Sociologische begrippen: angst voor regels en cijfers
|
23 nov.2007 |
Het fundamentele onbegrip van de meest basale sociologische begrippen, in veel gevallen
eigenlijk een onwil tot begrip, is alleen goed uit te leggen aan de hand van voorbeelden,
omdat vooral de betrokken het zelf normaliter niet willen geloven, als ze er
direct me worden geconfronteerd. De twee gegeven voorbeelden zijn beide uit een
belangrijke toepassing van sociologische cijfers en regels: de selectie van
leerlingen in het onderwijs - de analyse volgt erna:
Uit: De Volkskrant, 22-02-2006, column door Evelien Tonkens
Recht op slachting
Koeien en varkens krijgen een stempel op oor of billen. Elfjarige kinderen
krijgen deze week een stempel op hun voorhoofd.
515: Zorgelijk. 547: Hoera!
'De CITO-toets is het slachtingsmoment', vertelde een lerares
van een zwarte basisschool twee jaar geleden aan de Volkskrant (10 februari
2004). 'Veel kinderen scoren lager dan verwacht. Op school wordt over de uitslag
van de toets in harde termen gesproken. Een kind heet dan gedetermineerd.
Precies zo voelen de leerlingen dat. Weg toekomst. En dat rekenen de kinderen
zichzelf zwaar aan'.
Dit recht op slachting wil de Tweede Kamer geen enkel kind
ontzeggen. Ze wil de CITO-(eind)toets voor alle scholen verplichten, want
kinderen hebben er recht op.
Wat is zo fijn aan het recht om te falen? Waarom laat de
Kamer het niet aan docenten over om te bepalen of de CITO-toets voor een kind
een bijdrage of een aanslag op zijn ontwikkeling is? De CITO-toets was bedoeld
als hulpmiddel, als gereedschap - waarom laten we docenten niet bepalen wanneer
ze hamer of beitel gebruiken?
Toegegeven: sommige kinderen worden om oneigenlijke redenen
buiten de toets gehouden: om de gemiddelde CITO-score van de school hoger te
doen uitvallen. Maar dat is de schuld van het beleid, niet van de docenten.
Beleidsmakers misbruiken de CITO-toets om scholen te meten, in plaats van
individuele leerlingen. Gelukkig weigeren sommige scholen daar aan mee te doen.
...
Uit:
De Volkskrant, 06-03-2007, door Xandra van Gelder
Nog even en we leven voor de test
Kinderen bibberen deze week voor de Cito-uitslag, volwassenen vrezen de
assessmentprocedure voor een nieuwe baan. Maar meten is geen weten, zegt Xandra
van Gelder.
Tussentitel: De 'meten is weten'-ideologen vatten mens in gemiddeld getal
Je bent 12, woont in de grote stad en wilt naar een populair gymnasium. Hoe
slim je ook bent, als Cito je niet bij de niet bij de beste van het land rekent,
mag je niet meedoen aan de loting. Drie halve dagen invullen van tweehonderd
multiple choice vragen, en je toekomst is bepaald.
Cito en de onderwijsbobo's ontkennen dit verhaal. Het gaat
zowel om het oordeel van de basisschool als om de Citoscore, bezweren ze. Geen
van beiden weegt zwaarder. Dat is waar, maar alleen op plekken waar overvloed
is. Als een middelbare school populair is en het aantal aanmeldingen groter is
dan het aantal plaatsen in de eerste klas, wordt er geloot. En dan is er.
maar een criterium: de uitslag van de Citotoets of vergelijkbare test.
Een leerling die de test doet, heeft acht jaar op school
gezeten en is dagelijks gezien door de docent lijn of haar oordeel over het
presteren is, bij schaarste, niets waard. Alleen de Citoscore telt. Hoe hoog die
score moet zijn, verschilt trouwens nogal. Waar Amsterdamse gymnasia alleen
kinderen met de uitslag 545 toelaten, mag een Leidse gymnasiast drie punten
lager scoren en is 542 genoeg. Zijn Leidenaren dommer? Nee hoor, er is minder
schaarste.
De Citonorm geldt niet alleen voor lycea en gymnasia. Wie een
redelijke vmbo-t zoekt, vergelijkbaar met de oude mavo, wordt ook langs de lat
gelegd. Alleen scholen aan de onderkant, of leerfabrieken die niet goed bekend
staan, selecteren niet. Zij hebben weinig aanmeldingen en laten iedereen toe.
...
... Ook voor het onderwijs is het goed een test te
hebben die kinderen, onafhankelijk van hun school, met elkaar vergelijkt. Zo'n
cijfer geeft een indicatie over de prestaties van het kind en kan tegelijk
dienen als controle op het oordeel van de leerkrachten. Als dan blijkt, zoals
onlangs is gebeurd, dat leraren op grote schaal te laag adviseren bij allochtone
leerlingen, is dat reden om in te grijpen. Niet door steeds meer belang te
hechten aan de test, maar door docenten te leren beter advies te geven.
Het is overigens nog niet zo lang geleden dat diezelfde
leerkrachten werd verweten dat ze allochtone leerlingen te hoog adviseerden. Ook
dat was op basis van de Citotoets. Het is dan ook niet zo gek dat ze als reactie
daarop nu wat aan de veilige kant zitten.
Waar ik me tegen verzet is het geloof dat ieder mens terug te
brengen is tot een gemiddelde. De 'meten is weten'-ideologen geloven dat je elk
mens kunt vatten in een getal. Dat getal geeft aan wat een goede volgende stap
is in iemands leven, of dat nou school of een baan is. Mensen zijn meer dan een
opstelsom van testresultaten, hoe goed die testen ook zijn. Sommige leerlingen
zijn enorm gemotiveerd en voltooien met een lagere score, toch een hoge
opleiding.
Sommige zijn slordig in meerkeuzevragen maar zijn wel in staat verhalen te
schrijven en te rekenen.
Als we niet oppassen, leren we op school en in het werk
alleen nog wat de testen straks meten. Omdat het allemaal gestandaardiseerde
testen zijn is het goed mogelijk iemand op de tricks en trucs voor te
bereiden en zo het resultaat positief te beïnvloeden. Het aantal bureaus en
doe-het-zelf pakketten dat scholieren voorbereidt op de Citotoets groeit enorm.
Ook is het al mogelijk een dag préassessment te kopen om de testresultaten op te
krikken.
Laten we testen in het beoordelen van de capaciteiten van mensen gebruiken waar
ze goed voor zijn: als hulp naast het menselijk oordeel.
Xandra van Gelder is moeder van twee dochters, een daarvan krijgt deze week haar
Citoscore.
Red.: Er zijn hier twee zaken aan de orde: ten eerste:
Selecteren we?, en ten tweede: Hoe selecteren we?
Bij Tonkens blijkt haar keuze uit: 'Koeien en varkens krijgen een stempel op oor of billen. Elfjarige kinderen
krijgen deze week een stempel op hun voorhoofd. ... Dit recht op slachting wil
de Tweede Kamer geen enkel kind ontzeggen. Ze wil de CITO-(eind)toets voor alle
scholen verplichten ...' Oftewel: het selecteren naar capaciteiten van
kinderen is onmenselijk.
Van Gelder schrijft tweeslachtig over deze zaak. Zowel de
kop, de subkop als de tussentitel wijzen het meten van mensen en dus het doen
van tests in zijn geheel af. In de tekst zelf wordt dit genuanceerd tot 'Ook
voor het onderwijs is het goed een test te hebben die kinderen, onafhankelijk
van hun school, met elkaar vergelijkt.', maar dit wordt toegepast om het
geval van allochtonen leerlingen aan te halen, die door leerkrachten te laag
beoordeeld zouden zijn. Waarna de bocht weer verder wordt doorgedraaid, om weer
uit te komen op 'Waar ik me tegen verzet is het geloof dat ieder mens terug
te brengen is tot een gemiddelde.', wat niets anders is dan een volledige
ontkenning van die eerdere uitspraak, omdat uit tests nooit anders dan
gemiddeldes komen: de gemiddelde score voor één leerlingen over verschillende
vragen en tests, en de gemiddelde scores van leerlingen in klas, school, regio,
en land.
Dan ten tweede: de kritiek op de Citotoets als
selectiecriterium, zoals bij Tonkens in: 'Waarom laat de Kamer het niet aan
docenten over om te bepalen of de CITO-toets voor een kind een bijdrage of een
aanslag op zijn ontwikkeling is?', en die bij Van Gelder blijkt uit 'Hoe slim je ook bent, als Cito je niet bij
de niet bij de beste van het land rekent, mag je niet meedoen aan de loting.'
. Hier staat dat het slim-zijn geen invloed heeft op de uitkomst van de
Citotoets.
De inhoudelijke kritiek op de Citotoets zelf is natuurlijk onjuist - in werkelijkheid is er een sterk verband
tussen slimheid en Cito-score. Dit betekent niet dat dit verband absoluut is,
oftewel: je kan geen absolute waarde hechten aan de uitkomst: een uitkomst van
545 betekent eigenlijk niet meer dan: de uitslag ligt tussen 540 en 550, met 545
als het meest waarschijnlijk. Maar deze uitkomst heeft een aanzienlijke mate van
betrouwbaarheid.
Dit oordeel over de Cito-toets plaatsen beide dames naast die
andere mogelijkheid om leerlingen te selecteren op geschiktheid voor de diverse
soorten van vervolgonderwijs: de leerkracht. Voor dat oordeel door de leerkracht
geldt in principe hetzelfde als dat voor de Cito-toets: indien ideaal
uitgevoerd, is het uitstekend. Helaas is de werkelijkheid dat beide niet ideaal
zijn, en men praat hier ook in eerste instantie over de keuze tussen de twee.
Tonkens daarover: ' '... waarom laten we docenten niet bepalen wanneer
ze hamer of beitel gebruiken?' Van Gelder laat dit meer in het midden, maar
zal toch iets moeten doen, zodra de Cito-toets afvalt, en niet iedereen naar de
universiteit kan. Dan zal de leerkracht het moeten zeggen. Zoals het trouwens
vroeger ook ging, en iedereen weet uit dat verleden, of kan weten, wat het
resultaat is: de mondiger, beter pratende, assertievere, kinderen uit de betere
kringen (let wel op: dit zijn allemaal gemiddeldes!), met ook mondiger,
beter pratende, assertievere, ouders, kregen veel meer toegang tot hoger
onderwijs dan op grond van capaciteiten normaal zou zijn. Van Gelder haalt zelf
later in het stuk het voorbeeld van het advies aan allochtonen aan: eerst fout
de ene kant op (op grond van de cultuur-ideologische ideeën die toen de
maatschappelijke norm waren), en toen, ter compensatie, fout richting de andere.
Dus voor het oordeel van die
onderwijzer geldt precies hetzelfde als voor de Citotoets: misschien het een
sterke correlatie met de capaciteiten van de leerling, maar er zijn altijd
afwijkingen. En de ervaringen laten zien dat de Cito-toets het objectiever, dus
beter, doet.
Van Gelder noemt nog een paar mogelijke problemen in het
kader van mogelijke manipulatie zoals test-training is mogelijk, maar daarvan is
het effect beperkt, en een goede test
minimaliseert dit. In ieder geval is het zo dat het oordeel van de onderwijzer
op talloze andere manieren gemanipuleerd kan worden, een deel daarvan bijzonder
onwenselijk, zoals persoonlijk vooroordeel.
Overigens is haar laatste opmerking weer wel juist: het best is een
objectief oordeel van de test, dat aangevuld wordt door de leerkracht met
eventuele bijzondere factoren.
Na de inhoudelijke analyse, nu de interpretatie van de houding die uit de
artikelen spreekt. Waar de inhoudelijk kritiek weerlegd is, deels door Van
Gelder zelf, kan die kritiek alleen stammen vanuit emoties: men wil niet
beoordeeld worden aan de hand van cijfers, zelfs als men beseft dat het beter
werkt. 'Nog even, en we leven voor de test.' Natuurlijk is dit inhoudelijk
gezien onzin, want we worden voortdurend getest, bijvoorbeeld door bazen, maar
het gaat kennelijk om deze test: de test met een uitslag in cijfertjes. De
weerstand daartegen is hoogstwaarschijnlijk in hoofdzaak gebaseerd twee dingen:
ten eerste op het gevoel van oncontroleerbaarheid: men heeft het idee wel bazen
te kunnen beïnvloeden, maar niet de cijfertjes, hetzelfde gevoel dat een
belangrijke rol speelt bij vliegangst. En ten tweede op het gevoel van
onvermijdelijkheid: men weet dat de uitslag van zo'n cijfertjes test juist wel
veel zegt, en juist dat maakt ongemakkelijk - zie de hartekreten van Tonkens - oftewel: het probleem zit niet in
dat de test te slecht is, maar dat hij te goed is. Dat is de enige redelijke
verklaring voor een uitspraak als 'Meten is geen weten', waarvan ook vaststaat
dat het volkomen onzin is: er zijn er andere vormen van weten dan door meten
(voelen, intuïtie), maar daarvan weet iedereen dat ze onbetrouwbaarder zijn.
Deze weerstand tegen cijfers en tests is hetzelfde als de weerstand tegen sociologische
begrippen in het algemeen. Deze cijfermatige beoordeling is een bepaling van de
positie van een individu binnen een groep - het heeft alleen betekenis binnen
een groep, zoals het IQ alleen de relatieve positie binnen de groep der mensheid
bepaalt - hoeveel zit je boven of onder het gemiddelde. De weerstaand tegen
cijfers is hetzelfde als de weerstand tegen het "als groepslid gezien worden".
De hoofdredacteur is in zijn discussies al ontelbare malen gestoten op het
argument dat hier achter zit: "Er zijn geen groepen, alleen individuen" - op dat
moment is verdere discussie eigenlijk onmogelijk. Waar dit in eerste instantie
een rechts idee lijkt (het meest individualistisch zijn roofdieren
), zijn er ook
bij linkse intellectuelen hiervan veel voorstanders te vinden
-
ondanks dat men eigenlijk wel weet dat het tegendeel waar is
.
Tenslotte iets over de inspiratiebron van deze houding. Evelien Tonkens is
sociologe en Eerste kamerlid voor GroenLinks - het stuk van Xandra van Gelder is
ondertekend als 'moeder van twee dochters, een daarvan krijgt deze week haar Citoscore.' Dit is juist, maar dusdanig onvolledig dat er sprake is van een
leugen. Want Xandra van Gelder is niet zomaar een moeder van twee kinderen.
Xandra van Gelder is oud-redacteur van de Volkskrant, en op dit moment
hoofd Educatie bij het Rijksmuseum. Haar opvattingen zijn niet die van een
willekeurige moeder, maar, net als die van Evelien Tonkens, die van een literaire alfa/gamma-intellectueel. En dan valt
er meteen een heleboel op zijn plaats. Alfa/gamma-intellectuelen zijn berucht vanwege
hun afkeer van alle rationele redeneren, alle exactheid, en cijfers met
betrekking tot mensen in het bijzonder. Zelfs als men (on)bewust wel weet (Van Gelder)
dat cijfers van belang zijn, en soms onmisbaar.
Wat hier naar boven komt is de dichotomie die de meeste alfa/gamma mensen
kennen met betrekking tot de werking van hun geest: ze hebben natuurlijk wel een
rationele kant, want iedereen is ermee geboren, want iedereen heeft een cortex.
Maar daar waar de werking en uitkomsten van de cortex strijdig zijn met die van
de emotionele hersenen, en dit doordringt tot het bewustzijn, gaat het
emotionele voor - vrijwel zonder uitzondering.
Wat we hieruit moeten leren is dat het volstrekt zinloos is met
alfa/gamma-intellectuelen over zaken aangaande cijfers, gemiddels, groepen en
allerlei andere sociologische begrippen te discussiëren: ze willen er gewoon
niets van weten. Wat op zich geen probleem hoeft te zijn, als ze zich dan ook
maar niet met sociologische zaken bemoeien.
Maar dat laatste is zeker niet het geval, want wat ze niet beseffen is dat
politiek en maatschappelijk bestuur niets anders is dan toegepaste sociologie.
Naar Sociologische krachten
, Sociologie lijst
, Sociologie overzicht
, of site
home
.
|