|
De Volkskrant, 15-04-2005, artikel van Jacob Kol, econoom verbonden aan
de Erasmus Universiteit en voormalig medewerker van Jan Tinbergen.
Topsalarissen uitvloeisel machtspositie
De Nederlandse Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen toonde het al aan: de beloning
van topmanagers staat in geen relatie tot hun productiviteit. Tegen hun
zelfverrijking is wel degelijk iets te doen: ontmantel de conglomeraten, saneer
de toplaag, zegt Jacob Kol.
Er is 'geen remedie tegen zelfverrijking' van topmanagers, stond woensdag op de
voorpagina van de Volkskrant. Het hoofdartikel is al positiever (Forum,
13 april). Genoemd wordt een voorstel van SP-voorman Jan Marijnissen voor een
'morele' koppeling tussen loonstijgingen aan de top en gewone werknemers: het
inkomen aan de top zou niet harder mogen stijgen dan op de werkvloer. Gelukkig
is een meer fundamentele aanpak mogelijk.
Het probleem van de zelfverrijking van topmanagers speelt al
veel langer en in veel meer bedrijven dan alleen Nuon en Essent. In 1997 sprak
de toenmalige premier Kok van 'exorbitante zelfverrijking' in de top van het
bedrijfsleven. Hij herhaalde dit in later jaren, maar hij wist niet wat hij
eraan kon doen.
Nu als commissaris bij grote multinationals heeft hij de
positie er iets aan te doen, maar blijkt hij wat zwak van memorie te zijn.
Premier Balkenende is ook verontwaardigd en wijst op het gebrek aan
maatschappelijke verantwoordelijkheid bij topmanagers; er is bij hen een 'moreel
tekort' als zij zichzelf bonussen toedienen, terwijl zij eisen dat de werknemers
onder
hen pas op de plaats maken. Dit is een premier die ook iets wil doen: hij laat
onderzoeken of topinkomens fiscaal kunnen worden aangepakt. Maar minister Zalm
vindt deze aanpak nogal 'moeilijk'. Wat dan wel?
Al sinds de jaren zestig wordt het inkomen van managers
onderzocht. In 1977 werd al geconstateerd dat het 'onzin' is de hoge inkomens
van topleiders te willen zien als de prijs die de markt wel moet betalen; nee,
het gaat vooral om het naar zich toe halen van inkomen vanwege een positie van
macht in de bestuurlijke hiërarchieën van grote ondernemingen.
De Nederlandse Nobelprijswinnaar Jan Tinbergen (1903-1994) heeft dit getest.
Voor een aantal westerse landen berekende hij de bijdrage van diverse
beroepsgroepen aan het nationaal inkomen. Voor lager geplaatste werkers bleek
dit positief te zijn, maar voor het management was het nihil, in vakjargon: niet
significant van nul te onderscheiden.
Daarmee is de claim van topmanagers weerlegd, dat hun inkomen
hun toekomt vanwege de markt. Er is immers geen relatie met hun productiviteit.
Het is wel degelijk zo dat zij zich hun topsalarissen toeëigenen op basis van
hun machtspositie.
Marktconform inkomen betekent inkomen gerelateerd aan
productiviteit. Dit is ook een geaccepteerd beginsel bij het bepalen van de
loonruimte voor lager personeel. Het valt niet in te zien waarom dit niet ook
zou gelden voor topmanagers, die immers ook werknemers zijn.
Hiermee ligt dan ook de bal bij de topmanagers. Laten ze maar aantonen dat hun
productiviteit hun topsalaris rechtvaardigt. Ze zullen het niet kunnen.
Men wijst erop dat de salarissen ook elders worden
getoucheerd. Inderdaad, het is elders ook niet best; het onderzoek van Tinbergen
was dan ook internationaal.
Ook alle andere smoezen om de eigen bevoorrechte positie te
rechtvaardigen - weglekken van talent, enzovoorts - zijn allang onderzocht en
naar het rijk der fabelen verwezen. Trouwens, welk talent: de toplui bij Ahold,
Shell et cetera die frauderen om er zelf beter van te worden?
De maatschappelijke schade van zulk gedrag en de
demotiverende werking op lager personeel, moeten niet worden onderschat. Het
genoemde hoofdartikel in deze krant wijst er terecht op dat bonussen in de
marktsector managers aanmoedigen op korte termijn de winsten en koersen op te
schroeven; het perspectief op de langere termijn raakt daarmee uit het zicht.
De code opgesteld door de voormalig Unilever-topman
Tabaksblat is natuurlijk een wassen neus. Zelfregulering en zelfreiniging door
een belangengroep zijn altijd dubieus.
Naast het leggen van de bewijslast voor hun productiviteit
bij de topmanagers, stelt Tinbergen een reeks van maatregelen voor om het
managersinkomen aan te pakken. Een daarvan is de ontmanteling van conglomeraten
en de bijbehorende toplaag; in kleinere eenheden wordt met meer productiviteit
gewerkt en met meer arbeidsvreugde.
Uiteindelijk stond Tinbergen een inkomensverdeling voor
ogen gebaseerd op de twee beginselen van productiviteit en rechtvaardigheid,
binnen een land en tussen landen. Er is zeker nog een lange weg te gaan, maar
met het aanpakken van zelfverrijking door topmanagers kan worden begonnen.
Naar Topinkomens, rechtvaardiging
,
Houding
top II
,
Sociologie overzicht
,
Economie overzicht
, of site home
.
|