijs van Veelen (Universiteit van Amsterdam) en evolutionair psycholoog dr. Max Krasnow (Universiteit
van Californië). Verder raadpleegde hij de volgende literatuur:
- Andrew Delton e.a.: Evolution of direct reciprocity under uncertainty can explain human generosity in one-shot encounters | PNAS (9 augustus 200l)
- Melissa Bateson e.a.: Cues of being watched enhance cooperation in a real-world setting | Biology Letters (27 juni 2006)
- Joseph Henrich e.a.: ”Economic man" in cross-cultural perspective. Behavorial experirnents in 75 small scale societies | Behavioral and Brain Sciences (25 september 2005)
- Robert Axelrod e.a.: The Evolution of cooperation | Science (27 maart l98l)
- Richard Dawkins: The selfish gene | Oxford University Press (2006)

 

JE LIJKT MIJ WEL Eén reden waarom altruïsme heeft kunnen evolueren, zou de zogenoemde verwantschapsselectie kunnen zijn. Die houdt in datje als mens bereid bent om voor familieleden veel, zo niet alles op het spel te zetten. Je helpt dan indirect je eigen genen, want die zitten immers ook in hen. Sommige . biologen denken dat dit tot een brein leidt dat automatisch vriendelijk wil zijn. Ander onderzoek zoekt de oorzaak voor altrui'sme niet zozeer in familiebariclen, maar in verwantschap: hoe meer mensen opjou lijken, hoe aardiger je voor hen zult zijn.

Naar Westerse organisatie, Afrikaanse leiders , Westerse organisatie , Sociologie
lijst
, Sociologie overzicht , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]