Nadat eerst op 21-12-2005 een min of meer neutraal bericht in de de Volkskrant staat over het feit dat de Tweede Kamer
de motie met de wens tot het uitvaardigen van een boerkaverbod heeft aangenomen, volgt
de dag erop een hausse van andere stukken, eindigende in een hoofdredactioneel
commentaar, die in variabele maar stijgende mate een afkeer tegen deze maatregel
laten zien, op grond van politiek correcte opvattingen, zie de bronnen
.
Hier zullen we dit proces laten zien aan de hand van het hoofdredactioneel
commentaar. De conclusie was al bekend voor het schrijven van het stuk, en nu gaan
ze er nog de argumenten bij verzinnen. Dat kan natuurlijk
nooit goed gaan, en dat doet het dan ook niet - de manier waarop is uiterst
illustratief voor vrijwel alle allochtonendiscussies:
De Volkskrant, 22-12-2005, hoofdredactioneel commentaar
Burqaverbod ongewenst
... Hoe klein het aantal vrouwen dat een burqa draagt op dit
moment ook is, de motie stelt een serieuze kwestie aan de orde. Hoe kan worden
voorkomen dat de islam vrouwen van hun vrijheid berooft? Als vrouwen vrijwillig
voor dit kledingstuk kiezen, moeten zij dan toch tegen zichzelf worden beschermd
vanuit de wetenschap dat dit hun kans op werk en de mogelijkheid op volwaardige
wijze deel te nemen aan de Nederlandse samenleving tot nul reduceert?
Voor de voorstanders van een verbod ligt de zaak eenvoudig.
De burqa is het.symbool van de onderdrukking en achterstelling van moslimvrouwen
en maakt daarbij ieder normaal contact met anderen onmogelijk. Of een burqa
wordt opgedrongen of niet, je op een dergelijke manier isoleren past niet in een
open en vrije samenleving.
Artikel l van de Grondwet bepaalt dat burgers in gelijke
gevallen gelijk moeten worden behandeld en verbiedt discriminatie op onder meer
religieuze gronden. Dit artikel staat een exclusief verbod op het dragen van een
burqa in de weg. In dat geval zou het voor iedereen moeten worden verboden
gemaskerd of anderszins onherkenbaar over straat te gaan. Ook het dragen van een
bivakmuts valt dan onder het verbod. Sommige gemeenten hebben uit oogpunt van
openbare orde en veiligheid reeds een dergelijke bepaling in de Algemene
Plaatselijke Verordening opgenomen.
Langs deze weg zou een burqaverbod kunnen worden ingevoerd
zonder dat formeel sprake is van discriminatie van moslims. Blijft staan dat dit
een gelegenheidsargument is dat voorbijgaat aan de kern van de zaak. Dat een
burqa moslimvrouwen in hun vrijheid beperkt, wil nog niet zeggen dat alle
middelen zijn toegestaan hen te 'bevrijden'. In een liberale rechtsstaat past
uiterste terughoudendheid bij het opleggen van regels aan gedrag en kleding.
Dwang kan hier bovendien een averechts effect hebben. Het dragen van een burqa
wordt zo nog meer een daad van verzet tegen de normen en waarden van de westerse
samenleving.
... Dan nog lijkt het verstandiger een burqaverbod te beperken tot
situaties en beroepen waar kledingvoorschriften een aanwijsbare functie hebben.
Een leerling moet kunnen communiceren met zijn of haar docent, een conducteur op
de tram moet zich kunnen verstaan met zijn passagiers. Om dat te regelen, is
geen landelijke wetgeving nodig.
Red.: Wat hier gesteld wordt met betrekking tot Artikel 1 van
de Grondwet is in zijn interpretatie onjuist. Het citaat alleen al vermeldt dat
het begrip discriminatie alleen van toepassing is in gelijke gevallen. De
werkelijkheid is dat er nooit maar dan ook nooit twee gevallen bestaan die
precies gelijk zijn; de politiek correcte elite die dit soort dingen schrijft
zou dat zelf het beste moeten weten, gezien haar sympathie voor campagnes als
"Ieder mens is uniek". Er moet dus sowieso een oordeel over het "redelijkerwijs
gelijk" zijn van gevallen worden uitgesproken, en een voorbeeld van de glijdende
schaal van dit 'redelijkerwijs' is het verschil dat men maakt tussen godsdienst
en godsdienstige sekte. De laatste worden wel aangepakt bij uitwassen, terwijl
er geen enkel principieel verschil is aan te wijzen met reguliere godsdiensten.
Maar we zouden, als we kwaad zouden willen, ook Artikel 1 kunnen aanhalen voor
het volgende argument, namelijk dat van de Lonsdale kleding, en aanverwante
symbolen. Een bovenstaande kop met het woord boerka vervangen door Lonsdale zou
niet mogelijk zijn in de Volkskrant, omdat men ten stelligste is tegen
het gedachtengoed dat achter Lonsdale kleding. steekt. Maar principieel is de
zaak volkomen identiek. Daarbij wordt van de symbolen van het Lonsdale soort
voetstoots aangenomen dat er uiterst verwerpelijk ideeën achter steken, en de
verwerpelijkheid van die ideeën wordt breed uitgemeten. Over de ideeën die
achter de boerka steken wordt wel gezegd dat men het er niet mee eens is, maar
termen als verwerpelijk blijft men verre van, terwijl ze zeker even verwerpelijk
zijn. Trouwens, als dezelfde zaak zich zou voordoen in de context van Iran, zou
men die verwerpelijkheid weer wel breed uitmeten.
Het is dus volkomen duidelijk dat in de normatieve beschrijving van de situatie
rond de boerka sterk met twee maten wordt gemeten. Of volgende de termen van het
aangehaalde Artikel 1: hier worden Lonsdale aanhangers gediscrimineerd ten
opzichte van boerka-dragers. Maar in feite geldt dat ook voor de
hoofddoekdragers, het enige verschil zijnde dat van hoofddoek-dragers er zoveel
zijn.
Daarmee komen we bij een ander fout argument, namelijk dat boerka's zo zeldzaam
zijn. Datzelfde gold voor de hoofddoek ook, op enigerlei moment. Het is zelfs
helemaal niet lang geleden, want de hoofdredacteur kan zich nog levendig het
moment voor de geest halen dat de eerste hoofddoek op de televisie verscheen,
gedragen door het nog steeds parmantig (kijk-mij-eens-fijn-moslim-zijn)
rondlopende Amsterdamse PvdA-kopstuk Fatima Elatik. Zij werd door de politiek-correcte
journalistiek tegemoet getreden met de houding van "wat charmant zo'n parmantig
meisje dat precies weet te vertellen waarom ze zo'n ding op der hoofd wil
hebben, hoewel we er zelf niets van zouden moeten hebben". Fatima's doorbraak is
gevolgd door het grootschalig dragen van allerlei cultuur- en
religieonderscheidende kleding. Het dragen van die kleding is de zaak die
ongetwijfeld veruit het meest heeft bijgedragen aan de segregatie in Nederland.
Het argument van de zeldzaamheid is dus een gelegenheidsargument, want uitgaande
van het argument dat segregatie ten koste van alles voorkomen moet worden, wat
de politiek-correcten vinden, zou een verbod, in welke vorm dan ook, van de toen
nog zeldzame hoofddoek de doorslag hebben moeten geven. Dat argumenten geldt nu
dus voor de boerka.
Tenslotte: een wettelijke boerkaverbod is een passende tegenmaatregel tegen de
toenemende druk vanuit de allochtone gemeenschap tegen vrouwen die korte rokken
en dergelijke kleding dragen, zie bijvoorbeeld hier
. Het
feit dat deze vorm van allochtone korte-rokjesverbod ongeorganiseerd is, en het
boerkaverbod wel, is slechts een afspiegeling van de twee manieren waarop de
twee culturen hun zaken gewoonlijk organiseren: vanuit de groep, of vanuit de
staat. Het belangrijke verschil met een praktische verbod, zoals op scholen, is
dat van een wettelijk verbod een corrigerende werking uitgaat, die nodig is om
verdere pogingen tot aantasting van onze maatschappelijke vrijheden te
voorkomen.
Addendum december 2006:
Middels heeft naar aanleiding van het
indienen van een wetsontwerp door de regering weer een uitgebreid
maatschappelijk debat plaatsgevonden, waarin het argument "het gaat toch maar
een om enkele honderden mensen" de boventoon voerde. Min of meer aan het einde
van dit debat komt onderstaande bijdrage van Marjolijn Februari, de favoriete
filosoof van de redactie:
Uit: De Volkskrant, 02-12-2006, column van Marjolijn Februari
Zodra rechts verrechtst, word je linkser, zodra links
verlinkst, word je rechtser
... Daar komt nog bij dat ik net zo gruw van anonieme brieven als
van boerka’s. Het lijkt mij geen vooruitgang dat we leven in een democratie
waarin de denkbeelden steeds uitdagender worden en de mensen daarachter steeds
onzichtbaarder. Of je nu een boerka aantrekt of anoniem tekeergaat op het
internet, in beide gevallen ben je een soort voyeur in het gemeenschapsleven. Je
kijkt, maar kunt zelf niet worden bekeken. Je spreekt, maar kunt zelf niet
worden aangesproken. Spionage in een open samenleving. ...
Addendum dec. 2006:
Er zijn nu ook berichten over de praktische gevolgen van het toestaan van een
boerka, zie
hier
.
Addendum jul. 2007:
De boerkadiscussie is nu ook voor de rechter gekomen - met voorspelbare uitslag,
zie hier
.
Addendum okt. 2011:
Naar aanleiding van het volgende artikel bedenkt de redactie een nieuw argument:
Uit: De Volkskrant, 23-09-2011, AFP, AP, Reuters
Franse sluiervrouwen gaan door tot aan Europees Hof
Voor het eerst zijn moslimvrouwen in Frankrijk donderdag veroordeeld wegens het
dragen van gezichtsbedekkende kleding. De 32-jarige Hind Ahmas en de 36-jarige
Najate Naitali kregen van de politierechter in Meaux, een voorstad van Parijs,
boetes opgelegd van respectievelijk 120 en 80 euro.
De vrouwen kondigden aan in beroep te zullen gaan tegen het
vonnis. ...
Red.: Het argument is dit: het is volkomen duidelijk dat je
een toestand zoals op deze foto tentoon wordt gesteld niet toestaan als iedereen
of grote groepen het gaan doen. Dus moet je het iedereen verbieden.
Naar Allochtonendebat oktober 2005 , Allochtonen lijst
,
Allochtonen overzicht , of
site home
.
|