Volkskrant, 27-05-2006, .2006

Voor een diplomaat vrij ondiplomatiek
PORTRET, Door Michael Persson op 08 december '09, 00:00, bijgewerkt 8 december 2009 13:13

Zelf zegt hij dat hij in Kopenhagen de broodjes rondbrengt, maar in werkelijkheid is Yvo de Boer als ‘executive secretary’ van het VN-klimaatbureau veeleer de spil van de onderhandelingen.

Ineens zag Yvo de Boer in dat het hopeloos was. Het was 1979 en hij liep stage bij de reclassering in Leiden. Maar toen hij hoorde dat meer dan 90 procent van zijn cliënten weer achter de tralies belandde, had hij er geen zin meer in. Idealisme is leuk, maar het moet wel realistisch blijven. ‘Ik dacht: ga ik me veertig jaar lang inzetten met minder dan 10 procent resultaat?’, zei hij twee jaar geleden in een interview met Volkskrant Banen. ‘Nee dus.’

Voor Yvo de Boer moest er een grotere kans zijn op succes.

Nu, dertig jaar na die stage in Leiden, is hij degene die de klimaatonderhandelingen in Kopenhagen in goede banen moet leiden. Namens de UNFCCC, het in Bonn gevestigde klimaatbureau van de Verenigde Naties, organiseert hij met zijn secretariaat van 350 man het hele proces dat tot een wereldomspannend verdrag moet leiden. Na drie jaar voorbereidingen moet dit zijn finest hour worden, de komende twee weken.

Heeft hij nu een grotere kans van slagen?

‘Hij doet alleen dingen waar hij perspectief in ziet’, zegt Jos Cozijnsen, een adviseur in CO2-handel, die in de jaren negentig samen met De Boer op het ministerie van VROM werkte. ‘Als hij er geen heil in had gezien, was hij allang weggeweest.’

Formeel is De Boer een facilitator. Hij maakt de agenda’s, zorgt ervoor dat de conceptteksten in stapeltjes klaarliggen, maakt de schema’s voor de vergaderzalen. Zelf noemt hij zich iemand die de broodjes rondbrengt. Maar intussen is hij wel het gezicht van de klimaatonderhandelingen geworden – hij wordt vaak de klimaatchef genoemd, terwijl die leiding feitelijk bij het gastland berust, in dit geval Denemarken.

Hij is dan ook niet iemand die genoegen neemt met het rondbrengen van broodjes. ‘Er zijn twee manieren waarop je dit soort onderhandelingen kunt doen’, zegt Bert Metz – een andere Nederlandse klimaatveteraan, met wie De Boer in de jaren negentig bij VROM de afdeling Klimaatbeleid op poten zette. ‘Je kunt het meer zoeken in de interne processen, zoals zijn voorgangster deed. Dan moet het echt allemaal via de wandelgangen. Of je kunt proberen via de buitenwacht iets te bereiken. De Boer is echt iemand van de publieke weg, die de pers opzoekt. Zo probeert hij druk te zetten op de onderhandelingen.’

Cozijnsen: ‘Je kunt zeggen: ik ben simpelweg een uitvoerder, en moet gewoon de zaaltjes regelen, maar Yvo vond dat niet genoeg. Hij heeft aangevoeld dat er meer nodig is om mensen warm te krijgen. Minister Pronk zei, na de mislukte klimaatconferentie in Den Haag in 2000, dat de VN niet geschikt zijn om het klimaatprobleem aan te pakken. Dat heeft Yvo zich ter harte genomen, die is het VN-systeem gaan aanpassen – hij is actiever, en legt de vinger op zere plekken. Voor een diplomaat is hij tamelijk ondiplomatiek.’

Dat wordt hem niet altijd in dank afgenomen door de onderhandelende landen, zegt Metz. ‘Hij zoekt vaak de confrontatie, wil de dingen scherp stellen. Klassieke diplomaten snappen dat soms niet.’

De Boer werd in 1954 geboren als zoon van de Nederlandse ambassadeur in Wenen en een dame van Oostenrijkse adel. Hij groeide op in Hongkong, Kenia, Tanzania, Oeganda, Ethiopië en Egypte, en belandde op zijn 14de op een Engelse kostschool. Zo werd hij de man die hij is: een perfect Engels, Duits, Frans en Swahili sprekende Nederlander, met een droge humor die soms overgaat in bijtend sarcasme.

Op zijn 21ste belandde de ambassadeurszoon in Nederland, op de sociale academie in Den Haag. Dus niet een studie rechten of internationale betrekkingen in Leiden, met een voor hand liggend lidmaatschap van het corps – de logische opstap voor een carrière in de voetsporen van zijn vader. Nee: de sociale academie in Den Haag, een links bolwerk dat opleidde tot maatschappelijk en cultureel werk. ‘Omdat ik in Engeland op school had gezeten, kende ik het verschil niet tussen hbo en universiteit’, zei De Boer er eerder zelf over. ‘Dit was een lekker praktische opleiding, dat beviel me prima.’

Het eerste jaar was zoals een eerste jaar hoort te zijn, zegt Arno Booy, een studiegenoot uit die tijd. ‘Een hoop lol, veel feesten, drank. Een vrijbuitersbestaan, waarvan de restanten nu nog zichtbaar zijn: De Boer drinkt nog steeds zijn whisky op zijn tijd, rookt tussen de onderhandelingen door een Marlboro bij de nooduitgang, en is altijd vaste gast bij de ngo-feesten die voorafgaan aan elke onderhandelingsronde.

Maar wat destijds ook al opviel: De Boer kon goed discussiëren. ‘Er werd heel wat afgeouwehoerd’, zegt Booy. ‘Je moest in die tijd voor van alles en nog wat met de docenten vergaderen. Yvo was daar heel goed in, maar hield er niet van eindeloos in kringetjes te blijven draaien. Die wilde spijkers met koppen slaan. Hij wist dat spel goed te spelen, en kwam vaak als winnaar uit de bus. Hij was een harde. Als hij bloed rook, kon hij iemand op een uiterst efficiënte manier in de hoek praten.’

Het was een eigengereid baasje, zegt Booy. ‘Hij was iemand die niet zomaar wijn kocht, maar iemand die Wijn kocht – en er nog verstand van had ook. Terwijl wij in deux-chevauxtjes reden, kwam hij in een oude Daimler naar school, zo’n Engelse slee. Is ’ie later in getrouwd.’

Maar De Boer was geen rijkeluiszoontje. De auto had hij zelf uit Engeland geïmporteerd, en in twee jaar eigenhandig opgeknapt. Als vrienden motorproblemen hadden, kwam De Boer langs en haalde het blok in twee uur uit elkaar. Hij bouwde zijn eigen tafels en stoelen. ‘Als je die zwaluwstaartconstructies zag, dacht je: die kan ook timmerman worden’, zegt Booy.

Hun geld verdienden ze zelf. Booy en De Boer hadden een bijbaantje als taxichauffeur. Dan reden ze ’s avonds en in de weekends in gloednieuwe rode Mercedessen van de ene seksclub naar de andere. De humor kwam in flarden, via de mobilofoon. ‘We hadden het over de diepere zaken van het leven, maar gelukkig ook ook over de oppervlakkige’, zegt Booy.

In de taxi kwam een ander talent van De Boer aan het licht: hij kon met iedereen praten. En hij leerde luisteren.

Na zijn studie belandde hij als dienstplichtig onderofficier bij de Huzaren Prins Alexander, een tankregiment. Het was een gewild baantje onder dienstplichtige afgestudeerden die wel iets met techniek hadden. Hij schopte het tot pelotonscommandant, met vier tanks onder zijn hoede.

En toen, op zijn 27ste, begon het echte leven. Hij had een waardeloze opleiding voor andere baantjes dan de reclassering, maar wel een fabuleuze talenkennis. Daarmee kwam hij binnen op de internationale afdeling van het ministerie van Volkshuisvesting, wat hem binnen een jaar weer buiten Nederland bracht. Voor de huisvestingsafdeling van de Verenigde Naties zat hij een paar jaar in Nairobi, in zijn geliefde Afrika, en twee jaar in Canada. Toen keerde hij terug naar het ministerie van VROM, eerst bij Volkshuisvesting, en vanaf 1994 bij de net opgerichte afdeling Klimaatbeleid.

Hij wist niets van het klimaat.

‘Hij kwam binnen als procesmanager’, zegt oud-collega Cozijnsen. ‘Het was een raar clubje, er waren van allerlei plekken mensen binnengehaald die iets wisten van het broeikaseffect. Yvo was de vreemde eend in de bijt. Hij had bij Volkshuisvesting een reorganisatie gedaan, en moest nu ook dit proces begeleiden. Wat nog lastig genoeg was: hij moest andere departementen overtuigen van het bestaan van het broeikaseffect. Op ministeries als Verkeer en Waterstaat of Economische Zaken dachten ze daar soms heel anders over.’

De Boer werd de man die in 1997 de Nederlandse delegatie in Kyoto mocht leiden, en sindsdien rees zijn ster. In 2006 werd hij hoofd van het UNFCCC. Van procesmanager werd hij betrokkene. ‘Hij kent nu alle kleine lettertjes van de conceptteksten’, zegt Cozijnsen. ‘Hij maakt bijna nooit inhoudelijke fouten. Daar berust zijn gezag op.’

Juist dankzij die inhoudelijke kennis kan hij direct zijn, denkt Cozijnsen. ‘Hij bedt zijn stevige uitspraken in in een redelijk verhaal. Hij zegt niet: de Amerikanen hebben het niet begrepen. Hij zegt: we hebben in Bali dit en dat afgesproken, en daar moeten ook de Amerikanen zich aan houden. Het is niet de gewone Nederlandse botheid, het ligt subtieler dan dat.’

Toch is het niet voor iedereen subtiel genoeg. Een Indiase diplomaat vindt dat De Boer lange tijd te veel op de hand van Europa is geweest. Inmiddels vinden Europese diplomaten dat hij juist hun te veel de les leest. Zo koos hij in Bangkok openlijk partij voor de ontwikkelingslanden, toen de Europese landen stelden dat ze van Kyoto af wilden om een meer omvattend verdrag te maken. ‘Je moet je oude schoenen niet weggooien voor je nieuwe hebt’, zei De Boer, met een hem typerende publieke terechtwijzing waarmee hij de onderhandelingen probeert te sturen.

Een Nederlandse betrokkene denkt dat het vooral tactiek is, dat hij zijn pijlen de laatste twee maanden vooral op Europa richt. ‘Hij weet dat de Europeanen het kunnen hebben. Door kritiek te geven op de landen die de meest ambitieuze doelstellingen hebben, hoopt hij ook de andere landen mee te slepen. Maar hij loopt op het randje, en gaat er soms overheen.’

Ook ondiplomatiek was de huilbui waarmee hij in Bali het podium verliet, na door China te zijn aangevallen over een onhandig geplande vergadering. Daar liep hij, in een kleurig Balinees shirt, ondersteund door medewerkers de zaal uit. Het was misschien vermoeidheid, maar het typeert hem ook als emotionele man, zeggen kennissen. ‘Hij is geen koele kikker, hij kan bijzonder driftig en ongeduldig worden’, zegt Arno Booy. ‘Ik zei eens tegen hem: maar wat voor auto rijd jij nou? Had hij met zijn baan toch nog een BMW. Dan kan hij echt even de pest aan je hebben.’


Terug naar   , lijst , overzicht   , of naar site home . uitleg of detail
 

[an error occurred while processing this directive]