De Volkskrant, 27-06-2008, door Frans de Graaf  jan.2007

Publiek goed is geen winstobject

Het is zorgwekkend dat de overheid publieke infrastructuren is gaan zien als winstobject, en het onderhoud op lange termijn verwaarloost, betoogt Frans de Graaf
.

Tussentitel: Analyse door de WRR van infrastructuren is zeer twijfelachtig

De WRR constateert in zijn rapport Sturen op infrastructuren dat de langetermijninvesteringen in ‘publieke waarden’ van ‘vitale infrastructuren’ worden veronachtzaamd en dat actie is geboden (Forum, 11 juni). De verwaarlozing van de infrastructuren is volgens de raad het ‘gevolg van de integratie van infrastructuren in de markt’. De WRR bepleit geen ‘herstel van publieke monopolies’, maar wil dat de overheid de regie van de infrastructuren meer naar zich toe trekt.
    Als we de door de WRR onderzochte infrastructuren nader bekijken, is deze analyse zeer twijfelachtig. Het gaat om ‘onroerende fysieke voorzieningen’. Dat zijn dijken, waterleidingnetten, wegen en spoorwegen, et cetera. Er is achterstallig onderhoud te constateren bij onder meer de Nederlandse dijken en wegen. Dat is een ernstige zaak. Maar op welke wijze zijn deze infrastructuren ‘geďntegreerd in de markt’, zoals de WRR beweert? Het antwoord is: op geen enkele wijze, het zijn publieke goederen die voor het overgrote deel met publiek geld zijn gefinancierd.
    Ook Prorail, het bedrijf dat het Nederlandse spoorwegennet beheert, is volledig eigendom van de staat. Op de keper beschouwd zijn van de tien infrastructuren die de WRR onderzocht er welgeteld twee die niet (volledig) eigendom zijn van het rijk of lagere overheden. Die twee particulier beheerde infrastructuren zijn de afvalverwerking en de netwerken voor elektronische communicatie. Opvallend is dat de laatstgenoemde de enige infrastructuur is met volop aandacht voor langetermijninvesteringen.
    Veel infrastructurele sectoren, zoals energiebedrijven en waterleidingmaatschappijen, zijn in de loop van de jaren tachtig en negentig bedrijfsmatiger gaan werken. Dit heeft, zoals de WRR in zijn onderzoek ook vaststelt, veel efficiencywinst opgeleverd. Het bedrijfsmatig laten werken (‘commercialisering’ volgens de WRR) ontslaat de overheid echter op geen enkele wijze van haar verantwoordelijkheid voor het investeren in infrastructuur. Ook niet wanneer, zoals bij de energienetten, particuliere bedrijven gebruik maken van die infrastructuur. De overheid (of lagere overheden) is en blijft de enige eigenaar en dus verantwoordelijk. De ‘versnippering’ van infrastructuur die de WRR constateert, is dus niet aan de orde.
    In het WRR-onderzoek wordt het ‘herstel van publieke monopolies’ afgewezen, terwijl de onderzochte infrastructuren in werkelijkheid vrijwel allemaal publieke monopolies zijn. Meer invloed van politici is volgens de WRR ongewenst omdat zij in plaats van de lange termijn vaak vooral de eerstkomende verkiezingen als richtlijn hebben. Dit ‘politieke opportunisme’ lijkt een meer voor de hand liggende oorzaak voor de soms twijfelachtige staat van de infrastructuur dan de vermeende ‘integratie in de markt’.
    Om het tij te keren, bepleit de raad een grotere regierol voor de overheid. Zij moet de ‘rollen’ van de verschillende partijen opnieuw definiëren en afbakenen, het toezicht verscherpen en de checks en balances herzien. Als het gaat om het ordenen van sectoren, is dit wellicht zinvol, maar het advies van de WRR gaat niet over een gehele sector, maar slechts over de fysieke infrastructuur. En daar is maar één ‘rol’ en die wordt ‘gespeeld’ door de overheid.
    De bepleite regierol van de overheid moet resulteren in meer langetermijninvesteringen gericht op ‘publieke waarden’ als innovatie, duurzaamheid en onderhoud (in werkelijkheid zorgt meer overheidsbemoeienis overigens zelden voor een toename van het innovatief vermogen). Het definiëren en uitwerken van ‘publieke waarden’ is een moeizaam proces met een per definitie subjectieve uitkomst. Daarom moet bij het beheer van infrastructuur niet een vaag concept als ‘publieke waarden’ centraal staan, maar de concrete belangen van de burgers. In veel gevallen is de overheid niet in staat deze belangen (die immers per burger kunnen verschillen) juist in te schatten en kan de behartiging ervan beter aan de markt worden overgelaten.
    Alleen als de belangen van de burgers bij een bepaalde infrastructuur redelijk homogeen zijn en er sprake is van een natuurlijk monopolie, kan de overheid het beheer (en daarmee de verantwoordelijkheid) op zich nemen. In de door de WRR onderzochte infrastructuren is dit in ieder geval zo bij de dijken, de drinkwatervoorziening en de riolering.
    De geconstateerde verwaarlozing van verschillende infrastructuren is zeer zorgelijk en verdient inderdaad publieke aandacht. De analyse van de WRR geeft echter een verkeerde voorstelling van zaken. De zeggenschap en het beheer over de infrastructuur zijn niet ‘versnipperd’ en van ‘integratie in de markt’ is nauwelijks sprake.
    Om de investeringen in infrastructuur te doen toenemen, moet het hierboven genoemde ‘politiek opportunisme’ worden bestreden. Dat vereist ook een omslag in het denken door de overheid over de door haar beheerde infrastructuur. Die wordt namelijk steeds meer als beleggingsobject gezien. Jaarlijks ontvangen de diverse overheden vele miljoenen uit de winsten die worden geboekt door het winstgevend exploiteren van infrastructuren. Daarmee doet de overheid precies datgene waarvan zij bang was dat een eventuele particuliere eigenaar zou doen: het winstgevend uitbaten van een natuurlijk monopolie.
    De overheid moet haar eigendommen echter niet als winstobjecten zien, maar als publieke goederen die vanwege hun bijzondere karakter onder zware publieke controle staan. Deze controle gaat gepaard met verantwoordelijkheid. Die bestaat eruit dat de overheid, in het belang van de burgers, deze publieke infrastructuren goed onderhoudt – ook op de lange termijn. Het is zeer zorgwekkend dat de overheid bij het nemen van deze verantwoordelijkheid in gebreke blijft.

Frans de Graaf is wetenschappelijk medewerker van de Teldersstichting, het wetenschappelijk instituut van de VVD.


Naar Klassenstrijd, hoger, WRR , Klassenstrijd, hoger , Klassenstrijd , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .