MENU's
RIJNLANDMODEL    
  
  MENU - KEUZE  
RIJNLANDMODEL  

Sociologische begrippen: xenofobie

13 aug.2009

Waar vertrouwen iets is dat de maatschappij bij elkaar houdt, zijn er ook krachten die mensen en groepen uiteen drijven. De meest "beruchte" daarvan is xenofobie of "angst voor het/de vreemde".
    De opsprong van xenofobie ligt vermoedelijk in de tijd dat mensen, en hun voorgangers, in kleinere groepen leefden. De ontmoeting met een andere groep, vreemden, hoefde niet per se vreedzaam te verlopen - reden voor voorzichtigheid dus. Xenofobie. Onder wat bronnen die die elementaire basis behandelen - eerste de menselijke:


Uit: De Volkskrant, 20-11-2004, wetenschapsbijlage, door Simone de Schipper

Xenofobie | Zelfs op het meest basale dierlijke niveau is het vreemde eng

Bang volgens het boekje

Geef een homogene groep studenten rode en blauwe armbandjes en binnen de kortste keren veroordelen 'rooien' en 'blauwen' elkaar. 'We zien vooral verschillen en kunnen die niet goed beoordelen.'

Wat zijn de factoren die tolerantie doen omslaan in vreemdelingenhaat? Welke ingrediënten polariseren de Nederlandse polder? Ze kennen ze allemaal, de sociaal psychologen van de Nederlandse universiteiten. Verdrietig zijn ze, maar niet verbaasd. Het is haast volgens het boekje.
    'Vertrouwd is prettig, vreemd kan verwarrend of bedreigend zijn', zegt massapsycholoog dr. Jaap van Ginneken (Universiteit van Amsterdam). 'Vanaf het meest basale, chemische, dierlijke niveau - de eigen nestgeur stelt gerust terwijl vreemde geuren door onbekende eetgewoonten of andere lichaamsgeuren onrustig maken - tot de voorstelling over hoe de wereld zou moeten zijn, samengebald in ideologieën als zou de christelijke samenleving het toppunt van beschaving zijn en de islamitische barbaars.'
     Hoe schrikbarend makkelijk tegenstellingen tevoorschijn getoverd kunnen worden, uit het niets, werd afgelopen mei weer eens beschreven in het tijdschrift Psychological Science. Verdeel proefpersonen in twee groepen, geef ze respectievelijk rode en blauwe polsbanden, maak de 'rooien' een beetje boos en voilà, ze reageren negatief op de 'blauwen'.
    De onderzoeker, dr. David DeSteno van de Amerikaanse Northeastern University, draaide voor de verklaring zijn hand niet om. Boosheid wijst op vijandigheid of dreiging. Dan moet je niet overpeinzen maar reageren, snel en intuïtief. En die intuïtie zegt dat dreiging meestal van buiten komt. Wantrouw dus de buitenstaander.
    De negatieve reactie op de verkeerde kleur polsband kwam automatisch 'en onbewust; basale reacties die de mens ooit nodig had om te overleven, hebben zich genesteld in de diepe, primitieve hersenkernen, ontoegankelijk voor politiek correcte correcties. Zo zijn veel blanke Amerikanen, ongeacht of ze zich racistisch of tolerant uitlaten, schrikachtiger en wordt een hersenkern voor angst actief, zodra ze een foto van een zwarte Amerikaan zien.
    Groepsdenken dient om de voortdurende informatiestroom het hoofd te bieden, volgens sociaal-psycholoog dr. Bertjan Doosje (Universiteit van Amsterdam). 'Meubelstukken delen we in als "tafel" of "stoel", mensen als "islamiet", "autochtone Nederlander", "zij", "wij". Het is een bril om naar de wereld te kijken.'
    Combineer dat echter met de fundamentele behoeften om bij een groep te horen en om ons goed te voelen over onszelf, en de neiging tot vooroordelen is geboren. Doosje: 'Door slecht te denken over andere groepen, voelen mensen zich beter over hun eigen groep, en daardoor beter over zichzelf.'
     Vooral in onzekere tijden gebruiken mensen die truc, toonden de Amerikaanse psychologen Steven Fein en Steven Spencer aan in 1997. Blanke, niet-joodse Amerikaanse studenten die net kritiek te verduren hadden gekregen, bleven positief over een ogenschijnlijk katholieke 'Maria'. Maar over een ogenschijnlijk joodse 'Julie' uitten ze negatieve vooroordelen. Studenten van wie het ego juist gestreeld was, deden dat niet. Hoe negatiever de bekritiseerden over 'Julie' waren des te meer herstelde hun eigenwaarde.
    Het hokjesdenken kleurt onze hele waarneming. Van de eigen groep zien en onthouden we vooral de positieve eigenschappen, van buitenstaanders de negatieve. Groepsgenoten kennen we intelligentie en verfijnde gevoelens toe buitenstaanders vooral basale emoties. Van groepsgenoten zien we de individuele verschillen, van buitenstaanders vooral het stereotype.
    Dr. Maykel Verkuyten, sociaal-psycholoog van het European Research Centre on Migration and Ethnic Relations aan de Universiteit Utrecht kent de vele onderzoeken maar benadrukt dat ze niet bewijzen dat afkeer van vreemden aangeboren is. 'We zijn weliswaar van nature op de eigen familie of groep gericht die bieden steun en vertrouwen.' Maar dat is nog wat anders dan afkeer van vreemden zegt Verkuyten met klem.
    'In eerste instantie zijn we neutraal of zelfs belangstellend.' Naast het hokjesdenken heeft de evolutie ons immers óók gezegend met compassie, altruïsme zelfs voor iedereen en alles waarin we iets menselijks herkennen, tot robots en poppen aan toe.
    Niet voor niets zijn samenlevingen zelden zó diep verdeeld als bijvoorbeeld Israël en Noord-Ierland. En niet voor niets blijven zelfs in zulke extreme situaties velen de ander eerst als medemens zien. De angst voor het vreemde kan dan normaal en menselijk zijn, maar niet het enige gevoel waarmee we worden geboren. Het krijgt niet automatisch de overhand, laat staan dat het vanzelf verandert in afkeer.   ...
    De checklist van ingrediënten die het groepsdenken kunnen veranderen in afkeer of zelfs haat kan grotendeels worden aangevinkt. Inclusief de sterkste katalysator: het gevoel van bedreiging, in alle soorten en maten.
    Verkuyten: 'Voorheen was dat de economische bedreiging; de vrees dat banen en huizen naar buitenlanders gaan. Na de moord op Pim Fortuyn maten we dat veel autochtonen zich persoonlijk bedreigd voelen. Terwijl allochtone moslims vaker hun groep bedreigd zien: hun geloof zit in het verdomhoekje en hun cultuur wordt niet geaccepteerd.
    'Autochtonen praten wel over een multiculturele samenleving, wat ruimte en rechten impliceert voor meerdere culturen, maar eigenlijk bedoelen we: assimilatie. Je mag er zijn, als je je maar gedraagt zoals wij. Nou, voor veel allochtonen is assimilatie - het opgeven van de eigen cultuur - een schrikbeeld dat stekels overeind zet.
    'Dat gevoel van culturele bedreiging speelt nu ook sterker bij autochtonen.' Vooral nu de islam in Nederland - mede door uitvergroting door de focus van mensen én media - groot, groeiend en goed georganiseerd oogt. Als de islam doordringt in onze maatschappij, waar blijven dan onze waarden en normen, wat is Nederland dan nog, vraagt menig Nederlander zich af. En omdat zijn identiteit samenhang met zijn land: wie ben ik dan eigenlijk nog.
    'Dat verscherpt de tegenstelling, want, zegt Verkuyten: 'Naarmate men zich minder geaccepteerd voelt, denkt men negatiever over andere groepen.' Dat geldt nu voor beide groepen en dat drijft hen uit elkaar. De polarisatie versterkt zichzelf.
    Massapsycholoog Jaap van Ginneken: 'Polarisatie heeft altijd de neiging om te escaleren. De ene partij doet dit, de andere partij doet iets groters terug. Het kan in korte tijd uit de klauw gieren en dan is het moeilijk om de geest weer in de fles te krijgen.
    Mensen denken naïef dat zulke processen geleidelijk verlopen, maar er kan plotseling een kritische drempel worden bereikt. Opvattingen, gevoelens en gedragingen van grote groepen kunnen in korte tijd omslaan,' vertelt Van Ginneken, auteur van het boek Brein-bevingen - Snelle omslagen in opinie en communicatie.
    'Het World Trade Center in New York, Pim Fortuyn, Hirsi Ali; er is al het nodige losgewoeld. Het conflict ligt gereed onder de oppervlakte, en een moord als die op Theo van Gogh kan dan de laatste druppel zijn, de trigger. Ons denken werkt niet geleidelijk en evenredig. Ideeën vormen zich, sluiten en krijgen betekenis. Denken gaat in patronen.
    'Jarenlang kun je je Arabische buurman met djellaba en baard voorbij zien lopen en denken: exotische buitenlander rare kleren lekker eten. Ineens slaat dat om en denk je: oei. In je hoofd zijn verbindingen gelegd tussen alle stukjes informatie. Irak, Al Qaida, Osama, Mohammed B., de buurman met lang baard. Het samenhangend raamwerk met losse elementen is gestold tot een betonnen raamwerk. Vanaf dat moment valt iedere Arabische uiting binnen dat raamwerk.'  ...


Red.:   Dit artikel vervalt natuurlijk wel weer in het standaardpatroon: de autochtonen of Nederlanders hebben last van xenofobie, en de immigranten/allochtonen/moslims zijn terecht bang hun cultuur te verliezen (integratie wordt gelijk gesteld aan assimilatie. Terwijl het met het grootste gemak ook andersom kan worden geformuleerd: Nederlanders zijn terecht bang hun cultuur te verliezen (moskeeën schieten als paddenstoelen de grond uit), en immigranten/allochtonen/moslims staan xenofoob ten opzichte van de Nederlandse cultuur.
    Ten bewijze van het universele karakter van xenofobie, hier een niet-menselijke bron - het lijkt van het omgekeerde te zijn:


Uit: CNN.com, 13-08-2009, door Andy Rose

Study: Monkeys share human preference for imitation

Scientists find that monkeys gravitate toward humans who imitate their actions | The similarity to human behavior suggests an evolutionary link in social development | Further study could aid the understanding of social disorders such as autism

A new study shows capuchin monkeys prefer humans whose behavior mimics theirs, a trait they share with humans, scientists say.
    Research conducted by the National Institutes of Health in cooperation with two Italian institutions examined how monkeys reacted to two types of humans -- ones who copied their actions and ones who didn't.
    "If one person imitates what a monkey does, and the other person does not imitate, the monkey prefers to spend more time in front of the person that imitated them," said Dr. Annika Paukner at the National Institutes of Health offices in Poolesville, Maryland.
    Research has shown for some time that humans prefer to interact with others who act like them, and people have a subconscious tendency to imitate others. Paukner told CNN the new study shows it is more than just a human trait.
    "It's something that's quite old and something very, very basic. It's not just for us sophisticated humans," she said.
    In the study, a capuchin monkey was given a wiffle ball and was allowed to interact with a pair of researchers -- one who, using another ball, attempted to mimic the action of the monkey, and one who deliberately acted in a different way.
    Monkeys in the study consistently spent more time interacting with the imitators. They also more readily accepted food and trinkets from the mimicking humans, even when the non-imitators offered the same rewards.
    According to the report, the new findings indicate an evolutionary link to the way humans form friendships and create social connections. It also eventually may help people who struggle in social situations, including those suffering from autism. ...


Red.:   Dit lijkt te gaan over aantrekking, maar dat betekent automatisch ook afstoting: als de aap zich aangetrokken voelt tot degene die zich als soortgenoot gedraagt, en dat is de norm, dan is er dus sprake van afstoting ten opzichte van de anderen.
    Kort achter elkaar twee berichten die het allemaal nog eens heel dik onderstrepen:


Uit: De Volkskrant, 19-01-2012, door Tonie Mudde

Help, mijn baby is een racist

Heeft een 11 maanden oude dochter al xenofobe trekjes? Op zoek naar antwoorden in het opvoedingsboek NurtureShock.


Beeld ik het me in? Of staart mijn baby echt opvallend lang naar 'nieuwe Nederlanders'? Die vraag spookt door mijn hoofd, terwijl ik een wandeling maak door mijn Amsterdamse multicultiwijk. Vanuit haar kinderwagen kijkt mijn dochter naar iedereen die aan haar voorbij trekt. Maar ze lijkt een bovenmatige interesse te hebben voor moslima's met hoofddoek.
    Dat komt natuurlijk door die hoofddoek, houd ik mezelf voor. Glimmende stof, felle kleuren; dat vinden alle baby's leuk. Dáár wordt haar aandacht door gevangen. Toch?
    Misschien toch niet, blijkt uit het boek Ouders Opgelet!, dat vandaag verschijnt. Het is de Nederlandse vertaling van de Amerikaanse bestseller NurtureShock, met opmerkelijke wetenschappelijke inzichten over kinderen en opvoeden. Pagina 74 vond ik het meest schokkend. Daarin staat een onderzoek beschreven waarin baby's van zes maanden portretfoto's worden voorgehouden. Soms van iemand met de huidskleur van hun ouders, soms van iemand met een andere huidskleur. Wat bleek? Baby's staarden langer naar mensen met een ander kleurtje.
    Dat hoeft natuurlijk nog niks te betekenen: een kind is geïntrigeerd door alles wat nieuw is, dus natuurlijk kijkt hij langer naar een gezicht dat afwijkt van wat hij gewend is. Maar die pagina 74 gaat verder, deze keer met een onderzoek naar kinderen van 3 jaar. De Amerikaanse psychologiehoogleraar Phyllis Katz liet ze foto's zien van willekeurige kindergezichten. Vraag: wie zou je het liefst als vriendje willen hebben? Van de blanke kinderen koos 86 procent voor foto's van andere blanke kinderen.
    Pats! Zo jong begint het dus. Mijn dochter, 'dadada' kirrend in haar wagen, is vast stiekem ook al druk bezig met het ontwikkelen van een voorkeur voor de eigen huidskleur.   ...


Red.:   Waarna de auteur, die tevens een column in het wetenschapskatern van de Volkskrant heeft waaruit blijkt dat hij een typische alfa, politiek-correct en een multiculturalist is, verder doorgaat over het racisme van de blanken. Terwijl het natuurlijk zo is dat dit gedrag voor alle menselijke etnieën geldt. Al was het maar omdat het doodgewoon overgeërfd gedrag is:


Uit: Wetenschap in Beeld, nr. 1-2012, door Anders Enevold Christensen

Behoedzaamheid tegenover vreemdelingen is aangeboren

Mensen zijn intolerant

Vooroordelen over alles wat afwijkt, zijn niet uniek voor mensen. Proeven van Amerikaanse gedragspsychologen tonen aan dat apen ook onderscheid maken tussen 'wij' en 'zij'. Vijandig gedrag jegens vreemdelingen is mogelijk overgeërfd en diep in de evolutie geworteld.


Tussentitel: Bij resusapen zien we een sterk achterdochtige instelling tegenover soortgenoten buiten de groep - Gedragsonderzoeken Neha Mahajan van Yale Univesity in New Haven, Connecticut, VS.

Wij en zij, goed en fout, bekend en vreemd. Wij mensen hebben een sterke neiging tot indelen en groeperen, anderen in hokjes plaatsen en vooroordelen loslaten op alles wat we niet kennen. Dergelijk gedrag is van invloed op veel van onze besluiten en meningen, en het heeft consequenties voor het samenleven met anderen.
    De opvatting die onder psychologen en sociologen heerst, is dat verreweg de meeste conflicten in de geschiedenis van de mens worden veroorzaakt door onze indeling van de wereld in 'wij' en 'zij' - of het nu om sociale, etnische, religieuze of nationale verschillen gaat. Psychologen willen dan ook al een tijd weten waarom we vooringenomen zijn jegens anderen en waar onze vooroordelen vandaan komen. En of we misschien kunnen leren om deze neiging te onderdrukken of te beheersen. Eerder gingen psychologen ervan uit dat alertheid jegens vreemden sociaal bepaald is, en dat onze reactie op mens en van andere groepen beïnvloed is door onze sociale en culturele omgeving. Maar nu lijkt er eerder sprake te zijn van een diepgeworteld oerinstinct.

Proefeiland met duizend apen
Dit gedrag is namelijk niet uniek voor ons. De kleine resusapen treden apen buiten hun groep tegemoet met dezelfde argwaan en afstandelijkheid als waarmee mens en vreemdelingen meestal bejegenen. Gedragspsychologen van Yale University in Connecticut, VS, stellen dit vast in een opzienbarend onderzoek uit 2011 onder leiding van Neha Mahajan.
    De resusaap ging zich zo'n 25 miljoen jaar geleden afwijkend van ons mensen ontwikkelen. Hij kan snel onderscheid maken tussen apen van zijn eigen groep en apen van een andere groep, en hij is duidelijk het meest op zijn hoede bij onbekende apen. De wetenschappers onderzochten het gedrag van de apen in hun natuurlijke omgeving op het eiland Cayo Santiago bij Puerto Rico. Het is een ideale plek om het gedrag te bestuderen, want er leven 1000 resusapen in het wild, die net als mens en uit zichzelf sociale verbanden aangaan. De onderzoekers hebben nu gedetailleerde informatie over de groepssituatie van elke aap.

Fotoshow voor resusapen
Op een grasveld stelden de onderzoekers een decor met twee afgedekte schermen op, waarop ze de proefapen allerlei foto's lieten zien. Eerst deden ze een aantal proeven waarin een aap per keer twee foto's te zien kreeg, een van een aap uit zijn eigen groep en een van een aap uit een andere groep. Van eerdere studies wisten de onderzoekers dat apen langer naar nieuwe of vervelende dingen kijken dan naar bekende en leuke dingen. Alle proefapen keken inderdaad langer naar de foto van de vreemde aap, waaruit blijkt dat ze onderscheid maken tussen individuen van diverse groepen, en dat ze vreemde apen achterdochtig bekijken.
    Maar zou een aap niet altijd even lang naar iets onbekends kijken? En dan niet omdat het nieuwe hem tegenstaat, maar omdat hij gewoon meer tijd nodig heeft om een inschatting te kunnen maken van nieuwe dingen of apen? Dat testten de onderzoekers in een andere proef. Ze lieten de proefapen foto's zien van hun groepsgenoten, die z6 op de foto stonden dat ze moeilijk te herkennen waren. Ook lieten de onderzoekers ze foto's zien van apen buiten de groep die sterk leken op apen uit de groep van de proefaap. In dat geval staarden de proefapen nog steeds langer naar de gezichten van de vreemde apen dan naar de gezichten van de apen die bij hun eigen groep hoorden.
    Vervolgens voerden de onderzoekers een associatietest uit, waarbij proefapen een aantal foto's steeds per twee te zien kregen. Daarop stond een groepslid of een vreemde aap, samen met een vrucht (waar apen dol op zijn) of een spin (waar apen bang van zijn). In de test had den de apen maar weinig tijd nodig om te kijken naar een groepslid met een vrucht en een vreemde aap met een spin. Daaruit blijkt dat de apen die twee combinaties volkomen natuurlijk vinden. Ze hadden echter langer de tijd nodig om naar de 'tegenstrijdige' verbanden te kijken - dus de foto's waarop hun groepsleden met spinnen stonden, en de vreemde apen met vruchten. Daaruit blijkt wel dat deze combinaties niet stroken met de verwachting van de apen. Apen maken dus niet alleen onderscheid tussen de groepsleden en de apen buiten de groep, ze koppelen groepsleden ook vanzelf aan goede dingen en niet-leden aan slechte.   ...


Red.:   Waarna ook deze discussie gesloten kan worden.
    Eén van de eigenschappen van menswetenschappers is dat ze hun literatuur zo slecht bijhouden. En daardoor zaken publiceren die al eerder zijn gedaan, of nieuwe resultaten niet goed interpreteren. Zoals dit:


Uit: De Volkskrant, 17-03-2012, door Dennis Rijnvis

Bloeddrukverlager werkt ook als anti-discrimatiepil

De bloeddrukverlager propranolol heeft een verrassende bijwerking. Je gaat er minder van discrimineren.

Na het slikken van propranolol kijken blanke proefpersonen minder bevooroordeeld naar gezichten met een donkere huidskleur, melden neuropsychologen aan de Universiteit van Oxford in het vakblad Psychopharmacology.
    De onderzoekers baseren zich op een test die onbewuste dicriminatie meet door reactiesnelheid. Proefpersonen krijgen in hoog tempo verschillende woorden te zien. Ze moeten die zo snel mogelijk indelen in de categorieën zwart of wit, aangeduid met foto's van zwarte en blanke mensen.   ...


Red.:   Ten eerste: het onderzoek meet helmaal geen discriminatie, maar de alertheid van het het waarneming- en evaluatiesysteem. waarschijnlijk krijg je soortgelijke effecten met andere stoffen die op dat system inewerken - bijvoorbeeld de bekende drugs als cocaïne en dergelijk. dat moet eerst allemaal gemeten worden voordat je meer gedetailleerde conclusies kan trekken, zoals het toekennen aan specifieke waarnemingen.

  De overgrote meerderheid van de blanke proefpersonen (ruim 70 procent) handelt in de regel sneller als ze positieve woorden koppelen aan blanke gezichten en negatieve begrippen aan donkere. Blanke proefpersonen die 40 milligram propanolol hadden geslikt bleken echter positieve woorden even snel aan zwarte als aan blanke gezichten te koppelen.

Waarin opzichtig is weggelaten, of  nog erger, totaal niet gemeten, hoe zwarte proefpersonen op voor hen vreemde gezichten reageren - bijvoorbeeld Aziaten of bavianen.

  Het opmerkelijke effect is volgens onderzoeksleider Sylvia Terbeck te verklaren door de invloed van propranolol op de hersenen. 'Het middel heeft een dempende invloed op de amygdala, een hersengebied dat angst verwerkt', vertelt ze.

Onderbouw dit. Door bijvoorbeeld dat bavianenonderzoek bij negers. Maar vermoedelijk wordt dat niet gedaan omdat je niets negatiefs mag vinden over negers.

  De Leidse hoogleraar klinische psychologie Bernet Elzinga betwijfelt echter of propranolol eventuele vreemdelingenangst echt via het angstsysteem bestrijdt. 'Het kan ook zijn dat je anders reageert door signalen uit andere delen van het lichaam. Propanolol verlaagt bijvoorbeeld de bloeddruk. Daardoor blijf je rustiger. Als je dat merkt, krijg je misschien onbewust het idee dat bepaalde gezichten minder bedreigend zijn.'

Een vermoeden dat versterkt wordt door:

  De auteurs van de Britse studie speculeren al over een anti-discriminatiepil.

Want de Angelsaksische wereld is nog veel gestoorder in haar overgevoeligheid voor alles dat wijst op etnische verschillen dan de rest van de westerse wereld. Vandaar ook deze gestoorde suggestie:

  'Waarom zou een jury bij een zangwedstrijd geen middel innemen om onbewuste vooroordelen tegen etnische minderheden uit te sluiten?', vraagt onderzoeker Guy Kahane zich per e-mail af.

Al was het maar omdat gekleurden bovenmatig veel dit soort zang-en-dans wedstrijden winnen.


Naar Sociologische krachten , Sociologie lijst , Sociologie overzicht , of site home .