De Volkskrant, 11-06-2008, door Leigh Hancher en Willemijn Dicke  jan.2007

Alles terug naar de staat is niet wenselijk

De zorg voor essentiële infrastructuren als energie, moet niet terug worden gegeven aan de staat, betogen Leigh Hancher en Willemijn Dicke.

Tussentitel: Minister die 4 jaar zit, pleegt geen onderhoud voor over 100 jaar

Er is de laatste tijd volop aandacht voor de vraag of we er wel goed aan hebben gedaan marktwerking te introduceren in sectoren die voorheen uitsluitend onder de hoede van de overheid stonden. Soms vraagt men zich af of het eigenlijk niet beter is dat in een aantal van die sectoren die oude situatie wordt hersteld.
    Die vraag is natuurlijk niet onzinnig. Want hoe weet je nu zeker dat private of commercieel gedreven bedrijven de kwaliteit van het drinkwater ook in de toekomst op peil zullen houden? Of dat ze het onderhoud van dijken, wegen en energienetten niet laten versloffen? Kunnen we de zorg voor deze essentiële infrastructuren wel in handen laten van private partijen?
    Deze zorg inspireerde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid onderzoek te doen naar investeringen in infrastructuren (dijken, wegen, energie, telecommunicatie, riolering, luchthavens, drinkwater, vuilnisophaal, spoorwegen). Zijn deze vitale infrastructuren gegarandeerd voor de toekomst? En kunnen de huidige institutionele arrangementen het hoofd bieden aan klimaatverandering en de overgang naar een duurzame economie?
    Ooit waren de meeste infrastructuren in handen van een publieke monopolist. De afgelopen 15 jaar is marktwerking in vrijwel alle infrastructuren ingevoerd. Daarbij is de handel over de netwerken en ook het wetgevend kader verregaand geïnternationaliseerd.
    Het WRR-rapport Sturen op infrastructuren laat zien dat in de eerste fasen van marktwerking vooral gestuurd is op korte termijndoelen als efficiencyverhoging en verbeterde dienstverlening. Dat was nodig omdat er best wat spek zat bij de voormalige publieke monopolisten en soms is het heel duidelijk hoezeer de individuele consument daarvan heeft geprofiteerd. In dit opzicht heeft de marktwerking haar doel bereikt: in vrijwel alle sectoren zijn belangrijke efficiencywinsten behaald. Dat desondanks in sommige gevallen de prijzen zijn gestegen, ligt ook aan verhoging van de belasting (water + energie) en stijging van grondstofprijzen.
    Maar het rapport toont ook aan dat lange termijndoelen, zoals duurzaamheid, innovatie en lange termijnbeschikbaarheid in de huidige situatie niet expliciet worden nagestreefd. Dat komt doordat korte termijnefficiency en dienstverlening aan de nationale consument voorop staat. Dit geldt overigens meer voor infrastructuren waar geen concurrentie mogelijk is tussen de netwerken dan voor een zich snel ontwikkelende sector als de telecommunicatie.
    Economische theorieën en praktijkervaringen in landen die al eerder marktwerking hebben ingevoerd (Australië, de VS en het VK) voeden het vermoeden dat de bestaande institutionele arrangementen in infrastructuren onvoldoende de lange termijn publieke waarden helpen realiseren, vooral als die niet zo meetbaar en zichtbaar zijn - .denk aan duurzaamheid. Dat is reden tot zorg, aangezien infrastructuren niet alleen bepalend zijn voor de dienst die over die specifieke infrastructuur loopt (mobiliteit, veilig drinkwater of bescherming tegen overstromingen), maar ook de voorwaarde zijn voor de economische en culturele ontwikkeling van een land.
    De WRR heeft gezocht naar nieuwe institutionele arrangementen die deze lange termijndoelen en de daarvoor benodigde investeringen kunnen garanderen, zonder de efficiency en marktwerking te verwaarlozen. Daarbij stelt de WRR nadrukkelijk vast dat de zorg over de realisatie van lange termijndoelen niet wordt weggenomen als infrastructuren weer worden teruggebracht bij een publieke monopolist. Ook die vorm kende zo zijn problemen. Een bekend fenomeen is politiek opportunisme: Een wethouder of minister heeft een regeertermijn van vier jaar. Is het dan niet al te verleidelijk dingen te realiseren binnen die termijn, in plaats van onderhoud te plegen met een horizon van misschien wel honderd jaar?
Grootscheeps achterstallig onderhoud bij rioleringen toont aan dat publiek eigendom geen garantie is voor goed onderhoud. Andere bekende problemen van publieke monopolisten zijn gebrek aan innovatie, verkokering en goldplating: het duurder en luxer uitvoeren van projecten dan nodig.
    Er is nog een reden waarom een terugkeer naar de situatie van een publieke monopolist onwenselijk is. Fysieke netwerken zijn vaak geïnternationaliseerd - denk aan snelwegen, spoorwegen, gasleidingen en elektriciteitskabels. In veel sectoren bestaat gedetailleerde technische afstemming op internationaal niveau, maar ontbreekt de bestuurlijke en politieke besluitvorming op systeemniveau van de infrastructuren. Hierdoor is een democratisch deficit ontstaan: technische experts in plaats van politici maken de keuzen ten aanzien van internationale kwesties. Een terugkeer naar nationale publieke monopolies vult dit democratisch hiaat niet op.
    Niet terug naar de publieke monopolist, maar wat dan wel? De WRR meent dat alle infrastructuren toe zijn aan een herijking van de huidige institutionele structuur. Deze heroriëntatie bestaat uit: nieuwe rolverdeling (passen dubbele petten nog wel in de nieuwe situatie), nieuwe checks and balances (om vooral de commercieel opererende publieke bedrijven tegengas te geven) en nieuwe verbindingen (vooral nodig als een sector voor grote innovaties staat, zoals de energiesector met haar duurzaamheidsopgave). Deze herijking moet uitmonden in een nieuwe rolverdeling tussen partijen, waarbij niet alleen de nationale consument maar ook het (internationale) fysieke netwerk centraal moet staan en waarbij de efficiencydoelen in evenwicht worden gebracht met de publieke waarden op lange termijn. Dat is niet makkelijk. Die laatste laten zich nu eenmaal niet afvinken als een rekensom naar efficiency. Een nieuwe institutie zoals een nationale netwerkmonitor kan helpen om achterstallig onderhoud of andere afwijkingen te constateren. Niet als toezichthouder, maar als monitor. Wij geven toe dat 'nieuwe rollen, nieuwe checks and balances en nieuwe verbindingen' minder goed bekt dan de anti-marktwerkingsleuzen. Maar de 'oplossing' van 'alles terug naar de staat' is niet wenselijk, niet mogelijk en niet adequaat gebleken. De zorg voor de toekomstige kwaliteit van vitale infrastructuren is niet verenigbaar met simplistische strategieën.

Leigh Hancher en Willemijn Dicke zijn respectievelijk lid en stafmedewerker van de WRR.


Naar Klassenstrijd, hoger, WRR , Klassenstrijd, hoger , Klassenstrijd , Sociologie lijst  , Sociologie overzicht  , of site home .