Bronnen bij Westerse cultuur: vertrouwen
| 7 jul.2010 |
Na een langere tijd worstelen is het uiteindelijk gelukt om een duidelijke
omschrijving van het begrip "vertrouwen" te geven
.
Maar een andere aanpak is de zogenaamde extensionele definitie, dat wil zeggen:
gewoon wijzen op een aantal zaken die eronder vallen
-
daarover gaat onderstaande artikel. Een andere aanpak: kijken naar de gevolgen
van meer en minder vertrouwen staat elders
.
Uit:
De Volkskrant, 06-07-2010, van verslaggever Peter de Graaf
Vertrouwen burger stijgt
Anders dan vaak wordt gedacht, is het ‘institutionele vertrouwen’ van burgers
tussen 2002 en 2008 niet afgenomen, maar juist toegenomen.
 |
Een meerderheid van de Nederlandse bevolking heeft vertrouwen in nationale en
internationale instituties, zoals politie, Tweede Kamer, Europees Parlement of
Verenigde Naties.
Dat blijkt uit een onderzoek van het Centraal Bureau voor de
Statistiek (CBS), dat maandag is gepubliceerd. De onderzoekers noemen de
uitkomsten ‘een positieve ontwikkeling, aangezien vertrouwen een belangrijke
indicator is van sociale samenhang’.
Ook het vertrouwen van de Nederlander in de medemens is gegroeid.
Maar de ontwikkeling van dit ‘sociaal vertrouwen’ is niet geleidelijk en
rechtlijnig verlopen: op een toename tussen 2002 en 2004 volgde een lichte
daling in 2006, waarna het sociale vertrouwen weer toenam.
De bevindingen uit het onderzoek staan haaks op de geluiden
over een afbrokkeling van het vertrouwen in de instituties en de medemens.
Nederland is niet veranderd van een high trust-samenleving in een low
trust-samenleving, zo blijkt uit de statistieken. ...
Opvallend is dat het vertrouwen in politieke instellingen,
met name het parlement, tussen 2002 en 2004 afnam en daarna sterk toenam. Zowel
de dip in het politieke vertrouwen na de eeuwwisseling als het herstel daarvan
is ook in andere westerse landen zichtbaar.
Het CBS constateert grote verschillen in vertrouwen tussen de
diverse instituties. In 2008 genoot de politie de meeste fiducie: 73 procent gaf
aan ‘oom agent’ te vertrouwen. Tegenover politieke instellingen is er beduidend
meer wantrouwen. Vooral het Europese Parlement scoort laag: in 2008 had slechts
48 procent daarin vertrouwen. Ook partijen en politici scoren met zo’n 52
procent relatief slecht.
In sociaal vertrouwen loopt Nederland internationaal zelfs
voorop, samen met Finland, Zweden, het Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk. Dat
blijkt uit een vergelijking op basis van de Eurobarometer en de European Social
Survey.
Red.: Die schommelingen rond 2004 hebben een voor de hand
liggende verklaring: rond die tijd kreeg het multiculturalisme grote klappen.
Het is ook de start van de opkomst van de PVV.
Maar wat dit vooral laat zien, is dat in Nederland het
maatschappelijke vertrouwen inherent erg groot is, en dat dalingen daarin
veroorzaakt worden door de daden van de bestuurlijke top, die gezien kunnen
worden als een vorm van verraad aan het in hen gestelde vertrouwen.
Naar Westerse organisatie
, Sociologie lijst
, Sociologie overzicht
, of site home
.
|