Bronnen bij Vrijheid van meningsuiting: commercialisering
|
5
jun.2006 |
Een fundamentele bedreiging voor de vrijheid van meningsuiting is iedere binding
tussen de media en commerciële activiteiten. Commerciële activiteiten in de vorm
van sponsoring of eigenaarschap betekenen namelijk per definitie bindingen met
mensen met heel specifieke persoonlijke belangen: de eigenaars van de bedrijven
of de media. Zodra er geld van die mensen naar de media stroomt, zal er ook
invloed meekomen. En dan zijn die media per definitie niet onafhankelijk en vrij
meer. Met voorspelbare gevolgen:
Uit: De Volkskrant, 12-10-2005, van onze correspondent Bart Dirks
Europese tv-zenders: meer aanbod, minder kwaliteit
Europa heeft bijna vierduizend tv-kanalen, maar de kwaliteit is er alleen maar
op achteruit gegaan. De tv-markt is in handen van enkele bedrijven en de
kijkcijfers gaan ook naar een beperkt aantal zenders. Het tv-nieuws is vaak
onder de maat, zeker bij commerciële zenders. En met onderzoeksjournalistiek is
het droevig gestemd op tv, zowel bij de publieke als de commerciële zenders.
Dat is kwalijk, concludeert de mediawaakhond Open Society Institute in
Boedapest, want televisie is nog altijd de belangrijkste bron van informatie
voor Europeanen, ‘ondanks het dynamische proces van nieuwe
informatietechnologie.’
Dinsdag presenteerde het Open Society Institute in Brussel
een studie van 1662 pagina’s over regulering, beleid en onafhankelijkheid van de
televisie in twintig Europese landen. Nederland werd niet onder de loep genomen.
‘Publieke omroepen sluiten steeds meer compromissen over
kwaliteit om te kunnen concurreren met commerciële kanalen, en velen zijn
afhankelijk van de regering of politieke partijen’, concluderen de onderzoekers.
‘Tegelijk komen er steeds groter concentraties in de commerciële sector, vaak
met duidelijke politieke banden. Deze ontwikkelingen brengen het pluralisme en
de diversiteit in gevaar. Vooral in de jonge democratieën in Midden- en
Oost-Europa.’
In vrijwel elk land domineren een stuk of drie zenders de
markt – zo hebben in Bulgarije, Kroatië en Tsjechië de drie populairste kanalen
samen een marktaandeel van 80 procent. In Frankrijk trekt het commerciële TF1
bijna eenderde van de kijkers en de helft van de reclame-inkomsten. Alleen in
Turkije en Duitsland is het aanbod versnipperd: daar hebben de drie grootste
zenders slechts de helft van de kijkers.
De Hongaarse hoogleraar Miklos Haraszti oordeelt dat de
opmars van de commerciële tv heeft geleid tot kijkcijferoorlogen met de publieke
zenders. ‘Het onvermijdelijke resultaat is de debilisering van de programmering
van de publieke zenders in veel landen.’ ...
Red.: Ook in Nederland heeft dit proces inmiddels keihard
toegeslagen daar waar het kan: bij de kranten die denken dat ze ook bedrijven
kunnen zijn:
Uit:
De Volkskrant, 19-02-2009, door Wilco Dekker en Bart Dirks
'Stel dat de koper Berlusconi was, dan was het land te
klein'
Peiling | Uitgever PCM lijkt af te stevenen op een overname door het
Belgische mediabedrijf De Persgroep van Christian Van Thillo. Een verstandige
keuze?
Michaël Zeeman, columnist de Volkskrant:
‘Het is dezelfde redeloze paniek als bij Apax. Ik schreef toen twee stukken die
de krant niet in mochten, want een beursgang met de Britten was de zaligmakende
optie. Van Thillo wil saneren, al is een lenige redactie niet per se slecht.
Natuurlijk kun je winstgevende kranten maken, zoals in Italië. Maar in Nederland
met zijn Angelsaksische tunnelvisie ziet men dat niet.’ ...
Red.: Die 'Angelsaksische tunnelvisie' is dus hetzelfde als waar wij
het over hebben. De kwade wil die erachter steekt blijkt uit het feit dat men de
publicatie van het redelijke tegengeluid, de waarheid, censureert.
Hetzelfde artikel bevestigt ook nog eens het samenspannen met de rechtse
graaiers:
| |
Ben Knapen, oud-hoofdredacteur van NRC en oud-bestuurder
van PCM, waar hij 1,5 miljoen meekreeg:
‘Ik vind niet dat iemands paspoort een rol mag spelen. ... |
Michael Zeeman had overigens al een uitgebreider artikel geschreven, waarin de
verantwoordelijkheden en overwegingen nog eens duidelijk neergezet werden:
Uit:
De Volkskrant, 18-12-2008, column door Michaël Zeeman
Hoofdredacteuren en struikrovers
Rome,
Er zit een ondraaglijke spanning tussen de brief van de hoofdredacteuren der
Nederlandse kranten aan Ronald Plasterk (Forum, 15 december) en de uitkomst van
het eerste onderzoek naar het geklungel en geknoei van de belangrijkste
Nederlandse dagbladuitgever, PCM (Economie, 16 december).
De hoofdredacteuren slaan, in hun appèl aan de minister die
ook verantwoordelijk is voor het mediabeleid, een hoge toon aan. En de
onderzoekers trokken na hoe een vrije onderneming, die ook een instituut is met
maatschappelijke verantwoordelijkheid, zo frivool kon omgaan met haar vermogen
en haar feitelijke en morele verplichtingen. ...
Met de principiële opvatting over de rol van de pers in een
democratie kan men het zonder moeite eens zijn. Maar waarom speelt dat nu pas
op? En hoe goed en hoe onafhankelijk zijn de kwaliteitskranten in Nederland
eigenlijk? Als de hoofdredacteuren werkelijk zo principieel in de leer zijn,
hadden zij dan niet wat eerder op hun strepen kunnen gaan staan?
Bijvoorbeeld toen hun uitgever PCM zichzelf uitleverde aan
een ploegje Britse struikrovers?
Daar krijgt nu de Stichting Democratie en Media, indertijd de
grootste aandeelhouder van PCM en inmiddels opnieuw, de schuld van. Maar het
bestuur van een stichting die een gecompliceerde miljoenenonderneming bezit,
heeft de kennis noch het inzicht om transacties als de verkoop van een compleet
aandelenpakket aan een buitenlandse investeerder adequaat en evenwichtig te
beoordelen. Dat wordt daarin gestuurd door de directie van het concern:
managers, die voltijds in de weer zijn met het leiden van het bedrijf en met
beoordelen van economische prognoses.
Die lui waren indertijd unaniem voorstander van beursgang van
wat toen nog een ideële organisatie was. PCM gaf dagbladen uit op gezag van de
grootste aandeelhouder, de Stichting Democratie en Media. Die stichting wilde
precies wat de naam zegt: de democratie bewaken door het garanderen van een
onafhankelijke, pluriforme en solide Nederlandse dagbladpers.
De managers hadden daar geen zin in. Het is geen geheim dat
dat gezelschap indertijd bestond uit luchtfietsers en feestvierders. Geen van
hen is slechter geworden van de verkoop van de aandelen. Integendeel:
tegenwoordig rentenieren zij allemaal.
Die managers hadden hun zin nooit kunnen doordrijven zonder
de instemming van de verschillende kranten die zij uitgaven. Dat waren – en zijn
– de melkkoeien van de onderneming. Degenen die er leiding aan gaven en soms nog
geven, hadden de verkoop gemakkelijk kunnen blokkeren. Ook de ondernemingsraden
hadden daar korte metten mee kunnen maken.
Maar ook zij lieten zich bepraten met de lariekoek over de
enorme voordelen van beursgang. De enkeling die zich, louter door zijn gezonde
verstand te gebruiken, tegen die propaganda verzette, kreeg een publicatieverbod
opgelegd en werd op een zijspoor gemanoeuvreerd. ...
Red.: Zo, daar staat het nog eens allemaal: het is de leiding
van de krant die op zijn minst medeverantwoordelijk is voor de uitverkoop aan
het private ondernemen. En dat allemaal vanuit de ideologie van de markt.
Ongetwijfeld beïnvloed door de langdurige aanwezigheid als
economie-hoofdredacteur van Frank Kalshoven, de hoofd-propagator in Nederland
van het neoliberalisme
, is de Volkskrant op economisch terrein een
veel meer kapitalistische en neoliberale krant is geworden, waar marktwerking
het panacee voor alle problemen is. Hierin is het verschil met de rechtse pers
alleen nog maar gradueel.
De meer "linkse"
standpunten van de Volkskrant zijn haar steun aan de Europeanisering
en globalisering
,
die als "onvermijdelijk"aan de lezer worden versleten, multiculturalisme
en
kosmopolitisme
.
De links naar de Rijnlandmodel-artikelen laten zien dat dit slechts linkse
ideeën zijn in de ogen van de intellectuele middenklasse - voor de lagere klassen
lijkt het als twee druppels water op het proces waarmee in de oude tijden van
het kapitalisme de waarde van de arbeid werd uitgebuit en gedumpt door middel
van goedkope arbeidskracht.
In de meeste grote maatschappelijke onderwerpen lijken de
grote kranten dus sterk op elkaar. En elders zijn we al de opmerking
tegengekomen dat de elektronische media hier ook weer sterk op lijken. Wat dus
in eerste instantie op pluriformiteit lijkt, is dat het grotendeels niet. De
Nederlandse media zijn voor een groot deel gelijkgeschakeld, zij het niet zo erg
als in landen als Verenigde Staten en de overige Angelsaksische landen, waar de
commercialisering verder is, en de gelijkschakeling ook. Om over de landen
buiten het Westen maar niet te spreken, maar dat is hier niet het onderwerp.
De conclusie is dus dat waar de vrijheid van meningsuiting
voor wat betreft de belangrijke maatschappelijke processen in hoge mate via de
media loopt,deze vrijheid van meningsuiting zeer beperkt is - er bestaat een
sterk filter voor de rechtse opvattingen van kapitalisme, vrije markt, en haar
extreme vorm: het neoliberalisme.
Het grootste gevaar voor dit soort processen ligt natuurlijk
bij de televisie, wat in Nederland veel minder is omdat Nederland een door de
staat gereguleerde publieke omroep heeft. Maar waar dat laatste niet zo is,
slaat het verval dan ook razendsnel en keihard toe:
VARA TV Magazine, nr. 13-2006, door Clementine van Wijngaarden
Kritische clown
Comédienne Sabina Cuzzanti maakte met Viva Zapatero! een documentaire over de almaar grotere greep van Silvio Berlusconi op de nationale tv. Clementine van
Wijngaarden sprak haar in Rotterdam.
In de documentaire Viva Zapatero! zit een moment dat de maakster, Sabina
Guzzanti, een van Italië's populairste comédiennes, een striptease doet. Ze zit
naast Tony Blair. Of nee, ze zit, in haar Berlusconi-outfit - te groot glimmend
blauw pak, hoog voorhoofd, geforceerde glimlach - naast Rory Bremner (Engelands
bekendste Blair-imitator). Terwijl ze met elkaar praten, ontdoen ze zich om de
beurt van hun vermomming. In Guzzanti's geval betekent het dat ze haar
opgeplakte wangen, wallen en voorhoofd afpeutert en haar toupet en haarnet
aftrekt. Als ze vervolgens haar zwarte lokken los schudt, zit er een ravissante
schoonheid op de bank.
In Rotterdam, waar Guzzanti tijdens het afgelopen
Filmfestival een paar dagen vertoefde om haar film te vergezellen, is ze zich
zeer bewust van haar charme. Ze weet iedereen om haar vingers te winden: van
het"publiek in de zaal waar ze na afloop van de film een praatje houdt tot aan
Wilfried de Jong, presentator van de dagelijkse talkshow, bij wie ze op de bank
aanschuift. Een beauty, mét brains.
Dat is een opvallende combinatie in Italië, waar een vrouw op
tv doorgaans niet meer is dan een bh met slip, die ergens achter op het podium
bevallige posities aanneemt. 'Afschuwelijk,' zegt Guzzanti daarover uit de grond
van haar hart. De vraag was hoe tv er idealiter uit zou moeten zien. Minder
commercials had ze als eerste gezegd. Geen geweld in kinderprogram-ma's als
tweede. En toen barstte ze, Italiaans geëmotioneerd los: 'en met respect voor
vrouwen'. 'De manier waarop vrouwen op de Italiaanse tv behandeld worden is
ongelofelijk. Het zijn niet meer dan heel mooie, bijna naakte meisjes die
lachend de presentator, man natuurlijk, flankeren. Een zichzelf respecterend
land zou dat toch niet mogen toestaan?'
Als Italië een hoenderhok zou zijn, dan is Sabina Guzzanti de knuppel. Guzzanti,
geboren in 1963 in een Romeinse patriciërsfamilie en dochter van senator Paolo
Guzzanti, is inmiddels zo'n twintig jaar actief als comédienne. De rode draad in
haar werk is het ironiseren van de Italiaanse maatschappij en dan vooral de
manier waarop de Italiaanse machthebbers te werk gaan in de politiek, de
economie en de media. Geliefd waren haar karikaturen van Massimo D'Alema (de
centrumlinkse leider die premier werd in 1998) en de vertolkingen van huidig
premier Berlusconi, door Guzzanti betiteld ais l'ottavo nano ('de achtste
dwerg').
Toen ze eind 2003 onder meer deze Berlusconi-vertolking liet
zien in haar nieuwe satirische programma RAIot gebeurde er iets onvoorstelbaars:
al na één aflevering werd het programma verboden. De perplexe Guzzanti besloot à
la Michael Moore verhaal te halen door een documentaire te maken waarin ze 1.
onderzoekt waarom haar serie van de buis is gehaald; 2. Wat politieke satire
precies is en 3. Hoe het komt dat sinds Berlusconi in 2001 opnieuw aan de macht
kwam, en er steeds minder dissonanten stemmen zijn, zowel in de journalistiek
als in de satirische hoek. Haar film noemde ze Viva Zapatero! Naar de
Spaanse minister-president Zapatero die, in tegenstelling tot de machthebbers in
haar eigen land, wél liberale hervormingen doorvoert.
In de documentaire trekje parallellen met de opkomst van het fascisme in de
jaren 30 en wat er nu gebeurt in Italië. Ben je bang dat de geschiedenis zich
zal herhalen?
'Ik ben niet zozeer bang. Wel ongerust. Ik denk dat alle democratieën een
gevaarlijke kant op gaan. Italië lijkt wat dat betreft extremer, maar tijdens
het maken van de documentaire sprak ik Franse collega's die aangaven dat de
persvrijheid in hun land onder Chirac ook niet meer is wat het was. Italië beeft
van origine een zwakke re democratie dan de meeste West-Europese landen. Het
heeft altijd de bemoeienis van het Vaticaan gehad; er is altijd al gedonder met
censuur geweest en kijk naar de manier waarop Berlusconi en Bush met elkaar
omgaan, dat is niet gezond. Daarbij is het een land waar de beginselen niet zo
belangrijk zijn. Toen Berlusconi aan de macht kwam, riep hij gewoon keihard: 'Fuck
de grondbeginselen, dit land is een "nepocratie"'. Alles werkt hier op een
andere manier. Er is geen oppositie. Of er is wel een oppositie, maar als ze
hier debatteren dan blijkt op het einde dat ze eigenlijk allemaal hetzelfde
willen. Links wil het wat netter misschien.'
'Links' steunde je programma evenmin?
'In het programma zat een scène waarin ik Lucia Annunziata persifleer, destijds
presidente van RAl. Zij is degene geweest die het document tekende om het
programma stop te zetten. Zij is van links. Of beweert links te zijn.'
Ze kon er niet om lachen datje haar wegzette als schele, boers pratende
vrouw?
'Niet echt.'
Maar dat kan toch niet de reden zijn dat ze zo bang zijn voor jou en je
programma?
'Je moet je bedenken dat, sinds Berlusconi in 2001 opnieuw aan de macht kwam, de
media aan banden is gelegd. De journalistiek staat onder controle. De
berichtgeving is enorm eenzijdig. Heel veel mensen snappen het nieuws niet meer.
Wat ik met mijn satire probeer is om duidelijkheid te scheppen: ik doe research,
verzamel informatie en probeer een kritisch gezichtspunt te formuleren, waardoor
mensen op een komische manier toch de informatie krijgen die ze wordt onthouden.
Het publiek ziet daarin niet alleen wat er aan de hand is; maar ontdekt ook dat
al het andere dat ze wordt voorgeschoteld een grote leugen is.'
Blijkbaar zijn veel mensen het met je eens, gezien de reacties. Er moeten
toch mensen zijn die de politiek willen hervormen?
'Die zijn er wel, maar die hebben geen macht. Het is ook zeker niet zo dat we
lijdzaam wachten tot het land verrot is. Er zijn heel veel demonstraties. Kijk
naar de oorlog in Irak. We hadden hier de grootste demonstratie ter wereld: ruim
drie miljoen mensen gingen de straat op. Negentig procent van de bevolkingwas
tegen die oorlog. We hebben een constitutie die zegt dat Italië aan geen een
oorlog mee mag doen. En toch gebeurt het.'
In Viva Zapatero! onderzoekt Guzzanti tevens hoe het met de satire in
andere landen is gesteld. Ze discussieert met collega's in Frankrijk en
Groot-Brittannië over de vraag wat toegestaan is in politieke satire. De eerder
aangehaalde Britse komiek Rory Bremner zegt dat 'als politici grappen beginnen
te maken, komieken over politiek mogen praten'. In dat geval - gezien de vele
halfzachte grappen van Berlusconi zelf, heeft Guzzanti een vrijbrief. Toch is
haar satire - veel verkleedpartijen, persiflages - mild in vergelijking wat er
in Engeland of Frankrijk ge beun. In de documentaire laat ze een voorbeeld zien
van een (Franse) spoof op Pulp Fiction waarin twee gangsters
zonder blikken of blozen Chirac overhoop schieten, of het Brits/Amerikaanse
poppen koor dat gezamenlijk 'We are the world' zingt, waarbij het
werkwoord is vervangen door fuck. Maar op de vraag waar je het beste
satire kunt maken in Europa, antwoordt Guzzanti resoluut: 'Italië'. 'Het is het
perfecte land voor satire. Het feit dat het min of meer verboden is, maakt het
zelfs belangrijker. Daarbij hebben we een mooie traditie. In Engeland is de
satire zeker van. hoog niveau, maar daar is de democratie toch in een betere
conditie dan bij ons. Hier loont het echt. Maar ik zag wel dat er in Frankrijk
ook van alles gaande is. Dat was lange tijd een monument op gebied van satire,
maar daar is nu niks meer op tv. Hun mogelijk volgende premier Nicolas Sarkozy,
lijkt op Berlusconi. Die man is niet gewoon conservatief, maar ultrarechts plus
xenofoob.'
In je documentaire word je op een gegeven moment toegebeten dat je maar met
je vader moet gaan praten omdat hij ook heeft ingestemd met de censuur. Vind je
het moeilijk dat hij senator is?
'Ja. Hij is sinds 2001 senator. Daarvoor was hij een linkse journalist. Zelf
maak ik sinds 1994 satire. Hij is degene die is veranderd, niet ik.' Je
voorland?
'Nooit'
.
Tussenstuk:
Ondertussen, ergens in Rome
De lichten zijn nog niet aan, maar tijdens de laatste minuten van Vivo
Zopotero! wordt al luid geklapt en gejoeld in de uitverkochte bioscoop
ergens in Rome. De film van Sabina Guzzanti maakt, sinds hij vorig jaar werd
uitgebracht, veel los in Italië. De film appelleert aan de kritiek en frustratie
van het linkse kamp over de nationale machtsverhoudingen. Daartegenover roept
hij verontwaardiging op van anders politiekgeoriënteerde Italianen. Toch komt
het relaas van Guzzanti voor velen niet als een schok. 'La Guzzanti' is bij de
meesten al jarenlang bekend als politiek kritische comédienne in
televisieprogramma's en theatershows.
Ze slaagt er in om voor de rode broeders en zusters de in hun
ogen al jarenlange verachtelijke, onrechtvaardige handelingen van de huidige
machthebbers op een rij te zetten, door middel van slim gemonteerde
televisie-interviews en sketches. Zij pookt het vuur van de protesterenden op en
haakt met haarverhaal in op de vlammende haat tegen premier Berlusconi en zijn
medewerkers. De vertoning van de film tijdens het Film Festival van Venetië 2005
werd overtuigend toegejuicht meteen u minuten langdurende ovatie. Vervolgens kon
Guzzanti de internationale filmpers uitleggen hoe het er voorstaat met de
persvrijheid in Italië.
Maar in het Berlusconi-kamp werd de film niet hartelijk ontvangen. In de krant
Il Giornole werd haar verweten dat ze een zielig slachtoffer speelt, ten
bate van haar eigen wens om carrière te maken in de mediasector. Ook de op links
stemmende Lucia Annunziata liet weten dat Guzzanti's visie maar weinig begrip
laat zien van het complexe fenomeen dat Berlusconi is. En daarmee de plank goed
mis slaat. Guzzanti zelf pareert dat haar productie geen anti-Berlusconi-film
is, maar de kritische blik van een clown op een verrot systeem.
Met haar film slaagt Guzzanti in het oppeppen van reële
frustraties en woede van het linkse kamp, maar zij drukt zo hard door dat de
mensen die nu juist snakken naar een niet gepolariseerde, niet karikaturale
debatstijl (bijtende satire vanuit linkse hoek, populistische representaties
door rechts) de film laten voor wat zij is: een strijdlustig manifest voor
persvrijheid gemaakt voor en door links. Bovendien is de film voor de Italianen
een van de vele pamfletten van de door links ingezette aanval tegen Berlusconi:
in april mogen de Italianen stemmen.
Naar Vrijheid van meningsuiting
, Sociologie lijst
, Sociologie overzicht
, of
site home
.
|