|
Datum: 04-10-2005 (concept, ongepubliceerd), door Ruud Zweistra
Zwart-wit
In dit land heerst onzekerheid over de houding die we als land moeten aannemen
tegenover de instroom van buitenlanders die is ontstaan met de toegenomen
reismogelijkheden. De voornaamste oorzaak van die onrust is het verschil tussen
heersende ideeën over hoe de wereld in elkaar zit, en hoe ze werkelijk in elkaar
zit.
Het belangrijkste misverstand is dat van 'de arme kleine negertjes', oftewel het
idee dat mensen beter zijn omdat ze arm zijn, of neger, neger hier staande voor
iedereen die niet blank is. Hebbelijkheden als eigenbelang en egoïsme , zoals
onze eigen buren die hebben, hebben ze niet, en ze zijn niet asociaal zoals die
lui van drie straten verder, en zeker niet misdadig als de bewoners van de
andere wijk. Iedereen die aan de grens staat om asiel te vragen is iemand die
slachtoffer is van die mensen uit de andere straat of buurt.
Dat laatste is uiterst onwaarschijnlijk, omdat er mensen uit alle straten en
buurten hierheen komen. Je mag dus aannemen dat ze niets beter zijn dan de
gemiddelde mens alhier, en de gemiddelde mens daar waar ze vandaan komen.
Bovendien is daar waar ze vandaan komen vaak een streek waar meer
ongeorganiseerdheid, onderlinge tegenwerking, strijd en oorlog heerst dan
alhier. De gemiddelde mens uit die streken moet noodzakelijkerwijs behept zijn
met de eigenschappen van dit gedrag, aangezien dit de definitie van het
gemiddelde is.
De aanname in dit verhaal is dat de eigenschappen van de gemiddelde asielzoeker
dezelfde zijn als van de gemiddelde bewoner van zijn geboortestreek. Dat is niet
zo. De startende asielzoeker moet aan een aantal eisen voldoen, veroorzaakt door
het feit het reisdoel duizenden kilometers verwijderd is, en er dus één of ander
transportmiddel noodzakelijk is.
De eerste noodzaak is dus een aanzienlijke hoeveelheid geld, in de orde grootte
van duizenden guldens. Bij de inschatting van dat bedrag moet men er rekening
mee houden dat dit in termen van de geboortestreek gezien moet worden. Die
enkele duizenden guldens vormen dus een aanzienlijk kapitaal. Ten tweede moet de
reis gepland worden, dat wil zeggen: er is een aanzienlijk organisatorisch
vermogen nodig. Dat kan het eigen talent zijn, of ingehuurd talent. In dat
laatste geval heeft men het over mensensmokkel.
De asielzoeker die hier aankomt is dus zeker niet de arme, kansloze
vertegenwoordiger van zijn geboortestreek, maar de meer welgestelde,
initiatiefrijke vertegenwoordiger. Een beleid dat er vanuit gaat dat de arme
mensen geholpen moet worden is dus volledig contraproductief als het zich richt
op de asielzoeker die aan de grens staat. Het effect van het totale
asielgebeuren van dit moment lijkt op dat van de selectie van mannen voor het
Keniaanse leger: een legertruck rijdt het dorp binnen, en rijdt er met een
aanzienlijke snelheid weer uit; de mannen die in staat zijn de wagen in te halen
en er op te klimmen zijn geselecteerd. Ons asielbeleid tezamen met de behoefte
om de armen te helpen komt erop neer dat men de Keniaanse methode gebruikt om de
gehandicapten te selecteren.
Stel dat we de hoop om de allerarmsten te helpen opgeven omdat ze niet
bereikbaar zijn, en ons richten op degenen die ons hebben weten te bereiken. De
vraag is dan: moeten we die mensen helpen, en helpen we ze door ze tot ons land
toe te laten. Ook die vraag moet uit gaan van het voorgaande selectieproces. Het
zijn de beter gesitueerden die de minder af zijnden hebben achter gelaten. Dat
kan uit twee motieven gebeuren: om zichzelf te helpen, of om anderen te helpen.
In beide gevallen is er sprake van pure economische migratie. Het eerste geval
kan ook andere motieven inhouden. De groep van initiatiefrijken bevat ook de
groep mensen die overheersers- en misdadig gedrag tentoonspreiden, die mensen
uit de andere buurt of straat van hierboven. Bekend zijn de gevallen van
asielzoeken van vertegenwoordigers van afgezette machtsgroepen, zoals de Tamils
uit Sri Lanka, en diverse groepen uit Oost-Europa. Het lijkt onwenselijk om die
mensen tot ons land toe te laten.
Blijft over het geval van economische vluchteling die hier komt om geld te
verdienen voor zijn arme, achtergebleven familie. Die zou men dus asiel kunnen
verlenen, uitgaande van het beweerde doel van het asiel: achterblijvers helpen.
Dat wil zeggen dat afgesproken wordt dat men zich aan dit doel houdt, oftewel:
geen permanente verblijfsvergunning, geen gezinshereniging, en dergelijke zaken.
Naar Asielzoekers, bedrog
,
Asielzoekers
, Allochtonen
lijst
, Allochtonen
overzicht
, of site home
.
|