Sociologische krachten en begrippen
| 7 mrt.2007 |
De onderstaande begrippen worden in de sociologie gebruikt om de processen rond
groepen van mensen te beschrijven. Ze vormen een vervolg op de basalere
concepten geïntroduceerd in Menswetenschappen, regels
.
Net als de regels besproken aldaar, zijn de onderstaande begrippen in de wetenschappelijke aanpak en de
rationele discussie geen enkel probleem, maar binnen de context van vooral de
gevoeligere maatschappelijke onderwerpen hoogst omstreden - dat is ook de reden
dat sociologie als vak zo langzaam vooruit gaat, en zo weinig invloed heeft
.
Meer over hun omstreden karakter hier
-
de eerste stap ter bestrijding van deze angsten voor de sociologie staat hier
.
Onderstaand zijn alleen de algemene introducties gegeven, de
uitwerkingen staan elders.
Afwijking
Een term die eigenlijk niets zegt, tenzij je meteen aangeeft waarvan er
afgeweken wordt. Indien dat niet gedaan wordt, bedoelt men in eerste instantie
het gemiddelde. Maar omdat alles afwijkt van het gemiddelde (voorbeeld: het
gemiddelde kindertal is 2,5), bedoelt men in tweede instantie dus meestal een significante
afwijking van het gemiddelde. Dan moet er dus ook aangegeven worden wat
"significant" betekent. Daarvoor moet men dan kijken naar hoeveel de meeste
mensen van het gemiddelde afwijken - voorbeeld: de meeste mensen hebben tussen 1
en 4 kinderen, en zitten dus binnen 1,5 van het gemiddelde. En dan moeten we
tenslotte nog een afspraak maken, namelijk over wat je "meeste" noemt. In de
statistiek zijn daarvoor twee redelijke natuurlijke maatstaven boven komen
drijven: tweederde (60-70 procent), en 95 procent - waarbij de eerste kan staan
voor "een ruime meerderheid", en de tweede voor "bijna iedereen"
. De objectieve uitleg van de term afwijking wordt dan: iets dat meer dan 95
procent afwijkt van het gemiddelde.
Angst
Psychologisch gezien is de belangrijkste angst die voor het vreemde
. Voor de sociologie het meest van belang is de angst voor de vreemde
soortgenoot - de sociologische tegenhanger van daarvan is angst voor andere
groepen. Dat laatste wordt heel vaak vertaald in angst voor groepen van een
andere huidskleur of culturele achtergrond, en dan xenofobie genoemd
. En aan dit
woord wordt dan meteen een negatief oordeel gehangen. Maar aangezien de angst
voor vreemde individuen wel wordt gezien als een natuurlijke emotie, en de
overgang van individu naar groep er een is van simpele optelling, is angst voor
andere groepen even natuurlijk als angst voor andere individuen. En volgt angst
voor andere groepen ook deels dezelfde regels: hoe verder afstaand van het eigene,
hoe groter de potentiële angst. En hoe groter de zichtbare kracht van de
ander, hoe groter de angst. Een grote zwarte neger staat verder van ons af en
is krachtiger dan een kleine getinte Turk. Dus zijn we in principe banger voor
negers dan voor Turken.
Een ander belangrijke factor is emotionele leesbaarheid: naarmate
de emotionele uitingen van de andere meer van het bekende afwijken, zijn ze
moeilijker leesbaar, dus kunnen we minder vertrouwen op onze waarneming, dus
is de persoon potentieel gevaarlijker.
Bestuur
Aanduiding voor de situatie dat er een groep mensen bestaat die anderen mensen
verteld wat ze moeten doen. Is gebaseerd op de eigenschap binnen vele
zoogdiersoorten dat groepen een leider hebben - de "alfa".
Bij de mens bestaat het bestuur of leiderschap uit twee
hoofdsoorten: dat gebaseerd op macht en dat op gezag - dat wil zeggen: diverse
vormen van willekeur versus diverse vormen van capaciteiten - meer daarover hier
.
Bestuur maakt meestal ook deel uit van een sociologische vorm
van organisatie
.
Binding
De huidige menselijke samenleving is de directe afstammeling van de oude
menselijke samenlevingen. Voor het overgrote deel der menselijke geschiedenis
betrof dat het leven in relatief kleine leefgemeenschappen, typisch tot
beginnende met enkele tot vele tientallen individuen, en pas op termijn van
zo'n tienduizend jaar geleden gegroeid tot duizenden en meer.
De menselijke neigingen zijn
nog steeds voor een groot deel gebaseerd op deze groepsgrootte. Die, zo leert de
psychologie, dus ingebakken zit in onze geest
, als diverse vormen van gevoelens
van binding. Dat wil zeggen binding binnen de eigen groep, en neutraliteit of
afstoting van andere groepen.
De menselijke binding binnen menselijke groepen is voor
iedereen een natuurlijk verschijnsel, behalve voor ideologische sociologen
(een ruime meerderheid) en politiek-correcte en/of multiculturalistische
politici, bestuurders en intellectuelen
- overigens is hun ideologie niet
helemaal consistent, want de binding binnen niet-westerse culturen wordt wel
erkend - het gaat om groepsbinding binnen westerse culturen die zijn
niet-bestaand verklaren ( "Er bestaat niet zoiets als de Nederlandse
identiteit"
) , of indien erkend als wel-bestaand, veroordelen onder het gebruik
van termen als onderbuikgevoelens of xenofobie
.
De sociologische binding is dusdanig belangrijk dat er vele
vormen van en namen voor zijn - daaronder zijn cultuur
, solidariteit
en loyaliteit
.
Censuur
Censuur is een speciale vorm van taboe
, namelijk die vorm die slaat op de verspreiding van informatie, meestal dus de
media. Net als taboe is censuur een vorm van het psychologische verschijnsel van
compartimentalisatie
: men drukt informatie weg die men niet weten wil. Dat laatste kan op talloze
gronden gebeuren, maar slechts heel weinig daarvan hebben enige positieve
betekenis of invloed.
Conformisme
Conformisme, de neiging te gaan doen en denken als andere mensen, is een proces
dat vrijwel precies op het midden van psychologie en sociologie ligt - daarom
wordt het vermeld zowel hier als bij psychologische krachten. Het kan gezien
worden als een evolutionair vervolg op zwerm- en kuddegedrag, waarbij er simpele
regels gevolgd worden: vlieg jij naar rechts, vlieg ik ook naar rechts - en deze
hele zwerm vogels draait die kant op. Waaruit meteen een andere regel kan worden
afgeleid: naarmate de groep die iets gezamenlijk doet groter is, zijn de regels
van het conformisme simpeler.
In de mensengroep komt conformisme op meerdere niveaus voor.
Van de oude variant in massamenigtes bij stadions en festivals, tot meer
specifieke in vergaderingen in groepen die groter zijn dan drie à vijf personen
- en ook in zulke kleine groepen kan conformisme optreden, indien er duidelijke
machts- of gezagsverschillen zijn.
Waar in de oudere vormen het verschijnsel vrijwel altijd een
positieve invloed heeft (daar zorgt de evolutie wel voor)., is dat bij de
recentere menselijke varianten minder het geval (de evolutie heeft zijn kans nog
niet gekregen). De reden daarvan is dat conformisme een drift is van het
autonome of emotionele deel van de hersenen, terwijl de meeste huidige
beslissingen te nemen door de mensheid beter af zijn met een beslissing door de
rationele geest - de reden dat die rationele geest is ontstaan. Het is dus een
geval van de afweging of strijd tussen meerdere denksystemen, zie de uitgebreide
behandeling daarvan in Beslissingen
.
Voorbeelden van conformisme en haar gevolgen staan hier
.
Cultuur (praktisch)
Een grote verzameling gedragingen en houdingen met betrekking tot de omgang
binnen een groep, bevattende zaken uiteenlopend van kleding en aanspreekwijzen
tot esthetische en morele opvattingen. Verschillende culturen kunnen dezelfde
elementen bevatten, maar dan vaak in verschillende intensiteiten en
verhoudingen. Daarom zijn zowel de term cultuur als de verschillen moeilijk te
definiëren, hoewel iedereen wel weet wat ze ongeveer zijn, zie Termen
. Hoe cultuur tot stand komt blijkt uit het apen-voorbeeld hier
.
De reden van het ontstaan van cultuur is dat het een recept
is voor handelen zonder de hele reeks van mogelijke handelingen zelf doorlopen
te hebben, en de nadelige gevolgen van een deel ervan te hebben ondervonden -
dit is het evolutionaire voordeel van cultuur. Het nadeel van cultuur is dat de
uitkomsten van die handelingen in de loop van de tijd kunnen veranderen, zodat
de cultuur mee zou moeten veranderen. Wat moeilijker wordt naarmate die cultuur
langer bestaat.
Een duidelijk voorbeeld van het bestaan en de moeilijk-veranderbaarheid van cultuur is wat er gebeurt bij verhuizing naar een
andere cultuur. Dat brengt meestal een, variërend,
gevoel van vervreemding, en soms stress, met zich mee. De gevolgen van emigratie
naar een andere cultuur zijn tot in meerdere generaties merkbaar, en als er sprake
is van een merkbaar verschil in ontwikkeling (meestal gaat de migratie van lager
naar hoger ontwikkelde cultuur), is er vaak ook sprake van allerlei
psychologische problemen binnen de groep en sociologische spanningen met de
gastcultuur, beide veroorzaakt door de gevolgen van een zich ontwikkelend
minderwaardigheidsgevoel, of bij ergere gevallen, een minderwaardigheidscomplex.
Cultuur is dus een sterke en niet makkelijk veranderbare
sociologische eigenschap van een groep
. Het
ontkennen van het bestaan van die kracht, één van de kenmerken van
politieke correctheid en multiculturalisme, is dus een vorm van
struisvogelpolitiek, die indien
toegepast bij door cultuurverschillen ontstane problemen, een goede kans geeft op
contraproductieve vormen van aanpak
.
Het psychologische equivalent van "cultuur" is "karakter",
hetgeen
eveneens bestaat uit een combinatie van meer basale eigenschappen, gekenmerkt door de
relatieve sterktes binnen de combinatie
.
Cultuur (theoretisch)
Naar analogie met de drie methodes van het nemen van beslissingen: reflexmatig,
emotioneel en rationeel
, zijn er
ook drie methoden om het ontstaan van cultuur te definiëren - in deze analyse betekent "cultuur" niet meer dan: "gedrag binnen een
soort of anderszins (redelijk) afgesloten groep".
Het archetypische voorbeeld van door reflexmatig gedrag
ontstane cultuur is dat van de mierenkolonie. De relatief hooggeorganiseerde
mierensamenleving of mierencultuur ontstaat door reflexmatig, "geautomatiseerd",
gedrag als reactie op communicatie middels chemische stoffen
. Voorbeeld: de
duidelijk zichtbare paden waarlangs mieren lopen ontstaan omdat verkennermieren
het pad markeren met chemische stoffen, tezamen met boodschappen aangaande het
nut van dat pad - te testen door niet al te ver van een mierenkolonie een
schaaltje met stroop neer te zetten.
De tweede organisatieklasse van cultuur is die van de emotie.
Het archetypische voorbeeld is dat van de zoogdierenkudde. De methodes van
communicatie zijn hier geluid, gedrag, en geur, waarbij dat laatste, ook
chemisch van aard, weer vrij sterk aan reflexmatige processen gebonden is. Door
de grotere variatie en flexibiliteit van emoties, zijn er talloze variaties van
zoogdierencultuur - bekende voordelen want enigszins gelijkend op die van de
mens zijn die van olifanten en dolfijnen. En natuurlijk de mensapen
.
De derde klasse van cultuur is natuurlijk de menselijke.
Omdat het emotionele deel van die cultuur behoort tot de vorige klasse, bestaat
het onderscheidende van de menselijke cultuur uit het niet-emotionele deel - in
de werkelijkheid hebben de alle menselijke deelculturen beide aspecten,
waarschijnlijk zelfs alle drie. De
normale aanduiding voor dit niet-emotionele (en niet-reflexmatige) deel is het "rationele" deel.
Maar dit
is terminologie uit de psychologie, terwijl het hier gaat om sociologie, dat wil
zeggen: om sociologische interactie en groeps- en cultuurvorming. Het
sociologische onderscheid tussen groepsvorming gebaseerd op emotie en gebaseerd
op verstand valt samen met groepen gedefinieerd door banden middels familie
,
clan en etnie
, en groepen gebaseerd op functionele samenwerking als vereniging, corporatie,
instelling, bedrijf en dergelijke
. Kortom: in de huidige tijd kent de menselijke cultuurklasse slechts één
cultuur die er een aanzienlijke component van heeft: de westerse cultuur
- maar dat natuurlijk ook slechts in sommige opzichten en in beperkte mate.
Eetverslaving (in ontwikkeling)
In de westerse landen doet zich het fenomeen voor van eetverslaving, dat naar
buiten komt als het steeds dikker worden van de bevolking. Dit fenomeen is
merkwaardig vanwege een paar wetmatigheden. Ten eerste verspreidt het zich
vanuit de meest Angelsaksische landen naar de minder Angelsaksische. Het
fenomeen is begonnen in Amerika, waar na een geleidelijke aanloop ongeveer een
decennium terug een steeds snellere toename van het gewicht viel waar te nemen -
zwaarlijvigheid is daar op dit moment min of meer de norm. In Engeland kwam de
geleidelijke trend een decennium of wat later, en is de sterkere stijging net
begonnen. In continentaal Europa is men aan het begin van de stijging.
Het tweede opmerkelijke is dat fenomeen, in tegenstelling tot
wat men zou verwachten, geen eenduidig verband heeft met welvaart - in alle
genoemde landen vinden de ergste varianten plaats aan de onderkant van de
maatschappij, bij wat tevens de lagere inkomens zijn. Vermoedelijk heeft de
aanvakelijke lichtere stijging wel te maken met stijgende inkomens, maar de
latere sterkere stijging in ieder geval niet. Althans, niet in de zin dat het
gaat om het opheffen van een beperking. Ook zou in dit geval de sterkere
stijging plaats hebben gevonden direct na de algemene inkomensstijging, en in
werkelijkheid zitten daar één tot meerdere decennia tussen.
Daar waar er geen materieel, economisch, verband lijkt te
zijn, is een culturele oorzaak de volgende in de reeks mogelijkheden, geordend
naar waarschijnlijkheid.
Etnie
Etnie is de betere term voor "ras" indien toegepast op de mens. In biologische
context is rasafscheiding gedefinieerd door het feit dat uit twee verschillende
rassen geen vruchtbaar nakomelingenschap komt - zo zijn paard en ezel nauw
genoeg verwant om nakomelingenschap te kunnen krijgen, muilpaard of muildier,
maar die zijn onvruchtbaar. Alle zogenaamde mensenrassen krijgen wel normaal
nageslacht.
Desalniettemin zijn de verschillen groot en volkomen
genetisch vastgelegd - er is geen enkel kind geboren uit Chinese ouders dat ooit
negroïde trekken heeft gekregen omdat het in Afrika is opgegroeid.
Ruwweg zijn er drie etnische hoofdsoorten: het blanken of
kakausische ras, het mongoloïde ras, en het creoolse - vrijwel alle andere
kunnen onder deze geschaard worden.
Binnen de aardrijkskunde zijn dit de meest basale en voor de
hand liggende feiten. Binnen de sociologie zijn ze hoogst omtreden en sociologen
zijn er gevoeliger voor dan de spreekwoordelijke prinses op de erwt. Welke
gevoeligheid ze bestrijden op drie manieren, in volgorde van wenselijkheid:
doodzwijgen, ontkenning, en het absolute-gelijkheidsbeginsel.
Doodzwijgen is waarschijnlijk nog steeds wel de meest
gebruikte tactiek - zo weigert men hardnekkig te praten over de gezinsverlatende
man als een zeer typisch creools verschijnsel
. Is er één of andere onverlaat
die er wel over begint, roept men om het hardst dat het bij andere etnieën ook
voorkomt - het analogon van "Maar er zijn ook lange Japanners..."
. En wordt
men het vuur te na aan de schenen gelegd, bijvoorbeeld door wetenschappelijke
bewijzen, dan roept de ideologie of het principe te hulp: "Alle culturen zijn
gelijk"
, en natuurlijk ook alle etnieën, en wie iets anders zegt, is een
racist en op zijn minst potentieel een nazi en jodenvergasser.
De praktijk is dat etnie een hoogst belangrijke rol speelt in
alle situaties waarin de verschillende varianten met elkaar in aanraking komen.
Het belang waarvan blijkt uit het feit dat leden van een zekere etnie duidelijk
minder goed zijn in het onderscheiden van de individuen van een andere, tenzij
ze dat in een redelijke jonge jeugd geleerd hebben (populair wetenschappelijk
tijdschrift - bron verloren gegaan). In de volksmond en de comedy is het ook een
volstrekt aanvaard feit, vervat in de veelvuldig geuite frase: "They all look alike".
En even natuurlijk als dat het verschil wordt opgemerkt, is
dat de emotie die ervaren wordt ten opzichte van de ontmoeting met een
etnie-genoot gemiddeld aanzienlijk negatiever zal zijn. Dit is keihard ingebouwd
in ieder dier en ook de mens, via de angst voor het onbekende - "onbekend is
potentieel gevaar"
.
Dit laatste iets dat door vele sociologen wel erkend wordt,
onder de term "xenofobie"
. Dat wil zeggen: het wordt erkend als verschijnsel
bij de blanke etnie - volgens de sociologen hebben de andere etnieën er geen
last van. Dit geheel in tegenstelling tot de feiten, die erop wijzen dat het
precies andersom is: de afkeer van andere etnieën is het grootst onder de
niet-blanke etnieën
- zo zal een Chinees eerder doodvallen dan met een creool
gezien willen worden - en Hindoestanen zijn, net als de Chinezen, redelijk
wijdverspreid over de wereld, maar hokken sterk bij elkaar en trouwen vrijwel
uitsluitend met elkaar.
De etnische verschillen vallen ook grotendeels samen met
belangrijke culturele verschillen. Hoewel deze minder vastliggen dat de
uiterlijke etnische, lijkt ook hier sprake van een zeker etnisch gebonden
bestendigheid. Welke varieert van meer gebonden voor basalare tot nauwelijks of
niet gebonden voor oppervlakkige cultuurverschijnselen.
Genen
Het vak der sociologie wordt beheerst door sociologen - logischerwijs. Maar dat
heeft een zeer storend gevolg: sociologen hebben een sterk eenzijdig wereldbeeld
waar het gaat om de kwestie van opvoeding versus genen - nature versus
nurture. Tot voor zeer recent varieerde de hoeveelheid geschatte invloed van
nature, de genen, ergens tussen de nul voor de fundamentalisten en de de
twintig procent voor de realisten - de bekende 80-20 regel. Deze verhoudingen
zijn sterk aan het verschuiven, onder de druk van een voortdurende stroom
onderzoeken die de invloed van de genen laten zien - voor de echte
wetenschappers is het duidelijk dat de de verhouding 20-80 steeds
waarschijnlijker begint te worden - wat aanwijzingen hier
.
De essentiële conclusie hieruit is dat grote
inkomensverschillen onrechtvaardig zijn - het overgrote deel ervan is geen eigen
verdienste, maar gewoon het geluk van de genetische schikking.
Groep
Het meest voor de hand liggende en meest basale sociologische begrip
. De sociologisch groep is een een afgeleide van de psychologische kracht van
binding
, die zich vertaalt in een sociologische vorm van binding
.
Ondanks dit fundamentele karakter is de sociologische groep in maatschappelijke
discussies over bijvoorbeeld immigratie- of allochtonenbeleid ook meteen het meest
omstreden
. Opmerkingen over nadelen van immigratie worden steevast beantwoord
door argumenten van de vorm: "Maar er zijn ook autochtone criminelen"
. Dit soort argument zijn equivalent aan een ontkenning van het bestaan van
sociologische groepen, en dus van sociologie, en haar bestuurlijke afgeleide
politieke.
In werkelijkheid zijn sociologisch groepen natuurlijk de kern
van het denken over de maatschappij - de ontkenning van hun bestaan in het
soortspecifieke gevallen als het immigratie- en integratiedebat is de
sociologische vorm van een ander fundamenteel proces: taboe
.
De sociologische groep blijkt door haar omvang vanaf
honderden en duizenden stuks te voldoen aan een aantal regels omtrent gemiddelde
en verdeling, die tezamen bekend staan als de normale verdeling
.
Kans
Tezamen met groep
vormt kans twee van de essentiële sociologische begrippen. Omdat sociologische termen en
begrippen nooit precies afbakenbaar zijn, zijn er altijd gevallen die buiten de
regels vallen. Maar zelfs binnen die regels geldt die regel nooit voor iedereen.
De enige uitspraken die men sociologische gezien kan doen is dus de kans dat
iemand aan de regel voldoet. Over die kansen kunnen wel redelijk duidelijke
uitspraken gedaan worden: je kan niet een willekeurige Japanner en een
willekeurige Nederlander nemen en zeggen: de Nederlander is langer dan de
Japanner - wat je wel kan, is met zekerheid zeggen: de kans dat de Nederlander langer
is dan de Japanner is 61,3 procent. De basale regels omtrent dit soort kansen
zijn geformuleerd in wat heet de "normale verdeling"
.
Loyaliteit
Loyaliteit is één van de vele varianten van solidariteit
, die deels een wat nadere betekenis hebben. Het voornaamste verschil tussen
solidariteit en loyaliteit is dat het laatste op gemiddeld kleinere groepen
lijkt te slaan dan het eerste: solidariteit betuig je met een stroming,
loyaliteit aan je familie.
Maatschappij
"Maatschappij" is één van de vele termen voor menselijke groepen, maar
"maatschappij" hanteert men meestal van grote groepen, gewoonlijk
ook landen, dat wil zeggen: met aantallen lopende in de miljoenen. Bij
dergelijke grote aantallen is het belangrijkste aspect diverse vormen van maatschappij hoe het
bestuur in elkaar steekt. Het bestuur van een maatschappij noemt men meestal
"regering" - voor een korte beschrijving van diverse regeringsvormen, zie hier
.
Het vorm van het bestuur van de menselijke "maatschappij" is
een specifieke toepassing van het meer algemene probleem van hoe grote aantallen
elementen met elkaar omgaan, waarvoor er de term "organisatie" is - waarover
meer hier
.
Media
De basale functie van de media is het verspreiden van informatie. Met de opkomst
van de elektronische media, met name de televisie, is daar nog een functie bij
gekomen: het creëren van een beeld van de maatschappij. Omdat de media zelf deel
uitmaken van die maatschappij, maken ze dus zelf deel uit van het beeld dat ze
scheppen - een klassieke Droste-effect situatie
- een triviaal voorbeeld
daarvan is de aandacht in de media voor media-persoonlijkheden als
presentatoren.
Maar het essentiële aspect van het Droste-effect van de media
ligt natuurlijk in de politieke en maatschappelijke beeldvorming. Als je die
beeldvorming ziet als het maatschappelijke bewustzijn, is het meteen volkomen
duidelijk dat de media dezelfde rol vervullen als in de psychologie het
"bewustzijn": dat proces dat een beeld maakt van de buitenwereld én de
binnenwereld ten gevolge van die buitenwereld, en daarom ook een Droste-proces
is
.
En net als de psychologische evenknie kan je de media zien als
een netwerk. In de psychologisch variant het hiërarchische netwerk van de
hersenen
, en voor de media is dat oorspronkelijk het hiërarchische netwerk
van nieuwsvoorziening via internationale nieuwsbureaus als Reuters, de nationale
nieuwsbureaus en de nationale zenders en kranten, en tenslotte de lokale media.
Maar in toenemende mate wordt dit aangevuld met het directe analogon van het
hersennetwerk: het internet-netwerk.
Meritocratie
Meritocratie hoort oorspronkelijk tot hetzelfde rijtje als democratie
enzovoort, dat wil zeggen: regeringsvormen
, waarbij meritocratie
bestuur gebaseerd op merites, capaciteiten, is - en als zodanig natuurlijk zo
zeldzaam als het zuiverste goud.
Op deze website wordt meritocratie gebruikt als een manier
voor het inrichten van de maatschappij als geheel - meer daarover hier
.
Normale of Gaussiaanse verdeling
De verdeling van eigenschappen over de mensheid die iedereen uit zijn eigen
ervaring kent: de meeste mensen zitten rond het gemiddelde, en naarmate iets
verder van het gemiddelde afzit, zal je het minder vaak tegenkomen - in detail
uitgewerkt hier
.
Organisatie
Organisatie is een algemene term vorm het op één of andere manier samenwerken
van meerdere, meestal vele, min of meer gelijke elementen - in deze algemene
vorm is het behandeld voor het geval van sterke krachten tussen deelelementen
en zwakke
.
Op het menselijke vlak bestaan er talloze vormen van
organisatie, aangeduid met eigen namen. Eén de grootste is "maatschappij", de
naam voor alle proces binnen een bepaald gebied, meestal een land. Een
organisatie heeft ook meestal een bestuur, en een belangrijk aspect van een
organisatie is hoe dat bestuur in elkaar steekt.
Racisme:
Volgens de zuivere definitie is racisme de ongelijke behandeling van mensen
uitsluitend op grond van ras. In de praktijk hanteert men veelal een andere
definitie, namelijk: "Racisme is iedere vorm van ongelijke behandeling van iemand
van een gekleurd ras, indien dit gebeurd door (een lid van) een groep van het
blanke ras"
.
Bijvoorbeeld: als iemand van gekleurd ras vanwege criminaliteit wordt opgepakt,
is een veelvoorkomende reactie dat dit is vanwege het ras, en niet vanwege de
misdaad
. Of: als criminaliteit hoofdzakelijk gepleegd wordt door mensen met rode
petjes, mag je mensen met rode petjes extra in de gaten houden. Maar als criminaliteit
voornamelijk gepleegd wordt door gekleurde mensen, mag je die gekleurde mensen
niet extra in de gaten houden. Dat laatste heet "racial profiling" en is
verboden in bijvoorbeeld alle Angelsaksische landen.
Sciencefiction
Sciencefiction is een deel van de literatuur, die door het overige deel van de
literatuur, niet gezien wordt als literatuur. De reden daarvan is dat het
overige deel van de literatuur als haar voornaamste inspiratiebron de menselijk geest heeft, en dan voornamelijk de individuele - dat wil zeggen: de
kunstzinnige tegenhanger is van psychologie. Sciencefiction heeft als
voornaamste inspiratiebron de maatschappelijke ontwikkelingen onder invloed van
wetenschappelijke ontwikkelingen, en gezien de grotere tijdschaal hiervan dan
voornamelijk in de toekomst - dat wil zeggen: sciencefiction is de kunstzinnige
tegenhanger van sociologie.
Daar war gezegd wordt dat vooreen bredere kennis van de
menselijke geest en het menselijke bewustzijn het noodzakelijk is veel, goede,
literatuur te lezen, is het voor de bredere kennis van de menselijke
maatschappij het noodzakelijk om veel, goede, sciencefiction te lezen. Daar waar
bewustzijn het reflecteren over eigen interne ontwikkelingen is en het
projecteren van een deel daarvan op toekomstig handelen, is sciencefiction
te karakteriseren als een een vorm van het maatschappelijke bewustzijn. De
pogingen die politici en de rest van de maatschappij ondernemen om met de
maatschappelijke toekomst om te gaan, zoals helder belicht in het kader van de
klimaat- en milieudiscussie, doet vermoeden dat er nauwelijks tot geen andere
vormen van maatschappelijk bewustzijn zijn dan dat neergelegd in de
sciencefiction.
Sociologen
Degenen die geacht worden het vak sociologie te beoefenen, de sociologen, vormen
natuurlijk zelf een belangrijke sociologische kracht. Op het ogenblik bestaat
hun invloed er voornamelijk in in dat ze weigeren het vak sociologie te
beoefenen, althans, voor zover je dat vak ziet als een wetenschap. In de
wetenschap gaan namelijk de feiten voor de opvattingen, terwijl de overgrote
meerderheid der sociologen denkt of handelt naar het idee dat opvattingen gaan
voor feiten, alhier "ideologie" geheten
.
Voorbeeld één is de hardnekkige ontkenning van het feit dat
sociologie over groepen gaat, zodra het ook maar enigszins lastig wordt. De
grens ligt ongeveer bij de uitspraak dat Nederlanders langer zijn dan Japanners
.
Degenen die beseffen dat een dergelijke uitspraak, indien toegegeven,
onmiddellijk van toepassing is op talloze andere zaken, zullen zelfs dit
elementaire feit ontkennen
.
Voorbeeld twee, voor het Nederlandse geval, is de hardnekkige
en systematische weigering de verschillen tussen de culturen van allochtone
immigranten en de Nederlandse cultuur te beschrijven, en internationaal gezien,
vooral in de Angelsaksische wereld, weigert men hetzelfde voor bijvoorbeeld het
verschil tussen de blanke en creoolse cultuur. Dit alles samen te vatten onder
de algemene leerstelling: "Etnie kan geen rol spelen". Terwijl overduidelijk het
tegenovergestelde het geval is
.
Dit alles leidt er natuurlijk toe dat sociologen talloze,
letterlijk, stompzinnige fouten maken
, en nauwelijks opschieten in de voortgang van hun vak - terwijl die voortgang
betrekkelijk simpel is als je eenmaal durft uitgaan van de veronderstelling dat
sociologie een objectiveerbare wetenschap is
.
Solidariteit
Solidariteit staat voor de kracht die een persoon voelt als hij zich verbonden
voelt met een groep, meestal gebaseerd op één of meerdere overeenkomsten met de
leden van die groep (of andersom: de overeenkomsten definiëren de groep).
Solidariteit is de sociologische term overeenkomende met het psychologische
proces van binding .
Solidariteit is de kracht die groepen mogelijk maakt die
andere overeenkomsten hebben dan genetische. De genetische groep: familie, clan,
etnie en dergelijke, zijn in ander maatschappelijke opzichten van beperkte
nuttigheid en omvang. Als je een zeevarend schip wilt bouwen uit boomstammen,
heb je zo veel mensen nodig met zulke diverse vaardigheden, dat je die moeilijk
binnen één familieverband zult treffen. Daarvoor is een ander verband nodig het
functionele verband: zagers (bedienen de zaagmolens), timmerlieden, zeilmakers,
touwmakers, enzovoort. Het werk verricht door deze vakmensen wordt het beste
gedaan als er een onderlinge band is tussen de groepsleden - dit is
"solidariteit".
De moderne westerse maatschappij is ontstaan door de
ontwikkeling van de solidariteit, tot een punt waar de functionele groepen
konden ontstaan, en men grotere projecten kon ondernemen, zoals het bouwen van
(houten) zeeschepen
. De functionele onderneming gebaseerd op solidariteit met de
grootste impact is die van de wetenschap
.
Statistiek
De wetenschap van kansen. Hoewel het pure wiskunde is, zijn er toch een aantal
wijdverspreide misverstanden over. Ten eerste zijn er twee soorten kansen: die
van het dobbelen, en die van het lootjes trekken. Bij het dobbelen is de kans op
6 een zesde, en de kans op een zes in de volgende worp ook een zesde - en dat
tot in het oneindige. Bij lootjestrekken is dat niet zo: stop tien lootjes in de
pot met 1 prijslot, en als dan het eerst lot prijs is, is de kans op een prijs
bij de volgende poging gelijk aan nul. Het verschil tussen de twee gevallen is
simpel: van dobbelen en dergelijke bestaan er in principe een oneindig aantal
mogelijke "trekkingen" (je kan doorgaan en doorgaan en doorgaan ...), en bij
lootjestrekken niet.
Taboe
De term voor die zaken in een cultuur die men niet openlijk wil of durft te
bespreken. Taboes zijn meestal zo oud en zo effectief, dat het alleen mogelijk
is ze te herkennen en bespreken als het over andere culturen gaat. De
Nederlandse term is dan ook afkomstig uit toenmalig Nederlands-Indië, waar men
het verschijnsel wel herkende in de cultuur van de Javanen, terwijl in de eigen
Nederlandse cultuur natuurlijk volkomen identieke processen speelden.
Taboe is de sociologische versie van het psychologische
begrip "compartimentalisatie", aanduidende dat informatie in het ene deel van de
hersenen weg wordt gehouden van het andere
.
Verandering
In de natuurkunde is uit de bestudering van atomaire toestanden iets bekend dat
heet de "selectieregels". Een beetje technische uitleg is nodig: in atomen
draaien elektronen rond een kern in onveranderlijke, stabiele banen. Die
stabiliteit volgt uit een evenwicht tussen twee krachten: de elektrische kracht
die kern en elektron naar elkaar toetrekt, en de "traagheidskracht" van de
massa, die de elektronen rechtdoor de vrije ruimte in wil laten vliegen.
Er zijn vele verschilleden banen mogelijk overeenkomstig met meer en minder
energie van het elektron en atoom, die men kan aanduiden met simpele gehele
getallen.
En nu is de eigenaardigheid die men meteen zag nadat dit
ontdekt was dit: elektronen kunnen niet zomaar naar iedere willekeurige andere
baan gaan, maar alleen naar banen die niet meer dan +1 of -1 verschillen in één
van die karakteristieke getallen - zeg maar: naar de directe nabuurbanen.
Op vele andere terreinen ziet men dergelijke zaken: de eerste
auto's waren koetsen die men voorzag van een motor - pas later werden die
gemotoriseerde koetsen de auto's die wij kennen, terwijl niets tegenhield om
meteen die auto's te maken. De eerste transistorradio's zaten precies hetzelfde
in elkaar als buizenradio's, met de buizen vervangen door transistoren, en pas
later ging men gebruik maken van de veel kleinere afmetingen van de transistor
voor het maken van echte transistorradio's.
Op het psychologische vlak kan men dezelfde soort verschijnselen
zien: mensen zien niet graag meer dan één ding tegelijk veranderen, en zeker als
het een grote verandering is. Twee grote veranderingen is meestal al een crisis,
en drie een ramp. Hier geldt waarschijnlijk net als voor atomen dat dit te maken
heeft met het feit dat de menselijke psyche uit evenwichtsprocessen bestaat.
En dat laatste geldt ook voor de sociologie, waar men dezelfde
soort verschijnselen ziet: maatschappelijke veranderingen op meer dan één aspect
veroorzaken weerstand, of ergere problemen.
Vooruitgang
Vooruitgang is er op twee manieren: de kleine, langzame, geleidelijke of
evolutionaire, en de grote, snelle, plotselinge of revolutionaire.
Revolutionaire vooruitgang heet ook wel een paradigma verandering, omdat dan
meestal een hele groep ideeën vervangen wordt door andere - een bekend voorbeeld
is de relativiteitstheorie van Einstein: een hele groep ideeën over ruimte en
tijd moest tegelijk vervangen worden.
Op revolutionaire verandering is de Wet van Planck van
toepassing, die zegt dat de verandering niet plaatsvindt doordat de aanhangers
van de oude ideeën, het oude paradigma, het nieuwe overnemen, maar omdat ze
uitsterven. Hierin verborgen zit het idee dat het overnemen van nieuwe ideeën
een sterke functie is van leeftijd, oftewel hoe langer men met de oude ideeën gewerkt
heeft, en hoe groter de emotionele binding met de oude ideeën is, hoe nader ze aan
het hart liggen.
Dat laatste betekent meteen dat verandering van cultuur en
met name religie een langzaam proces is, dat slechts per generatie merkbaar
vooruit gaat. Daarbij komt nog dat per generatie waarschijnlijk maar één
fundamenteel ding kan veranderen.
Het sterkst ligt dat allemaal bij religie, waarbij het
eigenlijk onmogelijk is om een fundamentele verandering te doen - een
fundamentele verandering in religie betekent vrijwel altijd meteen het ontstaan
van een nieuwe religie.
Meer hier over hier
en hier
.
Xenofobie
Xenofobie de sociologische term en toepassing van de psychologische kracht "angst voor de/het vreemde"
. Dat term uit
oud-Griekse
tijden stamt, geeft al aan hoe oud en hoe lang bekend het proces is, menselijk gezien. Maar het is
ongetwijfeld nog veel ouder, want het leidt weinig twijfel dat het afstamt van
een corresponderende dierlijke reflex, om iets nieuws, dus vreemds, met argwaan
tegemoet te treden. Het individu of de soort die het niet doet, loopt een veel
te grote kans te eindigen als maaltijd voor een ander.
Deze basale oorsprong die voor alle levende wezens geldt, is
in groeps- en kuddedieren verder ontwikkeld, in dat er een evolutionaire
voordeel is om de band binnen de groep te versterken, en daarmee
niet-groepsleden af te stoten. Dat is een dermate fundamenteel proces voor de
groepsbinding, dat er het een eigen chemische stof in de hersenen heeft
gekregen: oxytocine - meer daarover bij binding
.
Xenofobie is in principe een algemene term, maar in de
praktijk wordt ze voornamelijk
gebruikt in het specifieke geval van blanken en hun mening over
niet-blanken, en dat dan weer meestal in het geval van immigranten. Door de
fundamentele achtergronden is het als eenzijdig gebruik dus een onjuist gebruik,
want je mag er zonder meer vanuit gaan dat (niet-gekleurde) immigranten precies
dezelfde neigingen hebben geërfd, wat dan ook vrijwel altijd tot uitdrukking
komt in het feit dat immigranten bij elkaar kruipen in dezelfde buurten en
wijken - ook in het immigrantenland Amerika.
Meer over de oorsprong van de echte xenofobie hier
.
Naar Sociologie lijst
, Sociologie overzicht
, of site home
.
|