De Volkskrant, 01-09-2010, column door Evelien Tonkens is bijzonder hoogleraar actief burgerschap. .2006

Blijf van mijn lijf, mijn sigaretje en mijn kroketje

Tussentitel: Klassenstrijd rond overgewicht gaat over betutteling en vernedering

Bijna vijf miljoen Nederlanders zijn te dik. Dat zijn vooral laagopgeleide mensen. Er zijn de afgelopen jaren zeker 300 projecten en campagnes tegen dikte gelanceerd (Binnenland, 25 augustus) die steevast zijn gericht op gedragsbeïnvloeding.

De impliciete boodschap van veel beleid is dat lageropgeleiden zich verkeerd gedragen door gebrek aan kennis of discipline. Doordat ze niet weten wat gezond eten is of het ergens wel weten, maar te weinig zelfdiscipline hebben een wortel te verkiezen boven een kroket, en de trap te nemen in plaats van de lift.

Die boodschap is vernederend, getuige het relaas van de Eindhovense mevrouw Klaver. Haar dokter zegt: ‘zorg nou eerst maar eens dat je twintig kilo afvalt. Ik zeg pardon? Zo lang als ik getrouwd ben, draag ik dit gewicht. Ja, zegt hij, dat is een hele belasting voor je heupen en knieën. Ik zeg, bekijk het eens even! Ik kan nu gaan lijnen, ik kan naar de diëtist, het werkt allemaal niet. Ik blijf gewoon zo. Het zal wel moeten, zegt de dokter, anders kan ik u niet helpen. Allebei de heupen zijn versleten en dan die drie tussenwervels.’ (uit: Lilian Linders, De betekenis van nabijheid.)

Afgelopen week bepleitte het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) om hulp bij afvallen (of stoppen met roken) voor iedereen gratis te maken. Zo vaak als nodig, want gedragsverbetering lukt vaak niet in één keer. Een pleidooi om het basispakket uit te breiden terwijl het aanstaande kabinet een miljardenbezuiniging op de zorg voorbereidt, is gedurfd. Misschien een dappere poging in dat aanstaande bezuinigingsgeweld aandacht te vragen voor preventie? Op termijn levert het geld op, betoogt het CVZ.

Maar dat is de vraag. De Gezondheidsraad waarschuwde deze week in haar advies Voor dik en dun voor de onbedoelde effecten van anti-dik campagnes: ze kunnen aanzetten tot eetstoornissen. Bovendien kunnen ze woede opwekken, getuige het relaas van mevrouw Klaver. De dokter vraagt van haar het onmogelijke. Ze kan helemaal niet zelf bepalen hoe haar lichaam er uitziet: lijnen helpt niet. Ze heeft haar lichaam niet in de hand. Maar het is wel háár lichaam! Ze bepaalt zelf wel wat daarmee gebeurt, daar gaat de dokter niet over.

Overgewicht is symbolisch voor de klemmende combinatie van de plicht tot autonomie en zelfcontrole versus machteloosheid. De klassenstrijd rond overgewicht gaat over betutteling, vernedering en machteloosheid. Dikke lageropgeleiden zitten er helemaal niet op te wachten dat graatmagere hoger opgeleide heren en juffrouwen hen over hun lichaam de les komen lezen.

Lageropgeleiden voelen zich al over zoveel dingen in hun leven machteloos: over de instanties die hen onbegrijpelijke formulieren sturen en om onbegrijpelijke redenen nul op het rekest geven. Veel voorzieningen zijn voor lageropgeleiden ontoegankelijk, doordat ze de wegen niet kennen, de formulieren niet goed begrijpen of doordat ze hun problemen niet op de vereiste mondige wijze kunnen verwoorden.

Maar tegelijkertijd hebben ze meegekregen dat ze zelfstandig moeten zijn en ze hun leven in de hand moeten hebben en houden. Dat vinden ze zelf ook. Maar omdat hun beleving daar niet mee klopt, maken die gezondheidsprogramma’s van betweterige wortelsapdrinkers ze woedend. Laten ze hun brutale tengels thuishouden: blijf van mijn lijf, mijn sigaretje en mijn kroketje.

Overgewicht is geen gedragsprobleem, maar een klassenprobleem. Campagnes zijn geen neutrale informatiemachines, maar moreel geladen (bevoogdende) communicaties over zelfbeheersing die vernedering en machteloze woede oproepen. Mevrouw Klaver gaat niet afvallen als er een gratis afvalprogramma wordt aangeboden. Misschien accepteert ze het aanbod, omdat het gratis is. Maar het werkt niet, want het roept woede en vernedering op.

Wie overgewicht wil bestrijden, moet de klassendimensie erkennen. Een meer sociologische benadering is daartoe nodig: welke gewoontes en instituties creëren leefstijlverschillen die voor lageropgeleiden ongezond uitvallen? En welke instituties creëren bij lageropgeleiden machteloosheid en vernedering, bijvoorbeeld doordat ze ontoegankelijk zijn? Dat moet de vraag zijn. Geen afvalprogramma’s in het basispakket, maar een fietsbonus, fruit op het werk, en toegankelijke voorzieningen die eigenmachtig maken.





Terug naar   , lijst , overzicht   , of naar site home . uitleg of detail
 

[an error occurred while processing this directive]