De Volkskrant, 06-07-2013, door Asha ten Broeke 1 aug.2013

Nederlanders zijn gelukkig vol vertrouwen

Denen, Zwitsers en Nederlanders hebben meer vertrouwen in vreemden dan Turken, Grieken of Zuid-Afrikanen.

Eigenlijk is het een klein wonder dat de meeste mensen elke dag weer een treinkaartje kopen. Natuurlijk, wie dat niet doet riskeert een boete. Maar een beetje homo economicus heeft al gauw uitgerekend dat het qua pakkans en bespaarde ritprijzen op veel trajecten voordeliger is om kaartjesloos te treinen. Dus waarom rijden we niet massaal zwart?

Volgens psychologen Daniel Balliet en Paul van Lange van de Vrije Universiteit is het antwoord: vertrouwen. Om precies te zijn: juist in een samenleving waarin het gebruikelijk is dat vreemden vertrouwen hebben in elkaar, werken straffen zoals een zwartrijdersboete heel goed.

Nederland heeft zo'n vertrouwenscultuur, net als bijvoorbeeld Denemarken en Zwitserland, blijkt uit internationaal vragenlijstonderzoek. In landen als Griekenland of Turkije is het onderlinge vertrouwen juist laag, en daar werkt straf dan weer niet zo best. Van Lange en Balliet publiceren deze conclusies deze maand in het vakblad Perspectives on Psychological Science, in een meta-analyse waar 83 studies uit achttien landen de revue passeren.

De reden dat straf zo goed werkt in een vertrouwenscultuur heeft volgens Van Lange te maken met het emotionele effect. 'Wanneer je dreigt de norm te schenden, dus wanneer je gaat zwartrijden of iets dergelijks, krijg je last van schuldgevoel.' Niet het geld maar het gevoel dat mensen je zullen afkeuren is wat de homo economicus in de gemiddelde Nederlandse treinreiziger toch even langs de kaartautomaat stuurt.

Hoogleraar sociale psychologie Kees van den Bos van de Universiteit Utrecht, niet betrokken bij de meta-analyse, ziet wel wat in deze verklaring. 'Mensen zijn van nature op samenwerking gericht. Bovendien hebben we normen: openbaar vervoer is belangrijk, daar dien je netjes voor te betalen. Wie zijn kont tegen de krib wil gooien door als enige geen kaartje te hebben moet zowel tegen die natuur als tegen die normen ingaan. En dat kost veel energie.'

Het bijzondere aan de 83 studies die Balliet en Van Lange analyseerden is dat de vertrouwenscultuur in het groot werd gereflecteerd door iets heel kleins: hoe vier mensen een onderhandelingsspel spelen. Tijdens dit spel komt een clubje van vier studenten bij elkaar en speelt twaalf ronden lang een zogenaamd public goods dilemma. Twintig euro krijgen ze, en elke ronde mogen ze opnieuw kiezen welk deel ze in een soort publiek fonds stoppen en welk deel ze voor zichzelf houden. Voor elke euro die in dat fonds terecht komt, krijgt elke speler 40 cent uitgekeerd. Zou iedereen al zijn geld in het fonds stoppen, dan zou elke speler dus met 32 euro naar huis gaan - dikke winst. De enige manier om zelf nog meer winst te maken, is door 'zwart te rijden'. Als enige besluit je dan om al je geld te houden maar wel mee te cashen wanneer de grote pot wordt verdeeld (in het gunstigste geval verdien je dan 44 euro).

Maar hier krijgt het spel een wending. Want voordat het gemeenschapsgeld wordt uitgekeerd en de volgende ronde begint, krijgen spelers de optie om een straf uit te delen. Ze kunnen n euro betalen om een andere speler drie euro minder winst te laten betalen. De zwartrijder kan dus beboet worden. Het idee is dat hij hiervan een lesje leert, en de volgende ronde net zo royaal als de rest meedokt aan het publieke fonds. En dt, zo stelden Balliet en Van Lange vast, gebeurt nu juist in landen waar men elkaar over het algemeen goed vertrouwt. In landen waar dat niet zo is, trekken mensen zich veel minder aan van straf.

Het vertrouwen in de medemens of het gebrek daaraan zegt iets over het vertrouwen in instanties. Dat is ook logisch, zegt Van den Bos, want die instanties zelf zijn te groot en abstract om over na te denken. Dus reduceren mensen automatisch 'de rechtspraak' tot de rechter voor hun neus. En het idee bij 'de Europese Unie' wordt meer ingevuld door Neelie Kroes bij De Wereld Draait Door dan door het werkelijke instituut.

In een pilotstudie die Van den Bos hield in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken maakte de overheid daarvan handig gebruik. Mensen die een schutting of dakkapel willen plaatsen en daar van de gemeente geen toestemming voor krijgen, ontvangen nu een vaak nogal nijdig makende brief vol juridische taal. In de pilotstudie ging dat anders. Een ambtenaar belde de verbouwer in spe op om er nog eens rustig over te praten. Dat werkte: zelfs wanneer de dakkapelliefhebber na dat gesprek qua vergunning zijn zin niet had gekregen, was hij positiever over de overheid.

Van Lange benadrukt dat zonder zulk vertrouwen een samenleving niet lekker kan draaien. 'Wat water en eten is voor een mens, is vertrouwen voor relaties.' Misschien dat het samenspel van vertrouwen, straf en samenwerking verklaart waarom sommige landen falen, oppert hij, terwijl andere landen op weg lijken naar graziger politiek-economische weiden.





Naar Westerse cultuur, vertrouwen , Westerse organisatie , Sociologie lijst , Sociologie overzicht , of site home .