WERELD & DENKEN
 
 

Bronnen bij Houding top I: ondermijning maatschappij

19 dec.2005

Onderstaand een algemene verzameling van bronnen over ondermijning van de solidariteit en het vertrouwen door misdragingen van de top - het specifieke geval van de bloeddonoren-organisatie Sanquin is verzameld elders uitleg of detail .


Uit: De Volkskrant, 18-02-2008, van correspondent Sander van Walsum

Duitse elite ondermijnt het vertrouwen in markteconomie

Uiterst links spint garen bij massale belastingfraude | Zumwinkel voedt onbehagen onder Duitse bevolking.

Oskar Lafontaine, partijvoorzitter van de post-communistische Linke, heeft donderdag een fles champagne opengetrokken, zo vermoedt de Duitse krant der Tagesspiegel. Die dag werd bekend dat Klaus Zumwinkel, toen nog bestuursvoorzitter van de Deutsche Post, was aangehouden op verdenking van belastingontduiking. Vrijdag bood hij zijn ontslag aan.
    Zumwinkel heeft de Duitse fiscus mogelijk voor ten minste 1 miljoen euro benadeeld. Ook meer dan honderd andere vermogende Duitsers, die net als hij in Liechtenstein bankierden, zullen komende week waarschijnlijk bezoek krijgen van belastinginspecteurs.   ...
    Wie naar schatting 13 miljoen euro naar een Liechtensteinse bankrekening sluist om aan de betaling van één miljoen euro aan de Duitse fiscus te ontkomen, verrijkt zich ten koste van een overheid die ook voor bijstandsmoeders en langdurig werklozen moet zorgen. Zumwinkel voedt het brede onbehagen over de sociale ontwrichting waaraan de Bondsrepubliek de laatste jaren ten prooi zou zijn gevallen.
    De Duitsers begrijpen niet dat Wendelin Wiedeking, de bestuursvoorzitter van Porsche, een jaarinkomen van 60 miljoen euro verdedigbaar acht. Ze begrijpen niet dat een kleine minderheid van vermogende tot zeer vermogende landgenoten samen 400 miljard euro (anderhalf keer de federale begroting) hebben kunnen vergaren, en dat zij dit onbevattelijke bedrag naar buitenlandse belastingparadijzen hebben gepompt.
    Zij begrijpen niet dat Zumwinkel, die zelf bijna 7.000 euro per dag verdient, de invoering van een minimumloon in de postsector (8 euro per uur in het Oosten, 9,80 euro in het Westen) als een sociale weldaad durft te verkopen.
    Ze begrijpen evenmin dat de meervoudig miljonair Zumwinkel nog eens 2,4 miljoen euro kon verdienen met de verkoop van zijn aandelen Deutsche Post – die na de invoering van het (voor zijn concurrenten te hoge) minimumloon enorm in waarde waren gestegen.
    En ze begrijpen ook niet dat Zumwinkel donderdag na betaling van een borgsom van – naar verluidt – 4 miljoen euro weer naar zijn huis in Keulen mocht terugkeren. Voor veel Duitsers – bij uitstek gehecht aan sociale gelijkheid – duidt deze vermeende voorkeursbehandeling erop dat hij er straks, bij de eventuele straftoewijzing, ook wel met de betaling van een geldboete van af zal komen.
   Lafontaine is niet te beroerd om de Duitsers in hun gevoel van sociale verongelijktheid te bevestigen. De vertegenwoordigers van de gevestigde partijen lijken Zumwinkel – die nauwe banden met de SPD onderhield – vooral dit kwalijk te nemen: hij verschaft de partijen aan de uiterst linker- en uiterst rechter zijde van het politieke spectrum argumenten. Hun gevoelens werden nog het duidelijkst vertolkt door minister van Binnenlandse Zaken Wolfgang Schäuble (CDU): ‘Deze mensen maken alles kapot. Het vertrouwen in de sociale markteconomie wordt momenteel niet zozeer door de vakbonden ondermijnd, maar door een aanzienlijk deel van de economische elite.’
    Tot voor kort gold Klaus Zumwinkel als de sociaal meest aanvaardbare representant van die elite. Hij droeg genereus bij aan het nut van het algemeen, hij voerde een betrekkelijk sobere levensstijl (hetgeen hem in eigen kring de koosnaam Boeddha opleverde), en hij was – zo leek het – een waardige representant van de ‘NV Duitsland’, de sociale belangengemeenschap van ondernemers, werknemers en politici.
    Zumwinkel heeft het vertrouwen in Duitslands ‘kapitalisme met een menselijk gezicht’ ernstig geschokt. En daarmee, aldus sommige commentatoren, ook het vertrouwen in het politiek systeem. Hoe groot de schade is, zal blijken uit het verloop van de komende cao-onderhandelingen in verschillende bedrijfstakken, en uit de uitslag van de deelstaatverkiezingen in Hamburg.


Red.:   Ook in Nederland wordt deze ondermijning van het sociale vertrouwen gevoeld:


De Volkskrant
, 23-02-2007, ingezonden brief van Mieke Koenen (Nijmegen)

14 miljoen

Hoor je het hem zeggen? ‘We zetten met zijn allen de schouders eronder om van ons bedrijf weer een goed bedrijf te maken’. En dan mag jij hard werken en krijgt hij 14 miljoen (Voorpagina, 22 februari).


Red.:   En naar aanleiding van een ander bericht:


De Volkskrant, 19-11-2007, ingezonden brief van Arjen Scholte (Assen)

Kloof

Wim Kok heeft nog steeds het visioen van de louterende arbeid (het Vervolg, 17 november). Als iedereen maar als een brave burger veel en hard werkt, dan komt alles goed.
    Helaas is de werkelijkheid complexer. De groeiende kloof tussen rijk en arm (topmanagers en arbeiders) of het verschil in prioriteit tussen economie en milieu bijvoorbeeld.
    Als Kok dat had ingezien, was hij vast niet als commissaris bij de Shell aan de slag gegaan.


Red.:   Waarmee iets bevestigd wordt dat ook zit in uitspraken van huidig PvdA-leider Wouter Bos:


Uit: De Volkskrant, 04-02-2008, van verslaggever Ron Meerhof

Bos: hoge inkomens schaden bedrijven

Bedrijven snijden zichzelf in de vingers met graaigedrag. Het vergroot de onzekerheid en irritatie bij burgers over de snelle globalisering. Die zullen zich keren tot politieke partijen op de flanken en daarvan heeft het bedrijfsleven niets te verwachten.    ...


Red.:   Oftewel: doe niet zo duidelijk en zo extreem, anders gaan de kiezers naar andere partijen. En wat Bos vindt van die partijen maakt hij ook duidelijk:

  ‘Als we de zorgen en angsten van deze mensen bagatelliseren, trekken wij allen uiteindelijk aan het kortste eind. De voedingsbodem voor protectionisme, economisch en politiek chauvinisme en anti-bedrijfslevensentimenten zullen dan groter worden.’ De partijen op de flanken varen daar wel bij, maar brengen ‘simpele, eendimensionale waarheden: alles ligt aan het grootkapitaal, de islam, de regenten....’

Nee, het ligt aan aan de arbeiders, de democratie en de gewone burgers ... Mensen waar Wouter Bos dus helemaal niets mee heeft. Kijk maar:
  ‘Dit kabinet houdt wel rekening met al die zorgen, maar laat zich er niet door leiden.’

Vertaald: "Dit kabinet zegt dat ze wat aan die zorgen doet, en gaat ondertussen in gestaag tempo door met neoliberaliseren". Kortaf: VVD, D66 en CDA: neoliberalisme vandaag, over een half jaar, en over één jaar. PvdA: neoliberalisme over twee jaar.
    Er is maar één manier om dit soort uitewassen tegen te gaan: stemmen op een echt linkse partij.
    Maar zelfs dit soort waarschuwingen is natuurlijk tegen dovemansoren - het gaat gewoon door:


Uit: De Volkskrant, 05-12-2007, van correspondent Sander van Walsum

Politici vrezen dat hoge salarissen van ondermaats presterende managers de 'sociale balans' verstoren
 
Duitse veelverdieners weer onder vuur

Steeds meer Duitse politici uiten hun zorg over de gevolgen van de exorbitante beloning van topmanagers voor de cohesie van de samenleving. In alle politieke partijen gaan stemmen op voor een beteugeling van de autonomie van het bedrijfsleven bij de vaststelling van winstuitkeringen.
    Tijdens het partijcongres van de CDU in Hannover, afgelopen maandag en dinsdag, oogstte bondskanselier Angela Merkel een ovationeel applaus toen zij haar onbegrip uitsprak over topmanagers die ondermaats presteren en toch royaal worden beloond. Zij deed een beroep op het maatschappelijk verantwoordelijkheidsgevoel van de Duitse toplieden, en waarschuwde voor een verstoring van de ‘sociale balans’.
    Eerder had bondspresident Horst Köhler zijn vrees voor een ‘vervreemding tussen het bedrijfsleven en de samenleving’ uitgesproken. Het staatshoofd herinnerde de ondernemers aan de ‘voorbeeldfunctie’ die zij per definitie vervullen en pleitte voor een herstel van de ‘cultuur van matiging’. Daarbij ziet Köhler ook een rol weggelegd voor de toezichthouders en de aandeelhouders.
    Politici van CDU en FDP brengen recente looneisen (waaronder de 31 procent extra die de treinmachinisten verlangen) in verband met de onbescheidenheid van veel Duitse bestuursvoorzitters. De Beierse minister-president Günther Beckstein (CSU) toonde begrip voor het ‘maatschappelijk onbehagen’ over de breder wordende inkomenskloof tussen de bestuurders van beursgenoteerde ondernemingen en Otto Normalverbraucher, de Duitse Jan Modaal.
    Zijn christen-democratische collega van Saarland, Peter Müller, pleitte voor fiscale maatregelen tegen zelfverrijking aan de top van het bedrijfsleven. Minister van Financiën Peer Steinbrück verweet de topmanagers zich steeds meer van de overige samenleving te isoleren. Volgens Klaus Ernst, vice-voorzitter van de Bondsdagfractie van Die Linke, moet de politiek zich ervoor beijveren dat het maximum-inkomen zich als hooguit 20 : 1 verhoudt tot het minimum-inkomen (een suggestie die de Nederlandse PvdA-politicus Joop den Uyl ruim dertig jaar geleden ook al deed).
    Het thema houdt Duitse politici, die zichzelf beschouwen als de hoeders van het sociale (‘Rijnlandse’) model, al geruime tijd bezig. Drie jaar geleden vergeleek de toenmalige SPD-voorzitter Franz Müntefering inhalige managers in het algemeen, en hedgefund-ondernemers in het bijzonder, met sprinkhanen. Aanleiding voor de opleving van het debat is de onlangs door de Financial Times Deutschland geopenbaarde vergoeding van ruim 60 miljoen euro die Porsche-chef Wendelin Wiedeking (55) vorig jaar heeft ontvangen. De overige vijf leden van de raad van bestuur streken gemiddeld ongeveer 10 miljoen euro op. ...


Uit: De Volkskrant, 08-02-2007, door Rienk van Splunder, vicevoorzitter van het CNV.

Gegraai aan top maakt herstel kapot

Rienk van Splunder wil van de SER een advies over de excessieve beloningen van topmanagers. Die zijn in strijd met een redelijke inkomensverdeling.


De inkomsten van de bestuurders van beursgenoteerde bedrijven in Nederland uit opties en geschonken aandelen zijn in een jaar tijd meer dan verdubbeld. In 2006 haalden de directeuren en de grootaandeelhouders in totaal 209 miljoen euro op met deze prestatiebeloningen, tegen 96 miljoen in 2005 (Voorpagina, 2 februari). ...
    Als we het Volkskrant-onderzoek goed lezen, dan blijkt dat topmanagers gemiddeld 533 duizend euro extra krijgen uitgekeerd, dus nog los van hun gewone salarisstijging! Dat is ruim 30 keer het minimumloon. Ook zijn de inkomsten van deze groep veel harder gestegen dan de inkomsten van werknemers. De cao-lonen (inclusief bijzondere beloningen) stegen in 2006 met ongeveer 2 procent.
    De verschillen tussen de inkomensstijgingen aan de top en die van de ‘gewone’ werknemer zijn dit jaar niet voor het eerst zo groot. Sinds het eerste Volkskrant-onderzoek in 1999 is dit jaar op jaar het geval en ondanks maatschappelijke protesten is de trend niet gekeerd.   ...
    Waarom maken we ons er dan toch weer druk over? Jaloezie is absoluut niet onze drijfveer om de jaarlijkse stijgingen aan de orde te stellen. Verschillen mogen er zijn. Waar het om gaat, zijn de enorm toegenomen verschillen in de inkomensverhoudingen in de laatste jaren.
    Hierdoor zijn twee dingen onder druk komen te staan: behoud van draagvlak voor een verantwoorde loonontwikkeling en gewoon fatsoen.
    Op dat fatsoen hebben wij als CNV in 2001 al gehamerd door te pleiten voor een ‘erecode’ voor de loonontwikkeling van topbestuurders. Ook hebben we op dat gevoel van fatsoen aangehaakt in 2005, toen er aandeelhoudersvergaderingen werden bezocht waar gestemd mocht worden over de topsalarissen.
    Maar het mocht allemaal niet baten. Inmiddels is duidelijk dat het niet meer gaat om een eenmalige explosieve stijging. Ook is duidelijk dat het niet echt helpt als je ieder jaar opnieuw je morele verontwaardiging luid kenbaar maakt, met zijn hoevelen je het daar ook over eens bent. Dat het niets verandert aan het feit dat de inkomensverhoudingen zoek zijn en al lange tijd niet meer redelijk.   ...
    Met een steeds krapper wordende arbeidsmarkt komen de gezamenlijke wensen voor een verantwoorde loonontwikkeling ook in gevaar. ‘Gewone’ werknemers zullen steeds hogere looneisen gaan stellen. Dat daar niets mis mee is, pikken ze op van het voorbeeldgedrag van de topmannen. Structureel hogere lonen op het niveau van de inkomensontwikkeling van de top vormen op middellange termijn een groot risico voor de concurrentiepositie van Nederland en dus uiteindelijk voor het aantal banen. Daarnaast leidt het ook in de ondernemingen tot onrust.
    In geval van een sociaal plan zal men voor het eigen belang gaan, ook dat is het navolgen van het voorbeeld van de topmanagers. De onderneming wordt steeds minder gezien als iets waar je een bijdrage aan levert, maar steeds meer als een plek waar je zo veel mogelijk voor jezelf vandaan moet halen.   ...
    We hebben er problemen mee dat de kabinetsvoornemens voor de marktsector beperkt blijven tot ‘het nauwlettend volgen’ van de code-Tabaksblat. Ondanks het positieve bericht dat de ondernemingsraad (bij beursgenoteerde vennootschappen) een adviesrecht op het gebied van beloningsbeleid van topbestuurders krijgt, schiet het kabinet op dit gebied tekort.
    Vandaar dat het CNV van mening is dat de Sociaal-Economische Raad (SER) serieus en concreet invulling moet gaan geven aan zijn eigen doelstellingen. Een van die doelstellingen is dat er in dit land sprake moet zijn van een redelijke inkomensverdeling. Niet alleen de huidige praktijk van de topinkomens, maar ook de totale inkomensverdeling tussen de top en het minimuminkomen staat hiermee in schril contrast.
    Als het nieuwe kabinet hierover geen adviesaanvraag indient bij de SER, zal de SER moeten laten zien dat hij het onderwerp toch serieus neemt door hierover zelfstandig een advies uit te brengen. De economische ontwikkeling en het herstel zijn te belangrijk om kapot te laten maken door slecht-voorbeeldgedrag en immoreel gegraai aan de top.


Red.:   De volgende aanleiding voor ontwikkelingen op dit punt was een klacht van een aantal topmannen over de maatschappelijke reacties op hun gegraai uitleg of detail - hier de vervolgreacties van het publiek:


De Volkskrant
, 18-05-2008, ingezonden brief van Jaco Kooijman (Westervoort)

Maandag: Topman heeft voorbeeldfunctie

Topman Van der Veer stelt dat de samenleving zich moet realiseren hoe groot Shell is en vindt het ontstellend dat er weinig begrip is voor de behoeften van een groot bedrijf (Voorpagina, 16 mei).
    Ik vind het ontstellend dat de heer Van der Veer geen verband ziet tussen exorbitante beloningen en stakend politiepersoneel en stakende buschauffeurs. Wie volgt? Topmannen moeten zich realiseren dat zij een voorbeeldfunctie vervullen en dat maatschappelijk verantwoord ondernemen meer is dan alleen maar denken aan het milieu.
Verantwoord ondernemen is meer is dan alleen maar denken aan het milieu
Wanneer zij vinden dat hun functie gelijk is aan een exorbitante beloning, dan mogen deze topmannen wat mij betreft naar het buitenland vertrekken. Er is genoeg talent in Nederland (met name vrouwen) die dezelfde functies willen vervullen tegen een maatschappelijk verantwoord inkomen.


Red.:   Deze reactie is exemplarisch, zoals lijkt uit de volgende bron:


Uit: De Volkskrant, 19-05-2008, hoofdredactioneel commentaar

Normeer afstand tussen werknemer en directeur

De feiten liegen er niet om: de kloof tussen het salaris van de topbestuurder en de gewone werknemer is de afgelopen kwart eeuw sterk verdiept, zo blijkt uit het salarisonderzoek dat de Volkskrant heeft gepubliceerd. Het wederzijdse onbegrip tussen de topbestuurder en de modale Nederlander is navenant gegroeid.
    Dat laatste bewijzen de talloze reacties die de salarisdiscussie opwekt, nu topmannen als Jeroen van der Veer (Shell), Ad Scheepbouwer (KPN) en Kees Storm
(ex-Aegon) in deze krant kanttekeningen bij de kwaliteit van het Nederlandse debat hebben geplaatst.
    De grondtoon van die reacties van gewone Nederlanders, of ze nu reageren via de site van de Volkskrant of De Telegraaf, is sterk negatief. Dat de heren door laten schemeren dat hoofdkantoren wel eens uit Nederland kunnen vertrekken als gevolg van alle salarisophef, wordt door velen als chantage uitgelegd. Het verzoek om ‘respect' wordt weggehoond; veelvuldig wordt de suggestie gedaan dat niets de topmannen ervan weerhoudt elders hun geluk te beproeven.   ...


Red.:   Nog wat oudere bronnen:


Uit: De Volkskrant, 23-11-2005, van verslaggever Olav Velthuis

'Politiek laks met herstel vertrouwen'

Wellink: onbehagen burger schaadt democratie


President Nout Wellink van De Nederlandsche Bank (DNB) luidt de noodklok over het tanende vertrouwen in de politiek. 'Als de overheid het vertrouwen niet herwint, bestaat het gevaar dat mensen het heft in eigen handen nemen', zei hij dinsdag tijdens een symposium in de Amsterdamse Rode Hoed. Het kabinet Balkenende doet volgens Wellink te weinig om het vertrouwen te herstellen.
    Uit onderzoek van DNB blijkt dat 20 procent van de burgers helemaal geen vertrouwen heeft in het parlement, en nog eens 45 procent weinig. Ook heeft nog maar 25 procent van de Nederlanders vertrouwen in het functioneren van de sociale zekerheid; in 2000 was dat nog 60 procent.
    Ondanks alle boekhoudschandalen van de afgelopen vijf jaar hebben burgers momenteel meer vertrouwen in het bedrijfsleven dan in het parlement. Ook is het vertrouwen dat Nederlanders hebben in elkaar de afgelopen kwarteeuw fors gestegen.
    Volgens Wellink is het snel tanende vertrouwen in de politiek schadelijk voor de democratie, die daardoor 'onder vuur kan komen te liggen'. Uit het DNB-onderzoek blijkt bovendien dat burgers die niet geloven in de integriteit van het parlement, ook minder ver-.
trouwen hebben in de economie.
    Nederlanders hebben nog wel veel vertrouwen in De Nederlandsche Bank en in andere financiële instellingen. Maar Wellink waarschuwt dat het afnemende vertrouwen in de politiek 'als een besmetting door de samenleving heengaat', en zo ook het geloof in DNB kan aantasten.   ...


Uit: De Volkskrant, 24-11-2005, column door Marcel van Dam

Visie en voorspelbaarheid

Er is in Nederland iets raars aan de hand. Uit onderzoek dat in veel westerse landen wordt gedaan, blijkt keer op keer dat er een samenhang bestaat tussen het vertrouwen dat mensen in elkaar hebben en het vertrouwen dat mensen hebben in de instituties van de democratie. Je zou dus verwachten dat als het vertrouwen in elkaar toeneemt, ook het vertrouwen in de politiek toeneemt. Of omgekeerd. Bij ons niet.
    In Nederland is het intermenselijk vertrouwen heel erg hoog. Dat blijkt uit een onderzoek dat De Nederlandsche Bank heeft laten doen naar 'vertrouwen' in Nederland en dat jongstleden dinsdag op een conferentie in De Rode Hoed werd gepresenteerd.
    Op de vraag 'Vindt u dat over het algemeen de meeste mensen wel te vertrouwen zijn of vindt u dat men niet voorzichtig genoeg kan zijn in de omgang met anderen'? antwoordde in de zomer van.2005 bijna 70 procent met 'ja' ;' Dat is in vergelijking met andere landen extreem hoog, ongeveer het dubbele van het gemiddelde in de EU. Nog vreemder is dat de curve van het intermenselijke vertrouwen bij ons blijft stijgen. In 1981 was het intermenselijke vertrouwen nog maar 45 procent. Dat percentage steeg tot 60 procent in het jaar 2000. In de afgelopen vijf jaar steeg het vertrouwen in elkaar verder tot 70 procent.
    Maar juist de afgelopen vijf jaar is het vertrouwen in de politiek gerelateerde instituties dramatisch gedaald. Het vertrouwen in het kabinet is lager dan ooit. Ernstiger is dat ook het vertrouwen in het parlement een dieptepunt heeft bereikt. Maar een op de drie Nederlanders heeft veel of tamelijk veel vertrouwen in het parlement. Maar liefst 20 procent heeft helemaal geen vertrouwen, Dat is vier keer zo veel als in 2000.
    Ook het vertrouwen in de sociale zekerheid is in de laatste vijf jaar ingestort. Dat cijfer is gedaald van 60 procent in 2000 naar 25 procent dit jaar.
    Hoe is de discrepantie tussen het stijgende vertrouwen in elkaar en het dalende vertrouwen in de politiek te verklaren, Politici zijn toch ook mensen?
    Vertrouwen is afhankelijk van een aantal factoren. Daarbij spelen reputatie, prestaties in het verleden en voorspelbaarheid een grote rol. En niet te vergeten wederkerigheid. Wie goed doet, goed ontmoet, zegt het spreekwoord, In Amerika kennen ze de uitdrukking: 'Je moet eerst naar hun begrafenis als je wilt dat ze naar die van jou komen.' .
    Gedrag van mensen is vertrouwenwekkend als het voorspelbaar is, Als je iets koopt, vertrouwt de leverancier erop dat je betaalt. En als je hebt betaald, reken je erop dat er wordt geleverd. Als dat niet het geval is, kom je op een zwarte lijst van mensen die niet te vertrouwen zijn.
    Ik vrees dat politici bij veel mensen op de zwarte lijst zijn terechtgekomen. Steeds minder mensen geloven dat politici leveren wat ze beloven, Sterker nog: zij hebben verscheidene keren betaald zonder dat er werd geleverd, Als je twintig jaar WAO-premie hebt betaald en plotseling worden je aanspraken nietig verklaard, ervaren mensen dat als bedrog.
Kortgeleden bleek uit een enquête dat de meerderheid van de werkende bevolking er niet meer op rekent AOW te krijgen. Terwijl geen enkele politieke partij plannen heeft de AOW af te schaffen. Zo groot is het wantrouwen dus geworden.
    Daar komt bij dat de ingrepen in de sociale zekerheid aan de man worden gebracht met dreigementen. De boze buitenwereld, van de VS tot en met China, zal ons aan de bedelstaf brengen als we niet akkoord gaan met de bezuinigingen. Paul Scheffer, die op de conferentie van De Nederlandsche Bank het woord voerde, wees er terecht op dat dreigementen geen draagvlak creëren. Dat kan alleen als de herijking van de sociale zekerheid de mensen niet het gevoel geeft dat ze de macht over hun leven kwijtraken, maar juist meer greep op hun leven krijgen.   ...


Uit: De Volkskrant, 24-11-2005, hoofdredactioneel commentaar

Meer zelfvertrouwen

Wantrouwen is besmettelijk, constateerde Nout Wellink, president van De Nederlandsche Bank. Wellink presenteerde dinsdag een onderzoek waaruit blijkt dat het gedaalde vertrouwen van burgers in instellingen en in de bestuurlijke elite zijn weerslag heeft op de economie. Het gebrek aan vertrouwen van de consument staat niet los van het wantrouwen in de politiek.
    Het onderzoek van DNB en de Universiteit van Tilburg constateert een trendbreuk rond 2001, het jaar van de terreuraanslagen in New York en de opkomst van Firn Fortuyn in Nederland. Zo blijkt nu nog maar één op de drie Nederlanders tamelijk tot veel vertrouwen te hebben in het parlement. Eén op de vijf heeft helemaal geen vertrouwen in het parlement, dat is vier keer zoveel als in 2000.
    Het percentage ondervraagden dat zegt heel veel of tamelijk veel vertrouwen te hebben in de sociale zekerheid nam af van 60 procent in 2000 tot 25 procent in 2005. Ook het vertrouwen in de Europese Unie is gekelderd. Minder dan 30 procent van de Nederlandse bevolking heeft anno 2005 vertrouwen in Europa.   ...
    Hoewel Wellink geen ongelijk heeft met zijn pleidooi voor een voorspelbaar en trendmatig beleid, is de vertrouwensbreuk daarmee nog onvoldoende verklaard. Afgelopen zaterdag spraken in de Volkskrant betrokkenen hun bezorgdheid uit over de 'politieke zelfkastijding' in Den Haag. De Amsterdamse hoogleraar Paul Scheffer wees bij de presentatie van het DNB-onderzoek eveneens op het gebrek aan zelfbewustzijn van de politieke en bestuurlijke elites, wat zich uit in het naar de mond praten van de morrende bevolking. Als dragers van de representatieve democratie past het niet te klagen over het 'Haagse gedoe'. Ook het uitleggen van de rode loper voor een man als Peter R. de Vries, die politici omschrijft als wereldvreemde pennenlikkers die niet crisisbestendig zijn, ondermijnt het vertrouwen . van de kiezer in de volksvertegenwoordiging.
    Scheffer stelde terecht dat de vrijheid van de politiek om te handelen veel groter is dan politici zelf geloven. Door het aanroepen van 'de globalisering' of andere niet te beïnvloeden factoren van buiten, schept de politiek een klimaat van 'slikken of stikken', dat het wantrouwen uiteindelijk alleen maar versterkt. Herstel van vertrouwen in de politiek begint dus met herstel van het zelfvertrouwen van de politici.


Uit: De Volkskrant, 28-11-2005, column door Arie Elshout

De grootste oplichtingsoperatie van deze nog jonge eeuw

President Nout Wellink van De Nederlandsche Bank luidt de noodklok over het tanende vertrouwen in de politiek. Eerste gedachte bij het lezen van dit nieuws: hier probeert een betrapte zakkenroller te ontkomen door het de vinger naar nietsvermoedende omstanders te wijzen en heel hard 'houdt de dief!' te roepen. Want, mijnheer de bankpresident, wat heeft u zelf gedaan om 'de burgers te beschermen tegen de uitwassen waarmee de invoering van de euro gepaard is gegaan?
     Als je iets langer nadenkt, weet je dat Wellink geen gauwdief is en dat andersom de door hem nagewezen politici niet zo onschuldig zijn als ze zich voordoen.
    Maar ook als je genuanceerd tegen de zaak aankijkt, is het duidelijk dat Wellink zich iets te snel uit de voeten probeert te maken. Als het gaat om het vertrouwen van het publiek in de politiek, kun je niet om het euro-dossier been. Daarop staan vele vingerafdrukken, van politici en van de monetaire autoriteiten.
    Wellink zwaaide vorige week met cijfers waaruit bleek dat de Nederlanders nog wel veel fiducie hebben in De Nederlandsche Bank. Hoog tijd, denk je dan, om in herinnering te roepen hoe het gegaan is met de introductie van de Europese munt. Een schoolvoorbeeld van een Europees project, met alle gebreken van dien: ontstaan in de bovenkamers van de politici, vervolgens verheven tot een technische operatie, maar nooit goed onderzocht op de gevolgen voor de bevolking.
    Politiek viel en valt er alles te zeggen voor de invoering van de euro. Door zijn bereidheid de machtige D-mark in te ruilen voor de eenheidsmunt liet de Duitse kanselier Helmut Kohl argwanende buurlanden zien dat hij serieus van plan was het pas verenigde Duitsland een stevige Europese inbedding te geven. Ook de omschakeling van de nationale munten naar de de euro in januari 2002 verliep vlekkeloos. Maar aan dat alles had de consument geen boodschap. Die merkte al meteen dat hij in cafés, snackbars, restaurants, hotels, cd-winkels, bloemenzaken en gemeentehuizen getild werd.
    En wat deden de autoriteiten? Van tevoren had minister Zalm van Financiën gezegd dat de invoering van de euro niet zou worden gebruikt voor een verkapte prijsverhoging. Dat gebeurde dus wel. Vervolgens hield Zalm lang vol dat het allemaal reuze meeviel. Het viel dus niet mee. De overheid had beloofd de overschakeling op de euro niet te gebruiken voor tariefsverhogingen. Dat deed ze dus wel. Tal van gemeentelijke tarieven, zoals voor parkeren, vlogen omhoog. Aarzelend gaf Zalm toe dat het prijsopdrijvend effect misschien wel onderschat was. Maar ingrijpen beschouwde hij als 'wettelijk en praktisch' niet haalbaar. Een prijzenstop was 'iets van honderd jaar geleden'.
    Samengevat was de houding van de minister er een van grootspraak, valse beloftes, ontkenning en onderschatting. Een reeks treurige kwalificaties, uitmondend in een onvervalst testimonium paupertatis: wat kon ik eraan doen?   ...
    Achteraf bevestigde Wellink dat de euro het leven duurder had gemaakt en betuigde hij spijt niet vooraf te hebben gemeld dat de prijzen zouden stijgen. 'Dan was de onrust minder groot geweest.' Ook was het verstandiger geweest, erkende hij, om voor langere tijd de prijzen zowel in guldens als in euro's te vermelden. Dat er alternatieven waren voor nietsdoen bleek in België: daar beboette het ministerie van Economische Zaken bedrijven voor verkeerd omrekenen.
    Het verweer van economen is vaak dat het met de totale inflatie wel meeviel. Maar het is onweerlegbaar dat in tal van sectoren de prijzen de pan uitrezen. Dat bepaalde het gemoed van de consument. ...
    Veel is er niet meer aan te doen. Maar als we het toch hebben over het vertrouwen in politici en andere autoriteiten, zou je wensen dat er een systematisch onderzoek komt naar het overheidsfalen bij de introductie van de euro. En dat niet omdat het zo leuk is een oude koe uit de sloot te halen, maar omdat het gaat om een fundamentele zaak: kan de burger nog rekenen op de overheid als hij benadeeld wordt door kwaadwillende marktkrachten ?
    Het wantrouwen is gezaaid en wie weet wanneer en waar dat zich zal wreken. Dit voorjaar kreeg de Europese Unie als eerste de rekening gepresenteerd, toen boze kiezers het grondwettelijk ' verdrag torpedeerden. Dat gebeurde mede als gevolg van het anti-eurosentiment.
    Niet onbegrijpelijk, want de invoering van de euro was de grootste oplichtingsoperatie van deze nog jonge eeuw. Zalm en Wellink bezondigden zich natuurlijk niet daaraan, maar ze staken ook geen vinger uit om de oplichters tegen te houden.


Red.:   In het volgende artikel is men het voorgaande al weer vergeten. Oh ja, men "wist" het ten tijde van schrijven nog niet ...:
 

Uit: De Volkskrant, 09-01-2009, boekrecensie door Anet Bleich

Nostalgie naar een tijd zonder zakkenvullers

Waarom is praktisch niemand tevreden met het regeringsbeleid, terwijl tien jaar geleden tachtig procent daarin alle vertrouwen had? Abram de Swaan, Piet de Rooy, Hans Achterhuis denken erover na.

‘Vertrouwen’ is een lastig te vatten begrip. Vast staat alleen: het is er of het is er niet. Vertrouwen in het geldverkeer, bijvoorbeeld. Dat, schrijft Abram de Swaan in zijn essay De samenleving als spiegelzaal ‘blijft mogelijk zolang de meeste mensen een verfrommeld briefje of een paar cijfers op hun internetrekening accepteren in de stellige verwachting dat anderen dat geld weer zullen aannemen in ruil voor bruikbare goederen en diensten’. Op dit elementaire niveau bestaat dat vertrouwen nog steeds. Maar de laatste paar maanden is het wel ernstig aangetast door het (bijna) omvallen van een paar grote banken.
    De kredietcrisis kwam kennelijk te laat om de haar toekomende plaats te kunnen krijgen in de essaybundel De vertrouwenscrisis – Over het krakend fundament van de samenleving. Jammer, want dat zou een mooie aanvulling geweest zijn op de reeks interessante artikelen die de samenstellers, Simon Knepper en Johan Kortenray, bijeen hebben gebracht. Nu komt vooral het wankelend vertrouwen in overheid en politiek en in het publieke domein aan de orde.
    Dat die vertrouwenscrisis reëel en ernstig is, maar tevens niet eenvoudig te verklaren, komt overtuigend naar voren uit een essay van Paul Schnabel Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht. Schnabel memoreert dat begin 2008 niemand zéér tevreden was over de Nederlandse overheid, en slechts 22 procent tevreden. Daarentegen was bijna 40 procent ontevreden of zeer ontevreden.
    Tien jaar eerder was dat volkomen anders. Ten tijde van het tweede ‘paarse’ kabinet-Kok was niet minder dan 80 procent van de Nederlanders tevreden met die regering en tweederde vond dat de ambtenaren hun werk goed deden. Het breukpunt ligt in het jaar 2002, het jaar van Pim Fortuyn en de moord op deze aanstormende volksleider. ...
    Historicus Piet de Rooy signaleert in Je kon je fiets gewoon buiten laten staan dezelfde paradox als Paul Schnabel. ‘Talloze Nederlanders achten hun persoonlijk leven wel in orde, maar tegelijkertijd zijn ze ervan overtuigd dat ons vaderland uit elkaar valt of anderszins ten onder gaat.’ Hij trekt een parallel met het vorige fin de siècle. ‘Rond 1900 werd het dagelijks leven voor de grote meerderheid van de bevolking alleen maar aangenamer. Tegelijkertijd stapelden de cultuurpessimistische beschouwingen zich op (...) Het paradijs was van plaats veranderd: niet langer lag het in de toekomst, maar in het verleden.’ Rond 1900 waren het de Middeleeuwen die werden geïdealiseerd, tegenwoordig zijn het de als knus en geborgen herinnerde jaren vijftig. ’   ...
    Goed, maar wat zijn de oorzaken die de plotselinge sterke daling van het vertrouwen in politiek en overheid kunnen verklaren? En is er een remedie? Aanzetten tot een verklaring passeren in diverse bijdrages de revue. De aanslagen van 11 september, de globalisering, het lang onderhuids gebleven onbehagen over de komst van vele migranten, de tekortkomingen en schaalvergroting in zorg en onderwijs, sociale versplintering en individualisering, de ‘dramademocratie’, met z’n vermenging van politiek en entertainment.
    Allemaal niet on-plausibel en nergens echt bevredigend. Een prettig dissident geluid komt van de Amerikaans/Nederlandse historicus James Kennedy, die de vraag stelt of in de Nederlandse politieke cultuur en geschiedenis traditioneel juist niet te véél waarde is gehecht aan vertrouwen. Omdat dit tot in de jaren zestig uitzonderlijk groot was, leidt de recente afname ervan – zeker geen exclusief Nederlands verschijnsel – volgens Kennedy tot extra grote verontrusting.
    Origineel is ook de poging tot verklaring van de Groningse hoogleraar Frank Ankersmit. Hij meent dat er wel degelijk sprake is van een ‘verrommeling van de staat’. De privatiseringen uit de jaren tachtig en negentig hebben geleid tot een onheldere afbakening tussen het publieke en het private domein. Ankersmit heeft het in dit verband zelfs, ietwat overdreven, over een ‘terugkeer naar het feodalisme’. Hij ziet ook een oplossing: de staat moet duidelijk aangeven of een bepaalde taak (energievoorziening, spoorwegen, de zorg) weggelegd is voor de overheid of voor de particuliere sector. Dat vereist een politiek debat en een uitspraak van de kiezer.
    Boeiend is tenslotte de analyse van Hans Achterhuis, Geen gevestigden zonder buitenstaanders. Hij combineert de door de Duitse filosoof Peter Sloterdijk gesignaleerde hedendaagse ‘schuimwereld’ waarin het ontbreken van vaste grenzen zorgt voor onzekerheid, angst en krampachtig zoeken naar identiteit met de bevindingen van de Amerikaanse politicoloog Robert Putnam. Die ontdekte tot zijn eigen schrik dat in de VS in een etnisch gemengde omgeving het vertrouwen van burgers in hun medemensen bleek te verminderen. ‘Ze trekken zich als schildpadden terug in hun privébesognes’. ...


Red.:   Men is er duidelijk niet alleen niet uit, men heeft ook geen echt idee- en zeker niet voor een oplossing.
    Dat komt vanwege het grote gebrek aan dit soort, standaard, sociologie: systematisch en rationeel denken. Als men dat wel had gedaan, hand men geweten dat datgene dat aanleiding zou kunnen zijn geweest voor helderder visies: de kredietcrisis van 2008, niet als zodanig nodig was geweest: een goede analyse had al veel eerder geleerd  van het bestaan van een verrot systeem, waarvan die crisis niets meer is dan een teken achteraf.
    Volgende concrete geval:


Uit: De Volkskrant, 20-03-2009, van verslaggever Xander van Uffelen

Personeel Shell boos op bonus 15 duizend managers

Centrale ondernemingsraad is verbolgen omdat doelen niet behaald zijn.

De ondernemingsraad van Shell in Nederland is woedend over aandelenbonussen voor topmanagers, terwijl ze daar in feite geen recht op hebben. In totaal krijgen ongeveer 15 duizend managers binnen Shell deze bonus uitgekeerd.
    De aandelenbonussen – die voor Shell-topman Van der Veer bedraagt 1,4 miljoen euro – hadden pas uitgekeerd mogen worden als het bedrijf in een rijtje van vijf oliebedrijven in de top-3 zou eindigen. Shell eindigde slechts op de vierde plek. ... De centrale ondernemingsraad vindt het echter onbegrijpelijk dat de bonus stijgt, terwijl ‘de tevoren afgesproken doelstellingen niet zijn gehaald’.
    De aandelenbonus steekt omdat het loon van achtduizend werknemers op het hoofdkantoor en enkele andere kantoren in 2009 is bevroren. ...


Red.:   En van de beste manieren om het vertrouwen te ondermijnen blijft natuurlijk om op jezelf niet van toepassing verklaren wat je anderen wilt opleggen:


Uit: De Volkskrant, 19-01-2010, van verslaggeefsters Mirjam Schöttelndreier en Sara De Sloover

Werkgever wil zelf niet tot 67

Werkgever wil zelf gemiddeld op 63 jaar met pensioen | Langer doorwerkend personeel hoeft ook niet zo nodig.

Werkgevers vinden doorwerken tot 67 in principe een goed idee. Maar niet voor zichzelf. Uit een nog ongepubliceerd onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) onder ruim duizend werkgevers blijkt dat een werkgever gemiddeld op zijn 63ste wil stoppen. Een enkeling wil nog wat langer door, maar slechts 10 procent wil ook na zijn 65ste nog in touw zijn. Langer doorwerken is een nobel streven – maar wel voor anderen.   ...


Red.:   Ook de Volkskrant wordt steeds dringender van toon in haar commentaar:


Uit: De Volkskrant, 17-05-2010, hoofdredactioneel commentaar

Beladen staking

Het is te hopen dat langdurige stakingen van vuilnisophalers geen deel gaan uitmaken van de cao-folklore. Burgers in met name Amsterdam en Utrecht zijn buiten hun schuld deelgenoot geworden van een slepend arbeidsconflict tussen AbvaKabo FNV en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. ...
    Het stakingswapen is echter niet lichtvaardig ingezet. Na negen maanden vruchteloos onderhandelen was het de enige manier waarop de gemeenteambtenaren nog uiting konden geven aan hun onvrede over de zich verdiepende inkomenskloof tussen leidinggevenden en lager personeel in de publieke sector.
    Die ontwikkeling staat niet op zichzelf. Zoals ook blijkt uit de talrijke reacties van twitteraars op het zaterdag bereikte loonakkoord, vertolkten de stakende vuilnisophalers de frustratie in brede lagen van de bevolking over de excessieve salarissen die in het bedrijfsleven gemeengoed zijn geworden. Onder invloed van die ogenschijnlijk oncontroleerbare beweging is Nederland ver verwijderd geraakt van de vroegere consensus over sociale rechtvaardigheid.
    Te vrezen valt dat de bitterheid over de ongelijkmatige verdeling van de collectieve welvaart die zich in economisch goede tijden heeft opgehoopt, zich in slechte tijden zal gaan manifesteren. Dat valt niet primair de bonden te verwijten, of de overheden die aan de veelal legitieme looneisen niet tegemoet kunnen komen, maar de managers voor wie het volkomen vanzelfsprekend is geworden dat ze tien keer modaal verdienen. Een beloningsstructuur die niet meer uit te leggen is, roept op een zeker moment zijn eigen tegenkrachten op. De stakingen van de laatste maanden zijn als een uiting daarvan te zien.


Red.:   Een van de deelnemers zegt het nog dudielijker:


Uit: De Volkskrant, 18-05-2010, ingezonden brief van Patrick Rettenmaier (Utrecht)

Staking

Ik ben sinds zeventien jaar vuilnisman in Utrecht. Voor de motieven achter de staking is het goed naar het grote plaatje te kijken. Het was ons er niet om te doen er in loon op vooruit te gaan - in een tijd waarin de meeste mensen de broekriem moeten aanhalen.
    Wat meespeelde, maar op zich nog niet tot een staking had geleid, was dat burgemeesters en wethouders zelf een loonsverhoging pakken van 6 procent en er vervolgens op stonden dat het loon van hun personeel niet zou stijgen vanwege de economische crisis.
    Strijdpunt is de verdeling van de rekening van de kredietcrisis. Die werd grotendeels naar beneden doorgeschoven. Dit betekent dat de gewone mensen zouden moeten opdraaien voor de gokschulden van de banksector. Dat zien de meeste vuilnismannen niet zitten en ik verbaas me eigenlijk over de gelatenheid waarmee de meeste mensen dat tot nu toe wel lijken te aanvaarden.
    Nu de economische groei in de wereld tegen natuurlijke grenzen dreigt aan te lopen, begint dit systeem te wankelen. Zonder grondige hervormingen in de banksector zou ik daarom iedereen aanraden de rekening voor de crisis te weigeren, zoals de vuilnismannen nu ook doen.
    Of de staking gerechtvaardigd was, laat ik maar even in het midden. Een meerderheid van ons was voor, dus dan ben ik solidair.


Red.:   Nog een teken van groeiende reactie op het schenden van vertrouwen in de top:


Uit: De Volkskrant, 21-05-2010, van verslaggever Elsbeth Stoker

Omringd met Kloofdichters

Edith Snoey is herkozen als AbvaKabo-voorzitter, maar makkelijk zal ze het niet krijgen, met flink wat tegenstanders in het bestuur.

... Edith Snoey ... Na twee spannende dagen op het bondscongres heeft zojuist een ruime meerderheid van de AbvaKabo-leden haar het vertrouwen gegeven om nogmaals voor vier jaar voorzitter te zijn van de grootste vakbond in de publieke sector (350 duizend leden).
    Maar nu is haar vrolijkheid ver te zoeken. Twee andere bestuursleden zijn weggestemd, onder wie haar vertrouweling. ...
    De bestuurders van AbvaKabo FNV ogen gespannen. Er is veel gebeurd de afgelopen maanden. In het voorjaar kondigde een groep ontevreden leden, ‘de Kloofdichters’, aan dat ze zich kandidaat stelden voor het bestuur. Ze beklaagden zich dat de huidige top te weinig oog zou hebben voor de leden op de werkvloer. Snoey en consorten zouden te ver zijn doorgeschoten met hun managementdenken. Ze zouden ook te weinig weerstand hebben geboden tegen de marktwerking in de zorg en de post, en onvoldoende op de bres zijn gesprongen om de sociale voorzieningen te behouden.   ...
    De klachten bevestigden het beeld dat de vakbeweging zich in een spagaat bevindt, met gematigde polderaars tegenover leden die kiezen voor hardere acties. ‘Het wordt best spannend’, zegt Evert Verhulp, hoogleraar arbeidsrecht van de Universiteit van Amsterdam, voorafgaand aan de verkiezing. ‘Als Jan Willem Dieten, de aanvoerder van de Kloofdichters, het overneemt, dan komt de nadruk meer te liggen op een ledenvereniging, in plaats van een maatschappelijke beweging. Dan zetten we een stap in de richting van een Frans systeem, waarin de bonden alleen de belangen van hun leden vertegenwoordigen en een behoudender koers varen.’
     Donderdagmiddag, 89 agendapunten en 600 amendementen later, is het eindelijk tijd voor de verkiezing. Snoey wint van Dieten, maar makkelijk zal ze het niet krijgen. De andere zetels in het dagelijks bestuur en het onbezoldigde hoofdbestuur gaan voor een groot deel naar Kloofdichters.    ...


Red.:   De "opstand" van de activisten is natuurlijk het directe gevolg van het rabiate en activistische neobiberale gedrag van de bedrijven, werkgevers, dat alle maatschappelijke vertrouwen ondermijnt.
    Deze verzameling is een tijd lang uit het zicht verdwenen. Maar de hier beschreven processen zijn natuurlijk gewoon doorgegaan. Zo is er in directe aansluiting op het laatste bericht te melden dat de "polderende" Edith Snoey in 2012 gesneuveld is als voorzitter van de AbvaKabo. Gevolgd door een nog hogere boom: FNV-voorzitter Agnes Jongerius, om precies dezelfde reden: door de veel te ver gaande wens tot "polderen" afgedwaald tot de facto verraad aan de zaak van de werknemers, de lagerbetaalden.
    Ook de uitwassen van het neoliberalisme zijn doorgegaan en gestegen. Hier het voorbeeld dat, toevalligerwijs, weer aan deze verzameling deed denken:


Uit: De Volkskrant, 01-07-2013, door Wilco Dekker

Loon topvrouw Wolters Kluwer leidt tot onrust

Bij Wolters Kluwer is onrust ontstaan over de beloning van topvrouw Nancy McKinstry. Die liep vorig jaar op naar 5,6 miljoen euro, terwijl het beursgenoteerde informatiebedrijf de vakbonden onlangs heeft laten weten dat het lopende sociaal plan voor ontslagen werknemers moet worden versoberd. FNV Kiem-bestuurder Anne Jan de Graaf noemt dat 'van de gekke'.
    Volgens De Graaf gaat het niet gebeuren dat werknemers bij een reorganisatie minder geld meekrijgen, terwijl de beloning van de bestuursvoorzitter steeds verder stijgt.
    Uit onderzoek van de Volkskrant naar de topinkomens bleek onlangs dat de beloning van McKinstry vorig jaar ruim verdubbelde. Dat kwam voor een belangrijk deel door de gestegen waarde van haar aandelenpakket. De vakbonden kregen vrijdag te horen dat als het aan Wolters Kluwer Nederland ligt het personeel dat moet vertrekken aanzienlijk minder geld meekrijgt. Het lopende sociaal plan zou te duur zijn.    ...


Red.:   Dit is natuurlijk regelrechte psychopathie.
  'De directeur personeelszaken zei ons dat de beloning van de bestuursvoorzitter los staat van het sociaal plan', zegt De Graaf. 'Maar daar zijn wij het niet mee eens. Sterker nog: met 1 miljoen euro van mevrouw McKinstry is dat hele sociaal plan betaald.'
    ... De onvrede bij Wolters Kluwer groeide vorige week door een ingezonden brief in de Volkskrant van een ontslagen werknemer. Journalist Sjors van Beek van het weekblad Binnenlands Bestuur schreef dat zes mensen - de helft van de redactie - begin 2012 moesten vertrekken omdat het blad te weinig winst maakte; geen verlies dus, maar te weinig winst.
    Volgens Van Beek zijn de afgelopen tien jaar honderden mensen op straat gezet bij Wolters Kluwer terwijl de beloning van McKinstry bleef stijgen. Hij vroeg de Amerikaanse al in 2004 in een open brief hoe ze dat 'gegraai' moreel kon verantwoorden, met een cc naar alle werknemers. Antwoord kreeg Van Beek naar eigen zeggen niet, wel een officiële berisping voor 'misbruik van het interne e-mailsysteem'.
    De brief heeft volgens FNV Kiem-bestuurder De Graaf de boosheid bij de ongeveer achthonderd werknemers in de hoofdkantoren in Alpen aan den Rijn en Deventer verder vergroot. 'De frustratie is groot', zegt De Graaf, die zich al langer ergert aan de graaicultuur onder CEO's in de uitgeverijwereld. Het overleg tussen Wolters Kluwer Nederland en de vakbonden gaat in september verder. Zolang er geen akkoord is, blijft het huidige sociaal plan van kracht. Wolters Kluwer laat weten zich 'helemaal niet te herkennen in het beeld van onrust op de werkvloer van ons bedrijfsonderdeel Wolters Kluwer Nederland.' ...

Je zou kunnen denken dat een bedrijf dat natuurlijk minstens tientallen managers kent waarvan men gewoonlijk veronderstelt dat ze enig verstand hebben, hier passend op zou reageren. Hier is die reactie:
  Het bedrijf wil verder niks zeggen zolang de onderhandelingen lopen.

Nog meer psychopathie.
    De nieuwe FNV-voorzitter is een hopelijk laatste poging om iemand met wens tot "polderen" aan het hoofd te hebben.

  FNV-voorzitter Ton Heerts waarschuwde onlangs al dat bedrijven die matiging van werknemers vragen terwijl de beloning aan de top stijgt, een groot probleem hebben.

Een volkomen inadequaat verhaal.


Naar Houding top I , Sociologie lijst  , Economie overzicht  , Sociologie overzicht  , of site home .