De Volkskrant, 20-04-2015, door Renť Diekstra, ex-hoogleraar psychologie aan University College Roosevelt Middelburg 2010

Evaluatie Tuitjenhorn schiet tekort

De commissie-Bleichrodt heeft de achtergrond van de zelfdoding van huisarts Tromp niet onderzocht.

Tussentitels: Huisarts Tromp werd toegebeten 'moordverdachte' en 'een een gevaar voor al zijn patiŽnten' te zijn
Tussen de ontwrichtende gebeurtenissen in oktober en de zelfdoding bestaat een verband


Eerst een psychologisch opmerkelijk feit. De presentatie op 31 maart van het rapport van de Evaluatie-commissie Tuitjenhorn onder leiding van oud-vice-president bij de Hoge Raad Carel Bleichrodt was zonder meer raar.

In een bijzaaltje van het ministerie van Volksgezondheid werd de zaak in 28 minuten afgeraffeld, bleken de ministers hun oordeel ('geen grove fouten gemaakt') al klaar te hebben terwijl ze meestal een rapport eerst willen bestuderen, mochten journalisten hooguit een paar vragen stellen, en was geen enkel commissielid na afloop bereikbaar voor interviews. Terwijl dat bij zulke rapporten gebruikelijk is.

Ook in actualiteitenprogramma's schitterden de commissieleden door afwezigheid. Zo handel je als je eigen werk je niet lekker zit of je er zelfs voor schaamt. Voor dat laatste is genoeg reden. Het rapport is moreel en formeel ernstig onder de maat. Dat wordt al meteen duidelijk uit wat beschouwd kan worden als de voornaamste 'bevinding' van de commissie: 'Uit niets is gebleken dat het optreden van de overheidsinstanties ... tot deze uitkomst [lees zelfdoding door huisarts Nico Tromp] moest leiden'. Het is een hoogst merkwaardige conclusie. Allereerst omdat het niet de opdracht van de commissie was om uit te zoeken of het optreden van Openbaar Ministerie (OM), Inspectie Gezondheidszorg (IGZ) en Academisch Medisch Centrum (AMC) Tromps zelfdoding had veroorzaakt.

De commissie vond blijkbaar toch dat ze er niet om heen kon daarover een uitspraak te doen. Maar dat vergt dan wel dat onderzoek gedaan wordt naar een eventueel verband tussen overheidsoptreden en Tromps zelfdoding. Maar juist dat heeft de commissie flagrant nagelaten. Ze heeft er zich vanaf gemaakt door gewoon maar een standpunt in te nemen. Het standpunt namelijk dat omdat de overheidsinstanties in Tuitjenhorn binnen de grenzen van hun bevoegdheden zijn opgetreden, ze geen blaam in deze kan treffen.

Een uiterst discutabel standpunt. Immers, een instantie kan de bevoegdheid hebben iemand publiekelijk van moord te verdenken - ze blijft daarmee op dit punt binnen het kader van haar bevoegdheden - maar de publiek gemaakte verdenking kan niettemin disproportioneel zijn en derhalve ook een emotioneel disproportionele invloed op de 'verdachte' uitoefenen.


Er zijn een groot aantal aanwijzingen dat ten aanzien van Tromp zowel door het Openbaar Ministerie (OM), de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ)als het Amsterdams Medisch Centrum (AMC) op deze disproportionele wijze te werk is gegaan. Zoals er ook aanwijzingen zijn dat de commissie dit heeft proberen te verdoezelen of in ieder geval niet expliciet heeft willen vermelden. Zo geeft de commissie (op pagina 30 van haar rapport), bijna als een pleidooi ten behoeve van het OM, een opsomming van wat er in tegenstelling tot wat het publiek veelal denkt, niet is gebeurd tijdens de doorzoekingen in Tromp's huis en praktijk in de late avond van 28 augustus 2013.

Maar ze vermeldt niet wat er wel is gebeurd. Zoals dat Tromp bij die inval meteen te horen kreeg dat hij van moord werd verdacht. De commissie meldt ook niet dat de hoogleraar medische ethiek bij het AMC, toen deze het belastende verslag van de co-assistente onder ogen kreeg, meteen de conclusie trok dat hier waarschijnlijk sprake was van moord door de huisarts, wederhoor daarom niet moest plaatsvinden en de zaak meteen aan OM en/of IGZ moest worden doorgespeeld. De commissie laat ook na te vermelden dat IGZ die 'moord'-veronderstelling zonder meer overnam en, eveneens zonder Tromp te horen, de zaak aanhangig maakte bij het OM.

Vanaf het moment dat het OM bij Tromp binnenvalt, zit hij daarom, om een beeld te gebruiken, vastgenageld in het centrum van een driehoek waarin vanuit elke hoek - OM, IGZ en AMC - hem wordt toegebeten: 'moordverdachte'. Korte tijd later voegt het IGZ daar ook nog eens de kwalificatie 'gevaar voor je patiŽnten' bij. Vanaf dat moment begint een eindspel dat korte tijd later uitmondt in de dood van Tromp: 2 oktober, 3 oktober, 4 oktober, 7 oktober, 8 oktober. Op 2 oktober krijgt Tromp van IGZ het bevel zijn werk als huisarts volledig te stoppen met als argument dat hij een gevaar is voor al zijn patiŽnten.

Op 3 oktober wordt duidelijk dat IGZ voornemens is dat bevel wereldkundig te maken en geeft Tromp de gelegenheid tegen dat voornemen in beroep te gaan. Maar nog diezelfde dag laat IGZ hem weten dat hij die gelegenheid niet krijgt en dat het bevel de volgende dag, 4 oktober, zal worden gepubliceerd. Hetgeen geschiedt.


Het vergt geen Einsteiniaanse intelligentie om in te zien dat tussen die cascade van gebeurtenissen en Tromps zelfdoding enkele dagen later, op 8 oktober, een verband bestaat. Al helemaal niet als bedacht wordt dat op 4 oktober ook het OM met een publieke mededeling komt en op 7 oktober met een vordering tot inbewaringstelling van Tromp. 2 oktober, 3 oktober, 4 oktober, 7 oktober, 8 oktober. Hoe is het in Godsnaam mogelijk dat de commissie-Bleichrodt heeft nagelaten dit cluster van door de instanties in serie georganiseerde persoonlijk en professioneel ontwrichtende gebeurtenissen bij iemand waarvan al bekend was dat hij bij tijd en wijle ernstig suÔcidaal was, in verband te brengen met de dodelijke afloop.

Het antwoord kan, meen ik, kort zijn. Zelfs als de commissie wel vond dat er verband was, dan mocht dat verband niet expliciet in het rapport gelegd worden. De betrokken ministers hadden immers al bijna anderhalf jaar eerder, op 1 november 2013, in een brief aan de Tweede Kamer, zonder dat er nader onderzoek was verricht, hun standpunt bepaald: 'Inspectie Gezondheidszorg (IGZ) en Openbaar Ministerie (OM) hebben juist en met respect voor de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen gehandeld'.

De commissie heeft zich gedwee bewogen binnen de grenzen van die oekaze. En daarmee heeft ze ernstig gefaald in te voldoen aan wat in essentie haar opdracht was. Kortom, de evaluatie Tuitjenhorn moet hoe dan ook over.


Renť Diekstra is psycholoog, heeft herhaaldelijk artikelen gepubliceerd over het drama van Tuitjenhorn en heeft op verzoek van de familie Tromp aan het eind van de stille tocht op 17 april een toespraak gehouden waarvan deze tekst een weergave is.


Red.:  


Naar Houding top V, diversen , Houding top V, netwerken , Sociologie lijst , Sociologie overzicht  , of site home .
 

[an error occurred while processing this directive]