Van: www.KlokkenluiderOnline.nl, 24-10-2003, door Pamela Hemelrijk (voll. artikel hier )

Agnes van Ardenne lucht haar hart:

‘Jeltje van Nieuwenhoven hield 'moeilijke kamervragen' weg bij Paars.’

Het was onder de Paarse kabinetten schering en inslag dat gevoelige schriftelijke kamervragen in de doofpot verdwenen. De kamervoorzitter heeft formeel de bevoegdheid om schriftelijke vragen te onderscheppen ‘indien daartegen overwegende bezwaren bestaan’. Zo staat het in het Reglement van Orde. Deze bepaling werd echter regelmatig ‘opgerekt’ om de regering buiten schot te houden. Volgens Agnes van Aardenne, toen CDA-kamerlid, thans staatssecretaris Ontwikkelingssamenwerking, werden vragen aan het kabinet-Kok door kamervoorzitter Jeltje van Nieuwenhoven regelmatig ‘onderschept’.

Dat gebeurde onder andere met twee cruciale vragen aan minister De Grave van Defensie, die op 18 november 1998 werden ingediend door Van Aardenne (CDA), Harrewijn (Groen Links), Van Bommel (SP), Albayrak (PvdA) en Stellingwerf (RPF). In een van deze vragen ging het om de integriteit van de vice-president van de Centrale Raad van Beroep, mr. H.A.A.G Vermeulen. Hij zou, als hoogste ambtenarenrechter, uiterst aanvechtbare ontslagprocedures hebben gesanctioneerd die hij eerder zelf in gang had gezet toen hij nog topambtenaar was bij Binnenlandse Zaken. Een rechter behoort zich, zoals bekend, in zo’n geval van de zaak terug te trekken (te ‘verschonen’) om belangenverstrengeling te vermijden. Zo niet mr. Vermeulen: hij bekrachtigde onder andere het ontslag van klokkenluider Fred Spijkers die door het ministerie van Defensie de laan uit werd gestuurd nadat hij het ‘landmijnenschandaal’ aan de grote klok had gehangen. Net als alle andere bekende klokkenluiders verging het Spijkers na zijn openhartigheid niet al te best: de affaire kostte hem niet alleen zijn baan en zijn huwelijk, maar ook bijna zijn leven. Hij werd op straat beschoten door twee militairen die daarvoor nooit zijn berecht. Bovendien liet Defensie hem door een bedrijfsarts krankzinnig verklaren. Pas eind 2002 heeft Defensie, na 20 jaar traineren, Spijkers een schadevergoeding van 1,6 miljoen Euro toegekend. Echter op voorwaarde dat hij de rest van zijn leven zwijgt, afziet van zijn recht op rehabilitatie en berust in zijn ‘psychiatriesering’. Aangezien Spijkers weigert met die voorwaarden in te stemmen, is dat geld nog steeds buiten zijn bereik. Hij leeft nu al twintig jaar van aalmoezen uit zijn omgeving. Want hij is ontslagen zonder recht op bijstand, laat staan op WW.

Jeltje van Nieuwenhoven legde indertijd de vragen over deze Vermeulen terzijde met het argument dat ‘regering en parlement zich niet met de onafhankelijke rechtspraak mogen bemoeien; dat zou immers een inbreuk zijn op de grondwettelijk gewaarborgde scheiding der machten’. Maar het ging hier nou juist om de vraag of mr. Vermeulen wel onafhankelijk wás in zijn oordeel, kortom: of deze zo essentiële scheiding der machten bij hem wel in veilige handen was! Het parlement heeft in elk geval niet de gelegenheid gekregen deze vraag beantwoord te krijgen door het ingrijpen van haar eigen voorzitter.

De andere kamervraag betrof het landmijnenschandaal zelf. Een geheugensteun: er zouden productiefouten zijn weggemoffeld bij de AP-23 landmijn die in opdracht van het Nederlandse leger was ontwikkeld. Al in 1970 was gebleken dat de mijn de opmerkelijke eigenschap had om op gezette tijden spontaan te ontploffen. De AP-23 bleef niettemin gewoon in gebruik, zelfs nadat er in 1983 en 1984 bij instructielessen acht Nederlandse militairen om het leven waren gekomen door spontaan ontploffende AP’s 23. Pas in 1991 besloot Defensie de courante voorraad van 30.000 stuks af te stoten door ze (volstrekt normaal in defensiekringen) in het buitenland te koop aan te bieden. Hoeveel er daadwerkelijk aan het een of andere Derdewereldland zijn verkocht, valt niet meer te achterhalen. Pas eind jaren negentig is besloten het restant te vernietigen. Of dat ook daadwerkelijk is gebeurd, en zo ja wanneer, waar en door wie, daarover hult Defensie zich tot op de dag van vandaag in stilzwijgen. Zelfs het vuistdikke rapport dat de Nationale Ombudsman in 1999 over deze kwestie heeft vervaardigd geeft er geen opheldering over.

Beide kamervragen werden dus door Jeltje van Nieuwenhoven afgestopt opdat minister de Grave zich maar niet hoefde te verantwoorden. Na de weigering hebben de indieners de scherpe kantjes er zoveel mogelijk afgevijld. De eerste – over mr. Vermeulen – werd uiteindelijk in sterk afgezwakte vorm geaccepteerd; tweederde van de tekst was inmiddels geschrapt. De andere vraag bleef echter taboe. Van Aardenne: “We waren verbijsterd en woedend, want het ging hier om een buitengewoon ernstige kwestie.”


Naar Houding top VI , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home
 

[an error occurred while processing this directive]