WERELD & DENKEN
 
 

De Volkskrant, 07-07-2006, door Olaf Tempelman

Zelfs een schurk wil geen varken zijn

Schurken die politieke en economische macht hebben, zijn wereldwijd bepaald geen zeldzaam fenomeen. Ze voeren de boventoon in alle niet-democratische landen. Ook in democratieŽn kom je ze nog wel eens tegen – in democratieŽn die vroeger communistische dictaturen waren, doorgaans wat meer dan in ‘oude democratieŽn’ (hoewel daar ook).
In de ex-communistische democratieŽn was de elitevorming voor 1989 verstoord. Het was vaak een ander soort mensen dat daar de top bereikte dan in West-Europa. Hoe harder de communistische dictatuur, hoe groter het aantal schurken op topposities. En hoe harder de dictatuur, hoe groter de kans dat het machtsvacuŁm dat in 1989 ontstond, door schurken zou worden opgevuld.
    Met de talloze eminente Roemeense commentatoren die vandaag de dag onomwonden stellen dat de morele afrekening met de Ceausescu-dictatuur helaas grotendeels is mislukt, en dat veel dirty guys van toen na 1989, politiek en zakelijk, hun slag hebben kunnen slaan, ben ik het daarom wel eens. In Roemeens gezelschap spreek ik soms de troostende woorden uit dat het Bulgarije niet veel anders is. En dat het allemaal veel erger kan. Kijk maar naar Rusland, Oezbekistan, Iran, SyriŽ, Noord-Korea, Saudi-ArabiŽ, Sudan en nog heel veel andere landen waar ik niet geboren had willen worden.
    Een van de scherpste Roemeense critici van ‘schurkenpraktijken’ is de columnist Traian Ungureanu. Van hem is de uitspraak dat hooggeplaatste schurken ‘na 1989 cum laude in hun doelen zijn geslaagd’. Onlangs schreef Ungureanu een stuk waarin hij volgens mij te ver doorschoot. Hij stelde dat de succesvolle schurken thans nog maar ťťn doel rest: hun imago verbeteren, algemeen aanvaard te krijgen dat zij gťťn schurken zijn.
    Mijn eerste reactie was: hun imago interesseert ze niets, anders zouden ze zich wel anders gedragen. Ze hebben hun hoge functies, hun afgestroopte staatsbedrijven, hun miljoenen, hun Mercedessen, hun fourwheel-drives, hun naaldhak-maÓtresses, hun villa’s. Wat willen ze nog meer?
    Niet meer algemeen als schurk te boek staan, aldus Ungureanu.
    Er zijn nog steeds kritische media en non-gouvernementele organisaties die niet ophouden van ‘schurkenpraktijken’ melding te maken. In satirische weekbladen worden schurken steevast als schurken neergezet. Wat dan nog, zou je zeggen. Van zo’n arme sloeber van een cartoonist die een schurk afbeeldt als varken, gaat geen enkele bedreiging uit.
    Ik ben sindsdien attent geweest op ‘bewijsmateriaal’ voor Ungureanu’s bewering. Thans moet ik toegeven dat hij wel degelijk gelijk heeft. Hun imago interesseert veel schurken wťl. Ze proberen er in toenemende mate wat aan te doen. En daarvoor staat ze een toenemend aantal middelen ter beschikking.
    Helemaal nieuw is het fenomeen niet. Ion Iliescu, de oud-communist die in het door Ceausescu achterlaten machtvacuŁm kroop, schreef reeds in de jaren negentig boeken vol sluwe onzin over zijn machtsgreep van december 1989. Daarnaast is er al jaren sprake van verschillende, uit het oude apparaat ontsproten financieel-economische belangengroepen die kranten hebben opgeslokt en gebruiken als spreekbuis. Een gunstige bijkomstigheid is hier de onderlinge rivaliteit. Daardoor lees je in de krant van de ene groep wel kritische artikelen over coryfeeŽn van de andere.
    Er hebben zich echter de laatste jaren efficiŽntere middelen aangediend voor het opvijzelen van een imago. Alles in RoemeniŽ wordt commercieel, en commerciŽle televisie is een hit. De afgelopen jaren zijn de televisieposten die, meer dan van reclames, leven van rijke schurken die niet meer als schurken te boek willen staan, uit de grond geschoten. De schurken geven doorgaans acte de prťsence in talkshows die op prime time worden uitgezonden. Ze laten zich dan zogenaamd kritisch ondervragen door een journalist die royaal is betaald. Dat uit zich dan in openingszinnen als: ‘Men zegt dat u bij het vergaren van uw fortuin als een van de weinigen altijd respect hebt betoond voor de wet.’
    ‘Inderdaad’, zegt de schurk. ‘Respect voor de wet is voor mij altijd heilig geweest.’
    Het beruchtst is de talkshow Nasul op het kanaal B1. Nagenoeg iedere avond zit daar een schurk. Sommigen boeken de uitzending meerdere malen per maand. De presentator, Radu Moraru, heeft met deze ‘vraaggesprekken’ zoveel geld verdiend dat zijn reputatie thans nagenoeg net zo beroerd is als die van de mensen die hij ‘ondervraagt’. ‘Er zit weer iemand bij Nasul te liegen’, is een tegenwoordig veelvuldig geuit commentaar. Daardoor kan een met duizenden euro’s gearrangeerd interview toch ook weer averechts werken.
    Zo makkelijk laten mensen zich het recht een schurk ook een schurk te mogen noemen, niet afnemen.


Terug Naar Houding top V, Volkskrant , Sociologie lijst , Sociologie overzicht  , of naar site home .