Bronnen bij Westerse cultuur: erkenning
|
19 jun.2011 |
Dat er in de ontwikkeling van culturen en maatschappijen precies dezelfde
soort evolutie plaatsvindt als in de rest van de natuur, is een gedachte die
duidelijk schopt tegen de schenen van het overgrote deel der menselijke
intellectuelen. In ieder geval het linkse en weldenkende deel ervan en dat is
het overgrote deel. Stel je voor ... de mens op dezelfde voet als apen en nog
erger. En dan hebben we het maar niet over dat deel ervan dat nog religieuze
ideeën herbergt ergens in de geest, want dan is enige relativering op dit vlak
vrijwel volstrekt ondenkbaar.
Maar ook op dit terrein gaat de evolutie door. Door de komst
van immigranten uit achterstandige culturen is uit bovenstaande oudere ideologie
de nieuwere ideologie van het multiculturalisme geboren: het idee dat het
combineren van die achtergebleven culturen met de westerse een nieuwere en
mooiere cultuur oplevert. Die ideologie is een grandioze mislukking gebleken: de
allochtone immigranten bleken alleen te kunnen bijdragen voor zover ze zich
westers gingen gedragen, een kleinere groep, en de rest die dat veel minder of
niet doet, bleek alleen maar voor extra rotzooi en ellende te zorgen
.
Omdat deze harde les in het openbaar is uitgesproken door
westerse regeringsleider (Merkel, Cameron), is het nu wat beter mogelijk om de
hele cultuurkwestie te bespreken, zonder bang te hoeven zijn om voor het gerecht
gesleept te worden, juridisch (zoals Geert Wilders) maar vooral publiekelijk via
de media.
Een tweede nog steeds noodzakelijke zaak is dat er ook iets
positiefs gemeld moet worden. Ook daaraan is inmiddels voldaan, middels de
revoluties tegen de dictaturen in de islamitische landen, begonnen in Tunesië
2011. Die revoluties leidden natuurlijk tot instantane euforie bij de linksige
intellectuelen: "Kijk eens, de moslims willen ook vrijheid, net als wij". Onzin,
natuurlijk, voor het overgrote deel. Die moslims zijn nu, schrijvende 2011,
gedurende een decennium of twee steeds intensiever blootgesteld aan verhalen en
beelden uit het rijke westen, en denken steeds meer "Hun rijkdom willen wij
ook". Totaal niet beseffende wat er allemaal aan die rijkdom vastzit.
Op het moment van schrijven is het een paar maanden na het
begin van die revoluties, en bij de deelnemers is er sprake van de natuurlijke
slijtage: er blijkt helemaal niet zo veel te veranderen als je alleen maar een
dictator wegstuurt. En ook bij de linksige intellectuelen is er sprake van
slijtage, aan de euforie. een van de eersten die weer bij zinnen kwam was
cultuurhistoricus Thomas von der Dunk:
Uit:
Volkskrant, Opinie, 04-05-2011, column door Thomas von der Dunk
Democratie is heel erg moeilijk
"Wij willen ook democratie, net als jullie. Zo moeilijk is dat toch niet?"
Aldus een demonstrante in Caïro een paar maanden geleden tegenover een Europese
tv-cameraploeg.
Hoe sympathiek haar wens ook is: zij heeft helaas ongelijk. Democratie is wel
erg moeilijk. Zeker in een land dat geen democratische traditie kent.
De cruciale vraag is namelijk of de Arabieren die nu in diverse landen tegen hun
dictatoren in opstand komen, ook, als zij erin geslaagd zijn die ten val te
brengen, straks in de praktijk bereid zijn de prijs te betalen die aan een
democratisch stelsel kleeft.
Daarmee bedoel ik dit: in een volslagen corrupte dictatuur hebben ook grote
delen van de gewone bevolking toch wegen weten te vinden om soms iets gedaan te
krijgen. Waar de staat verdrukt en de wet logen is, loopt dat via
cliëntelistische netwerken van persoonlijke relaties en familieverbanden. De
neef van je vrouw kent de broer van de ambtenaar die over een vergunning gaat -
en wat schuiven met geld doet vervolgens de rest.
Soms lukt dat, soms lukt dat niet. Maar het is voor vrijwel iedere burger de
enige methode om iets te bereiken - een beroep op de wet is zinloos. De
rechterlijke macht is niet onafhankelijk - wie betaalt, bepaalt. ...
Red.: Dat ligt niet aan de rechterlijke macht - die volgt
namelijk doodgewoon ook die familiecultuur
.
| |
De omschakeling naar een democratie en een rechtstaat vergt niet alleen van de
ambtenaar dat die zich niet meer laat omkopen. Zij vergt ook van elke burger dat
hijzelf van zijn poging tot omkoping afziet, en op de objectieve werking van de
wet vertrouwt. |
Kortom: het is een cirkelproces: de burgers denken volgens de familiecultuur, de
instanties bestaan uit burgers en werken dus volgens de familiecultuur, dus
moeten de burgers doen volgens de familiecultuur om iets voor elkaar te krijgen,
dus denken de burgers volgens de familiecultuur. En een cirkelproces kan je niet
doorbreken met recht-toe-recht-aan maatregelen:
| |
Dat betekent: je moet het bewandelen van de vertrouwde wegen om iets te bereiken
opgeven in ruil voor een abstract principe waarmee je tot dusver nog geen enkele
ervaring hebt opgedaan en waarvan je dus nog totaal niet weet of het in jouw
concrete geval misschien toch minder oplevert dan de vertrouwde weg. En dit
bovendien zonder enige zekerheid dat de andere burgers óók de oude corrupte weg
naar succes zullen opgeven en jij met je gedragsverandering niet alleen zult
komen te staan - in de wetenschap dat alle anderen met precies hetzelfde
dilemma worstelen. |
Want als je het bijvoorbeeld als enkeling of kleinere groep gaat doen, krijgt je
het slechtste van twee werelden:
| |
Al te eerlijk is buurmans gek: in je eentje eerlijk zijn heeft geen zin - pas
als er vele schapen over de dam zijn, volgen veel andere schapen ook. Alleen wil
niemand het eerste schaap zijn als er vervolgens niemand volgt. |
Oftewel: om een verandering in dit cirkelproces teweeg te brengen, moet je in
één keer een meerderheid de andere kant op krijgen. Een onmogelijkheid.
De enige manier om zo'n verandering in cultuur te
bewerkstelligen (en die laatste is een nogal antropocentrische term) is via de
weg der geleidelijkheid: telkens het pad van de cirkel een klein beetje
verleggen:
| |
Niet voor niets heeft het ook in West-Europa generaties geduurd voor de
ambtelijke corruptie was uitgeroeid. In Pruisen bereikte koning Frederik Willem
I (1713-1740), de vader van Frederik de Grote, dat alleen door 's avonds
hoogstpersoonlijk de rekeningen van zijn belastinginners na te vlooien, met de
kas ernaast.
Ook onze oude Republiek was door-en-door-corrupt. Dat de gebroeders De Witt
zo'n goede naam hadden kwam omdat zij als hoge uitzondering onder ambtenaren
onkreukbaar bleken. Een ambtenaar die níet corrupt was: dat was voor een
Nederlander in de Gouden Eeuw bijna onvoorstelbaar - zoals dat geldt voor een
Egyptenaar nu. |
Welke ontwikkeling stamt van eerder, waarschijnlijk ergens te dateren in het
latere deel van de Middeleeuwen in Europa
.
Wat tot nu toe is geprobeerd in niet-westerse culturen om een
snelle verbetering tot stand te brengen, is het propageren van democratie - in
de vorm van verkiezingen. Dat is tot nu toe op jammerlijke wijze mislukt, om de
redenen die uit de doeken zijn gedaan, en die zich vertalen in:
| |
Daarom vertalen 'democratische' verkiezingen zich hier, op basis van het
angelsaksische beginsel van the winner takes all, al snel in een feitelijke
dictatuur, omdat de winnaar inderdaad letterlijk alles neemt. Hij gebruikt de
bezittingen van de staat om zijn sterk clangebonden clientèle aan zich te
binden, en dan vissen de andere clans steevast achter het net - om zich na een
eventuele machtwisseling precies eender te gedragen. |
En dat is iets dat op dit moment in de westerse democratieën het
maatschappelijke strijdpunt is: hoe voorkom je dat mensen die op democratische
wijze de macht krijgen, dit voor eigen doel gaan misbruiken:
| |
Daarom is democratie zo moeilijk: het vergt de bereidheid om, als je dan
eindelijk boven ligt, van het uitbuiten van die positie af te zien. |
De functie van bewaker voor machtsmisbruik bestond in het westen tot voor circa
twintig jaar: de dreiging van het communisme. Maar niet zodra dat was
weggevallen, begon ook in het westen het grote graaien door de leidende elite en
hun middenklassemaatjes daar direct onder: de oligarchie
.
In de Angelsaksische denkwereld heeft men altijd minder
moeite gehad met het idee van een evolutionaire ontwikkeling in de cultuur -
daar heeft men langer dan in Europa naar creolen gekeken als ergens staande
tussen de mensen en de apen. In Amerika verkeert men nu in de situatie die
Europa decennia eerder heeft gekend: als de blanke president Bush wordt
afgebeeld als een chimpansee, kraait er geen haan naar- sterker: iedereen ligt
dubbel. Doe je datzelfde met de halfcreoolse president Obama, dan wordt om je
hoofd gevraagd
. Maar op algemeen cultureel niveau kent men dat soort
remmingen wat minder:
Uit: De Volkskrant, 14-05-2011, door Peter Giesen
'VS lijken op Frankrijk voor 1789'
Francis Fukuyama was de held van neo-conservatief Amerika, maar hij keerde
zich ervan af. 'Het systeem in Californië is zó slecht.'
...
Politiek filosoof Francis Fukuyama is een kleine, bescheiden man die beroemd
werd met een heel onbescheiden idee: Het einde van de geschiedenis. Zijn
essay verscheen in 1989, een paar maanden voor de val van de Muur. Hij werd er
een intellectuele superster door, en een rijk man. ...
Afgelopen week was Fukuyama in Nederland om zijn nieuwe boek te promoten. De
oorsprong van de politiek is door Amerikaanse recensenten omschreven als 'het
begin van de geschiedenis'. Fukuyama beschrijft hoe politiek ontstaat, hoe
families zich verenigen tot stammen, en hoe zulke tribale gemeenschappen onder
de juiste omstandigheden uitgroeien tot een stabiele, moderne staat. Een uiterst
belangrijk en actueel vraagstuk. Dagelijks is te zien hoe landen verscheurd
worden door wetteloosheid, uitbuiting en onderlinge strijd, door het ontbreken
van een krachtige staat die de rechtsorde handhaaft en verantwoording aflegt aan
burgers.
De oorsprong van de politiek is een groots werk met bescheiden conclusies.
Westerlingen moeten niet zo hooghartig neerkijken op de chaos in betrekkelijk
nieuwe landen in Afrika en Azië, vindt Fukuyama. Hun eigen staten zijn ook pas
ontstaan na eeuwen van oorlog en andere ellende. De woeste Vikingen hebben er
lang over gedaan om beschaafde Denen te worden.
Voor een sterke staat zijn instituties nodig als een gekozen parlement, een
onafhankelijke rechtspraak, een onpartijdige bureaucratie en een vrije pers. Het
kost veel tijd om zulke instituties op te bouwen. Dat proces kan slechts in
beperkte mate van buitenaf worden versneld, zoals blijkt in landen als Irak en
Afghanistan. Samenlevingen zitten niet gevangen in hun verleden, schrijft Fukuyama, maar zijn ook niet 'vrij om zichzelf met elke nieuwe generatie opnieuw
te vinden'. ...
Red.: Ach, het was op deze website al jaren eerder beschreven.
Gebaseerd op het goede geschiedenisonderwijs, het waken voor ideologie, en
gezond verstand. Iets dat bij Fukuyama minder dan wenselijk aanwezig is:
| |
Bevestigt de Arabische lente uw idee van het einde van de geschiedenis? De
Arabieren eisten democratie, geen theocratie naar Iraans model.
'Ja, dat geloof ik wel. |
Net als dus bij interviewer Peter Giesen: als het westen alleen democratisch was
geweest en niet rijk, hadden de Arabieren er totaal niets van willen weten.
Waarna Fukuyama verder verdwaald:
| |
Vooral na 11 september hebben veel mensen gezegd dat
democratie cultureel was bepaald. Volgens Samuel Huntington, de auteur van Clash
of Civilizations, was democratie een soort uitgroei van de westerse
beschaving, niet iets dat universeel gewenst werd. Een van de
bewijsstukken daarvoor was de Arabische wereld die de afgelopen dertig
jaar geen democratische beweging liet zien. Die opvatting is onjuist
gebleken. De gebeurtenissen laten zien dat er een universeel verlangen
bestaat naar een vrije samenleving. Of je vervolgens de instituties kunt
creëren die zo'n samenleving mogelijk maken, is een andere vraag |
Want als het alleen maar ging om de wens naar democratie en het wordt zo
universeel gedragen, dan was die instantane revolutie wel mogelijk. En in het
volgende citaat blijkt welk aspect Fukuyama hier even is vergeten:
| |
Egypte en Tunesië hebben nog de beste kansen, veel meer dan Libië, Syrië en
andere landen. Maar in de Arabische wereld hebben die instituties nooit veel
kansen gehad: politieke partijen, een vrije pers, het maatschappelijk
middenveld, de organisatie van de meer liberale delen van het publiek. Daardoor
bestaat het risico dat de partijen die wel goed georganiseerd zijn, zoals de
Moslimbroederschap of het leger, de macht zullen grijpen. Maar dat is een risico
dat je moet nemen. Er is geen andere weg naar democratie.' |
Wat hij hier mist, is dus het aspect van de cultuur - de familiecultuur om
precies te zijn. Welk aspect hij wel kent:
| |
De oorsprong van de politiek is dan ook mijlenver verwijderd van het
machismo en het maakbaarheidsgeloof van de neoconservatieven. De
ontwikkeling van de staat wordt sterk bemoeilijkt door de menselijke
biologie, gelooft Fukuyama. De mens is sterk geneigd vrienden en
verwanten te begunstigen, de mensen die je echt kunt vertrouwen, die
onder extreme omstandigheden zelfs bereid zijn hun leven voor je op te
offeren. Het is veel moeilijker te vertrouwen op een staat, een groot en
onpersoonlijk verband dat solidariteit vraagt met mensen die je helemaal
niet kent.
In veel zwakke landen bestaat een vicieuze cirkel: omdat mensen vrienden en
verwanten begunstigen, ontstaat er geen sterke, onpersoonlijke staat. En zolang
er geen sterke staat is, vallen mensen terug op vrienden en verwanten. De staat
dient niet het algemeen belang, maar slechts de zelfverrijking van de winnende
clan. Vaak wordt de stap van stam naar staat slechts onder extreme
omstandigheden gezet, zegt Fukuyama.
'We hebben nu eenmaal een sterke biologische drang om
vrienden en verwanten te begunstigen. ... |
En op nog een punt gaat Fukuyama in de fout:
| |
Daarom is oorlog zo belangrijk voor het ontstaan van de staat. Als
je militaire bevelhebbers recruteert op basis van vriendschap en
familieverbanden, dan zul je verliezen. |
Onzin. Oorlog wordt gewonnen door strategische factoren, zijnde het aantal
manschappen dat je kan inzetten en de hoeveelheid materieel. Het eerste hangt
voornamelijk af van de omvang van de bevolking en het tweede van de sterkte van
de economie. En voor een sterke economie is het inderdaad nodig dat je niet
rekruteert op basis van vriendschap en familieverbanden, zoals betoogt hier
.
| |
Religie is een andere factor die de vorming van staten heeft bevorderd. Moslims,
katholieken en andere gelovigen voelen zich met elkaar verbonden, zonder dat ze
elkaar kennen. Daardoor overstijgen zij het stamverband, aldus Fukuyama, die
erkent dat religie ook tot verdeeldheid kan leiden. |
De tweede, aanverwante, en nog grotere vorm van onzin. Deze factor, net als de
eerste, bijna universeel in de geschiedenis. oorlog is er altijd geweest en
religie idem. De Mongoolse wereld heeft eraan gedaan, de Chinese, de Arabische
enzovoort. En geen van allen zijn ze ontwikkeld zoals het westen.
Het stuk van Fukuyama heeft hier twee betekenissen: het heeft
een aantal basiselementen gemeen met de beschrijving op deze website. En daar
waar het van die beschrijving afwijkt, leidt het tot opvallende fouten.
Het derde artikel concentreert zich op de basis van het
probleem, gezien vanuit de Arabische situatie. Dat komt ongetwijfeld doordat één
van de auteurs, Marcia Luyten, langdurig in niet-westerse culturen heeft
gewoond, onder andere in Afrika, en dus uitstekend op de hoogte is van hoe het
niet werkt daar:
Uit: De Volkskrant, 28-05-2011, door Paul Aarts en Marcia Luyten
De Arabische lente heeft te kampen met dikke mist
Het doorbreken van het patronagesysteem in de Arabische wereld is een
weerbarstig proces.
Paul Aarts | Marcia Luyten | De Arabische lente heeft een lange adem nodig,
betogen de auteurs. Aarts doceert Internationale Betrekkingen aan de UvA. Luyten
is cultuurhistoricus en econoom. Een uitgebreide versie stond in Socialisme &
Democratie.
Tussentitels: Na het verdrijven van de dictators, de 'makkelijke' fase van
revoluties,
begint het echte werk
Je verlaten op een anonieme staat met anonieme instituties is een grote,
noodzakelijke stap die niet makkelijk wordt gezet
Enkele weken geleden reisde een journalist van de Wall Street Journal
naar Sidi Bouzid. In dit dorpje, diep in het Tunesische binnenland, stak op 17
december 2010 Mohammed Bouazizi zich in brand. Zijn zelfmoord wordt beschouwd
als het startschot van de Arabische revoltes.
De journalist sprak er met Ali Bouazizi, een neef van Mohammed, en deelnemer aan
de protesten die leidden tot het vertrek van president Ben Ali. Van de euforie
was bij Bouazizi weinig over. Hij vroeg zich af: waar hebben we het allemaal
voor gedaan? 'De mensen die het geld hebben en die tot het oude regime behoren,
zitten er nog steeds.'
In Egypte hoor je vergelijkbare geluiden: mooi dat Mubarak met zijn kliek weg
is. Heel goed dat hun banktegoeden worden bevroren. Maar levert dat ons een
fatsoenlijke baan op? Daar gaat het in Noord-Afrika ook, en vooral, om.
...
Red.: Een eerste bevestiging van de voornamelijk materiële
inspiratiebron voor de revoluties.
| |
Het succes van de Arabische lente wordt dan ook niet zozeer bepaald door het
aantal verjaagde dictators, maar door het aantal banen voor jongeren. Door
structurele veranderingen in hoe de macht zich gedraagt. Die kant van het
verhaal komt in de media te weinig aan bod. Het ingewikkelde proces van
democratisering wordt doorgaans sterk versimpeld.
Tussen aanhangers van verschillende democratiseringstheorieën
is een voorzichtige consensus ontstaan over de vruchtbare bodem voor een
proces van democratisering. Die voedingsbodem laat zich beschrijven met
vijf indicatoren die een ontvankelijkheid aangeven en geen noodzakelijke
voorwaarden zijn. ... |
Dat laatste is een verzachting die hoogstens per los onderdeel geldt - voor het
lukken van een verandering zijn wel degelijk redelijk harde minimumeisen.
| |
Allereerst kijken we naar het niveau van economische ontwikkeling. Zeer arme
landen hebben doorgaans meer problemen een proces van democratisering op gang te
brengen dan landen met een middeninkomen of meer. Ontwikkelingseconoom Paul
Collier laat zien dat boven een bepaald inkomen een democratiseringproces de
kans op geweld sterk doet afnemen. De grens ligt bij een bruto binnenlands
product per hoofd van de bevolking van 2.700 dollar (1.900 euro), wat neerkomt
op 7 dollar (5 euro) per dag. In landen met minder dan 2.700 dollar neemt met
democratisering de kans op gewapende conflicten toe. |
Helaas is dit de helft van het verhaal. Om een stabiel hoger inkomen te krijgen,
is er een proces van democratisering nodig. Leidende tot de bekende cirkel.
Eveneens vermist is de factor van de inkomensverdeling. Als al dat inkomen, of
althans het grootse deel, zit bij een kleine top, dan zegt dat gemiddelde
inkomen niets. Veel betrouwbaarden is het mediane inkomen: dat inkomen waarbij
er evenveel mensen minder als meer verdienen.
| |
Vervolgens is de concentratie van bronnen van nationale welvaart belangrijk. In
het Midden-Oosten en Noord-Afrika zijn natuurlijke grondstoffen en
productiemiddelen doorgaans in de handen van een kleine elite. In veel van deze
staten volgt macht de wetten van het patronagesysteem.
De Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar Douglass C. North noemt dit een
limited-access order (tegenover een open-access order). In de open
samenleving is er concurrentie om de middelen en concurrentie om de macht - dat
wat wij 'democratie' noemen. In samenlevingen met 'beperkte toegang' ligt de
economische en politieke macht in de handen van slechts enkelen. |
Slordig. In het westen is de economische macht ook in de handen van een beperkte
groep. Het is de politieke macht in de vorm van de democratie die de kwalijke
gevolgen daarvan beperkt. Maar eigenlijk nauwelijks genoeg. Zoals de laatste
twintig jaar heeft gedemonstreerd.
| |
Waar het gaat om de concentratie van de bronnen van welvaart zijn de Arabische
landen over het algemeen slecht uitgerust voor politiek pluralisme, ook al zijn
er verschillen per land. Het openbreken van het patronagesysteem waarin mensen
machtige mannen steunen in ruil voor gunsten, is een langdurig en weerbarstig
proces.
Dit beschrijft Francis Fukuyama in zijn net verschenen boek De oorsprong van
onze politiek als de overgang van stam naar staat. 'De natuurlijke neiging
van de mens', zegt Fukuyama, 'is het vertrouwen en begunstigen van
familieleden.' Je verlaten op een anonieme staat met even anonieme instituties
is een grote en noodzakelijke stap die niet gemakkelijk wordt gezet. |
De kern.
| |
In de derde plaats onderzoeken we de coherentie en capaciteit van de staat. Hier
gaat het om de instituties van de liberale rechtsstaat (onafhankelijke
rechtsspraak, politieke partijen, niet-gouvernementele organisaties, vakbonden,
media, et cetera). |
Dus een afgeleide zaak.
| |
Ten vierde bekijken we de maatschappelijke, op identiteit gebaseerde
verdeeldheid. De mate waarin een zich democratiserend bestel gevoelig is voor
gewapend conflict, wordt sterk bepaald door de homogeniteit of heterogeniteit
van een samenleving. Verdeeldheid langs etnische, religieuze, tribale, clan- of
regionale lijnen is voor een stabiele democratie een handicap. |
Dit hoort weer bij de kern, en had samengenomen moeten worden met punt twee.
| |
Tot slot is ervaring met politiek pluralisme van belang. |
En dit is weer afgeleid, en hoort bij punt drie.
| |
Het patronagesysteem vormt de software van de betrokken samenlevingen.
Dat staat op gespannen voet met politieke liberalisering. De
verantwoordingsmechanismen die het hart vormen van een democratie, ondermijnen
de wetten van de patrimoniale samenleving. Daarin eigent een kleine elite zich
de bronnen van welvaart toe.
Dat gebeurde bijvoorbeeld ook in Kenia, waar het vertrek van Arap Moi in 2002 de
weg effende voor een nieuwe elite met een even corrupt en zichzelf verrijkend
bestuur. It's our turn to eat, de rechtvaardiging voor het nepotisme van een
nieuwe elite, is prachtig beschreven door de Britse journaliste Michela Wrong.
|
Een praktijkgeval van verkiezingen zonder democratie.
| |
Instituties bestaan niet alleen uit geschreven, maar ook uit ongeschreven
afspraken tussen mensen; ze belichamen niet alleen wetten en regels, maar ook
gedrag, mentaliteit en gewoonte. Dat veranderen, vraagt een lange adem. |
En tot slot de hier al bekende conclusie.
Iemand uit eigen kring die ook aan de waarheid heeft geroken:
Uit: De Volkskrant, 18-06-2011, door Tarek Osman
Essay | Wat te doen met de erfenis die de vorige generatie heeft nagelaten?
Een nieuw Arabisch verhaal
De echte strijd in de Arabische wereld gaat niet om het verdrijven van
regimes, maar om het opnieuw inrichten van mislukte samenlevingen, stelt de
Egyptische schrijver Tarek Osman.
Het gangbare beeld van de Arabische Lente: een reeks opstanden tegen
onderdrukkende regimes. Dat is maar een deel van het verhaal. Met een meer
historische benadering is de Arabische Lente het verwerpen door 180 miljoen
jonge Arabieren van de sociaal-politieke erfenis die de vorige generatie heeft
achtergelaten.
In het grootste deel van de Arabische wereld hebben jonge mensen te maken met
pover onderwijs, slechte gezondheidszorg, hoge werkloosheid en een schrale
arbeidsmarkt. Hun toekomst ziet er mistroostig uit.
Het falen van de politiek heeft de zaak alleen maar erger gemaakt. De moderne
Arabische staten zijn er niet in geslaagd een samenbindend nationaal verhaal te
creëren, of op zijn minst geloofwaardige structuren waarin de meerderheid van de
bevolking zich betrokken weet.
Ik durf te voorspellen dat deze jonge generaties erin zullen slagen hun landen
te bevrijden van hun repressieve regimes - hetzij betrekkelijk vreedzaam en op
korte termijn, zoals we in Tunesië en Egypte hebben gezien, hetzij op iets
langere termijn en met bloedige vasthoudendheid, zoals in Jemen, Libië en Syrië.
De ware strijd is echter een andere en komt ná dit moment van wisseling van de
wacht. In elk land voor zich zullen de nieuwe generaties een nieuw nationaal
project moeten bouwen - intern zowel als jegens de buitenwereld - om zich te
ontworstelen aan de mislukkingen die ze hebben geërfd. ...
Red.: Een artikel over wat beschouwd wordt als een opkomende
economie en en een mogelijke bedreiging van "de westerse hegemonie":
Uit: De Volkskrant, 12-08-2011, door Peter de Waard
Zakendoen in India vergt geduld
Vertrouwen is in India belangrijker dan regels. Je bouwt eerst een relatie
op.
.......Er zijn vele voorbeelden van zaken die hopeloos mislopen omdat geen
rekening is gehouden met de cultuurverschillen tussen landen. In de afgelopen
decennia is een mondiale marktplaats ontstaan, maar er zijn grote verschillen in
opvattingen over taalgebruik, hiërarchie, collegialiteit, kleding, gewoonten en
religieuze gebruiken. Hierdoor mislukken overnames en fusies en stuiten veel
zakelijke transacties af.
India is met 1,2 miljard inwoners na China de grootste
opkomende markt. Het is chaotisch, arm en vuil. ...
Maar ook de cultuurverschillen zijn groot. 'Vaak willen
ondernemers te snel financieel resultaat', zegt Hergaarden. 'Als je in het
Westen zaken doet, ga je met elkaar om de tafel zitten. Je wisselt de zakelijke
argumenten uit, bereikt een akkoord en tekent een contract. In India moet je
eerst een relatie met de klant opbouwen. Je gaat een keer met hem uit eten, je
vertelt hem over je familie en je probeert hem voor je te winnen. Een relatie
komt langzaam tot stand door een groeiend vertrouwen en door elkaar wat te
gunnen.'
Dat vertrouwen is belangrijker dan juridische regels. Het
Indiase rechtssysteem werkt zo langzaam en bureaucratisch dat het geen zin heeft
een zaak aan te spannen. ...
Red.: Vertrouwen is belangrijker dan juridische regels. Dat
geldt ook in westerse landen. Want ook in westerse landen werkt het
rechtssysteem langzaam, en heeft het vaak geen zin een zaak aan te spannen. Maar
toch er is een groot verschil tussen het westen en India: in het westen hoef je
veel minder tijd te steken in het opbouwen van vertrouwen. En dat heeft een
uiterst simpele reden: dat is omdat er in het westen veel meer basaal vertrouwen
is tussen burgers.
Maar deze essentiële observatie is niet het enige dat uit dit
artikel valt te leren omtrent de zaken waarin de westerse cultuur zich
onderscheidt. Want de journalist of de redactie heeft ter illustratie twee
lijstjes van kenmerken bij het artikel geplaatst: die van India versus die van
Nederland. Hieronder staan ze naast elkaar:
| |
Formeel en traditioneel |
|
Rationeel en transactiegericht |
| |
Luisteren met respect |
|
Luisteren aandachtig en stellen vragen |
| |
Terughoudend met meningen |
|
Directe en open dialoog |
| |
Gevoelig voor hiërarchie en status |
|
Sterk geloof in gelijkheid |
| |
Overdrijven eigen kunnen |
|
Bescheiden over eigen kunnen |
| |
Stellen vragen over persoonlijke zaken |
|
Houden niet van vragen over persoonlijke zaken |
| |
Slecht georganiseerd |
|
Overgeorganiseerd |
Het leest als een samenvatting van alles waardoor Nederland een rijk land is en
India nooit al te veel verder zal groeien dan door de uitbuiting van de zeer
goedkope arbeidskrachten uit de overbevolkte onderklasse mogelijk is. En een
erkenning van de gigantische verschillen tussen een westerse en een
niet-westerse cultuur.
Als het maar op veilige terreinen is, dus bijvoorbeeld binnen
uitsluitend de westerse cultuur, hebben sociologen en politiek-correcte en
multiculturalistische journalisten er weinig moeite mee om de ontwikkeling van
beschaving volgens het westerse model te erkennen:
Uit: De Volkskrant, 21-01-2012, door Olaf Tempelman
Hoe de mens zijn driften wist te beteugelen
De conflicten die de 'onbeschaafde' mens met de bedreigende buitenwereld
uitvocht, vecht de beschaafde mens uit met zichzelf. Na 75 jaar heeft Het
civilisatieproces van Norbert Elias nog niets van zijn zeggingskracht
verloren.
... Het civilisatieproces, Elias' uit 1936 daterende
hoofdwerk, bevat interessante passages over de vleesetende mens. In de
middeleeuwen lagen de bloedige lijken van de beesten nog bij hem op tafel,
scheurde hij er met zijn handen plakken af en at hij zoveel vlees hij kon.
Geleidelijk aan begonnen de hoogste kringen de aanblik van dode dieren pijnlijk
te vinden en het aanraken van vlees schaamtevol. In een proces van enkele eeuwen
werden de hoeveelheden vlees op tafel steeds kleiner en de hoeveelheden bestek
steeds groter. De afkomst van de vleeshompen werd steeds verder gecamoufleerd.
Het gedrag van de hoogste kringen verspreidde zich
geleidelijk over de lagere. 'De curve - het opschuiven van de
pijnlijkheidsdrempel bij de aanblik van dode dieren, het verplaatsen van het
trancheren naar speciale enclaves achter de coulissen - is een typische
civilisatiecurve', concludeert Elias. Volkeren of sociale klassen die in latere
tijden nog met de hand grote hoeveelheden vlees verorberden, begonnen als
'minder beschaafd' te gelden. ...
Weinig grenzen zijn de afgelopen vijfhonderd jaar verder
verlegd dan die van wat schaamtevol en pijnlijk is. In de vijftiende eeuw, las
Elias in oude boeken, leegde je je neus nog gewoon aan tafel met je vingers.
Iets later was het wel zo netjes je hemdsmouw te gebruiken. Weer later begonnen
bekakte dames elkaar de loef af te steken met speciale doeken.
In de opkomst van de zakdoek bezat Norbert Elias flink wat
expertise. Als 'denker van de snotneus' is hij door bewonderaars geprezen en
door vijanden geparodieerd. ...
Het cilivisatieproces werd onlangs 75 jaar oud. Bij
uitgeverij Boom verscheen een jubileumeditie van Elias' bijna achthonderd
pagina's tellende hoofdwerk. Nederland heeft een reputatie als Eliasland. In
Nederland bracht de denker van Joods-Duitse origine het laatste kwart van zijn
lange leven door. De Nederlandse socioloog Joop Goudsblom (1932) geldt als zijn
grootste pleitbezorger en gangmaker achter zijn herontdekking in de late jaren
zestig. Bij Elias vond je complexe ontwikkelingsprocessen beschreven aan de hand
van zulke zaken als plassen, spugen en de vork. Daarmee was hij anno 1936 zijn
tijd ver vooruit. ...
Red.: Enzovoort. Wat Elias hier beschrijft, is door deze
website, geheel onafhankelijk, op een andere manier geformuleerd. Waarbij Elias
niet verder is gekomen dan het gebruik van een aantal uiterlijke en mee
afgeleide factoren. Hetgeen al enigszins duidelijk wordt door het tussenstuk van
de journalist gebruikt:
| |
Tussenstuk:
Steeds minder moorden
De Canadees-Amerikaanse psycholoog Steven Pinker analyseert in zijn onlangs
verschenen Ons betere ik de spectaculaire afname van het aantal moorden
in de loop der geschiedenis. In de middeleeuwen werd één op de duizend mensen
vermoord, nu is dat in Europa één op de honderdduizend. In navolging van Elias
ziet Pinker de opkomst van de staat (met zijn monopolie op geweld) en de
wederzijdse afhankelijkheid van handeldrijvende mensen als belangrijkste
oorzaken van de afname van geweld. Sinds 1945 beschouwen we niet alleen moord,
maar ook het slaan van vrouwen en kinderen of het mishandelen van dieren als
weerzinwekkend. |
Wat al dichter bij de waarheid raakt. Want moord is, psychologisch
gezien, de uitkomst van uit de hand gelopen onderlinge verhoudingen.
Machtsverhoudingen. Op het individuele vlak, bij m oorden, en op het
sociologische vlak bij oorlogen. en revoluties.
Waarvan de juistheid in dezelfde context nog eens aangetoond
wordt:
| |
Het is zowel fascinerend als wrang dat Elias dit optekende aan de
vooravond van de totalitaire rampen van de twintigste eeuw. Hoe kon een
civilisatieproces van een millennium de wereld in de twintigste eeuw
Stalin, Hitler en Mao schenken? De kern van Elias' antwoord daarop is
even helder als onbevredigend: het civilisatieproces gaat gepaard met
terugvallen, in de vorm van golven van barbarij. |
Welk onverklaarbaar terugvallen dus onverklaarbaar is omdat Elias de cruciale
factor mist, met de toevoeging waarvan het wel onmiddellijk inzichtelijk wordt.
Het gaat om de machtsverhoudingen binnen de sociale verbindingen.
Ook als je wat verder in de geschiedenis teruggaat, is het
wat makkelijker voor de menswetenschappen om culturele ongelijkheid en
ontwikkeling waar te nemen:
Uit: De Volkskrant, 23-01-2012, van verslaggeefster Malou van Hintum
Hooligan volgt oerdriften
Dat het altijd mannen zijn die ten strijde trekken, of het nou in de oorlog is
of tegen rivaliserende groepen, is evolutionair bepaald. Dat vermoeden
beschrijft hoogleraar psychologie Mark van Vugt van de VU en de Oxford
University vandaag in The Philosophical Transactions of the Royal Society.
Het gaat om oude mechanismen die we als mensen delen met de
chimpansees, schrijft Van Vugt. Ook zij vormen mannelijke coalities om de
grenzen van hun territorium te verdedigen. Als er een mannetje van een andere
groep in de buurt komt, slachten ze dat af. Een vrouwtje nemen ze vaak mee.
Van Vugt: 'Bij de huidige jager-verzamelaars, zoals de
Turkana in Kenia en de Yanomamö in de Amazone, zie je dat nog steeds. Daar gaan
groepjes krijgers een dorp binnen om vee en soms ook vrouwen te stelen. Zulke
krijgers hebben een hoge status en privileges. Ze hebben extra vrouwen en meer
kinderen.' ...
Red.: Een verschil in ontwikkeling in de tijd dus, met
de oudere beschaving als de mindere, met in de huidige tijd beschavingen die meer
lijken op die oudere, dus de mindere beschavingen zijn. Maar schrijf die laatste
conclusie, ondanks haar onweerlegbaarheid, niet op, want dan krijg je grote
problemen..
Net als met dit soort verbanden:
| |
Niet élke man is een krijger, nuanceert Van Vugt ook meteen. 'Maar
wel alléén mannen. |
Want vertaal dit in: "Niet elke Marokkaan is een tasjesdief, maar alle
tasjesdieven zijn wel Marokkanen", en je hebt kans voor de rechter gesleept te
worden. Hoewel het even waar is als die over krijgers (er is af en toe en ook
een vrouw met krijgerneigingen) - waarbij men ook het soort redenatie keihard
aanvalt. Ook door sociologen.
Overigens: stel eenzelfde soort verhaal op met niet de man maar de
vrouw in de negatieve rol, en je hebt ook grote kans dat auteur Malou van Hintum
er zeer andere gedachten op na blijkt te houden over de juistheid van de
observaties.
Terug naar de ontwikkeling van de beschaving:
| |
Wat je wel bij alle mannen ziet, is dat ze de sociale groep heel
belangrijk vinden. Mannen hebben veel sterker dan vrouwen de neiging
zich met een groep te identificeren als die groep moet concurreren met
andere groepen.
'Als je mannen vraagt geld aan een groep te geven, doen ze
dat eerder als ze horen dat hun groep wordt vergeleken met andere
groepen, dan als ze als individu worden beoordeeld. Bij vrouwen maakt
dat niet uit.'
Op allerlei niveaus is competitie ingebakken bij mannen,
denkt Van Vugt, van de bestuurders in de boardroom tot voetbalhooligans.
Maar om te kunnen concurreren met andere groepen, moet er worden
samengewerkt binnen de eigen groep. Die male bonding is belangrijk,
zeker als de status van de groep in het geding is.
Van Vugt: 'Wij denken dat dit gedrag een paar miljoen jaar
lang tamelijk functioneel was om het eigen gebied en de eigen groep te
beschermen tegen vreemdelingen en roofdieren, en het eigen reproductieve
succes te vergroten. Dat we het nu nog steeds zien, zegt hoe diep
verankerd het is, niet dat het nog steeds functioneel is.' |
En het lijdt weinig twijfel waar die verankering nog steeds het sterkst is -
zeker als je dit eraan toevoegt:
| |
Een beetje feminisering zou geen kwaad kunnen, denkt Van Vugt. |
Die verankering van de male bonding is het sterkst in de niet-westerse culturen,
net zoals de feminisering het sterkst is in de westerse cultuur, en wel het
meest in de Noord-West Europese. precies volgens de hier geschetste lijnen.
Er zijn ook mannen die thuis blijven, zij delen niet in die
voordelen.
Van Vugt doet nog een paar voorzetten:
| |
'Maar dan moeten vrouwen dat ook willen. Vrouwen hebben nog altijd
een voorkeur voor mannelijke krijgers: mannen met een hoge sociale
status, macht en aanzien.' |
Dus: vrouwen spelen wel degelijk een actieve rol in dit proces: zouden vrouwen
niet kiezen voor de mannelijke mannen, zou dat type snel uitsterven. vrouwen
spelen sociaal dezelfde rol van de vrouw die in hun jeugd zelf geslagen zijn: ze
kiezen als partner een nieuwe mishandelaar.
En ten tweede:
| |
Van Vugt vindt dat de multiculturele samenleving niet veel opschiet
met groepjes mannen die elkaar naar het leven staan en dwars zitten. |
Inderdaad. maar hij durft niet te zeggen dat het de achtergebleven, achterlijke,
allochtone culturen zijn die deze houding veruit het sterkst hebben.
Met een sterk slotakkoord:
| |
'In ons artikel pleiten we ervoor de individuele kenmerken van
mensen te benadrukken, niet hun groepskenmerken. Het zou helpen als die
groepskenmerken minder zichtbaar zijn ... |
Precies. Iets dat met name de moslims met voeten treden: hoofddoeken, taartdoos-moskeeën met torenhoge minaretten ... Het kan niet
groepskenmerkelijker en het kan dus slechter.
Marcel van Dam heeft hierboven genoemde boek van Steven
Pinker ook gelezen:
Uit: De Volkskrant, 02-02-2012, column van Marcel van Dam, socioloog.
Heus, alles zal beter worden
Sinds mensenheugenis zijn er perioden geweest van voor- en tegenspoed maar
tegenwoordig heerst bij veel mensen - zeker in Nederland - het geloof dat het
nooit meer zo goed zal worden als het was. In het hele Westen heeft het geloof
in de vooruitgang veel aanhangers verloren; doemscenario's overheersen. Het
lijkt wel of de wereldbeschouwing van steeds meer mensen is gebouwd op de crisis
van vandaag.
Zelf heb ik er nooit aan getwijfeld dat de mensheid er - met
ups en downs - per saldo op vooruit zal gaan. Armoede zal afnemen, mensen zullen
steeds langer en gezonder leven, en steeds meer te weten komen, kinderen zullen
gelukkiger opgroeien en we zullen elkaar minder vaak te lijf gaan. Ik geloof
niet in een heilstaat, wel in het zoeken ervan. ...
Red.: Wat je in één zinnetje kan afdoen: zie de voorgaande
geschiedenis. Van Dam gebruikt de woorden van een ander:
| |
Maar steeds vaker voel ik me een roepende in de woestijn. Mijn
vreugde was dan ook groot toen ik een boek in handen kreeg van een
gerenommeerde Harvard-hoogleraar (Steven Pinker: Ons betere ik -
Waarom de mens steeds minder geweld gebruikt) die in meer dan
duizend pagina's, gebaseerd op een onwaarschijnlijk groot aantal feiten,
uit de doeken doet dat het geweld in de samenleving al duizenden jaren
afneemt. Niet zomaar een beetje, maar substantieel. Oorlogsgeweld, zeer
wrede en gewelddadige straffen, zoals executies door martelingen,
pogroms en genociden, slavernij, politieke moord en despotisme, geweld
tegen vrouwen en homoseksuelen, kindermishandeling, dierenmishandeling:
al die vormen van geweld komen met het verstrijken van de tijd veel
minder voor. |
En geeft een enkel voorbeeld:
| |
Maar de 20ste eeuw was toch zeker met twee wereldoorlogen de
bloedigste uit de geschiedenis? Dat dacht ik ook, maar dat is niet zo
vanzelfsprekend. Als je de bevolkingsomvang in aanmerking neemt, zakt de
Tweede Wereldoorlog met 55 miljoen doden naar de negende plaats op de
ranglijst van bloedigste conflicten. Nummer één is de An Lushan-revolte
tijdens de Tang-dynastie in China waarbij tweederde van de Chinese
bevolking, eenzesde van de toenmalige wereldbevolking, is omgekomen. |
En Pinker legt ook uit waarom - even voor de hand liggend allemaal:
| |
Zorgvuldig brengt Pinker de oorzaken van het afnemende geweld in
kaart. De menselijke natuur is niet veranderd. Mensen zijn, naar hun
aard verschillend, in staat tot gruwelijke gewelddaden en tot ontroerend
altruïsme en mededogen. Welke trekken de overhand krijgen, is
afhankelijk van invloeden uit de omgeving. Pinker noemt er vier die het
geweld hebben teruggedrongen. De belangrijkste is de opkomst van staten
met een monopolie op het gebruik van geweld dat eigenrichting overbodig
maakte. ... |
Correctie: de opkomst van de moderne staat en de verdwijing van de clan, stam
en etnie als leidende maatschappelijke organisatievorm.
| |
Op de tweede plaats staat de groei van de (internationale) handel.
Partijen die met elkaar zaken doen, kruisen minder snel de degens. ... |
Alsof er vroeger nooit handel is gedreven .. Misschien wel het volume van de
handel sterk toegenomen, maar dat is direct herleidbaar tot technologie
| |
Ten derde de feminisering. Mannen zijn naar hun aard altijd
gewelddadiger geweest, ze plegen de meeste geweldsmisdrijven, ze nemen
meer risico's en ze zijn verantwoordelijk voor alle oorlogen en
genociden. Naarmate de invloed van vrouwen groter werd, nam die van
mannen af. |
Dat klopt. Zo meteen de analyse.
| |
In de vierde plaats het uitdijen van de kring van meeleven. Door de
uitvinding van de boekdrukkunst, de alfabetisering, de verstedelijking,
de toenemende mobiliteit, de opkomst van de (internationaal)
functionerende massamedia en internet en de globalisering, groeide het
bewustzijn dat heel veel mensen niet anders waren dan wijzelf. |
Dat is slechts in zeer beperkte mate waar. In het westen heeft het zo
uitgewerkt, maar daarbuiten niet.
| |
Tenslotte de doorbraak van de rede als motief tot handelen, ten
koste van onderbuik, bijgeloof en vooroordeel. Beredeneerde pleidooien
tegen slavernij, despotisme, marteling, religieuze vervolging, wreedheid
tegen dieren, geweld tegen kinderen, vrouwen en homoseksuelen leidden
tot verdere humanisering. |
En met deze factor kunnen meteen de vorige meenemen en de conclusie trekken: Ja:
de essentiële factor is het rationele denken. En dan zien we meteen de grote
scheidslijn: de allochtone, niet-westerse, culturen scoren op al de
laatstgenoemden factoren veel slechter. Met name overal waar de religie de baas
is. En met daarvan weer als hoogtepunt: de islam: die heeft kenmerken die
allemaal volstrekt haaks staan op de genoemde factoren.
En waarom zijn de geconstateerde positieve ontwikkelingen zo
onbekend en impopulair: juist omdat men beseft dat dit onmiddellijk neerslaat op
de moslims en hun cultuur. Net als trouwens de creolen en de meeste andere
culturen. En dat wil niet weten. En mensen als Marcel van Dam stoppen dat weg
achter één of andere geestelijke firewall.
Kijk maar eens hoe voor de hand liggend het verband is -
aanleiding is het regeringsvoorstel om homovoorlichting op school verplicht te
maken::
Uit: De Volkskrant, 15-02-2012, column door Aleid Truijens
Kennis enige wapen tegen achterlijkheid
Je leert toch op school waar homoseksuele asielzoekers voor vluchten?
'Ey, vieze kankerhomo!' Op het schoolplein hoor ik dit soort verwensingen
dagelijks. Elke keer schrik ik. ...
In november besloot minister Van Bijsterveldt, gedwongen door
een Kamermeerderheid, dat scholen aandacht moeten besteden aan homoseksualiteit.
Het aantal zelfmoorden onder homoseksuele jongeren is 5 keer zo hoog als onder
hetero's. Voorlichting over 'seksuele diversiteit' zou de groeiende homohaat
moeten keren. ...
Je kunt homohaat het beste aanpakken waar het virulent is.
Maar juist daar is het taboe. Het verdriet van de uit de kast gekropen
christelijke jongeren in Arie Boomsma's tv-programma is hartverscheurend. Zijn
ze zo dapper om openlijk voor hun homoseksualiteit uit te komen, krijgen ze
thuis te horen dat ze 'niet minder' zijn, zolang ze het maar niet in hun hoofd
halen hun liefde in praktijk te brengen. Ze hebben de keus tussen levenslange
frustratie en huichelarij, of uitstoting en schrijnend zondebesef. Want God is
liefde, maar niet voor iedereen.
Die boodschap wordt er op veel reformatorische en islamitische
scholen nog altijd ingeramd. ...
Het effect van politiek-correcte kringgesprekken over
'respect' lijkt me gering. De ministeriële verplichting is symboolpolitiek. Een
enkele pestkop kan door zulke 'voorlichting' tot inkeer komen, maar hij kan ook,
opgehitst door het onderwerp, nog een tandje bijzetten. Vooral als hij het
massieve gelijk van ouders en gemeenschap aan zijn zijde weet.
De school moet kinderen leren nadenken over de wereld, zodat
zij hun eigen analyses kunnen maken en eigen overtuigingen ontwikkelen. Het
enige wapen tegen generaties lang ingelepelde achterlijkheid is kennis.
Red.: En het overgrote deel van die door generaties
ingelepelde achterlijkheid zit natuurlijk bij de moslims.
Een fraai staaltje Marxisme:
Uit: De Volkskrant, 21-03-2012, van verslaggever Jonathan Witteman
Taak van het Zuiden: afvallen, maar ook spiermassa kweken
Het grootste probleem van Griekenland is niet de weinig spartaanse
begrotingsijver, maar de arbeidsproductiviteit. Die is binnen de eurozone alleen
in Portugal, het andere kwakkelland, nog lager. En dat komt niet doordat er
weinig wordt gewerkt.
... Hoe de vooroordelen ook mogen luiden, het gebrek aan
Zuid-Europese productiviteit heeft niet direct te maken met luiheid. Griekse
werknemers werken het meest van alle Europeanen. Vorig jaar klokte de gemiddelde
Griek 2.017 arbeidsuren, becijferde de Organisatie voor Economische Samenwerking
en Ontwikkeling. Onder de OESO-landen maakten alleen de Zuid-Koreanen en
Chilenen meer uren. Helemaal onder aan de lijst bungelen de Nederlanders, met
een schamele 1.377 uur per jaar per werknemer. De gemiddelde Portugees werkte
ruim 300 uur meer.
Het gebrek aan productiviteit heeft deels te maken met de
geringe exportgerichtheid van Portugal en vooral Griekenland, zegt Jules
Theeuwes, wetenschappelijk directeur van SEO Economisch Onderzoek. 'Over het
algemeen zijn sectoren waarmee je exporteert productief, want die moeten
concurreren op de wereldmarkt. Dat kan alleen maar met hoge kwaliteit en lage
prijzen. De Nederlandse maakindustrie bijvoorbeeld is heel productief, omdat die
het van de export moet hebben.'
Let wel, zegt econoom Panagiotis Petrakis van de Universiteit
van Athene: de Griekse productiviteit groeide sinds 2000 niet alleen harder dan
die van de Zuid-Europese landen Italië, Spanje en Portugal, maar ook harder dan
de Noord-Europese economieën Denemarken, Zweden en Nederland. Maar ondanks de
verbeteringen, zegt Petrakis, verkeert de Griekse productiviteit nog altijd op
een substantieel lager niveau dan het gemiddelde van de eurozone.
De groeicijfers verbloemen bovendien een typisch
Zuid-Europees probleem: de lage arbeidsparticipatie van de bevolking. Nog niet
eens zes op de tien beroepsgeschikte Grieken tussen de 15 en 64 jaar werkt,
tegen driekwart van de Nederlanders. Ziedaar de vloek van de Grieken: een
relatief klein deel van de bevolking moet meer werken dan de rest van de
Europeanen om een onproductieve economie overeind te houden.
Een Portugese rem op de productiviteit is het
opleidingsniveau van werknemers, dat tot het laagste van Europa behoort. Een
grote voorraad hoogopgeleide werknemers geldt als een voorwaarde voor
modernisering van economieën - voor het eigen maken van nieuwe technologieën,
het stimuleren van innovatie. Het aantal Portugese schoolverlaters is hoog. Een
van de belangrijkste prikkels om voortijdig de boekentassen op te bergen is dat
het in Portugal voor laaggeschoolde jongeren relatief makkelijk is om baantjes
te vinden waarvoor weinig vaardigheden nodig zijn. Dat creëert een vicieuze
cirkel, waarin lage scholing en een laagwaardige economie elkaar in stand
houden.
Het lage opleidingsniveau straalt af op een andere
statistiek: per miljoen inwoners dienden de Grieken en Portugezen in 2010 nog
geen acht aanvragen in bij het Europees Octrooibureau. De Ieren kwamen tot 112,
de Nederlanders tot 358 en de Duitsers tot 335. Portugal en Griekenland geven
aanmerkelijk minder geld uit aan onderzoek en ontwikkeling dan andere landen.
...
De belangrijkste remedie voor de problemen in de zuidelijke
landen, zegt Panagiotis Petrakis, is een op Noord-Europese leest geschoeide
concurrentiecultuur. Daarvoor zullen ze zich eerst moeten ontworstelen aan hun
'eigenaardige culturele model': een maatschappij waarvan het uit de weg gaan van
risico's, het blindstaren op de korte termijn, het lage vertrouwen in
instituties en het onvoldoende aanmoedigen en belonen van prestaties de
belangrijkste kenmerken zijn.
Petrakis denkt dat de zuidelijke landen van Europa een 'sterk
onderbewuste hebben als 'oude' beschavingen. De noordelijke samenlevingen zijn
'nieuw', ontberen een stevige ondergrond en staan daarom meer open voor het
cultiveren van moderne waarden. ...
Red.: En vertaal oude cultuur niet naar
klassiek-Grieks of iets dergelijks, maar naar de familiecultuur.
Nog meer erkenning:
Uit: De Volkskrant, 29-03-2012, door Thomas L. Friedman (The New York
Times), columnist en schrijver van onder andere The World is Flat.
Verkoop geen tanks aan analfabeten
Wat het Midden-Oosten op dit moment het beste kan gebruiken zijn moderne
scholen en harde waarheden, maar de VS zijn er niet in geslaagd die te bieden.
De historicus Victor Davis Hanson schreef onlangs een genadeloos helder stuk in
The National Review, waarin hij terugkeek op de verschillende manieren
waarop Amerika landen als Irak, Iran, Libië, Syrië, Egypte, Pakistan en
Afghanistan tegemoet treedt en hoe dat helaas tot nog toe nergens schijnt te
werken.
Hanson schreef: 'Laten we de verschillende beleidsopties van
Amerika voor het Midden-Oosten over de afgelopen decennia eens nader bekijken.
Militaire hulp of op straf gerichte interventie zonder follow-up heeft over het
algemeen gefaald. Het eindoordeel over de veel duurdere natievorming is nog niet
geveld. Het ondersteunen van populaire opstandelingen bij het omverwerpen van
impopulaire dictators is geen garantie voor verbeteringen. Het overeind houden
van dictators met militaire hulp is zowel verwerpelijk als contraproductief. Je
afzijdig houden van maniakale regimes kan leiden tot pogingen om aan kernwapens
te komen of tot genocide - of tot zes hectare puin in Manhattan. Wat hebben we
geleerd? Stammenstrijd, olie en islamitisch fundamentalisme vormen een giftige
cocktail die bij Amerikanen tot afkeer leidt van het Midden-Oosten - zowel als
ze erheen gaan als wanneer ze zich afzijdig proberen te houden.'
...
Red.: Tja, omdat de kern ergens anders ligt. En
merkwaardigerwijs, wordt deze in dit geval ook genoemd:
| |
Hanson heeft gelijk: waar het Midden-Oosten onder lijdt, is
werkelijk een giftige cocktail van stammenstrijd, sjiitisch- soennitisch
sektarisme, fundamentalisme en olie - olie die ons voortdurend in de
verleiding brengt om tussenbeide te komen of om dictators te steunen.
Deze cocktail ondermijnt alles waaraan een maatschappij die
vooruit kijkt behoefte heeft: instellingen die voor fatsoenlijk bestuur
zorgen, een op overleg gebaseerd politiek bestel dat rouleert in macht,
vrouwenrechten en een pluralistische ethiek die minderheden beschermt en
modern onderwijs mogelijk maakt. Het Arab Human Development Report
van de VN, dat in 2002 door dappere Arabische sociale wetenschappers is
gepubliceerd, zei ongeveer hetzelfde: waar de Arabische wereld vandaag
de dag onder lijdt, is een gebrek aan vrijheid, modern onderwijs en
vrouwenemancipatie. |
En dat is dus niet islamitisch fundamentalisme, maar islamitisch denken in het
algemeen. Met als kern het monotheïsme, dat de weerzinwekkend gezagsverhoudingen
projecteert waar de meeste andere weerzinwekkendheden uit volgen.
Ook bijzonder aardig zijn natuurlijk de erkenningen van
degenen die in andere omstandigheden op de heftigste toon belijden dat er
natuurlijk geen enkel verschil kan zijn tussen culturen, of althans, dat iedere
vorm van handelen daarnaar volstrekt uit den boze is. Hier de zeer
politiek-correcte en zeer multiculturalistische columniste van de Volkskrant
Sheila Sitalsing. Ze heeft een poging gewaagd om terug te gaan naar de
gelijkwaardige Surinaamse cultuur. Het werd huilen ... En huilen van
dankbaarheid toen ze weer terug was;
Uit: Volkskrant Magazine, 24/31-12-2011, door Sheila SitalsingWeer thuis
Beeld van Nederland in 2011, vanuit een ver buitenland waar je langere tijd
verkeert en waar het Hollandse wel en wee gefilterd binnenkomt: ...
Beeld van Nederland in 2011, als je bent teruggekeerd van twee jaar weggeweest,
in de hooggespannen verwachting iets aan te treffen in de beste
postapocalyptische Mad Max Beyond Thunderdome-tradities: er is hier
geen bal veranderd.
Overal vriendelijke, joviale, behulpzame, geïnteresseerde
mensen, die zonder uitzondering weten waar ons verre buitenland ligt.
Winkelpersoneel dat gewoon weet wat het verkoopt en wat het kost.
Duizelingwekkend snel internet. Altijd stroom. Treinen die rijden, soms zelfs
een soort van op tijd. De klassiekers zijn er gewoon nog: de
hypotheekrenteaftrek, de bonuskaart, de bouwkranen boven Rotterdam, de stiekeme
prijsafspraken tussen aanbieders van telefoonabonnementen.
We hebben de straten afgespeurd naar boerka's en hufters.
Tevergeefs.
We hebben geprobeerd ons te laten overvallen ... Dus deden we alle dingen waarmee je je in ons verre
buitenland geheid een gewelddadige overval op de hals haalt door zwaarbewapende
minderjarigen. Zoals: met een iPad
onder de arm en omhangen met gouden sieraden 's avonds over straat lopen, het
huis niet afzetten met dievenijzer en omringen met waakhonden, in het openbaar
opzichtig wordfeuden met een smartphone ter waarde van een half maandsalaris.
Geen overvaller keurde ons een blik waardig. ...
De scholen en crèches bleken bij het weerzien een weldaad van
luxe. Nieuw en schoon speelgoed! Leidsters met een Formele opleiding! Geen
voddige fotokopietjes en verfomfaaide boekjes van de liefdadigheid, maar serieus
leermateriaal. Een dochter die na haar eerste Nederlandse schooldag plechtig
verklaart dat het
hier veel leuker is dan daar, 'omdat de juffen niet schreeuwen'. ...
Maar de grootste verwondering moest nog komen. Dat er in dit
land zo weinig existentiële problemen zijn dat je 2011 gerust het jaar van het
dier kunt noemen. ...
Mij leek het wat overdreven, in ons verre buitenland leggen
ze de
overtollige pups die de onbedaarlijk rondneukende honden aan de lopende band
produceren gewoon in de vuilnisbak. Maar een land dat zo veel energie kan
opbrengen voor het welbevinden van dieren, dat moet wel het mooiste land van de
wereld zijn.
Red.: Bedenk hier bij dat Suriname op de
ranglijst van beschaving voor niet-westerse landen, waarschijnlijk bijzonder
hoog scoort.
Naar Westerse cultuur
,
Sociologie lijst
, Sociologie overzicht
, of site home
.
|