Volkskrant Magazine, 27-05-2006, door Karolien Knols5 jun.2006

Grof en gevoelig, cynisch en weemoedig

Tussentitels: 'Mee op café, zuipen, een grote bakkes opzetten, vechten. Dat deed zo'n
                    deugd'
                    'Ook voor schrijven heb je moed nodig. ik heb honger gehad, maar ik heb
                     het gedaan'

Zijn laatste, autobiografische boek, De helaasheid der dingen, komt aan als een mokerslag. Het verhaal over zijn jeugd, zijn grootmoeder en zijn zuipende vader en nonkels is van een overrompelende triestheid en schoonheid. Hoewel de Belgische schrijver Dimitri Verhuist (33) niet verschoond is gebleven van cynisme, is hij geen zwartkijker. 'Het is niet zo dat het leven al geschreven is. Je kunt er altijd iets van maken.'

'Ja', zegt Dimitri Verhulst wanneer hij wordt gecomplimenteerd met het uitzicht vanaf zijn terras, 'mijn vriendin en ik mogen hier graag spelen dat we Hitler en Eva zijn. Dan staan we naast elkaar, aai ik een imaginaire hond, of een klein kind, en doen we of dat daar Oostenrijk is.' Maar 'dat daar' is Wallonië, en de grap is een typische Verhulst-grap. Bedoeld om te shockeren.
    Dimitri Verhulst is schrijver. Sinds zijn debuut in 1999 schreef hij zes boeken, drie toneelstukken en reportages voor de Vlaamse krant De Morgen. Alsof er iets uit moet dat te lang onder de stop heeft gezeten.
    In België wordt hij de zoon van Louis Paul Boon genoemd. In Nederland roepen ze: de nieuwe Herman Brusselmans is opgestaan. Onzin. Dimitri Verhulst schrijft als Dimitri Verhulst. Grof en gevoelig, cynisch en weemoedig. En steeds op tijd een grap die de werkelijkheid draaglijk maakt.
    Zijn eigen werkelijkheid, die in zijn laatste roman De helaasheid der dingen gefictionaliseerd is, zou voor velen ondraaglijk zijn: vader was alcoholist, moeder hield er een staf minnaars op na. Was vader bezopen, dan sloeg hij het meubilair aan stukken. Of hij bonkte op moeder. Na twaalf jaar huwelijk zette moeder vader de deur uit. Daarna ook haar zoon. Die trok in bij vader, die weer bij grootmoeder was gaan wonen. Daar woonden nog drie ooms. Ook alcoholisten. In De helaasheid der dingen beschrijft Verhulst het dan zo:
'We schaamden ons omdat we 's ochtends scharrend en krabbend in onze onderbroek de trap afdaalden. We schaamden ons omdat we voor de televisie lagen te paffen met onze zweetvoeten op tafel. We schaamden ons om de kilo's rauw gehakt die we aten voor de goedkoop en het gemak, en omdat we met onze blote hand in dat gehakt grepen en het goedje zo in onze mond staken en doorspoelden met koude koffie die ergens nog in een mok van gisteren was blijven staan. We schaamden ons om de wormen die we van het gehakt kregen en waartegen we niets ondernamen. We schaamden ons om de sletjes die mijn grootmoeder onaangekondigd aantrof bij het ontbijt en aan wie ze steeds de naam moest vragen. We schaamden ons om onze dronken gezangen, onze smerige taal, ons braaksel en de steeds frequentere bezoeken van politie en deurwaarder. We schaamden ons, en we deden er niks aan. '
    Nee, dit was geen omgeving voor een twaalfjarige, beaamt Verhulst. 'Dat mijn nonkels en mijn vader hun leven verknoeiden, was hun eigen zorg. Maar in het kielzog van hun ongeluk namen ze mij mee.'

Had iemand in huis dat door?
'Mijn grootmoeder. En op een bepaald moment zag ook mijn vader dat ik eronder leed. Ik was altijd een goede leerling geweest, en plots werd ik een probleemkind dat boule had met zijn leraren, dat werd buitengesmeten en zijn jaar over moest doen. Uiteindelijk pakte ik daar de trots van mijn vader mee. Want hoe diep hij ook was gezonken, de trots op zijn zoon was nog overeind. Hij liet zich opnemen in een afkickcentrum en besloot dat ik een jaar naar een internaat moest gaan.' .

Was dat een goede beslissing?
'Een zeer goede. Ik kwam terecht bij een hoop klootzakken van priesters, maar ik had eindelijk de ruimte om te studeren, en dat was belangrijk.'

Een internaat lijkt me niet de plaats waar een jongen uit een marginaal gezin, zoals je het zelf noemt. zich prettig voelt.
'Nee. Ik kwam in een milieu terecht waar leeftijdsgenoten de merknamen van kleren kenden, terwijl ik altijd in de afdragers van mijn neven had gelopen. In een milieu ook waar ik helemaal geen gespreksstof had. Ik vond het altijd geestig om over wielrennen te praten, maar dat was opeens gedaan. Want zij hadden het over kleren en auto's:

Heb je je aangepast?
'Dat kon niet, omdat het om oppervlakkige mensen ging. Dus ik ben mezelf gebleven en dat is voor de karakterontwikkeling heel goed geweest.'

Wel eenzaam.
'Ik ben gebaad in eenzaamheid:

Hoe verging het je vader dat jaar dat jij weg was?
'Die kreeg van die kuren dat hij alle deuren in huis op slot deed en de gaskraan opendraaide. En als ik thuis was, werd hij ook steeds agressiever tegen mij. Ik was al vaker in elkaar geslagen of met een mes achterna gezeten, maar zijn aanvallen volgden elkaar zo snel op dat de kans groot was dat ik in de krant terecht zou komen in de kolom gezinsdrama's. Toen heb ik aan de noodrem getrokken.' .

Bij wie?
'Op het internaat kon ik een afspraak maken met de sociaal assistent. Ik heb gezegd: het gaat niet meer. En toen ben ik in een pleeggezin terechtgekomen.'

Herinner je je nog hoe je daar de eerste avond in bed lag?
Lacht: 'Met verschrikkelijk veel tandpijn. Ik had een schandalig slecht gebit omdat ik nog nooit mijn tanden had gepoetst. Als wij thuis tandpijn hadden, werd de fles porto naar boven gehaald. Dat verdoofde de pijn:

Wat voor soort mensen waren je pleegouders?
'Een arts en een advocaat, vrijmetselaars, met een groot huis, een geclimatiseerde wijnkelder, en goede manieren. Dus dat was een geweldige cultuurshock. Thuis aten we met onze handen, we scheurden het vlees van het bot en bleven daar dan nog een kwartier op kauwen. Hier moest ik met mes en vork gaan eten, en mijn ellebogen van tafel houden. Dus die mensen staken elke avond twee delen van de encyclopedie onder mijn oksels, zodat ik mijn armen tegen mijn lichaam leerde houden. En telkens als er een boek viel, had ik het slecht gedaan:

Vreemde opvatting over hoe je een kind verder helpt in het leven.
'Ze hebben het goed bedoeld, denk ik. Maar het was een misvatting om te denken dat ze me een van hen konden maken. Dat ik zou kunnen denken en handelen als zij. Het gekke is dat ze tegelijkertijd weinig geloof in me hadden. Ik wou heel graag piano leren spelen, maar ze zeiden: daar ga je het geduld niet voor hebben:

Waarom zeiden ze dat, denk je?
'Ik vergelijk het maar met hoe wij vroeger omgingen met onze kolonie. Je trekt naar Congo, je leert de mensen bidden tot een God waarin de blanke nou eenmaal gelooft, je leert ze witloof eten, je leert ze Belg te zijn, maar op het ogenblik dat het erop aankomt, dat ze Belgische rechten willen, dan zeg je: hé, jij bent een neger, wat denk je aan te vangen met die rechten? Die mechanismen heb ik gevoeld. Ik bleef toch een ander. Las ik een boek van Simone de Beauvoir, dan lachten ze me uit. Goed, het was misschien te hoog gegrepen. Maar wat dan nog? Ik wou hoogspringen, ik legde een lat en wou daarover. Dat maakt nou eenmaal deel uit van leergierigheid.'

Welk effect hadden hun pogingen om jou in het gareel te krijgen?
'Dat de liefde voor mijn vader en mijn nonkels plots weer werd gevoed. Terwijl ik er alles aan had gedaan om weg te komen. Op mijn vijftiende ging ik steeds vaker het week.
end terug. Mee op café, zuipen, een grote bakkes opzetten, vechten. Dat deed zo'n deugd. En op maandag zat ik dan weer mijn kalfszwezeriken te eten:

Werd je niet gestoord van het leven tussen twee zo totaal verschillende werelden?
'Ik heb altijd gedacht: hier moet ik tussen zien te blijven. Alsof ik op zoek was naar een wiskundige berekening waardoor ik precies in het midden zou kunnen blijven.'

Is dat gelukt?
'Ik heb in ieder geval de rijkdom gehad om lessen te trekken uit alle gezinssituaties die ik heb meegemaakt.'

Zoals?
'Dat "pluk de dag", de spreuk die in onze cultuur zo hoog wordt gehouden, een mythe is. Mijn vader en mijn nonkels plukten de dag, en dat leven ging geweldig kapot. Die hadden geen morgen. Ik heb dáár geleerd dat je verder moet kijken dan je neus lang is.
Niet alleen in je eigen leven. óók op wereldniveau. Daar wordt helemaal niet naar morgen gekeken. Morgen kan ons kloten kussen. We plukken de dag en het milieu gaat ervan kapot.'

Hij wist op zijn negende al dat hij schrijver wilde worden. 'Ik deed het gewoon heel graag. schrijven. Als ik op school een opdracht kreeg voor een opstel. kwam ik niet terug met de klassieke 32 lijntjes. maar met zeven bladzijden.' Op zijn 27ste debuteerde hij. met de verhalenbundel De kamer hiernaast. 'Daarmee werd ik ingehaald als de hoop van onze literatuur. maar blijkbaar hadden de mensen toen nog zo veel vertrouwen in de intelligentie van recensenten dat de verkoop bleef steken op 3.000 exemplaren.'

Wat voor soort schrijver wilde je worden?
'Ik keek op tegen Jeroen Brouwers. Het leek me wel iets om naast hem" te komen staan.'

Wat bewonderde je in zijn werk?
'Zijn eerlijkheid, die hem een grote authenticiteit geeft.'

Brouwers staat ook bekend om zijn zeer zwarte kijk op het leven.
'Wordt dat niet een beetje overdreven? Ik heb wel eens een avond met hem doorgebracht. en hij is zeer aangenaam gezelschap.'

Ben jij dat ook?
'Ik ben een sociale misantroop. Ik kan een bloedhekel hebben aan mensen. maar bij momenten ben ik zeer sociaal. Als het contact maar op een natuurlijke manier tot stand komt.'

Dus een gesprek als dit...
'Daar kan ik niet altijd onderuit. Je bent toch wel een vod als schrijver. je krijgt altijd brieven van mensen die op bezoek willen komen omdat ze zich te goed voelen om op een boekenbeurs aan te schuiven en je handtekening te vragen. Die willen bij jou in de zetel zitten.'

Waar plaats jij jezelf als schrijver?
'Ik hoop dat ik een tienkamper ben. Een beetje zoals Hugo Claus, dat hoop ik te kunnen waarmaken. Ik wil me niet vastpinnen op één stijl. De helaasheid der dingen, daar kan ik er zo nog een paar van kakken. Maar daar heb ik geen zin in.'

Je hebt ook toneelstukken geschreven.
Een daarvan is Aalst, gebaseerd op een waargebeurd verhaal van een vader en moeder die In 1999 hun twee kinderen vermoordden, in hotel de la Gare in Aalst.
'Heb je het gezien?'

Ik heb erover gelezen.
'Lou Reed heeft het gezien. Ik kreeg vorige week een telefoon~e; ze spelen het nu in de Verenigde Staten.'

Je had zelf zo'n kind kunnen zijn.
'Daarom vond ik het ook gerechtvaardigd dat ik er iets over zou schrijven. Dat koppel zat op een hotelkamer met de duidelijke bedoeling hun kinderen te vermoorden. Ze zijn begonnen met het jongste kind, een meisje van zeven maanden. Het jonge~e van zeven heeft daar nog een paar dagen in die kamer rondgelopen terwijl zijn zusje lag te rotten, die moet beseft hebben dat hij de volgende zou zijn.
    'Op een bepaald moment krijgen die mensen honger, en de moeder en haar zoon gaan frieten halen bij het frietkot tegenover het hotel. Dan denk je toch: dit is het moment om weg te rennen. Maar ze zijn terug naar de kamer gegaan, en dat kind heeft zich laten afslachten, zeer gewillig overigens. Hij is op de buik van zijn moeder gaan liggen, en ze hebben een schaar in zijn rug gestopt. '

Zou jij zijn weggerend?
'Ik bén weggerend. Op een van die dagen dat mijn vader weer met een broodmes achter me aan zat, ben ik weggelopen. Ik heb toen waarschijnlijk het wereldrecord op de mijl gebroken, zo hard ging ik. Ik ben naar het politiebureau gerend, maar dat was dicht, en ik ben verder blijven lopen tot ik bij een korenveld kwam waar ik me kon verstoppen.
Daar ben ik blijven zitten tot de avond viel en ik schrik kreeg. Schrik om de nacht door te brengen, gans alleen. En ik dacht: ik ga naar het frietkot. Ik ga mijn vader een pak friet met stoverij halen, want dat vindt hij lekker. En ik ben naar huis gegaan met dat pak friet, om alles goed te maken: .

Begrijp je waarom die mensen hun kinderen wilden vermoorden? En waarom je vader jou wilde vermoorden?
'Ik denk uit liefde. Omdat ze weten dat ze het verknald hebben, dat het nooit meer iets zal worden - niet alleen hun eigen leven maar ook dat van hun kinderen. Ze hebben nog als verzachtende omstandigheid willen aanvoeren dat ze allebei in een tehuis zijn opgegroeid. Toen ben ik woedend geworden. Want een tehuis biedt je de kans om een deftig leven te leiden, om alles overboord te gooien en helemaal opnieuw te beginnen. Kijk naar mij. Ik heb na mijn pleeggezin ook twee jaar in zo'n tehuis gezeten.'

Misschien heb je geluk gehad.
'Je kunt kiezen voor geluk. Wat ik niet begrijp, is die reflex van kinderen om dat hele miezerige leventje van hun ouders te kopiëren. Terwijl ze ooit die ouders zo vervloekt hebben. Ik zit daar met verstomming naar te kijken. Ook naar mijn nonkels. Mijn opa was een zuiplap die zijn kinderen sloeg. Een tiran. En ik weet van een van mijn nonkels dat hij zijn vader haatte.
Maar hij heeft hetzelfde leven.'

Hoe kun je kiezen voor geluk als je het niet weet te herkennen?
'Ik denk dat je geluk aanvoelt. Dat je daar een instinct voor hebt.'

Mensen met een ellendige jeugd worden vaak achterdochtig van geluk.
'Maar hebben die niet een gebrek aan moed? Ik heb ook een relatie gehad waarvan ik dacht: dit loopt niet lekker. Ik zat te wachten op de moed om weg te gaan, en uiteindelijk heb ik die gehad. Ook voor schrijven had ik moed nodig. Moed om te zeggen: ik stop met al die baantjes in fabrieken en ik ga schrijven. Ik heb honger gehad, en in slecht verwarmde huizen gewoond, maar ik heb het gedaan. En ik zou tegen alle kinderen in tehuizen die denken dat hun leven al verpest is, willen zeggen: het is niet zo dat het leven al geschreven is. Je kunt er altijd iets van maken:

Dus zie hoe Dimitri Verhulst leeft, in een dorp met zeshonderd inwoners, en met uitzicht op glooiende heuvels en beekjes waarin de forellen zwemmen. Hij heeft een vriendin die hij 'doodgraag ziet, die alles voor me is, en die me zeer gelukkig maakt'. Hij schrijft, elke dag, en kan leven van zijn pen. De helaasheid der dingen wordt binnenkort zelfs verfilmd.
    Als hij zin heeft in contact, loopt hij naar het dorpsplein voor een potje petanque. Of hij gaat 'op café', om te drinken, naar verhalen te luisteren, verhalen te vertellen. 'De kwaliteit van de gesprekken in een dorp', zegt hij, 'is zo veel groter dan in de stad. Zelfs de roddels zijn hier beter.' Eens per twee weken komt zijn dochter logeren, het kind dat hij maakte bij de vrouw die hij verliet. In De helaasheid der dingen schreef hij over zijn toekomstig vaderschap:
'Er was nog een waterkansje dat het kind straks dood geboren werd, of zodanig verminkt, chimerisch indien nodig, en plantaardig ter aardkloot kwam dat het niet levensvatbaar werd bevonden. Het zou mij in dat geval moeite kosten om mijn vreugde te verbergen.'
Het was een ongeluk, zegt Verhulst. Als hij de tijd kon terugdraaien: meteen.Dat hij daarmee zijn kind hetzelfde gevoel geeft als zijn eigen moeder hem gaf. namelijk ongewenst te zijn - dat moet dan maar.
    'Het verschil is: ik zorg wel beter voor mijn kind dan mijn ouders hebben gedaan.
Ik wil het beste voor haar. Ik zit niet op haar te schoppen vanuit haat. Het leven moet gekoesterd worden. Absoluut.'

Maar je kind leest later wel dat jij geen liefde voor haar voelde.
'Ik vind dat we het begrip liefde uithollen wanneer we dat met betrekking tot liefde voor kinderen gaan gebruiken. Liefde is een woord dat je gebruikt voor mensen die bewust voor elkaar gekozen hebben. Dat doe je niet voor een kind. en het kind ook niet voor jou.' .

Zijn eigen ouders zijn er niet meer. Zijn vader overleed toen hij zeventien was, zijn moeder heeft hij niet meer gezien sinds hij door haar het huis uit werd gezet. 'Ik zou niet weten waar ze woont. Het is goed mogelijk dat ik van haar dood op een dag via een rouwberichtje in de krant op de hoogte zal worden gebracht.'

En zijn nonkels? Ziet hij die nog? Voelt hij nog iets voor ze? Verwantschap? Iets van solidariteit? 'Nonkels', zegt Verhuist, 'kom ik uitsluitend nog tegen op begrafenissen, een atmosfeer waarin de ware aard van de meeste mensen verborgen blijft, het lijk buiten beschouwing gelaten.'

CV
1972 Geboren in Aalst, België 1999 Autobiografische verhalenbundel De kamer hiernaast, genomineerd voor de NRC Literair Prijs. Publiceert verhalen en gedichten 2001 Niets, niemand en redelijk stil, en Liefde, tenzij anders vermeld. Verblijft in een asielzoekerscentrum en schrijft daarover in literair tijdschrift Deus ex machina 2003 Problemski Hotel, over zijn ervaringen in het asielzoekerscentrum. Vertaald in vijf talen 2004 Dinsdagland 2006 De helaasheid der dingen. Wordt verfilmd


Terug naar   , lijst , overzicht   , of naar site home . uitleg of detail
 

[an error occurred while processing this directive]