MENU's
RIJNLANDMODEL    
  
  MENU - KEUZE  
RIJNLANDMODEL  

Bronnen bij Westerse cultuur: multiculturalistische bedreiging (in ontwikkeling)

okt.2011

Als je constateert dat er fundamentele verschillen bestaan tussen westerse en niet-westerse culturen, en dat de niet-westerse culturen van wat in Nederland beschreven wordt als de allochtone soort een matige tot sterke achterstand hebben, dan geldt die achterstand ook voor immigranten uit die culturen. Die achterstand is namelijk niet een eigenschap van de bodem van die landen, maar van de mensen die op die bodem wonen.

Die achterstand van de niet-westerse culturen bestaat op verschillende niveau van het maatschappelijke functioneren, die natuurlijk vaak onderling samenhangen. Twee voorbeelden zijn het lage arbeidsethos van wat in westerse context de minder-geschoolden en de lagerbetaalden zijn. En aan de andere kant de neiging van de wat in de westerse context de leidende klasse en de hogerbetaalden zijn, om zich t6e gedragen als de absoluut heerser, de dictator. In zijn extreem heb je dus de westerse gezag-organisatie, versus het niet-westerse meester-horige/slaaf model. Natuurlijk is de werkelijkheid niet zwart-wit, en verloopt het contrast geleidelijk over diverse deelculturen, zoals de verzamelingen over Noord- en Zuid-Europa => en noordelijke en zuidelijke wereld => laten zien.

De gemeenschappelijke factor achter deze twee verschijnselen is het onderlinge of maatschappelijke vertrouwen. In de niet-westerse maatschappij reikt het onderlinge vertrouwen niet verder dan de directe familie, en zo het verder reikt gaat die langs de lijn clan, stam, etnie. Buitenstaanders zijn niet te vertrouwen, tot en met ernstig te wantrouwen: als je iets doet voor iemand buiten je groep, is er een grote kans dat hij er met de opbrengst vandoor gaat in plaats van een wederdiensten verrichten - het verhaal van de Afrikaanse metselaar die er vandoor gaat met het geld hem gegeven om er stenen van te kopen => . [verbinding met mashmellow experiment] . De westerse maatschappij heeft een veel hogere graad van vertrouwen. De spanningsboog tussen het nemen van eigenbelang en dat van de gemeenschap speelt zich daar af op zaken als de bereidheid tot belastingbetaling => . Er is een direct verband binnen westerse landen tussen die bereidheid, en hun economisch welvaart, en nog directer met hun maatschappelijk en persoonlijk welbevinden.

War onmiddellijk de vraag oproept wat er gaat gebeuren als je deze culturen met elkaar in contact brengt - gaat mengen.

Die eerste contacten stammen uit de koloniale tijden, toen de westerse maatschappij nog op een veel lager punt van ontwikkeling stond. De resultaten van die contacten zijn duidelijk. Ondanks de politiek-correcte leugens die daarover standvastig verkondigd worden door de ideologen van "Alle culturen zijn gelijk" => , is er bewezen dat naarmate die contacten tussen niet-westerse en westerse culturen intensiever waren, die niet-westerse culturen meer vooruit zijn gegaan => . Met als meest saillante voorbeeld Haïti: het eerste weer zelfstandige koloniale land in de regio, en de meest achtergebleven maatschappij => . En als goede tweede de overgang van het koloniale Rhodesië naar het post-koloniale Zimbabwe: het werd een diepe val.

Deze eerste contacten waren voornamelijk beperkt tot dat: contacten. Zelden kwam er in de koloniën meer dan een kleinere blanke bestuurslaag. Hier is dus geen sprake van echte menging van culturen. Dat is wel het geval met de niet-westerse immigratie naar, voornamelijk, Europa, sinds de jaren zestig en voornamelijk daarna. Daarin zijn  twee fasen te onderscheiden: de aanvankelijke migratie die bestond uit arbeidsmigranten, voornamelijk uit islamitische landen, deels geselecteerd op lagere opleiding. En de tweede fase, de grote golf, bestaande uit kettingimmigratie: de familie, verwanten en dorpsgenoten van de eerste groep.

In eigen land behoorde het overgrote deel van de golf van massa-immigratie tot achterhoede van hun  cultuur, komende uit de sociaal achtergebleven streken in in eigen land. In Europa gingen ze vooral wonen in de grote steden, het meest vooroplopende deel van de westerse cultuur. In beide opzichten van het spectrum van de twee culturen is er dus sprake van de meest extreme groepen Het culturele contrast was ongeveer maximaal. Dat laatste geldt veel min der voor de immigratie uit Afrika en dergelijke: dat is aldaar de meer voorliggende groep. Maar het culturele contrast met Afrika is zo veel groter, dat het netto-verschil met het westerse doelland ongeveer even groot is.

Eigenlijk was vanaf de eerste paar jaren dat de eerste groepen gastarbeiders hier verbleven al duidelijk dat een permanent verblijf van deze groep een hachelijke zaak zou zijn. De snel geconstateerde sociale achterstanden waren veel te groot. Aspecten die langs kwamen waren onbekendheid met het gebruik van een modern toilet, de gewoonte om vuilnis over de balustrade van balkon of galerij te kieperen, slachten op het balkon ... het werd allemaal geconstateerd door de autochtone medebewoners maar door bestuurders afgedaan als zaken waar men maar mee moest leren leven. Net als de eerste teken van toegenomen onveiligheid door agressief gedrag in het openbaar vervoer - dat werd expliciet in de doofpot gestopt. Waarmee meteen een tweede kracht zich openbaarde: het "racisme" argument: je mocht er niets van zeggen omdat het gekleurde mensen betrof.

De denkfout die gemaakt werd in het accepteren van deze losse zaken was dat het geen losse zaken betrof. In werkelijkheid hoorde bij deze losse aspecten natuurlijk een compleet gebied van achterstanden in allerlei sociaal-culturele zaken. Je kon de groep misschien wel leren om het vuilnis naar beneden te brengen in plaats van over het balkon te kieperen, maar dan bleef er nog een schier oneindige hoeveelheid bijbehorende en op dat moment minder zichtbare achterstanden over.

Het proces dat in gang werd gezet met met het accepteren van deze problemen met niet-westerse immigranten is dat van de ondermijning van de westerse cultuur. Waren dezelfde sociale verschijnselen opgetreden binnen de autochtone cultuur, was er beleid op losgelaten. Men had ervoor gezorgd dat de overtredingen werden aangepakt, waar het groepsmatige zaken waren de groepen gespreid, en zonodig extra ondersteuning geboden. Bij de immigrantengroep werden de problemen niet aangepakt, er was gen spreidingsbeleid en zelf gingen ze steeds meer bij elkaar zitten, en extra ondersteuning was niet mogelijk gezien de hoogte van de culturele barrière, aanvankelijk met als onneembare veste de taal, en de omvang van het probleem. Om heel precies te zijn werd het omgekeerde gedaan: één van de aspecten van de culturele achtergeblevenheid: de islam, werd bevorderd, onder het motto: het is ook een godsdienst, net als het christendom. Er was een aantal jaren lang een geformuleerd beleid genaamd Onderwijs in Eigen Taal en Cultuur, OETC. De start van een beleidsmatige ondermijning van de westerse cultuur.

De sociologische achtergronden van het verschijnsel hadden ook een in taal en beleid geformuleerde bovenlaag. De meest abstracte uitdrukking daarvan was wat aanvankelijk "de multiculturele samenleving" werd genoemd, en zich later ontwikkelde tot de ideologie van het multiculturalisme. Dit was ook de start van de openlijke scheiding tussen bestuur en "volk" - dat laatste aanduidende dat deel van de autochtone bevolking dat te maken had met de niet-westerse immigrant, in eerste instantie iets als de onderste derde.

Er zelfs een redelijk nauwkeurig moment aan te wijzen dat deze openlijke scheiding begon. Dat was met den uitspraak van toenmalig staatssecretaris van ... Hedy d' Ancona, die sprak over "de waarde van de multiculturele samenleving voor Nederland". Het was voor iedereen in toen de onderste derde van de maatschappij en iedereen daarboven met enig gezond verstand zichtbaar dat een dergelijke waarde niet bestond. De redactie van deze website heeft tientallen jaren later gedurende vele jaren gediscussieerd met vele tientallen multiculturalisten, en geen daarvan heeft ooit één enkel voorbeeld kunnen aanwijzen in de toen als "allochtoon" omschreven culturen waarmee Nederland zijn voordeel zou kunnen doen. Ondanks tartende tegenopmerkingen als "Of bedoel je misschien uithuwelijken, inteelt, eerwraak, besnijdenis, enzovoort" en "Couscous en buikdansen ken ik al".

Waar er dus weinig of geen aanwijsbare culturele of sociale voordelen zitten in de komst van niet-westerse immigranten , zijn de nadelen duidelijk aanwijsbaar en vele. In dit artikel worden die nadelen geschetst in relatie tot de schade die ze aanrichten aan de bestaande westerse maatschappij en aan haar toekomstige ontwikkeling.

De makkelijkste van die nadelen is het financiële. Dat is namelijk redelijk goed te becijferen, in ieder geval nauwkeuriger dan de meeste sociale en culturele factoren. Redelijk conservatieve schattingen beginnen met vijf miljard per jaar tot ergens in de tien => . Die getallen zijn gebaseerd op de oververtegenwoordiging van niet-westerse immigranten in diverse kostenposten op de staatsbegroting, zoals sociale zekerheid. Dat het schattingen zijn in plaats van exacte cijfers komt door de onwilligheid van overheidsinstanties om herkomst te vermelden, en in veel gevallen door het hanteren van onjuist definities. Zo wordt iemand geboren in Nederland uit niet-westerse ouders in veel gevallen geteld als Nederlands, terwijl ze cultureel en maatschappelijk in hoge mate nog steeds tot dezelfde groep behoren als hun ouders, die van de niet-westerse immigranten. Ook zijn er gebieden waar er weinig tot niets bekend van de extra kosten ten gevolge van niet westerse immigratie, zoals zorg en onderwijs, de grootste posten op de begroting van de rijksoverheid.

Nu zou een tegenargument kunnen zijn dat dit weliswaar geld kost, maar dat andere inwoners daar geen schade van ondervinden. Dat zou alleen juist zijn bij de beschikbaarheid van een oneindige som geld. In werkelijkheid is die som natuurlijk eindig, en ligt vast door het totaal van de verdiensten van een land als Nederland. En als de totale inkomsten min of meer vastliggen, en één uitgavenpost stijgt, moeten andere uitgavenposten dalen. Anders klopt het huishoudboekje niet meer. En die uitgavenposten die dalen zijn in de praktijk de uitgaven voor zorg, onderijs en sociale zekerheid voor de overige Nederlanders. De autochtone meerderheid van Nederland levert dus zorg en onderwijs en sociale zekerheid in voor de extra zorg en onderwijs enzovoort die de niet-westerse immigranten nodig hebben. Dat is dus een concreet sociaal en cultureel nadeel of verlies.

 

 

uit zich op diverse manieren, waarvan de overlast in de migrantenwijken en de oververtegenwoordiging in de criminaliteit de bekendste zijn. Dit veroorzaakt problemen voor de westerse maatschappij, maar tast haar niet fundamenteel aan.
    Het fundamentele probleem ontstaat tezamen met het multiculturalisme. Dat multiculturalisme veronderstel;t namelijk dat alle culturen gelijk zijn. En daar waar allochtone immigranten numeriek ondervertegenwoordigd zijn, streeft het multiculturalisme naar allochtone evenredigheid => , door bevoordeling bij selectie en sollicitatie => .
    Als culturen inderdaad gelijk en gelijkwaardig zijn, is er geen probleem met dit beleid. We hebben echter gezien dat allochtone culturen niet gelijk en gelijkwaardig zijn. De simpele redenatie: niemand zal het in zijn hoofd halen een tien jaar terug geïmmigreerde Papoea burgemeester van Amsterdam te maken. En dat geldt voor alle qua ontwikkeling tussenliggende culturen in een mate variabel met hun achterstand => (multicultureel achterstand oid).
    Het is duidelijk dat dit probleem een kleine tot geen rol speelt bij lagere functies. het gaat hier om de hogeropgeleide en leidinggevende functies.


Naar Westerse cultuur , Sociologie lijst , Sociologie overzicht , of site home .